Column Chris Oostdam

De P&O-medewerkster weet me vooral te vertellen dat er veel informatie op internet te vinden is

Behalve allerlei emotionele en sociale gevolgen van mijn ziekte, begin ik me langzamerhand ook af te vragen wat een en ander op financieel gebied te betekenen heeft.

Ik begin maar eens met internet. Ik ben een tijd bestuursrechter geweest, maar de regelgeving is op een aantal punten inmiddels veranderd en het is toch best lastig om uit te vogelen wat al die informatie voor mijn persoonlijke situatie betekent, zelfs voor een slimme, hoogopgeleide meid die niet geheel onbekend is met de materie.

Ik vraag een gesprek aan met een medewerkster van de afdeling P&O, Personeel & Organisatie. Ik heb haar naam gekregen van de bedrijfsarts als degene die mijn vragen op dat terrein zou kunnen beantwoorden. Ik mail haar om een afspraak te maken en vermeld daarbij waarom ik graag een gesprek met haar wil hebben. Ze reageert snel, wat fijn is, en we maken een afspraak. Ik neem Ronald mee. Die kan goed luisteren en heeft misschien iets meer afstand waardoor hij ook kritische vragen kan stellen.

Vrijwel het eerste dat deze medewerkster ons meldt is dat zij niet de aangewezen persoon is om mijn vragen te beantwoorden. Dat is een collega van haar die nu met vakantie is. Verder zou mijn leidinggevende met mij een gesprek moeten aangaan in het kader van de Wet Poortwachter. Ze lijkt wat verontwaardigd dat dat nog niet gebeurd is. Klein probleempje: mijn huidige leidinggevende houdt er per 1 oktober mee op en het is nog volstrekt onduidelijk wie haar opvolger gaat worden. Los daarvan: bij de Wet Poortwachter gaat het om de inspanningen die de werkgever heeft verricht ter bevordering van de reïntegratie van de zieke werknemer, niet om de financiële consequenties van het ziekzijn voor de werknemer.

Verder weet de P&O-medewerkster nog te melden dat ik nooit meer 100% beter zal worden gemeld omdat ik ongeneeslijk ziek ben, dat mijn inkomen na 1 jaar terugvalt naar 70%, dat er een versnelde procedure is voor mensen zonder reïntegratievooruitzichten. En dat er veel informatie is te vinden op internet.

Ik hoor werkelijk niets wat ik al niet wist. En wat ze vertelt is dan ook nog onvolledig en op een aantal punten onjuist. Op zichzelf had ik er wel rekening mee gehouden dat ze niet alle vragen zou kunnen beantwoorden, en dat ze sommige dingen misschien nader zou moeten uitzoeken. Maar dit verbijstert me. Ze komt niet verder dan wat algemene opmerkingen, afschuiven naar anderen en verwijzen naar internet. En, wellicht erger, ze doet ook geen enkele moeite te achterhalen wat ik nu eigenlijk wil weten. Maar waarom is ze dan dit gesprek aangegaan?

Wat een gênante vertoning! Er ligt een scherpe opmerking op het puntje van mijn tong. Maar dan zie ik dat ze rode vlekken in haar hals heeft. Kennelijk voelt ze zich zelf ook erg ongemakkelijk over dit ‘gesprek’. Ik slik mijn opmerking daarom maar in, bedank haar vriendelijk, en we vertrekken. Ik moet maar eens op zoek naar iemand met verstand van zaken die mij wél kan vertellen wat mij te wachten staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.