Opinie

'De seculiere staat legt de gelovige niets in de weg'

Sommige gelovigen beroepen zich op de scheiding van kerk en staat om hun privileges te behouden, schrijft August Hans den Boef.

Beeld Thinkstock

Relistress. Daaraan lijden volgens ChristenUnie-Kamerlid Gert-Jan Segers veel van zijn collega's. Zij zien namelijk elke uiting van geloof in het publieke domein als verdacht. Segers signaleert dan ook een opmars van wat hij de 'liberaal-seculiere agenda' noemt, nu het CDA niet meer in de regering zit en de SGP geen gedoogrol meer vervult.

Zondagsheiliging
Dat het kabinet af wil van de verplichting voor gemeenten om het vervoer te betalen voor leerlingen die naar een religieuze school willen, vindt Segers - ik citeer - 'bizar en onnodig. Waarom is er geen enkele consideratie meer met de christelijke minderheid? Dan laat een kabinet pas zijn ware kracht zien; als het ook overtuigingen van de minderheid respecteert.' Uiteraard krijgt zijn filippica alle steun uit CDA en SGP, zeker nu hun zondagsheiliging op de tocht staat.

Segers c.s. vatten precies samen waarom er de laatste tijd problemen zijn met religieuze minderheden. Die leggen zich niet neer bij hun minderheidspositie en willen zowel ongehinderd door wetten en regels hun eigen levensregels kunnen toepassen als eveneens andersdenkenden dwingen volgens die regels te leven. Vroeger vormden christenen in ons land demografisch de absolute meerderheid en kreeg hun gelovige wil automatisch kracht van wet. Van consideratie met minderheden was heel lang weinig sprake, zelfs niet met andersdenkende christenen, laat staan met anders gelovigen of ongelovigen.

Ook van godsdienstvrijheid repten de dominante christenen zelden. Scheiding tussen kerk en staat gold destijds als een liberale anomalie die ten koste van alles moest worden tegengehouden. Allerlei demografische ontwikkelingen hebben echter aan deze situatie een einde gemaakt. Onderwijs, mobiliteit en migratie zijn er enkele.

Rotsvast geloof
Lees Oek de Jongs roman Pier en oceaan, waarin het recente secularisatieproces van de synodaal gereformeerden boeiend beschreven wordt. De generatie van de grootouders koestert daar een rotsvast geloof, die van de ouders schippert tussen kerk en wereld en die van de kinderen ten slotte, ziet in de puberteit het geloof uit haar leven wegsijpelen. Zo'n proces heeft niets met agenda's of complotten te maken.

Omdat gelovigen zich niet willen neerleggen bij hun nieuwe positie, en voor hen als kleine minderheid dus ook geen 'Arabische Lente' daagt, gaan ze shoppen in juridische en andere vertogen die ze tot nu toe meden. Zo 'ontdekken' ze opeens de vrijheid van godsdienst en interpreteren ze die als het recht om uit religieuze motieven boven de wet te staan en privileges te claimen boven andere burgers. De vermaledijde scheiding tussen kerk en staat 'omhelzen' ze nu warempel, zij het niet in de zin dat de kerk zich afzijdig houdt van overheidszaken.

Nee, ze stellen dat de staat gelovigen niet de wet mag voorschrijven. En wanneer die wet door een overgrote parlementaire meerderheid en door talloze internationale verdragen wordt gesteund? Dan doen gelovigen beroep op compassie en consideratie jegens een minderheid. Maar compassie of consideratie vertegenwoordigen geen recht waarop men een beroep kan doen. Evenmin als respect (waarvan gelovigen ook menen dat het hun automatisch toekomt).

Jongensbesnijdenis
Maar is het allemaal zo vreselijk wat Nederlandse gelovigen als Segers boven het hoofd hangt in een tijdperk dat de religieuze partijen tezamen slechts 21 Kamerzetels hebben? Wat is de impact van dreigende wetten en regels? De eerste categorie raakt slechts de betreffende gelovigen. Een verbod van jongensbesnijdenis bijvoorbeeld, of het niet toestaan van weigerambtenaren. Evenals het opheffen van hun uitzonderingspositie op het verboden ritueel slachten. Ook al vinden we deze maatregelen volkomen juist, we kunnen ons voorstellen dat gelovigen daartegen bezwaar maken.

Dat geldt minder voor de tweede categorie effecten, waarbij gelovigen slechts in hun portemonnee worden geraakt. Neem de situatie waarin een parlementaire minderheid kiest voor het afschaffen van kinderbijslag en andere kroostsubsidies. Een gelovige kan dan nog steeds vijf of meer kinderen nemen (wat hij zelf 'krijgen' noemt), al maakt hij uiteraard meer kosten. Dat geldt eveneens voor het 'bizarre' zelf betalen van het vervoer van zijn kinderen naar een veraf gelegen school die strookt met zijn geloofsrichting. Idem met het bijzonder onderwijs op die school, dat nu nog via het heilloze artikel 23 uit de staatskas wordt gefinancierd.

Achterhoedegevecht
Volstrekt geen begrip echter valt op te brengen voor de bezwaren die gelovigen maken tegen wetten en regels uit de derde categorie. Want die heeft namelijk geen enkel effect op het leven van gelovigen en daarin voeren ze dus een hinderlijk achterhoedegevecht. Het gaat immers om wetten en regels die juist het leven van andere burgers op een negatieve manier beïnvloeden en die dezen dan ook graag willen veranderen. Ook in de afweging dat hun gelovige medeburgers door die veranderingen niet worden getroffen. Ook na de afschaffing van de Zondagswet - op voorspraak van D66 - kunnen gelovige middenstanders hun zaak potdicht houden. Daarbuiten zal het wat levendiger zijn, maar niemand beperkt ook daar het leven van gelovigen. Zoals dat ook nu al niet op vrijdag voor moslims en op zaterdag voor joden gebeurt.

En stel dat een parlementaire meerderheid besluit tot versoepeling van alles wat Segers c.s. vies en voos vinden. Zoals het toestaan van stamcelbehandelingen, verplichte donorregistratie, verwijsrecht bij euthanasie, ruimere mogelijkheden voor levensbeëindiging en abortus, afschaffing strafbaarheid bij stervenshulp, verandering van het alimentatiestelsel, modernisering van het huwelijksvermogensrecht en afschaffing van trouwen in gemeenschap van goederen? In zo'n situatie hoeft nog steeds geen enkele gelovige te kiezen voor euthanasie, abortus, orgaandonatie, scheiden of het afstaan van stamcellen. Er is dan ook geen sprake van Segers' 'liberaal-seculier' complot om gelovigen te pesten.

Hardleers
Wetten en regels worden bepaald door democratische parlementaire organen, waarvan de leden een afweging hebben gemaakt tussen religieuze belangen en andere. In een democratische rechtsstaat proberen tegenstanders politieke partijen met argumenten te overtuigen van de onjuistheid van die wetten en regels opdat een afweging in hun voordeel wordt gemaakt. Gelovigen blijven echter hardleers hameren op hun oude privileges, ook als hun eigen leven nauwelijks of in het geheel niet door nieuwe wetten en regels wordt beïnvloed.

Er zijn politici en anderen die menen dat religie en een democratische rechtsstaat niet samengaan. Ik vind dat een 'bizarre' stelling. Al was het alleen omdat de Nederlandse Verlichting een sterk protestants karakter had. Maar men heeft wel een punt als het om gelovigen gaat die claimen boven de wet te staan en als minderheid anderen willen voorschrijven naar hun strikte opvattingen te leven.

August Hans den Boef is auteur van Nederland seculier!, God als hype.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden