De mislukte 'kolonisatie' van het Land van Maas en Waal

Twee buurdorpen: het ene katholiek, het andere protestants. Is er nog steeds rivaliteit? Trouw onderzoekt het. Vandaag deel 4: de Gelderse dorpen Leur en Wijchen....

’Meneer, ze moet nog worden aangekleed”, zegt de acoliet quasi-vermanend tegen de fotograaf van Trouw, die plaatjes schiet tijdens de voorbereidingen van de Molenbergprocessie. Het Mariabeeld draagt dan – om kwart voor zeven ’s avonds – alleen nog maar een onderjurk. Terwijl het beeld wordt aangekleed en Maria en Jezus voorzichtig op de draagbaar worden gehesen, loopt het dorpsplein voor de Antonius Abtkerk vol. „Het is een pelgrimstocht”, legt de pastoor bij aanvang van de processie uit aan de ruim driehonderd toegestroomde Wijchenaren. „We gaan op weg met Maria.”

Gedragen door vier acolieten – oudere misdienaars – torent zij om klokslag zeven uur boven de stoet uit. Pastoor Rudy de Kruijf loopt voorop, het muziekkorps sluit de rij. Wie niet meeloopt in de processie, kijkt toe vanaf het balkon of vanuit de tuin. In de Pius XII-straat heeft een enkeling er zelfs kaarsjes en Mariabeeldjes bij neergezet – gewoon, op de plastic tuintafel. De route voert van de Antonius Abtkerk naar de Molenberg, waar de stoet in het avondlicht tegen de berg oploopt en daar viert dat Maria door God in de hemel werd opgenomen.

Het is zaterdag, 14 augustus 2010, dit is het Gelderse Wijchen. De Molenbergprocessie wordt voor het tweede achtereenvolgende jaar gehouden, nadat de tocht in 1961 voor de laatste keer plaatsvond. Jan Willem Bökkers, de molenaar van Wijchen, blies de processie vorig jaar nieuw leven in. „Nee, een diepere laag heeft de processie niet”, zegt hij, nadat hij er even over heeft nagedacht. „Het verbindt de dorpsbewoners, het heeft iets nostalgisch.”

De volgende dag vindt drie kilometer verderop, ten westen van Wijchen, een dienst plaats in het kerkje van Leur. Het grootste deel van het jaar komen de protestantse kerkgangers uit Wijchen, Leur en Bergharen samen in De Schakel in Wijchen, ’s zomers verzamelen zij zich in dit ’kerkje met de scheve toren’. Ze zijn met een man of zestig, van hen komt slechts een handjevol protestanten daadwerkelijk uit heerlijkheid Leur.

De 33.000 overwegend katholieke Wijchenaren en de tachtig inwoners van het oorspronkelijk protestantse Leur belijden hun beider geloven tegenwoordig in vrijheid. Onderlinge verschillen of zelfs animositeit, nee, daarvan is geen enkele sprake meer. Zegt men tegen wie niet doorvraagt.

„We leven in een tijd waarin waarde wordt gehecht aan de eigen identiteit”, zegt pastoor Rudy de Kruijf. „Maar een scheiding tussen katholieken en protestanten, die is er niet meer.” De pastoor vermoedt dat hooguit de oudere generatie Wijchenaren zich herinnert dat het religieuze onderscheid ooit wél een rol van betekenis speelde.

Hij vroeg er eens terloops naar, kortgeleden, bij de koffie. Langzaamaan kwamen de verhalen los. Eén van de dorpsgenoten herinnerde zich dat hij wel met de protestantse kinderen mocht spelen, maar niet bij ze over de vloer mocht komen. ’Dat waren mensen van de Bijbel’, had hij geleerd. Pas nadat de man getrouwd was, had hij voor het eerst zelf een bijbel in handen gehad.

Een andere dorpsgenoot, die de tachtig al gepasseerd was, wist juist te vertellen dat leden van de beide geloofstakken goed samengingen. Pas achteraf had hij vernomen dat sommige kinderen met wie hij vroeger speelde, protestants waren. Nu? Nee, nu speelde het geen rol meer.

De Wijchense historicus Wim Kattenberg vermoedt dat het onderscheid misschien wel verser is. Hij herinnert zich een ontmoeting met een jonge boer in Leur, een maand of wat geleden. Bij toeval was de historicus met hem in gesprek gekomen. De laatste, pas een jaar of veertig oud, herinnerde zich dat hij op de katholieke lagere school nooit het gevoel had er echt bij te horen. Hij kon zich levendig voor de geest halen hoe hij aan sommige activiteiten niet mocht deelnemen vanwege zijn protestantse achtergrond.

Een dorpsgenote die anoniem wil blijven, denkt dat wie doorvraagt, wel degelijk verschillen op het spoor kan komen. „We dragen een jas”, drukt ze zich voorzichtig uit – en dan vraagt ze nog eens of haar naam echt niet in de krant komt. „Het lijkt net of we gelijk zijn. Maar als die jas uitgaat, ónder die jas, dan is het verschil nog net zo groot.”

Of er tegenwoordig nog sprake is van rivaliteit of niet, feit is wel dat het protestantisme in deze streek nooit écht voet aan de grond kreeg, zegt historicus Kattenberg. Daarvoor heeft hij twee verklaringen. Enerzijds vermoedt hij dat het katholicisme in deze streek zó diep geworteld is en was, dat men eenvoudigweg niet vatbaar was voor het protestantse geloof. „Dat heeft alles te maken met het feit dat de kerk hecht is en zodanig georganiseerd, dat de priesters dicht op de mensen stonden en staan.” Anderzijds heeft het er volgens hem mee te maken dat het protestantisme hier ’een zaak van bovenaf’ is geweest. „Het protestantisme werd als het ware opgelegd door de Republiek. En dat werkte niet. Het stond zó ver van de mensen af, dat het nooit wat kon worden.”

In een publicatie uit 1952 sprak de Utrechtse historicus Pieter Geyl van ’pure kolonisatie’ door de protestanten. Drie eeuwen lang mochten de katholieken hun geloof immers niet officieel uitoefenen. Destijds deed Geyls kwalificatie veel stof opwaaien – ’kolonisatie’, dat was nogal een woord. Maar hoezeer de protestanten destijds ook hoopten en vertrouwden op een massale overgang van de katholieke leer naar het protestantisme, die overgang bleef uit.

In 1608 verzochten de protestantse geestelijken om paepsche relequien als altaren uyt te roeyen en te removeren. Een jaar later spraken zij een verbod uit op uitoefening van de katholieke eredienst. Leur werd vanaf 1610 door een predikant bediend.

De protestanten hadden weliswaar verzocht de kerkgebouwen te ontdoen van hun interieur, maar daarmee maakten de katholieken weinig haast. In 1616 stonden in alle kerken in het land van Maas en Waal nog altaren. Wel liepen katholieken het risico te worden gearresteerd en dus vertrokken velen van hen uit het gebied rond Leur, of hielden ze zich schuil. Dat tot groot ongenoegen van de protestanten, die vanaf de kansel klaagden over de paepsche exercitiën die plaatsvonden in Wamel, Hernen en op den Doddendael. Katholieken trokken, tot merckelijk nadeel van de omliggende kerken, de Maas over, om daar grouwelijke afgoderieën te bedrijven. Militairen moesten de overzijde van de Maas in de gaten houden, omdat anders het pausdom welig zou blijven tieren.

’Den Doddendael’ waarover de regionale historicus Van Heijningen schreef in ’De historie van het land van Maas en Waal’ heet nu Slot Doddendael. Het is tegenwoordig vooral bekend als de plek waar boeren en vrouwen elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens het datingprogramma ’Boer zoekt Vrouw’, dat van 2004 tot 2009 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden – en het komend seizoen een vervolg krijgt. Maar destijds, aan het begin van de zeventiende eeuw, was het één van de vele plaatsen waar katholieken hun geloof bleven uitoefenen. Het souterrain van het kasteel was ingericht als kerk. Daar waar toen de katholieke gemeente binnentrad, worden nu flessen dure wijn bewaard. Het wijwatervat is er nog altijd te zien. Geestelijken kwamen via een andere ingang binnen. Zij trokken erheen met onopvallende gereedschapskisten, met daarin een bijbel, een altaar en olie. In het geheim hielden de katholieken vast aan hun geloof.

In de grondwetswijziging van 1798 werd voor het eerst de basis gelegd voor de vrijheid van geloof. Bij de daaropvolgende eeuwwisseling kregen de katholieken een aantal van hun kerken terug en in 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie hersteld. Maar de littekens deden er langer over om te herstellen.

En nu? „Christus riep op tot eenheid”, zegt pastor Rudy de Kruijf. „Inmiddels zijn er veel meer overeenkomsten tussen katholieken en protestanten dan er verschillen zijn”, vindt hij. Tijdens de catechese op openbare scholen, ging hij al eens voor, samen met een dominee. En bij de eerste communie van katholieke kinderen in het land van Maas en Waal, worden ook de leerlingen van de openbare en de protestantse scholen uitgenodigd. „We zijn nog maar met zo weinigen”, zegt hij. „Het is gek om bezig te zijn met verschillen. Liever zie ik dat we ons samen, als gelovigen, inzetten voor de samenleving. Het evangelie, dat delen we toch wel.”

De dorpelinge die de metafoor van de jas bedacht, glimlacht wat bij die woorden. „In hun hart weten veel mensen beter.”

’Wíj hadden het goede geloof, leerden we’
Piet Schraven (84) is sinds vijftien jaar koster van de Antonius Abtkerk in Wijchen. Hij is getrouwd met Fien Schraven-Vink (82). Geboren in het katholieke Overasselt, net ten zuidoosten van Wijchen en Leur, groeiden beiden op in Wijchen.

„In Overasselt woonden vijf protestantse gezinnen. Vijf! De kinderen moesten naar een andere school, in Nederasselt. Het waren schátten van kinderen, maar met ze spelen mocht ik niet. Zij woonden op een boerderij, ik vond het daar prachtig. Ik voel mijn oren nog gloeien van die ene keer dat ik bij ze had gespeeld. Mijn ouders legden niet uit waarom ik daar niet mocht komen, er werd wat geheimzinnig over gedaan. We hadden het maar te laten, ik begreep er niets van. Wíj hadden het goede geloof, leerden we. Protestanten, ’daar hoorden wij niet bij’. Pas in mijn diensttijd, ik was een jaar of twintig, begreep ik waar het onderscheid vandaan kwam. Maar in die tijd, én op die plek in Indië, verdwenen juist de verschillen. De predikant en de aalmoezenier waren twee handen op één buik. Ze gingen mee op patrouille. Thuis in Nederland werd de dominee zelfs door de aalmoezenier getrouwd. De protestanten konden vurig, met overtuiging bidden. Ik dacht zelfs wel eens: ik wilde dat ik iets meer van hen had.”

Fien Schraven-Vink: „We wonen in een flat. Onder ons wonen protestanten. We komen gewoon bij elkaar op verjaardagen. Het onderscheid is nu weg.”

Piet Schraven: „Gelukkig maar. Er worden nu zelfs protestanten bij ons op het kerkhof begraven. Vroeger was dat ondenkbaar.”

Fien Schraven-Vink: „Op zondag zitten protestanten bij ons in de kerk, dat juichen we alleen maar toe.”

Piet Schraven: „Zo is het. Áls er een deur is, gaan we allemaal door dezelfde deur.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden