Interview Frits Bakker

‘De minister zei eigenlijk: Bakker, hou je bek’

Frits Bakker. Beeld Kiki Groot

Hij werd voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak met een missie. Nu, ruim zes jaar later, vertrekt Frits Bakker met een lijst aan dieptepunten op zijn conduitestaat. Waarom ging het mis?

Het waren geen makkelijke ­jaren. De rechterlijke macht kampt met een ­reorganisatie, te veel bestuurs­lagen, te hoge werkdruk, financieel verlies en een mislukte poging om alle rechtspraak te digitaliseren.

Het zijn niet de enige dieptepunten waarop scheidend voorzitter Frits Bakker van de Raad voor de Rechtspraak, het bestuursorgaan voor alle rechters, ­terugblikt. Onlangs oordeelde de Hoge Raad definitief dat rechter Hans Westenberg heeft gelogen in de omstreden, al jaren voortslepende Chipsholzaak. Westenberg heeft als rechter, in strijd met de ­regels, advocaat Hugo Smit gebeld om hem te ontmoedigen de rechtszaak voort te zetten. Eenzelfde oordeel van het hof in 2009 was voor Frits Bakker (63), destijds nog president van de Haagse rechtbank en Westenbergs baas, aanleiding om hem vervroegd met pensioen te sturen.

Hij was een directe collega, dat moet pijnlijk zijn geweest.

‘Ik kende hem goed, maar ik had geen persoonlijke band met hem – dat zou het moeilijker hebben gemaakt. Ik bekeek het zakelijk. Ik zei destijds: nu staat voorlopig juridisch vast dat je hebt gelogen. Mijn belang is dat het vertrouwen in de rechtspraak niet wordt geschonden en dat het, daar waar het is geschonden, wordt hersteld. We kunnen niet hebben dat een rechter blijft functioneren over wie een hof zegt: wij gaan ervan uit dat hij heeft gelogen.’

Westenberg bedong dat de raad opdraait voor de kosten die voortvloeien uit de gerechtelijke procedures die nog volgen. Waarom stemde u daarmee in?

‘Die afspraak was er al. In Nederland is het zo dat als een rechter voor een fout vonnis aansprakelijk wordt gesteld, de proceskosten altijd worden vergoed door de werkgever. Eerder, toen de rechtbank in Rotterdam nog oordeelde dat Westenberg gelijk had, besloot de Raad zijn proceskosten in de geest van diezelfde regeling te betalen.’

Maar bij het exitgesprek dat u met hem voerde was de situatie anders. Het hof oordeelde dat Westenberg had gelogen.

‘Dat werd met kracht door hem bestreden. Het hof zei: wij gaan er voorlopig van uit dat je hebt gelogen, maar je mag tegenbewijs leveren. Op dat ­moment, toen Westenberg nog ­tegenbewijs kon leveren, vond ik als president, met steun van de Raad, dat het beter was als hij met pensioen zou gaan. Westenberg zei: oké, ik zal met pensioen gaan voor het belang van de goede zaak, maar dan wil ik wel vastgelegd hebben dat die afspraak die ik al sinds 2005 heb, na mijn pensionering gewoon blijft doorlopen.’

Dus als u daar niet mee akkoord ging, ging hij niet weg.

‘Nee, natuurlijk niet.’

Dat is chantage.

‘Geef het de kwalificatie die je wilt. Dat is de afweging die ik heb ­gemaakt. De ­andere kant van de ­medaille is dat je ­iemand die, laat ik het zo maar even formuleren, aangeschoten wild is, nog ­jaren in de rechtspraak laat door func­tioneren met alle gedoe van dien.’

U had kunnen zeggen: dan maar met gedwongen ontslag.

‘Ja, maar dat is geen klein dingetje hè?’

Voor de belastingbetaler, op wie die kosten neerkomen, is een ­liegende rechter ook geen klein dingetje.

‘Dat snap ik. Maar nogmaals: liever stemden wij in met dit vervroegd pen­sioen onder deze conditie dan voortmodderen. Alleen de Hoge Raad kan over ontslag besluiten. En zuiver juridisch gezien had Westenberg een punt – het ging om een voorlopige aanname van het hof.’

Frits Bakker vertelt het rustig en ­zakelijk, maar is wel degelijk ‘heel boos’ over de affaire. ‘Het is een aantasting van de integriteit en dat heeft z’n weerslag op de hele rechtspraak. Ik vind het onbestaanbaar dat een rechter zoiets doet.’

In de Chipshol-affaire ligt nu een schadeclaim van 4,5 miljoen euro. Het is volgens Bakker ‘nog maar de vraag of wij die uitspraak nog gaan meemaken. Ook dat gaat eindeloos duren.’

Dat brengt het gesprek op de lange duur van processen – een heikel thema. Bij zijn aanstelling in de raad, op 1 januari 2012, had Bakker de ambitieuze doelstelling om de duur van processen met 40 procent terug te brengen.

Beeld Kiki Groot

Dat is niet gelukt.

‘Dat hangt samen met de problemen met de digitalisering van de rechtspraak. De Boston Consulting Group had ons in 2013 voorgerekend: als je niet alleen digitaliseert maar ook het verplaatsen van onvermijdelijke ­papieren naar de juiste persoon gaat automatiseren, levert je dat 40 procent tijdsbesparing op. Het digitaliseringsprogramma KEI, ­Kwaliteit en Innovatie, is in de strafsector en het vreemdelingenrecht wel effectief, maar in de civiele sector niet gelukt. En daar hadden we nou net kunnen scoren.’

Waarom is dat in het civiele recht mislukt?

‘We hebben ons verslikt in de ingewikkeldheid van de civiele procedure. Die is twintig keer complexer dan de bestuursrechtelijke procedure, die vastligt in een moderne wet, de Algemene Wet Bestuursrecht uit de jaren negentig. Het civiele procesrecht dateert uit het begin van de 19de eeuw. Dat is een complex bouwwerk waarbij steeds weer extra kersen op de slagroomtaart werden gezet, met ook nog een chocolaatje erbovenop. Het idee was: dat gaan we allemaal vereenvoudigen, we gaan het civiele procesrecht als twee druppels water laten lijken op het bestuursprocesrecht.’

Waarom is dat niet gelukt?

‘Omdat allerlei lobbygroepen zich daartegen gingen verzetten. Een van de plannen was: we stappen af van het – volgens sommigen achterlijke – idee dat als jij gedagvaard wordt, er een deurwaarder moet langskomen. Die deurwaarders vinden dat zelf ­uiteraard helemaal niet achterlijk, dus op het moment dat je in een wetsvoorstel opschrijft dat je een dagvaarding kunt betekenen zonder deurwaarder, staat de Koninklijke ­Beroepsvereniging van Gerechtsdeurwaarders niet te juichen. Als je ­tegen een hoogleraar zegt: het vak burgerlijk procesrecht kunnen we nu schrappen, want wat je overhoudt is heel weinig dat bovendien sterk lijkt op het bestuursprocesrecht, staat die hoogleraar evenmin op de banken te applaudisseren. De advocatuur protesteerde eveneens. Dus er waren heel veel mensen tegen.’

‘Op dat moment’, zegt Bakker, ‘hadden we als raad moeten zeggen: als het zo ingewikkeld blijft, lukt het automatiseren niet, we stoppen ermee. Maar we waren al drie jaar bezig met het programma Kwaliteit en Innovatie, dan raak je in een soort tunnelsyndroom. Ik zag toen niet: dit is onmogelijk. Maar ik had het wel moeten zien.’

Ze ploeterden voort. Uiteindelijk liepen de investeringen in vijf jaar op van 7 tot 200 miljoen. Daarvan ging 40 miljoen voor de civiele sector down the drain. Adviesbureau Deloitte wees er afgelopen voorjaar fijntjes op dat de termijn van 2016 niet alleen hopeloos was overschreden, maar dat daardoor ook het platform waarop de ict moest worden gebouwd, inmiddels ernstig is achterhaald en niet meer de moeite waard is om nog in te investeren.

‘Toen heb ik een ongelofelijk slechte dag gehad’, zegt Bakker. ‘Daar heb ik wakker van gelegen, en ik lig zelden of nooit wakker. Ik was boos en teleur­gesteld. Gefrustreerd. Wij met z’n allen waren daar gewoon depressief van.’

In een interview met de Volkskrant zei rechter Jan Wolter ­Wabeke met zoveel woorden: daar hadden koppen moeten rollen.

‘Ik vind van niet. Anders was ik wel opgestapt.’

(Na een stilte): ‘Ik heb het wel overwogen.’

Waarom heeft u dat niet gedaan?

‘Omdat dat contraproductief is. Je kunt heel makkelijk zeggen: oké, ik stap op. Het duurt lang voordat je een nieuwe voorzitter hebt – de werving van Henk Naves, mijn opvolger, heeft negen maanden in beslag genomen – maar de zaak moet wel gewoon doordraaien.’

Voelt u zich verantwoordelijk voor de mislukking van het programma Kwaliteit en Innovatie civiel?

Stellig: ‘Ja. De raad was opdrachtgever van het project. Dus als het project mislukt… Daar hoef je geen hogere wiskunde voor te hebben gestudeerd, dan is de raad verantwoordelijk. En ik ben daarvan de voorzitter.’

Bakker bleef op verzoek van het ­ministerie een half jaar langer aan als raadsvoorzitter om de zaak vlot te trekken en verder te digitaliseren zonder automatisering. Daardoor wordt, zoals hij het zelf omschrijft, ‘de voordeur digitaal, maar blijft het achter onze achterdeur nog even ­gewoon handwerk’. Toch werpt hij kritiek van rechters dat hij niet ‘pal’ stond voor de rechtspraak verre van zich.

‘Ik snap goed dat mensen doodziek zijn van alle veranderingen – de digitalisering, de herziening van de gerechtelijke kaart, voortdurend nieuwe wetgeving – want het is ook allemaal veel. Maar de maatschappij om ons heen gaat razendsnel en het wordt steeds lastiger om dat bij te benen. Ook rechters en anderen die in onze organisatie werken, moeten – en ik steun daarin heel erg wat Herman Tjeenk-Willink (minister van Staat, red.) daarover zegt – verder komen dan alleen maar: ik wil achter mijn bureau zitten op de manier waarop ik dat gewend ben, ik wil met rust gelaten worden en alles moet blijven zoals het is. Dat gaat niet werken.’

Ten tijde van uw aanstelling in de raad vergeleek een groep kritische rechters in het Leeuwarder Manifest de rechtspraak met een koekjesfabriek, waarin kwantitatieve productienormen zijn opgelegd ten koste van de kwaliteit. Een van hen zei: rechters zijn te keurig, wij gaan niet met spandoeken naar het Malieveld. Maar dat zouden we wel moeten doen.

‘Ik zou er helemaal niet trots op zijn als rechters en masse naar het Malieveld gaan. Dat zou niet goed zijn voor het vertrouwen in de rechter.’

Maar u bent ook niet trots op de kritiek dat de belangen van burgers in de rechtspraak in het geding komen door de bezuinigingen, de toegenomen werkdruk en de hoge griffiekosten.

‘Nee. Wij proberen in de rechtspraak zo goed mogelijk een bijdrage te leveren aan de handhaving van onze democratische rechtsstaat. Maar in diezelfde democratische rechtsstaat is het nou eenmaal wel zo dat wij op de begroting van Justitie en Veiligheid staan. We hebben al hemel en aarde ­bewogen om daar af te geraken en het zelf te mogen doen, maar dat is niet ­gelukt. Nog steeds lopen wij aan tegen de bezuiniging van 85 miljoen, eind 2012, van het kabinet-Rutte II.’

Heeft u daartegen hard genoeg met uw vuist op tafel geslagen?

‘Zeker. Al jaren hoort de raad: jongens, jullie moeten voor de poen knokken. Maar de raad heeft de afgelopen zesenhalf jaar niks anders gedaan. Tot het ­niveau waarop toenmalig minister van Financiën Dijsselbloem publiekelijk zei dat ik een bedelaar was. Feitelijk zei hij – zo kwam het op mij over: Frits Bakker, hou je bek.’

U bent daar nog steeds boos over.

Bakker knikt: ‘Ik vond dat heel onrechtvaardig.’

Wat heeft u toen gedaan?

‘Ik heb geprobeerd daarover met hem in gesprek te komen. Dat is niet gelukt. Daar zit een stukje moedeloosheid: schelden en met de vuist slaan hebben soms gewoon geen zin. We vervullen een bufferfunctie tussen het ministerie en de rechtspraak. Wij zijn geen raad die tegen de gerechten zegt: we houden vast aan een nul­begroting – hoe je het doet interesseert me niks, je ziet maar dat je op nul uitkomt. Nee, wij zeiden steeds: we snappen dat je niet op nul kunt uitkomen, je mag verlies maken. De minister heeft dat altijd keurig bijgepast.

‘Ook voeren we al een tijd actie voor de veel te hoge griffierechten, die sommige burgers weerhouden van een gang naar de rechter. Dat is echt niet goed en daar komt nu in ieder geval een aanpassing voor.’

Dus het verwijt dat u te veel bij ­ministers op schoot zat, is niet ­terecht?

‘Als je me nou ergens in mijn hart raakt, dan is het daar. Ik wilde deze functie om iets te kunnen betekenen voor goede rechtspraak in Nederland. Daar ga ik voor. Toen ik begon en een rondje door het land maakte, trof ik een rechter die in tranen was over de werkdruk: hij zat helemaal aan de grens van wat nog kon. Maar het werkt nou eenmaal niet zo in politiek Den Haag dat als Frits Bakker langskomt en roept dat de werkdruk te hoog is, iedereen dan in de houding springt en roept: natuurlijk, 100 miljoen erbij! En zeker in die tijd niet. Dus we hebben ingezet op geleidelijke verbetering. Wij hebben bijvoorbeeld de professionele standaarden in de rechtspraak ingevoerd, een kwalitatieve ondergrens ter bescherming van rechters. Daarvoor kregen we 35 miljoen. Maar ja, dan roepen sommigen: had dat niet 85 miljoen kunnen zijn?’

U keert terug naar uw vak als ­familierechter. Laat u de gerechten goed achter?

‘De Nederlandse rechtspraak is nog steeds wereldklasse. We doen ons werk goed. Maar we krijgen eigenlijk pas met het afgelopen regeerakkoord op het gebied van modernisering een beetje de wind in de zeilen. Er staan allerlei initiatieven op stapel – de schuldenrechter, de spreekuurrechter. Als nou ook een keer die financiële problematiek wordt opgelost, komen we weer een beetje in rustig vaarwater waarin ­iedereen het gevoel krijgt: er moet hier weleens worden overgewerkt, maar ik word niet over de kling gejaagd, ik kan mijn werk goed doen en er is een heel klein beetje ruimte om te kijken of ik mijn werk kan verbeteren. Want daar moeten we met z’n allen toch naartoe.’

Reactie Jeroen Dijsselbloem in ingezonden brief

‘Scheidend voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak Frits Bakker stelt dat ik, in mijn tijd als minister van Financiën, hem voor bedelaar heb uitgemaakt. Hij ervoer het zelfs als ‘Bakker, hou je bek’. Dit alles heeft nooit plaatsgevonden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden