De schijnveiligheid van het cameratoezicht

Langzaam maar zeker komt Nederland onder cameratoezicht te staan. In het straatbeeld lijkt de opmars van de bewakingsindustrie amper nog te stuiten....

Van onze verslaggever Philip van de Poel

Volgens Van der Bijl wordt het publiek voor de gek gehouden. 'Het is een mooi zichtbare, politieke daad, maar zonder een helder draaiboek en een duidelijk doel werkt het niet.' Om de kwaliteit van het cameratoezicht te waarborgen presenteren de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie rond de zomer een gezamenlijke richtlijn.

A. Voermans, beleidsmedewerker bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, herkent Van der Bijls kritiek. 'We constateren dat de organisatie die nodig is voor effectieve camerabewaking vaak wordt verwaarloosd. Door camera's op te hangen zonder adequate organisatie ontstaat een schijnveiligheid.'

Met 1050 camera's op 36 stations is de NS groottoezichthouder. Minister Netelenbos trok vorige week 10 miljoen gulden uit voor 300 extra camera's. Onder het beveiligingspersoneel en de Spoorwegpolitie op het Utrechtse Centraal Station bestaat scepsis over de maatregel. Op het station is nu al te weinig personeel aanwezig om de videobeelden te kunnen volgen. Er kan dus evenmin worden opgetreden naar aanleiding van videobeelden.

Het rendement wordt volgens personeel en politie verder ondergraven door het stationsmanagement. De inrichting van het station wordt volgens hen geregeld zonder overleg veranderd, waardoor camera's die op kaartautomaten gericht stonden nu in het luchtledige filmen.

De Leidse criminoloog A. Hauber, die in opdracht van de NS onderzoek deed op grote stations in de Randstad, vindt dat de NS verkeerde prioriteiten stelt. 'Al die miljoenen worden te eenzijdig besteed. Personeel is een veel gunstiger investering dan camera's.'

R. Maaskant, manager facilitaire zaken van NS Stations, verwerpt de kritiek. Volgens hem werkt ieder station met een integraal veiligheidsplan, waarin cameratoezicht een laatste, aanvullende stap is. Hij verwacht dat de in Utrecht gesignaleerde incidenten nog deze zomer verdwijnen dankzij de komst van een centrale regiekamer in Amsterdam. Daar worden dan de beelden van de zeven regionale meldkamers bekeken. De tendens om het groeiend aantal camerabeelden centraal te registreren, tekent zich ook af bij het Rotterdamse vervoersbedrijf RET.

Volgens de critici wordt zo het paard achter de wagen gespannen. De afstand tussen waarneming en optreden wordt groter, terwijl de geloofwaardigheid van het cameratoezicht staat of valt bij snelle opvolging. 'Als mensen er niet blindelings op kunnen vertrouwen dat er bij een incident binnen twee minuten hulp is, is de preventieve werking van cameratoezicht zo weg', waarschuwt Voermans.

Hoe belangrijk de menselijke factor is bij het waarnemen en interpreteren van camerabeelden, blijkt uit het verhaal Deniss Tofangdarzadeh. De Utrechter van Iraanse komaf werd ruim twee weken geleden op basis van videobeelden aangehouden in de Bijenkorf op verdenking van winkeldiefstal. Betaalbewijzen konden het bewakingspersoneel niet vermurwen. 'De bewakers bleven twee uur doorgaan over een leren jas die ze op de videobeelden hadden gezien.' Het winkelmanagement moest naderhand toegeven dat de aanhouding op een vergissing berustte; een zwarte blouse was abusievelijk aangezien voor een leren jas.

'Dit verhaal laat zien hoe makkelijk je in de fout kunt gaan met waarneming op basis van videobeelden', zegt C. van der Vijver, hoogleraar politiestudies van de Universiteit Twente.

'Een camera blijft een stuk gereedschap', zegt Binnenlandse Zaken-medewerker Voermans. 'Als je niet weet hoe je ermee moet omgaan, wordt het geknoei.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden