De nieuwe missie

Vanwege het priestertekort zijn nu al honderd buitenlandse priesters werkzaam in de Nederlandse rooms-katholieke kerk. Op bezoek bij de nieuwe missionarissen.'Het was wel even wennen, hoor.'..

Liefkozend glijden de handen van de pastoor langs de kleurigekazuifels. Hij haalt een glanzend wit exemplaar met felgekleurdeen zilveren borduursels uit de kast. 'Die komt uit India. Diebewaar ik voor doopplechtigheden, want zo'n mis moet extravreugde uitstralen.'

Georges Paimpallil is pastoor in de St. Gertrudiskerk in deUtrechtse rivierenwijk. 'George', zoals hij in de pastorie dooriedereen wordt genoemd, komt uit de Indiase deelstaat Kerala. Hijis een van de naar schatting honderd buitenlandse priesters diede rooms-katholieke kerk inmiddels naar Nederland heeft gehaaldom het hoofd te bieden aan het priestertekort. En hun aantalgroeit, vooral de laatste jaren.

'Een volstrekt logische ontwikkeling', vindt Frans Wijsen,hoogleraar missiologie in Nijmegen. 'Waarom zou de globaliseringaan de kerk voorbijgaan? In Europa is een tekort aan priesters.In andere werelddelen is juist een overschot. Dus vindt eruitwisseling plaats.' De 'nieuwe missionarissen', zoals ze in dewandelgangen worden genoemd, komen vooral uit India, Ghana,Ethiopië, Afrika, Vietnam, de Filipijnen, Polen en soms zelfsuit China. De omgekeerde missie is een feit.

De zondagsmis in de St. Gertrudiskerk is nog niet afgelopen,of de kinderen rennen gillend de pastorie in om er verstoppertjete spelen. Achter in de kerk draaien vrijwilligers dethermoskannen koffie open voor de kerkgangers. Een initiatief vanpastoor George die, gemeten naar zijn koffieconsumptie, met vlagen wimpel is geslaagd voor zijn inburgeringscursus.

'Het was wel even wennen hoor', bekent Lenie van Geffen,vrijwilligster in de Gertrudiskerk. 'Toen ze hem voor het eerstzagen, vroegen veel mensen: ''Goh, krijgen we een zwarte?'' Maardat was snel voorbij, want hij is een heel warme, innemendepersoonlijkheid. Dat heb je vast wel gemerkt. Alleen jammer vandat accent.'

Vroeger telde de Nederlandse rooms-katholieke kerk vierpriesters per parochie. Nu houdt één priester vaak vierparochies draaiende. Veel priesters staat het water aan delippen. Zeker nu de laatste jaren ook nog eens het aantalpastoraal werkers daalt.

In Afrika en Azië is het westerse geklaag over hetpriestertekort soms moeilijk invoelbaar. De Ghanese kardinaalPeter Turkson, die priesters naar Canada, Amsterdam en Amerikaheeft gestuurd, zei vorig jaar op een persconferentie dat het inzijn land heel normaal is dat mensen 5 à 15 kilometer lopen omeen eucharistieviering bij te wonen. 'En jullie hebben allemaalauto's en fietsen', merkte hij op. 'Voor een mis hebben julliehet er niet over om vijftien of dertig minuten te reizen. Maarvoor een voetbalwedstrijd wel.'

Petros Berga glimlacht. In zijn popperige pastorie aan deEdamse Voorhaven maakt hij duidelijk dat het priestertekort inNederlandgeen luxeprobleem is. 'Edammers gaan niet naar Volendamvoor de mis. En andersom ook niet. De mensen hebben een sterkeband met hun lokale geloofsgemeenschap en zelfs met hunkerkgebouw. Dat is hun geestelijk huis. Ze zijn zelfs niet bereidop een andere plek in de kerk te gaan zitten', vertelt Berga, diegraag heeft dat de parochianen tijdens de zondagsmis bij elkaargaan zitten, zodat de kerk wat voller lijkt. 'Dan krijg ik tehoren: ik zit al veertig jaar op de achterste bank, mijnheerpastoor, en daar blijf ik zitten.'

De Utrechtse kerkhistoricus Ton van Schaik denkt datbuitenlandse priesters in Europa niet meer weg te denken zijn.'Zelfs in Italië wemelt het van de gekleurde priesters. Enwaarom zouden hier wel Poolse loodgieters werken en geen Poolsepriesters?', vraagt Van Schaik, om vervolgens zelf het antwoordte geven. 'Ze komen natuurlijk wel vaak uit conservatievetradities en hebben opvattingen die bij ons in de jaren vijftigleefden. Ik verwacht toch kortsluiting op gevoelige terreinen alsseksuele ethiek, scheiding kerk en staat. Maar misschien is datook hoogmoed. We denken in Nederland natuurlijk al snel datanderen ons niets te leren hebben.'

Petros Berga, in zilvergrijs pak, met een zilveren kruisjeop zijn revers, gaat er eens goed voor zitten. 'Ja, iedereendenkt dat buitenlandse priesters conservatief zijn en de wil vande bisschoppen aan de parochies komen opleggen. Mijn traditiespreekt een woordje mee, dat zal ik niet ontkennen. Maar ik werkbinnen de Nederlandse context. Ik sta open voor dialoog enluister naar argumenten.'

Buitenlandse priesters zijn misschien conservatiever dan degemiddelde Nederlandse priester, meent de Nijmeegse hoogleraarFrans Wijsen, 'maar ze zijn beslist niet behoudender dan depriesters die nu van de priesteropleidingen afkomen. Hoe jonger,hoe conservatiever.'

In de Gertrudis-pastorie hangen portretten van de drievroegere pastoors aan de wand. Het zijn zwartwit-foto's vangrijze, ernstige, bebrilde, oude mannen in saaie pakken. Eengroter contrast met de jonge, zwarte, goedlachse in trui gestokenPaimpallil (35) is nauwelijks mogelijk. Soms probeertvrijwilliger Nico van Geffen zijn Indiase pastoor een heel kleinbeetje bij te sturen. Als de kinderen tijdens de mis erglawaaierig zijn, moet de pastoor toch ingrijpen? En soms komenmensen wel heel erg onverzorgd naar de kerk. Maar Paimpallil zegtaltijd: Nico, dat hoort er allemaal bij.

Buitenlandse priesters hebben het vaak moeilijk in Nederland.God leeft hier alleen op zondag. En zelfs dat geldt lang nietvoor iedereen. De kerk speelt geen rol bij de besluitvorming overbelangrijke ethische en sociale kwesties. In zo'n omgeving is hetmoeilijk niet van je geloof te vallen. Menig buitenlandsepriester keert teleurgesteld huiswaarts.

De Ethiopiër Berga knikt. 'Ik heb mijn theologiestudie inUtrecht overleefd. Dat was voor mij de moeilijkste tijd. Je hoortde hele dag verschillende geloofsinterpretaties van verschillendeprofessoren, en daarna moet je het allemaal zelf maar uitzoeken.'

Georges Paimpallil vindt dat hij goed is voorbereid. 'Ikkreeg een heel eerlijke brief van kardinaal Simonis over de kerkin Nederland. De kerk hier is klein. Maar de christelijke geestheerst wel in de mensen. Als ergens ter wereld een ramp gebeurt,trekken Nederlanders als eerste hun portemonnee. Daar houd ik meaan vast.'

De nieuwe missionarissen willen niet graag vergeleken wordenmet de missionarissen van vroeger. Ze komen hun wereldkerk inEuropa een steuntje in de rug geven totdat we hier de malaisete boven zijn. Ze komen niet om zieltjes te winnen. 'Wij brengenook niets nieuws. Het christendom is hier al zo verankerd in desamenleving', benadrukt Paimpallil. 'Ik ben hier tijdelijk meernodig dan in mijn eigen land. Maar zodra jullie weer genoegpriesters hebben, ga ik terug.'

Kortom, de nieuwe missionarissen hebben beduidend minderpretenties dan hun Westerse voorgangers. 'Veel buitenlandsepriesters komen uit landen waar de christenen veruit in deminderheid zijn, zoals in India, waar slechts 3 procent van debevolking christelijk is. Dat maakt je vanzelf bescheiden', meentFrans Wijsen.

Ondanks het relatief grote afbreukrisico van importpriestersgenieten ze inmiddels bij een aantal bisschoppen de voorkeurboven autochtone priesters. Vooral bisschop Punt (Haarlem) enbisschop Wiertz (Roermond) investeren veel in buitenlands talent.De nieuwe missionarissen brengen nieuw elan. Ze zijn jong. Envaak heel goed opgeleid. En volgens bisschop Wiertz is ereigenlijk niets nieuws onder de zon. 'Sint Servaas, de eerstebisschop in onze regio, was een Armeniër. Hij kwam uit hethuidige Turkije. In wezen was hij de eerste allochtoon inLimburg.'

Nieuw is wel de omvang van de uitwisseling, benadrukt deNijmeegse missioloog Wijsen, die beaamt dat de rooms-katholiekekerk inderdaad opereert als een wereldkerk. 'Maar de schaalwaarop priesters nu deze kant op komen, is echt nieuw.'

De zondagsmis in de Gertrudiskerk is traditioneel. De kinderenworden uitgenodigd voor een kindernevendienst. Ze krijgen in depastorie het verhaal van Noach en de ark voorgeschoteld en makeneen tekening van een regenboog. 'Die kindernevendiensten zijn eenaanwinst', vindt een jonge moeder. 'Maar de mis is wel erg saai.Ik moest echt mijn best doen mijn aandacht erbij te houden. Ookal vanwege het accent van de pastoor.'

Georges Paimpallil vindt de mis zelf ook wel een beetje saai.'Maar dit is een vergrijsde parochie. De mensen hebben dathouvast nodig. Die willen geen verandering.' Om jonge gezinnenook wat te kunnen bieden, heeft hij de kindernevendienst bedacht.En die zijn een groot succes, vindt hij, terwijl hij dekinderkoppies turft. Tien of twaalf zijn het er vandaag.Tevreden? Georges glimlacht. 'Ik ben altijd tevreden. Ik ben blijmet iedereen die de moeite neemt naar de kerk te komen.'

Een Hollandse mis laat zich sowieso moeilijk opfleuren. DeNederlandse kerk is immers 'een kerk van het hoofd, niet van hethart', zoals Petros Berga het uitdrukt. Daarbij passen geenuitbundige taferelen, hoewel Berga in de Nicolaaskerk in Edam weleen andere sfeer weet te creëren als er een groot Ethiopischkoor aantreedt. Dat is belangrijk, want 'religieuze zaken kun jemakkelijker verstaan met je hart dan met je hoofd. Dan ga je ookniet zo snel twijfelen.'

Dat is precies wat de kerk nodig heeft, zei bisschop Wiertzonlangs in een interview met een parochieblad. 'Mensen dieradicaal voor hun geloof uitkomen.' Die een antwoord hebben opde twijfels van hun parochianen. 'Als je een bus instapt, vraagje ook niet aan de chauffeur of hij een rijbewijs heeft', zegtPaimpallil. 'Daarop vertrouw je gewoon. Maar het blijft eengeloof. Zeker weten doe je het niet. En dat hoeft ook niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden