Lenny Kuhr in de tuin van haar huis in het Brabantse Nederwetten.

INTERVIEWLenny Kuhr

De troubadour van Lenny Kuhr is er altijd op het juiste moment

Lenny Kuhr in de tuin van haar huis in het Brabantse Nederwetten.Beeld Daniel Cohen

In 1969, als winnend lied op het Songfestival, en nu, voor eenzame ouderen.

Hij zat zo boordevol muziek

Hij zong voor groot en klein publiek

Hij maakte blij, melancholiek

De troubadour.

Zo begint De troubadour, het lied waarmee Lenny Kuhr in 1969 het Eurovisie Songfestival heeft gewonnen. De ­finale vond plaats in Madrid en werd door tientallen miljoenen mensen in heel Europa bekeken. Daarvoor had nagenoeg niemand van de 19-jarige zangeres uit Eindhoven gehoord. De jonge vrouw, nog een meisje eigenlijk met dat rode speldje in het haar, maakte bij het miljoenenpubliek indruk met haar krachtige stem en gedragen voordracht van deze ballade over het ­leven en lot van een liedjeszanger.

De troubadour behoort inmiddels tot de Nederlandstalige klassiekers. Dat het lied nog steeds aanspreekt, bleek toen Kuhr(70) het zong in een vol Ziggo Dome, tussen oud-Songfestival-winnaars als Johnny Logan en Loreen. Haar optreden werd het hoogtepunt van de avond. Het publiek zong massaal mee: ‘Lalalalalala-lailala-lailala, lalalalai-lalala!

Op het Eurovisie Songfestival in mei in Rotterdam zou de zangeres De troubadour – 51 jaar na dato – weer zingen voor een miljoenenpubliek. In de finale op 16 mei zou het lied onderdeel zijn van een grote act, waaraan acht voormalige winnaars zouden meedoen, onder wie Duncan Laurence, Getty Jaspers (Teach-in) en ­Gigliola Cinquetti. Maar dat gaat dus niet door: het coronavirus heeft ook in Nederland toegeslagen en het Songfestival is afgelast.

Maar een troubadour kan altijd zingen, dus Lenny is met haar gitaar naar verpleeg- en verzorgingshuizen getogen. Daar zingt ze haar lied, terwijl oude mensen onhoorbaar voor hun ramen meezingen en het personeel het refrein met golvende armen begeleiden. De troubadour is van een winnend lied een troostlied geworden.

Kuhr: ‘Het plezier van het opreden tijdens Eurovisie valt weg tegen de noodzaak om De troubadour nu in zorginstellingen te zingen.’

Wat is het geheim van het lied? Hoe heeft dit ene lied haar carrière bepaald? En is het hebben van een eigen lijflied een last?

Kuhr: ‘Inhoudelijk is het nummer vrij eenvoudig. Het gaat over een zanger die overal zijn eigen lied zingt en aan het eind doodgaat – gewoon omdat het leven op is. Het is ook een troostrijk lied; er zit een vreugde in die bijna boven de tekst en muziek uitstijgt. Je viert het lied, je viert de troubadour voluit. Het gaat over ­vergankelijkheid, maar door die ­vergankelijkheid heen voel je dat er iets eeuwigs in zit. Ook al is de zanger dood, het lied blijft bestaan; de ­muziek gaat door.’

Toen werd het stil, het lied was uit

Enkel wat modder tot besluit

Maar wie getroost werd door zijn lied

vergeet hem niet.

Thuis bij Lenny Kuhr in Nederwetten, Noord-Brabant. Op de bank ligt een gitaar, Menselijk, al te menselijk van Nietzsche en verder overal stekjes van planten. De zangeres vertelt over hoe dat toen ging, met die troubadour. In 1967 had ze als jong meisje de talentenjacht het Cabaret der Onbekenden gewonnen. Het jaar daarna huurde ze op de muziekbeurs van Conamus in Hilversum voor 10 gulden een standje.

Op de beurs leerde ze tekstschrijver David Hartsema kennen. Ze herkende zich in zijn teksten over natuur, zee en stormen. Op zijn woorden componeerde zij de muziek en dan belde ze hem op en zong ze voor. Op een dag kwam er een brief: ‘Lieve Lenny, hierbij nog een tekstje. Ik hoop dat je er iets mee kunt’. Het was De troubadour.

Lenny Kuhr wint op 19-jarige leeftijd het Eurovisie Songfestival.Beeld ANP

18 punten

Lenny Kuhr was met haar Troubadour in 1969 niet de enige winnaar van het Eurovisie Songfestival. Die editie kende namelijk een unieke uitslag: maar liefst vier landen kregen 18 punten. Naast Nederland waren dat Frankrijk (Frida Boccara met Un jour, un enfant), Spanje (Salomé met Vivo cantando) en Engeland (Lulu met Boom bang-a-bang). Na loting werd bepaald dat Nederland in 1970 het gastland zou zijn. En zo geschiedde: in 1970 vond het liedjesfestijn plaats in Amsterdam en werd gepresenteerd door Willy Dobbe. 

‘Ik vond het meteen een pakkende tekst. Toch ben ik een beetje heen en weer gaan schuiven. Sommige regels heb ik herhaald, de beginregels ‘hij zat zo boordevol muziek’ komen nog een keer aan het eind en ik heb een refrein toegevoegd. Dat werd ‘lalalalalala-lailala-lailala, lalalalai-lalala!’, dat er oorspronkelijk dus niet in zat. Zo heb ik er een lofzang op het lied van gemaakt, een lied voor de zanger.

De troubadour heeft een sterke opbouw. Je leeft met hem mee als hij langs boerenschuren, kastelen en het werkvolk trekt om met muziek vreugde te brengen. Dat is de kracht ervan, maar er zijn ook kwetsbare ­momenten, die kunnen misgaan. Zo zitten er een aantal ritenuto’s in, vertragingen in het tempo, waarin ik even gas terug moet nemen. Als het orkest daarin niet goed meegaat, kan het gaan rommelen. Maar als het goed gaat, is het prachtig.’

Toen ze in 1969 werd uitgenodigd mee te doen aan de Nederlandse voorronden van het Songfestival, mocht ze drie liedjes insturen. De troubadour was er een van, de andere twee waren Mai non, monsieur en ­Gegroet, mijn stad. Haar concurrenten waren onder meer Patricia Paay, Rob de Nijs, Conny Vink en Dave. De troubadour won – en vervolgens ook in ­Madrid.

Het werd het begin van een carrière die tot op de dag van vandaag duurt, en die altijd met die troubadour verbonden is geweest. Want ook Lenny Kuhr is met haar gitaar langs stad en land getrokken, van boerenschuur tot kerk en kroeg.

Kuhr: ‘In hoeverre identificeer je je met een enkel lied? Ik werd vastgeprikt op De troubadour en later ook op Visite, wat een grote hit werd. Dan gaat het over beeldvorming, imagovorming: mensen verlangen iets van je dat ze kennen. Ik wérd De troubadour en later werd ik ook Visite. Voor het grote publiek was ik ineens een hitzangeres en als je een hit hebt, willen de producers maar één ding: dat je er nog een schrijft. Maar waarom zou ik mijn eigen verzinsels willen ­kopiëren? Dat is funest voor creativiteit.

‘In die tijd van Visite heb ik die druk wel gevoeld. Je komt dan in het schnabbelcircuit terecht waar collega’s met een orkestband speelden, mijn muzikanten en ik waren de ­enigen met een gitaar. Even heb ik mij laten verleiden ook met zo’n band mee te zingen, maar na een tijdje dacht ik: ik sta hier gewoon een kunstje te doen, maar ben een liedjeszanger. Ik vond het eigenlijk vreselijk. Uiteindelijk ben ik altijd mijn eigen weg gegaan. Bij mij gaat het om de muziek. Ik denk nooit: volgend jaar moet ik in Carré staan. Ik denk wel: ik maak nu mijn mooiste lied.’

Wat in de Middeleeuwen een troubadour was, wordt tegenwoordig een singer-songwriter genoemd. Kuhrs eigenzinnige pad bracht haar naar kleine zalen, kerkjes en centra voor bezinning. Intieme concerten met luisterliedjes, Nederlandstalige chansons. Haar nummers gaan over verwondering, verinnerlijking, dát is haar rode draad. Ook in die zin is zij een troubadour: ze wil liedjes zingen waardoor ze zelf wordt aangeraakt. Haar cd’s, vaak in eigen beheer uitgebracht, getuigen van een brede smaak: van fado via spiritualiteit naar Schubert.

‘Ik heb altijd een spirituele, mystieke aard gehad, altijd een diep heimwee gevoeld, maar wist niet waarnaar. Later bleek dat het heimwee was naar wie ik zelf ten diepste ben.

‘De zoektocht naar het mysterie van het leven ben ik vol aangegaan, vooral in de periode dat ik begin jaren negentig door neurologische problemen een tijdlang mijn stem ben kwijt geweest. Ik kon niet meer zingen en nog nauwelijks praten. Pas na een jaar kwam mijn stem langzaamaan terug. Ik dacht: als ik nooit meer kan zingen, wie ben ik dan? Toen het steeds beter ging, ben ik weer gaan zingen. Heel breekbaar allemaal, in het alternatieve circuit, waar ik me veilig en geborgen voelde en waar ik mijn verhaal in liedjes vertelde. In dat afpellen van mezelf kwam ik uit bij niets, ik was niets meer. Een zangeres zonder naam kan nog, maar een zangeres zonder stem? Nee, dat kan niet. Maar ik heb mijn stem en mezelf hervonden.’

Bij wijze van verrassing komt Lenny’s man Rob Frank de kamer in met de rode jurk die ze tijdens de finale heeft gedragen. De jurk is ontworpen door Frank Govers, die haar niet kende, maar ter inspiratie naar haar liedjes ging luisteren en haar van top tot teen bekeek. Hij kwam uit op een eenvoudig ontwerp, met hier en daar wat accenten. Zo zijn de wijd openvallende mouwen (handig voor een gitarist) geappliqueerd met kraaltjes en pailletten, evenals de zoom.

Frank is sinds 2003 naast haar echtgenoot ook haar manager. In een vorig leven was hij verslavings- en abortusarts. Uit een eerder huwelijk heeft Kuhr twee dochters. Tussen 1981 en 1993 was ze de partner van tekstschrijver Herman Pieter de Boer, die ook de tekst voor haar hit Visite heeft geschreven.

Inmiddels klinkt De troubadour dus regelmatig onder de vensters van oude mensen – sommige dingen gaan nooit voorbij. In de afgelopen vijftig jaar heeft ze het lied ook tijdens haar concerten gezongen, maar steeds ­vaker ook niet. Of enkel als toegift, omdat het publiek erop stond, of juist aan het begin, zo van: dan heb ik dat maar vast gehad. Soms kreeg het nummer een twist door een latin- of fadosausje. Maar Kuhr wil niet te veel aan het nummer prutsen; het is goed zoals het is.

De troubadour is haar dierbaar, het lied voedt haar nog steeds, het heeft magie, zegt ze. Wat dat is? ‘Magie kun je niet in woorden vatten, want dan zou het een formule worden.’

‘Het is geschreven in een drie­kwartsmaat, maar ik zing het niet ­direct op de 1. Het is muzikaal lastiger dan je denkt. Bij The Voice was er een vrouw die niet op het juiste moment kon invallen. Ik speel graag met de ritmische indeling van het lied, om het interessant en levendig te maken. Je moet altijd van A tot Z aanwezig en alert zijn, daar gaat het om, je mag niet op routine gaan zingen. Enige routine heb ik natuurlijk wel: ik hoef niet na te denken hoe ik mijn vingers op de snaren moet zetten of hoe ik aan het eind de spieren in mijn keel moet aanspannen.’

‘Als ik De troubadour zing, voel ik een vreugde die niet eens zozeer met het lied zelf te maken heeft, maar een vreugde die in alle dingen zit. Wat je in het vroege voorjaar hebt: alles is kaal en grauw en ineens komt het tot leven. Het verborgene is er al, alleen zien en voelen wij het niet. Het is de ­levensvonk die in alles aanwezig is, in de bomen, de dieren en in onszelf. Het is een vreugde die ten grondslag ligt aan alle dingen, ook aan de weemoed.’

Beeld Daniel Cohen

Na het winnen van het songfestival werd ze internationaal gelanceerd, vooral in Frankrijk heeft Kuhr veel opgetreden. De troubadour is in vijf talen uitgebracht, behalve in het Nederlands ook in het Frans, Spaans, Italiaans en Duits. Na haar winst in Madrid heeft ze nog het Songfestival in Via del Mar in Chili gewonnen, dat destijds veel groter was dan dat in ­Europa. Ze kwam toen uit voor Frankrijk met het lied Qui tant mieux en heeft nog president Allende een hand gegeven.

Kuhr zou nu eigenlijk optreden met haar theaterconcert Het lied gaat door, maar dat moest ze stopzetten vanwege de sluiting van de theaters. Zodra het kan, pakt ze haar gitaar en gaat op stap. ‘Het is voor een groot deel nieuw repertoire. Liedjes die troost bieden. Troost betekent dat je met iemand een pact sluit; je omarmt elkaar. Het houdt ook in dat je elkaars leed erkent en wie je ten diepste bent, het is het kennen van de tragedie van ons mens-zijn.’

Op de hoes van de cd Het lied gaat door staat een foto van Kuhr en haar twee muzikanten. Van de achterkant gefotografeerd, alle drie met een ­gitaar op de rug, een stoere jas aan, op weg naar weer een optreden. ‘Ik ben geen vedette. Als we optreden sjouw ik gewoon mee, ik help met het decor, en ik rol na afloop het kleed op.’

En het lied gaat door,

het lied gaat door

Het lied gaat altijd door

In een andere taal,

in een ander verhaal

Het lied gaat altijd door

Steeds verandert het

van zanger en decor

En het lied gaat altijd door.

Beste zangers

Lenny Kuhr is een van de artiesten die deelneemt aan twee speciale afleveringen van het populaire Avrotros-programma Beste zangers. Op 14 mei is de aflevering geheel gewijd aan songfestivalnummers en daarin zal Kuhr Birds van Anouk zingen. Andere deelnemers aan deze show zijn onder anderen René Froger, Edsilia Rombley en Maribelle. Op 30 mei volgt dat een Beste Zangers-aflevering met allerlei musicalnummers. In plaats van de finale van het Eurovisie Songfestival wordt op 16 mei een alternatief programma bij de NPO uitgezonden.

Verbetering: In de intro van een eerdere versie van dit stuk stond dat Lenny Kuhr in 1961 het Eurovisie Songfestival won. Dat klopt niet. Ze won, zoals elders in het stuk vermeld, in 1969.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden