De moord van Monfort

Pinksterzaterdag van het vorige jaar zat Denis Carrère, burgemeester van het Franse dorp Monfort in een naburig dorp naar het stierenvechten te kijken, toen hij aan z'n mouw werd getrokken....

Het dorp Monfort ligt in het departement de Gers, dat door zijn eigen inwoners als 'achterlijk' wordt bestempeld. De grootste stad Auch telt 25 duizend inwoners, er is een spoorverbinding en er zijn twee routes nationales. Geen snelwegen, geen tgv. In de winter kijk je ver over golvend bruin boerenland. 'Het beste hier is dat er eigenlijk niets is', zegt een Nederlander die al dertien jaar in de Gers woont.

Van Toulouse is het een uur rijden naar Monfort. De klm vliegt driemaal daags op Toulouse-Blagnac, onder meer om tweede-huizenbezitters af te leveren. In Tourne coupe, een dorp tien kilometer van Monfort, adverteert een Nederlandse makelaar met het bord 'makelaar' buiten de poort. Oktober 1998 verkocht hij een huis aan het echtpaar Van Hulst uit Oss. Nadat hij drie huizen had bekeken, wist Artie van Hulst het al. 'Stop maar', zei hij tegen de makelaar. Het werd de boerderij La Boupillère bij Monfort. De makelaar had hij gevonden dankzij een vriend, Henri Wagemans, die eerder in de buurt zijn tweede huis had gekocht. Zelfs de Gers is niet veilig voor Nederlandse francofielen.

Achter de silo van de landbouwcooperatie ligt het kerkhof van Monfort, het monument aux morts, en dan het dorpsplein met de kerk en de karakteristieke achthoekige toren. Al met al een flink dorp, met 420 inwoners en een vlotte burgemeester. De vader van Denis Carrère was ook burgemeester van Monfort en heeft zijn eigen straatnaam, de Rue Roger Carrère.

'Die zaterdag', vertelt Denis Carrère, 'was ik op de corrida in Vic-Fezensac'. De corrida of feria van Vic is een traditioneel volksfeest rond Pinksteren, waar de stieren op z'n Spaans aan het rapier worden geregen. Alle hoogwaardigheidsbekleders zaten op de eerste rij. Ook de procureur.

Wethouder Lagardère, een oudere man met een trui aan, zit naast de burgemeester: 'Ik was net thuis, had een huwelijk gedaan op het stadhuis.'

Burgemeester Carrère: 'Ik werd op de tribune aan m'n mouw getrokken. Er was iets ergs gebeurd in Monfort. Lagardère en ik moesten erheen. Zaterdag mochten we het huis niet in. De politie was er bezig, rechercheurs uit Toulouse, experts uit Bordeaux. De vier lichamen moesten eruit. Het moet donderdagavond zijn gebeurd, meteen na hun thuiskomst. Drie van de vier hadden hun jas nog aan. Zondag zijn we vijf uur lang in het huis geweest. Als eersten. Het was een bloedbad.'

Een dorpeling legt uit waar la maison du crime ligt, wat in het sappige Occitaanse accent la maisong du crime wordt. Een kilometer of twee buiten het dorp. La Boupillère is vanaf de weg niet te zien, midden in het niets. In de verte bromt een tractor.

De luiken zijn potdicht. Op elk luik hangt een kartonnen flap, vastgeplakt met rode zegellak bestempeld met 'gendarmerie nationale'. 'Moord met voorbedachten rade', is er met balpen op geschreven. Achter het huis wordt de regenpijp bij elkaar gehouden met breed plastic tape. vtn, staat erop, Veiligheidstechniek Nederland. Zo heette het bedrijf van Van Hulst.

Met hetzelfde band waren drie van de vier slachtoffers geboeid en de mond gesnoerd, voordat ze werden doodgestoken. De rode ketting die aangaf dat ze niet thuis waren, hangt voor de oprijlaan. Voor het huis staat nog een emmer sop met vuile was. Aan de waslijn een rij plastic wasknijpers in vrolijke Hollandse kleuren.

Eerder op de pinksterzaterdag dat burgemeester Carrère aan zijn mouw getrokken wordt, staan meneer en mevrouw Wagemans voor de ketting van la Boupillère. Ze waren de dag ervoor uitgenodigd om te komen eten, maar de oprijlaan was afgesloten. De luiken waren dicht, de auto's van Van Hulst en Nieuwenhuis verdwenen. Wagemans verklaart later dat hij een emmer sop zag staan. Hij dacht aan een grap. 'Ik heb "honger" geschreven op een papier, en dat met een knijper aan de waslijn gehangen.'

Een dag later komen ze terug. Ongerust. Ze hebben verschillende keren opgebeld, en steeds in gesprek gekregen. Wagemans doet de voordeur open met de sleutel die hij van Van Hulst heeft gekregen. Hij loopt op de tast naar de meterkast, want het licht doet het niet. Hij draait de knop om. 'Mijn vrouw riep "O mijn God", of zoiets. Ik ben de keuken binnengegaan, en zag het lichaam van een man op de grond liggen. Ik heb niet goed gekeken. Ik heb de elektriciteit weer uitgedaan. Ik heb mijn vrouw gegrepen, de deur afgesloten. Ik wilde er niet zonder politie ingaan. De buurvrouw heeft de politie gebeld.'

Vanaf dat moment is het leven in Monfort niet meer hetzelfde geweest. 'Ik was met pinkstervakantie, aan de kust van Bretagne', zegt de secretaresse op het gemeentehuis. 'Ik hoorde onze burgemeester op de radio.' Wethouder Lagardère: 'Van de zomer kwamen hier Hollanders om zich bij het bordje Monfort te laten fotograferen. Anderen vroegen naar de tafel in het restaurant waar ze voor het laatst hadden gegeten.'

De burgemeester: 'Ik kende de Van Hulsts niet, nooit gezien. Zondag waren de lichamen weg, maar de atmosfeer was drukkend. Ik had er wel een paar sigaretten bij nodig. Ik ben een golfer, op een van de bedden lag een golfballetje in een plas bloed. Niemand is er sindsdien binnen geweest, behalve justitie.'

Wethouder Lagardère: 'Naast de koelkast, rechts in de keuken, zag je een krans van inslagen in de muur. Een schot hagel. Nieuwenhuis, de zwager van Van Hulst, moet daar op de grond hebben gelegen. Om hem heen overal papieren. Rechts ligt de salon. Ook daar zag ik in de muur inslagen. Allemaal met viltstift omcirkeld.'

De burgemeester: 'Artie van Hulst is door een gat in de muur doodgeschoten. Achter het huis bevindt zich de oude stal, daar had hij z'n werkruimte gemaakt. Ja, zoals alle Hollanders had hij alle spullen meegenomen uit Holland. De deur was gebarricadeerd. Overal lag bloed. Twee meter verder is hij overleden.'

De wethouder: 'Links van de ingang was de badkamer plus een slaapkamer. Daar lag die golfbal in het bloed. Dan de trap op, rechts was een tweede slaapkamer. Daar lag mevrouw Van Hulst op het bed. Het lichaam was weg, natuurlijk. Maar verder was er niks veranderd. Het was nog zo erg dat de gendarme tegen ons zei: u hoeft niet naar binnen, blijft u maar in de deuropening staan.'

Guy Etienne is de procureur van Auch. Op de foto's in La Dépêche du Midi van eind mei geeft hij zijn persconferenties, een dikkige, zelfbewuste man met een randloze bril, in een zee van blauwe gendarmes. Etienne spreekt van 'extreme barbarij'. Johan Nieuwenhuis, de man op de keukenvloer, is vreselijk gemarteld. Procureur Etienne opent een onderzoek wegens moord en hult zich vervolgens meestentijds in stilzwijgen.

Op de eerste verdieping van het kantoor van La Dépêche du Midi, editie Auch, bevindt zich het bescheiden redactielokaal. Jean-Michel Dussol, rond de vijftig, brilletje, snorretje, kauwgom, net in het pak, heeft de oude kranten opgesnord. De redactie had er laat, zaterdagavond, lucht van gekregen. Dussol zelf zat al die tijd in Vic-Fezen sac, bij het stierenvechten. 'Zaterdagmiddag hoorde ik van de moord. Maar ik heb er niets aan gedaan, want ik had mijn handen vol aan de corrida. Het was voor het eerst dat een picador de dood vond.' Hij houdt de zondagskrant op. 'La mort du picador', kopt La Dépêche in een reuzenletter.

Maandag mag Jean-Marie Dussol zich met de moord in Monfort gaan bemoeien. Bij de gendarmerie van het naburige stadje Mauvezin meldt zich dezelfde dag Kamel Ben Salah, een tengere 35-jarige man, van Frans-Tunesische afkomst. Ook hij bracht de zondag in Vic door bij de stieren. Hij kwam om zeven uur 's avonds thuis in Estramiac, een dorpje tien minuten rijden van Monfort.

Z'n vriendin, Sandrine Cabassy, zegt later: 'Ik had La Dépêche van zondag gekocht en las over de moord op de Hollanders. Ik legde onmiddellijk de relatie met Kamel. Ik was alleen, ik wachtte tot hij zou terugkomen. Toen ik hem vertelde over de moorden, was hij geschokt. Hij heeft er dagenlang niet van gegeten. Hij vroeg wat hij moest doen. Ik zei dat hij naar de gendarmes moest gaan, vanwege de vingerafdrukken.'

Artie van Hulst (51) was wat je noemt een aanpakker. Op familiefoto's zie je zijn vrouw Marianne nog wel eens in de zon zitten voor La Boupillère. Artie niet. Die rijdt rond op zijn motormaaier, haalt het onkruid weg, tegelt een wand. De Fransen noemen hem een 'gaillard', een reus van twee meter nog wat. Een echte Nederlander, groot, blond, met een open gezicht. Hij schoot al flink op met de verbouwing. Osmin Mauran, de aannemer die aan de andere kant van het dorp woont: 'Ik had hier het meeste contact met ze. Ze maakten op mij een heel goede indruk. Heel sympathiek. Eerst heb ik de deuren hoger gemaakt. Ik heb twee terrassen aangelegd, een pergola, de sceptic tank vervangen.

'Ze zijn die maandag bij me thuis geweest. Hij zocht een ouderwetse stucadoor. De volgende dag ben ik erlangs gegaan, met de stucadoor. Ik heb er een 'apero' gedronken met allevier. Je kon zien dat ze heel gelukkig waren daar. Hij vertelde dat hij in Nederland politiek actief was, bij de liberale partij. Maar hij maakte een gebaar alsof dat nu allemaal over was.

'Hij deed in maskers, veiligheidsmaskers, had hij me verteld. Bescherming in alle soorten. Zeker is dat de daders het huis gekend moeten hebben. De auto's waren weggezet in de garage. Maar de sleutel van de garage zat niet aan de sleutelbos. Artie had hem altijd in zijn zak. Alles was mooi dicht, de hond meegenomen. Die is teruggevonden in Mauvezin, tien dagen later, in een droge fontein. De zaak was goed voorbereid.'

De onderzoekscommissie die in Nederland de gangen van Van Hulst nagaat, vindt ook niets dan sympathie op zijn weg. Van Hulst is een harde werker, recht door zee. Slechts één man noemt hem in zaken 'een haai', en vraagt zich af hoe Van Hulst aan zijn centen komt.

De week voor Pinksteren wil Van Hulst flink doorhalen. Zwager Johan Nieuwenhuis is gekomen om te helpen behangen. Via de familie Wagemans heeft Artie een lokale klusser leren kennen, die helpt met het schilderwerk. Zelf kan hij niet schilderen omdat hij last heeft van zijn arm. Kamel Ben Salah heeft in maart de nieuwe pergola in de lak gezet. Nu bewerkt hij de plafonds met de witkwast. Maandag is hij geweest, dinsdag en woensdag ook. 'En donderdagavond, want monsieur Van Hulst had gevraagd terug te komen, om voor vrijdag klaar te zijn. Hij verwachtte visite', zegt Ben Salah. Hijzelf moet er bezoek voor afzeggen, Artie van Hulst laat er een etentje in een restaurant in Fleurance voor schieten. Ben Salah: 'Van Hulst zei: restaurants zijn niet goed, en ik ben achter met het werk.'

Sinds maandag mist Artie van Hulst z'n pinpas. Verdenkt hij Ben Salah en wil hij de klusjesman niet alleen in huis achterlaten? Heeft hij zich voorgenomen Ben Salah eens flink onder handen te nemen? Aangifte doet hij niet. Dezelfde maandag zijn er voor het eerst pogingen gedaan om met de pinpas geld te trekken. Tevergeefs. 'Verkeerde code', antwoordt de geldautomaat.

Donderdagavond regent het in Monfort. Marianne van Hulst, Dora en Johan Nieuwenhuis stappen met regenjassen aan in de auto, op weg naar restaurant Le Cybele in Fleurance. Kamel Ben Salah vertelt later dat hij er nog was toen de drie om half twaalf terugkeerden. Daarna is hij meteen vertrokken, nadat Van Hulst hem duizend franc had gegeven, met de belofte de rest de volgende dag te betalen.

Net als de Wagemansen staat ook Ben Salah vrijdag voor een dichte deur. Hij vindt dat merkwaardig en gaat naar huis. Pas zondagavond hoort hij van het overlijden van de Nederlanders. Justitie noteert later dat 'hij onmiddellijk contact heeft opgenomen met de gendarmerie om te zeggen dat hij zonder twijfel de laatste was die ze in levende lijve had gezien.'

Maandag en dinsdag na de moord houdt procureur Etienne z'n mond. Bij gebrek aan beter storten de Franse journalisten zich op hun Nederlandse collega's. 'De Van Hulsts waren geen gewone mensen', schrijft La Dépêche du Midi. 'Onze collega's suggereren dat de slachting een afrekening is die terug te voeren zou zijn op hun land van herkomst.' 'Hij kende ministers en andere hooggeplaatsten van zijn partij.'

Veel meer is er niet te schrijven. De moordwapens zijn onvindbaar, en ook verder hebben de moordenaars - de kranten weten zeker dat er meer daders moeten zijn geweest - opmerkelijk weinig sporen achtergelaten. Het hondje van Van Hulst, een oude tekkel, is verdwenen. De krant achterhaalt het restaurant waar de Nieuwenhuizens en mevrouw Van Hulst hebben gegeten. De eigenaresse van Le Cybèle in Fleurance: 'De man sprak geen Frans, de ene dame verstond het maar sprak het niet. De derde sprak tamelijk slecht. Ze namen traditionele gerechten, confit, magret de canard.'

La Dépêche herinnert, bij gebrek aan nieuws, aan de moord op een kapper in 1989, ook in de Gers. En nog maar twee jaar geleden werd in Mauvezin een 77-jarige met een mes omgebracht. Die moord werd nooit opgelost.

'Toen begon de geschiedenis met Dieter Zurwehne', zegt Jean-Michel Dussol van La Dépêche du Midi. 'Dat was de ontsnapte Duitse moordenaar die er later niets mee te maken bleek te hebben.' Wekenlang steken de kranten hun energie in Zurwehne. La Dépêche zet z'n foto in vier kleuren op de voorpagina, een norse blonde man met dunne lippen. Tegelijkertijd komt naar buiten dat in de wijde omgeving geprobeerd is geld te trekken met de pasjes van Van Hulst en Nieuwenhuis. Zurwehne wordt herkend door een bankbediende uit Montauban, die zegt: m'n kop eraf als hem dat niet is. Journalist Dussol van La Dépêche: 'Je moet bedenken dat er geen journalist in het huis is geweest. En niemand had het dossier nog gezien.'

Bij gebrek aan vorderingen ebt de affaire wat weg. De journalisten pakken hun koffers. Tot Jean-Michel Dussol een maand later, op 23 juni, zijn grote primeur beleeft. 'Ik hing een beetje rond bij de gendarmerie van Mauvezin, toen ik daar ongewone activiteit zag. Er reed een auto weg, ik erachter aan, maar raakte hem kwijt.

'Toen herinnerde ik me dat op pinkstermaandag ene Ben Salah zich had gemeld. Ik ben naar Estramiac gereden, en ja, daar was het pleintje versperd door drie bestelwagens van de gendarmerie. Er wonen daar misschien twintig families. Ben Salah werd geboeid afgevoerd. Een buurman zei: wie zijn tuintje zo mooi bijhoudt, kan geen moordenaar zijn.'

Ben Salah had een soort Melkertbaan. Hij onderhield het groen van een dorp verderop. Dussol liep achter de bestelwagens van de gendarmerie om, en zag een gendarme uit het huis komen. 'Hij hield z'n pet in de hand, als een pannetje. Ik keek door het raam van de wagen. Ik weet het niet helemaal zeker, maar ik zou zweren dat er betaalpasjes in zaten.'

La Dépêche du Midi, 24 juni: 'Einde van het mysterie van de moorden in Monfort.'

In de maand dat Ben Salah nog vrij was, heeft de recherche aanwijzing op aanwijzing gestapeld. 'Het bleek al heel snel dat de pinpasjes die waren gestolen van de vier slachtoffers, verschillende keren waren gebruikt in de uren na het vertrek van Kamel Ben Salah. Ze zijn eerst dertien keer gebruikt bij de geldautomaat in Mauvezin, de dichtstbijzijnde zowel vanaf de plaats van de delicten als vanaf Estramiac, de woonplaats van Kamel Ben Salah.

'Nog steeds op vrijdag 21 mei, maar dan in het begin van de middag, is er een poging gedaan geld te trekken aan de Rue d'Alsace in Auch. Kamel Ben Salah bevond zich op dat moment in de Rue d'Alsace in Auch. Viermaal is er geld getrokken op zaterdag 22 mei in het Centre Commercial van Roques-sur-Garonne, nabij Toulouse. Ook daar bevond zich Kamel Ben Salah. Hij kocht veel in gezelschap van zijn vriendin Sandrine Cabassy en haar zoon Teddy. Hij gaf ongeveer 10.000 franc uit.'

In het winkelcentrum bij Toulouse wordt met de pinpas van Johan Nieuwenhuis 2400 franc getrokken. Een paar minuten later koopt Kamel Ben Salah bij een juwelier nauwelijks honderd meter verderop een ring voor zijn vriendin die 2350 franc kost. 'Om haar op te vrolijken', legt hij later uit. 'Ze was depressief.'

'Om me te paaien', zegt Sandrine. Ze woont sinds anderhalf jaar samen met Kamel. Maar het ging al tijden minder goed. Sinds een maand of acht hebben ze hoegenaamd geen seks meer. Een maand eerder, in april, heeft Sandrine Kamel gevraagd zijn biezen te pakken. 'Maar hij zei dat hij niets had, zelfs geen auto, en uit medelijden heb ik goed gevonden dat hij bleef.'

Pinksterzondag worden er de hele dag door pogingen gedaan geld te trekken. In de plaats L'Isle Jourdain wordt de portefeuille weggegooid met de bankpassen van mevrouw Nieuwenhuis. Een getuige ziet een witte auto wegrijden; Ben Salah rijdt in de witte Polo van Sandrine. Hijzelf bezweert dat hij die dag bij het stierenvechten van Vic was. Maar niemand heeft hem daar gezien.

In La Boupillère worden twee vingerafdrukken van Ben Salah gevonden, aan de binnenkant van het plakband waarmee de mond van meneer Nieuwenhuis is dichtgeplakt. Ben Salah's bloedsporen prijken op het plakband waarmee mevrouw Van Hulst is geboeid. Tot slot heeft Ben Salah donderdagnacht om half drie tweemaal met zijn mobiele telefoon naar huis gebeld. Sandrine neemt niet op: zij slaapt zoals gebruikelijk op slaapmiddelen. Tien minuten later wordt in Mauvezin bij de Crédit Agricole geld getrokken. Om van daar naar Estramiac te rijden kost een kwartier - en de politie heeft een getuige gevonden die bij Ben Salah om kwart over drie 's nachts licht zag branden.

'Dat is wel heel veel toeval bij elkaar, vindt u niet?', legt een gendarme Ben Salah voor. 'Ja, dat is waar. Maar toch heb ik er niks mee te maken', antwoordt Ben Salah. 'Het is te gemakkelijk. Omdat ik Arabier ben.' Hij ontkent in alle toonaarden. Hij heeft midden in de nacht geprobeerd een vriendin te bellen omdat hij bijna door z'n hasjvoorraad heen was. Maar omdat hij net een joint ophad, drukte hij per ongeluk op zijn eigen nummer en daarna op de herhaaltoets. In La Boupillère heeft hij zich gesneden bij het werk, vandaar de bloedsporen. En het plakband moet tweemaal zijn gebruikt, want hij had er de schoorsteen mee afgeplakt. Zeven maanden later ontkent Ben Salah nog even glashard als tijdens het eerste verhoor.

In de bovenstad van Auch, om de hoek van de Sint-Mariakathedraal, zetelt de raadsman van Ben Salah, maître Prim. Hij is een Catalaan, donker, serieus, kalm. Kamel kende hij al. 'Hij had een keer in de lucht geschoten bij een ruzie hier in de flatwijk van Auch. Stelde niets voor, hij waarschuwde zelf de politie.' Na het eerste verhoor is Prim naar Mauvezin geroepen om zijn cliënt bij te staan. Die was 'heel rustig'. 'Kamel was zonder twijfel de laatste die ze heeft gezien. Hij maakte de fout het te gaan zeggen. Iemand in de marge, dat kwam mooi uit. Niemand zal hem missen. Een moord geeft onrust, in Mauvezin zijn niet lang geleden ook moorden gepleegd en niet opgelost. Kamel heeft een bijstandsuitkering, is een klein dealertje. Dus ze laten hem zitten, dat is voorlopig de oplossing.'

Een paar dagen na het eerste verhoor heeft Kamel niet één, maar drie advocaten. Bij maître Prim voegen zich de confrères Martial en Collard. Collard geniet landelijke bekendheid. Hij duikt op als er camera's in de buurt zijn, bij Bernard Tapie bijvoorbeeld, of bij de geruchtmakende affaire 'Omar m'a tuer'. Omar Raddad was de Marokkaanse tuinman van een rijke Fran*aise die aan de Cote d'Azur werd vermoord, nadat ze met haar eigen bloed 'Omar m'a tuer' op de keldermuur had geschreven. Die kelder was merkwaardigerwijs van binnenuit gebarricadeerd. Net als het werkhok van Artie van Hulst. De zaak werd een cause célèbre die zowel door het Front National als door anti-racisten politiek werd uitgebuit. Afgelopen jaar kwam Omar vrij, en zagen we hem veelvuldig op televisie.

In de zaak van Ben Salah houdt maître Collard zich koest. Maar Martial zet zijn tanden erin. Elke dag gaat hij of een van de collega's van zijn kantoor naar de gevangenis om Ben Salah te bezoeken. Martial speelt rugby, zoals het hoort in zuidwest-Frankrijk, en zijn bonkige stijl van verdedigen komt aardig met die sport overeen. 'Ik geef journalisten toegang tot het dossier. Ik heb schijt aan geheimhouding. Ik vind de procureur een nul. Nul komma nul nul. Net als de gendarme die het onderzoek leidt. Ik vang geen centime voor dit werk. Ben Salah heeft me gevraagd en ik heb ja gezegd. Het is voor mij interessant vanwege de media-belangstelling.'

Martial ruikt landelijke roem. In Frankrijk worden verdachten van een zwaar misdrijf door een jury uit de burgerij berecht, en ook Fransen staan liever niet als racist te boek. Maître Prim is de eerste die de naam Omar in de mond neemt. 'Vanwege de tegenstrijdigheden die niet kunnen worden weggepoetst.' Ben Salah zelf noemt Omar tijdens een verhoor.

Waarom had hij tegen Sandrine gezegd dat ze tegenover de gendarmes haar mond moest houden over die ring? 'Omdat ik bang was. Omdat ik voor vijfduizend franc boodschappen had gedaan. Omdat ik Arabier ben, dacht ik aan Omar. Het is voor het eerst dat ik door gendarmes word ondervraagd, en ik weet dat de politie er ook andere methodes op na houdt. Ik was bang.' Zijn grote uitgaven verklaart hij met 'affaires de shit'.

Maître Martial hamert de boodschap erin: 'Waar is het bewijs? Ook voor het Openbaar Ministerie kan hij het niet alleen gedaan hebben. Dat staat zwart op wit in het laatste arrest. Misschien zijn er drie vuurwapens gebruikt, twee messen. Hoe moet een kereltje van een meter zeventig dat allemaal voor elkaar gekregen hebben? Het is Rambo, volkomen gestoord. Volgens de akte van beschuldiging is Ben Salah steeds aanwezig geweest op de plaats waar pogingen zijn gedaan om geld te trekken. Maar er zijn geen getuigen, Niet één!'

De twijfel is gezaaid. Drieduizend pagina's telt het dossier inmiddels, maar de confrères Prim en Martial weten een flinke hoeveelheid tegenstrijdigheden en onvolkomenheden te vinden. Als Ben Salah van meet af aan verdacht was, waarom heeft de politie dan geen paraffineproef genomen om kruitsporen te vinden? Waarom is zijn auto pas na twee maanden onderzocht op dna?

In de zomermaanden begint het bewerken van de pers door maître Martial effect te sorteren. Het weekblad L'Evenement du jeudi schrijft begin augustus: 'En als deze man nu eens niet de moordenaar van de Gers is?' 'Is deze affaire een nieuwe affaire-Omar?' Martial telt op zijn vingers af. 'Ik praat met iedereen. Nu staan La Dépêche, La Republicaine de l'Est, Le Figaro aan mijn kant. Het weekblad VSD begint te komen, Paris Match wacht nog. Denk niet dat de procureur bang is voor mij, een klein advocaatje. Maar voor de media schijten ze in hun broek.'

Jean-Michel Dussol van La Dépêche du Midi waarschuwt: de raadslieden van Ben Salah stellen niet het hele dossier ter beschikking. Alleen 'capita selecta', de stukken waar de verdachte gunstig uitspringt. En het geheugen van maître Prim laat het plotseling afweten op de vraag of Ben Salah ooit in een psychiatrische inrichting heeft gezeten.

Een moeilijke jeugd, dat wil de raadsman wel toegeven. Kamel is geboren in Marseille in 1965, moeder liet vader in de steek toen hij elf jaar was. Daarna met vader naar Tunesië gegaan, die daar overleed. Vervolgens keerde hij terug naar Frankrijk in 1991, zwierf wat rond, woonde bij z'n zus in Auch. Uit het psychologische rapport komt Kamel als normaal tot intelligent, met een iq van 110. 'Geen mentale pathologie.' Hij heeft geen 'stoornissen die verband houden met agressiviteit'. 'Geen psychologische afwijking.' 'Potentieel geweld lijkt geen verband te houden met zijn persoonlijkheid.'

Intussen heeft zich nog een advocaat in de strijd om de beeldvorming gemengd. Maître Jacoba de Jongh-Dunand uit Parijs treedt vaak op voor Nederlanders in Frankrijk. Ze is benaderd door de zoons Van Hulst, die in de zaak figureren als zogenoemde 'partie civile'. In het Franse recht kunnen ook slachtoffers meedoen aan strafzaken, bijvoorbeeld om schadevergoeding te eisen. Maître De Jongh is in een laat stadium bij de zaak betrokken, omdat de status van 'partie civile' in Nederland onbekend is. Ze prikt in een steak tartare in brasserie Zimmer tegenover het theater Chatelet, hartje Parijs. De zaak emotioneert haar merkbaar, vooral vanwege 'de leugens van Martial'.

Zij noemt Ben Salah 'verknipt' en vertelt dat de huiszoeking bij hem thuis de vondst van een latex chirurgenhandschoen opleverde - ofschoon Ben Salah de politie heeft gezegd dat hij nooit met handschoenen aan klust. In de dagen voor de moorden waren er al zeventien pogingen gedaan om geld te trekken. Allemaal vergeefs. Uiteindelijk wist de moordenaar 9400 franc aan de geldautomaten te ontfutselen. Alleen met de credit cards van Johan Nieu w enhuis, de man die zo vreselijk toegetakeld is. Artie van Hulst kende zijn code niet eens uit zijn hoofd, zegt zijn zoon.

Een Nederlandse psychiater schreef maître De Jongh dat ze op de tekkel van Van Hulst moest letten. 'Voor het psychologische profiel van de dader.' Het hondje werd na tien dagen teruggevonden in Mauvezin. Ben Salah vertelt de justitie-psychologe dat hij er als kind al niet tegen kon wanneer er schapen werden gekeeld. Hij had ooit een lammetje gered dat geslacht zou worden. Heeft u het hondje gezien, vroeg de gendarme hem tijdens de eerste ondervraging. 'Ik herinner me dat het in zijn mandje zat. Ik ben een dierenliefhebber, ik aaide het en nam het vaak op schoot. Het was een oud hondje, bijna doof en blind, en niet bang voor me.'

De verhouding van Ben Salah met zijn zusters was aanmerkelijk minder pastoraal, en wordt liever verzwegen door maître Prim. Ben Salah zelf heeft de justitie-psychologe er ook maar niet mee vermoeid. Nadat hij in 1991 is teruggekeerd uit Tunesië, trekt Ben Salah in bij zijn jongste zus Jeannette in Auch. Dat gaat niet goed. Een jaar later doet de zus aangifte. 'Tijdens het kerstfeest heeft hij geweld gepleegd tegen de kinderen, met name door idiote acties als het zetten van wasknijpers op de lippen, en pepers in de mond stoppen.'

De drie kinderen zijn respectievelijk vier jaar, drie jaar en achttien maanden oud. Monia, de oudste zuster van Ben Salah, preciseert dat Kamel 'extreem gewelddadig' is, en bovendien niet aarzelt zichzelf te verminken.

Kamel bekent het incident. 'Een keer heb ik een peper op de tong van de oudste twee gelegd, en meteen erna, nog geen minuut later, heb ik ze melk gegeven om de pijn te verzachten. Ik heb ze meteen getroost.' De rapporteur schrijft dat Ben Salah 'de porté van zijn daden niet schijnt te overzien'. Het is niet de eerste keer dat Ben Salah in razernij ontsteekt. Hij heeft al eens met een ijzeren staaf ingeslagen op een vriend die hem een pakje sigaretten afhandig maakte.

Als hij voorkomt na het conflict met zijn zus is op zijn linkerarm een diepe kerf te zien. Hij heeft zichzelf de dag tevoren toegetakeld met een scheermes. 'Hij toont trots de littekens. Ben Salah zegt al eerder een psychiatrische behandeling te hebben ondergaan.' Ook nu weer, in de gevangenis van Agen, heeft Ben Salah zichzelf met een mes bewerkt. En hij schrijft brieven aan Sandrine waarin hij haar na zijn vrijlating een kind belooft.

Sluitend bewijs ontbreekt na zeven maanden onderzoek nog altijd. Het wachten is op de dna-monsters die werden genomen in Ben Salah's auto. Als er bloedsporen van de slachtoffers of haren van het hondje worden gevonden, is hij verkocht. In Monfort weet iedereen zeker dat Ben Salah met de moorden te maken heeft, zegt burgemeester Carrère. Maar dat hij alleen was, gelooft geen mens. De burgemeester schudt zijn hoofd: extra sloten hebben de dorpelingen na de affaire niet gekocht. 'Die hadden ze al.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden