Column Thomas van Luyn

De rechtbanktekenaar doet goddank niet mee aan dat banale hyperrealisme van een foto

Vroeger wist je hoe een BN’er eruitzag doordat je aanwezig was bij zijn openbare executie, of omdat je hem langs had zien rijden in een koetsje. Alleen hardcorefans hadden beide gezien.

In de 19de eeuw kwamen daar standbeelden bij. Mannen van wie de gemiddelde poepschepper weliswaar geen idee had wie het waren, maar het BN’er-spotten was geboren. Dood waren ze meestal wel. De enige levende BN’er was de koning – een nieuw beroep dat was overgewaaid uit Frankrijk. Zijn snuit stond op postzegels en geld, zodat je hem zou herkennen, mocht je hem tegenkomen (vond-ie leuk).

Toen kwamen fotografie en film, en weg was de mysterieuze aura rond onze celebs. Schrijvers bleken lelijk, de koningin had een raar loopje. Een ontluisterende ontwikkeling die leidde tot waar we nu zijn, een tijd waarin we de smoel van elke jan doedel die ooit iets in het openbaar heeft gedaan kunnen inspecteren. In HD, tot diep in de diepste porie.

Behalve in de rechtbank. De rechtbanktekenaar doet goddank niet mee aan dat banale hyperrealisme. Hij schetst like it’s 1899. Dat leek me altijd een heel prima baantje voor mij. Ik kan namelijk voor geen meter tekenen, en laat nou net een voorwaarde zijn, dat de verdachte niet té herkenbaar mag worden afgebeeld. Ik denk dat ik, met mijn talent, heel ver uit de buurt van herkenbaarheid kan blijven. En zelfs al was ­privacy geen bezwaar, de boef is allang opgespoord, gevangen en voor het gerecht gesleept, dus Opsporing verzocht heeft er niks aan. De enige reden dat die tekenaar daar zit, is dat mensen alles met hun eigen ogen willen zien, vooral als het ze geen zak aangaat en ze er niks van opsteken. En zo krijg je die vreemde rechtbankkunst, die zo dwingend is van vorm: het perspectief is altijd linksachter de beklaagde, dus daar zal wel het vaste rechtbanktekenaarsstoeltje staan. Altijd is de advocaat die ernaast zit afgebeeld. Om een beetje diepte te geven?

De voorpagina van De Telegraaf, beroemd om zijn moedige en brutale kleurgebruik, leent zich uitstekend voor deze unieke kunstvorm. Daar zit hij, de boef met de asymmetrische, scheve ogen en vreemd, onnatuurlijk piekhaar, afgebeeld in glorieus wascokrijt. Felle kleuren en grove streken. Ik weet niet tot welke school het rechtbanktekenen gerekend moet worden: abstract is het niet, maar figuratief is ook te veel eer. Eigenlijk is het een karikatuur van ­iemand van wie je niet weet hoe hij er echt uitziet. Ja, denk daar maar eens even goed over na, we begeven ons op behoorlijk postmodern terrein.

Je kunt dan ook niet anders dan medelijden hebben met de rechtbanktekenaar die ineens Holleeder voor zijn neus krijgt. Iedereen weet hoe Holleeder eruitziet. Voor het eerst in zijn leven moet de rechtbanktekenaar een portret afleveren in de Realistische Stijl. Wat nu? Een foto overtrekken dan maar? Probeer maar eens een foto van de linksachterkant van ­Holleeder te vinden. Ik zou tegen die tekenaar willen zeggen: teken wie je wilt daar in het beklaagdenbankje, want het gezicht is al bekend. Teken een smurf. Of een poes. Of die snobs van de kunstacademie die vonden dat je geen talent had, zet die maar eens lekker voor de rechter. Of nee, je vader! Ha, wordt het toch nog kunst.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden