Het eeuwige leven Gérard Mertens (1918-2018)

De ongekroonde koning van de boeren

Gérard ‘Sjra’ Mertens wist het runnen van een boerderij te combineren met tal van bestuurstaken. ‘Hij was doelgericht en kon bruggen slaan.’

Gérard Mertens

‘Wat Jan heeft gezegd, daar ben ik er een van’, bekende Gérard (‘Sjra’) Mertens. Hij doelde op de uitspraak van zijn Brabantse naamgenoot en voorzitter van het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) Jan Mertens die in 1968 in Sneek de stelling lanceerde dat ‘de economische macht in Nederland geconcentreerd was bij tweehonderd personen. ‘De tweehonderd van Mertens’ werd een begrip.

Dat Gérard Mertens daar één van was, lag voor de hand. In 1969 stond Gérard Mertens aan de basis van de oprichting van de verzekeraar Interpolis. Hij was voorzitter van de raad van toezicht van de Boerenleenbank. En samen met de Zeeuw Bram Verhage van de Raiffeisenbank zou hij vier jaar later de Rabobank oprichten.

Hij was jarenlang voorzitter van de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond en werd de ongekroonde koning van de boeren in Nederland genoemd. En hij had zijn tentakels diep in de politiek. Van 1952 tot 1979 was Gérard Mertens senator voor de KVP. ‘Niemand in het netwerk kon in die periode om Gérard Mertens heen, ook Sicco Mansholt niet’, aldus LLTB- voorzitter Léon Faassen.

Maar hij bleef op de achtergrond, terwijl vakbondscollega Jan Mertens veelvuldig de krantenkoppen haalde. Gérard Mertens overleed 12 november in Venlo op 100-jarige leeftijd, 18 jaar na Jan Mertens, die overigens geen familie van hem was.

Gérard (in midden-Limburg uitgesproken als ‘Sjra’) kwam uit een echte boerenfamilie. Zijn vader had de Hoverhof in Hout-Blerick bij Venlo, een gemengd bedrijf met koeien, paarden, kippen, fruitbomen en asperges. Gérard was voorbestemd zijn opvolger te worden. Na de Lagere Landbouwschool kwam hij in het bedrijf terecht en toen zijn vader jong overleed kreeg hij de verantwoordelijkheid. Dat weerhield hem er niet van bestuurlijk actief te worden.

In 1938 werd hij voorzitter van de Rooms Katholieke Jonge Boerenstand in Limburg. Tijdens de oorlog vonden op de Hoverhof talrijke onderduikers onderdak. Meteen na de oorlog werd hij in 1946 op 28-jarige leeftijd voorzitter van de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Deze belangrijke positie in Limburg was de springplank naar een bestuurlijke carrière als boerenvoorman in Nederland en in de politiek. Na het raadslidmaatschap in Venlo en de Provinciale Staten van Limburg volgde het Kamerlidmaatschap.

In 1957 werd hij voorzitter van de Raad van Toezicht van de Boerenleenbank en de latere Rabobank. ‘Dat hij naast het exploiteren van een boerderij zoveel bestuurstaken kon combineren, heeft volgens zijn zoon Leo Mertens te maken met zijn effectieve manier van werken. ‘Hij was doelgericht, drong snel tot de kern van de zaak door en kon bruggen slaan. Daarnaast had hij een ijzersterk gestel. Niet voor niets is hij zo oud geworden en helder van geest gebleven.’ Ook had hij het geluk dat zijn ongehuwde broer Coen op de boerderij bleef wonen en werken.

Behalve een no-nonsense bestuurder was hij ook een geëngageerd katholiek denker. Maar hij kende ook teleurstellingen. In 1974 keerden katholieke boeren zich tijdens een protestmanifestatie tegen de centrale landbouworganisaties, omdat ze door de oliecrisis niet meer renderend zeiden te kunnen produceren. Mertens vond die protesten onterecht en gaf enkele bestuursfuncties op.

Na zijn pensioen zette hij zich in voor tal van instellingen op het gebied van cultuur en ziekenzorg. Zo was hij jarenlang voorzitter van het ziekenhuisbestuur van Venlo.

Paardrijden was een van zijn grote passies. In 2007 verscheen zijn biografie Achteraf Bekeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.