Van twee kanten Vakantieliefde

De stoere zeeman en de jonge hostess. Dat sprookje kent u, maar nu is het negentien jaar later

De stoere zeeman en de jonge hostess. Dat sprookje kunt u vast dromen. Maar nu is het negentien jaar later. Het verhaal van de vakantieliefde tussen Albert en Zuléma van beide kanten verteld.

sasa Beeld sasa ostaja

Albert, 48

‘In de zomer van 2000 was ik net gestopt met de koopvaardij. Sinds mijn 20ste had ik non-stop gevaren als scheepswerktuigkundige en ineens leek het genoeg. Hoe verslavend varen ook altijd was geweest, de mannen, de havenbezoeken, de stormen, de verbroedering – alle cliché’s zijn waar – toen ik 30 was begon het leven als nomade me te vervelen en met natte wangen gaf ik de kapitein een hand om voorgoed te kiezen voor de wal. In die stemming, enigszins weemoedig maar met al weer een nieuwe baan op zak en tegelijk vol van een nieuwe, onbekende toekomst, ging ik een aantal weken later met twee vrienden op vakantie naar Puerto Vallarta. En wat doe je met drie mannen aan zee in Mexico? Je drinkt Sol uit emmers en kijkt naar vrouwen. Een van de eerste avonden stond ik met wat Nederlandse vrouwen in een discotheek toen ik ineens een prachtig zwart meisje zag op de dansvloer. Wie is zij?, vroeg ik. De Nederlandse hostess van Oad, antwoordden ze. Ik was betoverd, mijn interesse voor die andere vrouwen was meteen weg, gefascineerd door dat prachtige, gitzwarte meisje in een spijkerrok en een geel topje dat een en al leven en vrolijkheid uitstraalde. Ik was 30 en zij 22, dat topje, dat korte rokje, knap en jong, what is not to like. Ik liep op haar af en we dansten. Zonder zoals gebruikelijk eerst mijn kansen in te schatten, ik dacht niet na, verblind, recht op mijn doel af.

Ze bleek een pittige tante, en liet zich niet bepaald intimideren, toch zoenden we al snel op de dansvloer en ze vroeg me die nacht met haar mee. Alles was magisch met haar. Maar hoeveel waarde mocht ik daaraan hechten? Nog voor ik haar een beetje leerde kennen, herkende ik haar behoefte om altijd op reis te zijn, de dagen die nooit hetzelfde mogen zijn, de onrust die ik ook jarenlang had. Ik hield mezelf voor dat dit meisje een vakantiedingetje was. De dagen erna trokken we veel met elkaar op, maar op een dag werd ik ziek en besloot een avond in mijn hotel te blijven. Er werd op mijn deur geklopt en daar stond Zuléma, ik was verbaasd, dit hoorde niet bij de vrijblijvendheid waarvan ik dacht dat die tussen ons bestond, en op dat moment leek er een luikje open te gaan dat voorzichtig verliefdheid binnenliet. Tot die avond was het me nog gelukt haar af te doen als zomaar een erg leuk meisje, maar nu ze bezorgdheid had getoond, gaf ik mij gewonnen. Tijdens de rest van mijn vakantie werd ze me alleen maar dierbaarder, al waakten we ervoor over iets als toekomst te beginnen. Haar behoefte aan ongebonden te zijn, hoefde ze mij niet uit te leggen. Zij zat midden in een state of mind, waar ik nog maar net een paar maanden uit gekropen was. Ik begreep haar, zij was als ik. En het laatste wat ik wilde, was haar dwingen tot een gebonden leven op een plek.

Op mijn laatste dag namen we afscheid. Ineens zei ze: ‘je kunt ook hier blijven’. Heel eenvoudig klonken die woorden en niet wetend wat te zeggen kon ik, de grote zeeman, alleen maar huilen. Ik kon toch niet blijven, ik had net een nieuwe baan? Maar één ding stond vast: vanaf nu was zij mijn meisje, en ik zou op haar wachten zo lang ze wilde. ‘Zorg dat je een computer koopt’, zei ze nog vlak voor ik vertrok, ‘want ik zit op icq.’ Geen flauw idee had ik, dat mensen in 2000 begonnen waren met het communiceren via computers, ik was gewend vanaf zee eens per week met mijn moeder te bellen en dat was het. Maar bij thuiskomst ging ik meteen naar de winkel en installeerde er een, en nog herinner ik me de nerveuze opwinding van het gekluisterd zijn aan dat scherm, de lichtende plaatsvervanger van haar, en dan het turen, heeft ze al geantwoord, heeft ze al geantwoord?

Zuléma bleek niet van plan zich te laten opjagen. Haar reislust was na Mexico nog lang niet geblust en na Puerta Vallarta vertrok ze voor een half jaar als hostess naar een skigebied. Maar toen ze daar zat, stuurde ik haar een catalogus met chique meubelen met de mededeling dat ik een flatje had gevonden en dat ze mocht uitzoeken wat ze maar wilde, ik zou alles in orde maken voor haar zelfgekozen terugkomst. Achteraf denk ik, ik had ook gewoon een Ikea-gids kunnen sturen, maar ik wilde indruk maken en had toch een hele Zilvervloot gespaard tijdens mijn zeemansjaren. Ik was eraan toe, mijn hart zei dat ik toe was aan verantwoordelijkheden. Nadat ze een tijdje terug was hebben we samen nog tweeënhalf jaar op Tenerife en Maleisië gewoond, nu is het Almere voor de kinderen, maar als die groot zijn, vertrekken we weer.’

Zuléma , 41

‘Werken en uitgaan was alles wat ik deed als 22-jarige hostess van Oad in Puerta Vallarta. Het was mijn eerste officiële baan en ik vond het geweldig, zo duizelingwekkend vrij was ik nergens ooit eerder geweest. Die avond in 2000 zag ik een grote gespierde man de dansvloer op komen, hij had een charmant spleetje tussen zijn tanden en ik sprak hem aan, brutaal, recht op mijn doel af, zoals ik gewend was. Maar hij bleek Nederlands en mijn interesse taande onmiddellijk, want ik had niks met het thuisland. Toch dansten we de hele avond, want voor een white guy danste hij geweldig goed en toen ik ’s nachts naar huis wilde, zat hij te wachten bij de uitgang. ‘Wat doe je hier’, vroeg ik. ‘Ik wacht op jou’, antwoordde hij, ‘je vroeg me toch met je mee te gaan?’ Ai, vergeten, maar oké, gezellig, kom maar. Zoiets moet ik geantwoord hebben en de dagen erop trok ik veel met hem en zijn vrienden op, overdag naar het strand, ’s avonds naar de discotheek. Maar op een avond bleek Albert ziek in het hotel achtergebleven. Eerst haalde ik mijn schouders en vermaakte me alleen, vasthoudend aan die autonomie waarop ik zo verzot was geraakt en die mij een gevoel van rijkdom gaf. Maar later op die avond besloot ik toch een kijkje te nemen. Verrast deed hij zijn hotelkamerdeur open en samen liepen we naar het strand waar we elkaar ons leven hebben verteld. Ik over mijn haast om alles mee te maken wat er maar te beleven valt omdat mijn vader heel jong is overleden. En hij over de grote vaart, over alle landen waar hij was geweest en dat hij was gestopt omdat hij een thuis miste.

Daar zat hij, naast me in het zand, gevoelig, zorgzaam. En plotseling drong het tot me door dat ik zelden een man zo zonder voorbehoud tegen mij had horen praten. De dag voor zijn vertrek stond hij onaangekondigd voor mijn deur. Hij riep iets, onderaan de trap. Wat zeg je, vroeg ik, herhaal dat eens? En hij antwoordde: wil je met me trouwen. ‘Ha, mafkees’, schaterde ik. ‘Je kent me net een paar weken.’ Het leek me beter niet te hard van stapel te lopen, hij verlangde naar rust, ik naar spanning, onze levens matchten niet, en timing is alles in de liefde. Als troost bracht ik hem naar het vliegveld maar daar bleek zijn vliegtuig overboekt. Je kunt ook nog een paar dagen hier blijven, stelde ik voor en ik begreep niet waarom hij huilde. Maar op dat moment, en in de weken erna begon ik van hem te houden. Zodra hij geland was in Nederland, begonnen het icq’en, het was 2000, zelfs msn bestond nog niet. Nog steeds voel ik die felle steken van verliefdheid als ik opnieuw dat ‘oh-oh’ icq-toontje hoor dat een nieuw berichtje aankondigde. Een blije golf van verwachting. Mijn reserve verdampte, deze man begreep mijn gulzigheid voortdurend te willen reizen en indrukken te willen opdoen zonder me te willen remmen. Maar het was niet alleen met begrip dat hij mijn hart stal, hij gaf me vooral alle vertrouwen in zijn rotsvaste liefde voor mij.

Toen ik na Mexico een week naar Nederland kwam, voor ik verder reisde naar een skioord in Frankrijk, stond hij met rozen op Schiphol. Mijn altijd relativerende moeder die er ook was, zei, schat, die man is acht jaar ouder dan jij, weet je zeker dat je dat wilt? Maar ook zij was onder de indruk van mijn stoere, romantische zeeman. Een paar maanden later kwam hij mij voor mijn verjaardag opzoeken in de sneeuw. Samen hebben we een week lang gesnowboard en toen bleek dat we ook nog eens veel plezier konden hebben, wist ik het zeker. Na de sneeuw heb ik het geprobeerd, een baan in Nederland, en een huis, maar na een tijdje begon het toch weer te kriebelen. En dit keer ging Albert met me mee. Hij zegde zijn baan op en drieënhalf jaar hebben we in Turkije, Tenerife en Maleisië gewoond. Eerder had hij mij in Brazilië ten huwelijk gevraagd. We zaten aan het strand toen hij wat onhandig zat te klooien in zijn zakken, hij ging met veel omhaal naar de wc en kwam terug met een doosje met daarin een ring: ‘De eerste keer heb je me geweigerd, wil je nu wel?’ Ik was dolgelukkig, belde meteen mijn moeder die lachte: ‘Heb je ja gezegd? Had hem nog even laten hangen!’ Inmiddels hebben we twee kinderen en wonen we in de polder. Ik heb het geprobeerd, hier aarden, settelen, en ik snap dat continuïteit goed is voor kinderen, maar als we morgen een aanbieding krijgen voor werk aan de andere kant van de wereld, dan pak ik direct mijn koffers.’

De achternamen van Albert en Zuléma zijn bekend bij de redactie.

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie. Meedoen? Mail: lust@volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden