De minister die geen politicus wil worden

De politiek had hem al afgeschreven, toen Hans Wijers toch nog minister werd. Moeiteloos maakte hij zich het Haagse spel eigen, om er vervolgens de pest aan te krijgen....

DE HITTE is ondraaglijk op deze najaarsdag in 1973. In de bar van een dorpje in het zuiden van Mexico hangen wat dorpelingen in hun stoel; zo te zien houden ze siesta. De lome rust wordt wreed verstoord als een afgedankte Amerikaanse schoolbus piepend tot stilstand komt. Twee Groningse studenten economie stappen uit, moe en dorstig van de lange rit. De barbevolking veert op. Gringo's: die zie je hier niet vaak.

'Het leek zo rustig in het barretje', herinnert Jan-Willem Baud zich bijna 25 jaar later. Maar even later staart zijn reisgezel Hans Wijers in de loop van een pistool. Gevolg van een wedstrijd armpje drukken met een dronken bargast, die zijn verlies niet kon verteren.

Het is goed afgelopen. Hans Wijers (46) is minister van Economische Zaken, en de gedroomde aanvoerder van D66 bij de komende verkiezingen. Op die reis van tien maanden door Zuid-Amerika kijkt hij nóg een keer in de loop van een geweer, nu met een piepjonge Chileense soldaat aan het andere eind.

Wijers redt zich met flair uit deze crisissituaties. Angst verbergt hij vakkundig. Rustig en beheerst knoopt hij een gesprek aan met de tegenstander. Hij biedt de dronken bargast een drankje aan, sust de soldaat, en pistool en geweer worden opgeborgen.

Het is tekenend voor Wijers' vermogen om verschillen te overbruggen, partijen bij elkaar te brengen en mensen voor zich winnen, vinden oud-collega's van de tegenwoordige minister. Maar zonder doetje of allemansvriend te zijn. Want kwaad worden, het debat zoeken en ruzie maken, kan hij ook.

De ministerraad komt vrijdag 10 januari in ijzige stemming bijeen. Niet vanwege de vrieskou, maar door de krantenkoppen: 'Melkert belooft minima koudetoeslag.'

Zonder overleg met zijn collega's in het kabinet heeft PvdA-minister van Sociale Zaken Ad Melkert donderdag ruimhartig de portemonnee getrokken. De andere ministers voelen zich voor het blok gezet. Wie openlijk protesteert, staat immers meteen als asociaal te boek.

VVD-minister van Financiën Gerrit Zalm blaast als eerste stoom af. Maar ook Wijers is woest. Hij is niet tegen de koudetoeslag, maar hij heeft een gloeiende hekel aan de politieke spelletjes waarin Melkert nu juist uitblinkt. Als Melkert dramt en zuigt, trekt er een vlaag van ongeduld over Wijers' gezicht. Zijn emoties kunnen net zo snel overkoken als een pannetje melk.

'Hij heeft kleine vulkaantjes in zich', zegt de Rotterdamse burgemeester Bram Peper over zijn vriend en oud-collega van de Erasmus Universiteit. 'Mijn temperament gaat weleens met me op de loop', erkent Wijers.

Het serviesgoed blijft heel en hij houdt zijn handen thuis als er woede in hem opwelt. Maar hij vloekt als een bootwerker. 'Wat er gódverdómme nu weer in de krant staat', roept hij dan. Zo'n krachtterm heeft het effect van koude tocht op een kaassoufflé. Na zo'n uitval is Wijers weer zijn rustige, beheerste zelf. Ter compensatie kan hij ook hard en onbedaarlijk lachen, een eigenschap die hij deelt met Gerrit Zalm, en die het tweetal dan ook vaak strafpunten oplevert van premier Kok.

Avontuur lokt Wijers nog steeds, net zoals Zuid-Amerika 25 jaar geleden. Maar roekeloos is hij niet. Hij en zijn studievriend Baud bereidden de lange reis zorgvuldig voor: ze namen een voorsprong op het studieprogramma, Wijers leerde Spaans en spaarde een reiskapitaal bijeen als ober op het terras van Americain in Amsterdam.

Zijn worsteling met de vraag of hij de overstap naar het ministerschap zou maken, hing samen met het gebrek aan voorbereidingstijd. Wijers' naam stond niet op het lijstje dat al maanden in D66-kringen circuleerde. Werkgeversvoorzitter Alexander Rinnooy Kan en Kluwer-topman Mijndert Ververs waren in het vizier. Toen zij afhaakten en de piekerende D66-top ineens aan Wijers dacht, restten hem slechts 24 uur om te beslissen.

De nacht van donderdag 18 op vrijdag 19 augustus 1994 lag Wijers te woelen in bed. Vragen maalden door zijn hoofd: zou ik het wel kunnen? Wat voor wereld stap ik in? Hoe moet dat met de opvoeding van de twee kleintjes? 'Het antwoord was afhankelijk van of ik op m'n rechter- of linkerzij lag', zei hij later. Maar eigenlijk had hij donderdag al beslist.

Wijers belde Mirko Nikolic, zijn toenmalige partner bij organisatie-adviesbureau Horringa & De Koning. 'We hebben spoedberaad.' Op zoek naar de reden belt Nikolic verbaasd een derde collega. 'Weet je het dan niet? Hij is gevraagd minister te worden.'

Wijers legde het zijn collega's uit, de vrijdag voor zijn gesprek met Wim Kok op het Binnenhof. 'Het is toch wel een eer, ik wil het wel doen. Het is een unieke kans. Voor het eerst sinds tachtig jaar komt er een kabinet zonder christelijke partijen. En Economische Zaken is me op het lijf geschreven.'

Nikolic baalde. Hij zag Wijers, met wie hij veel samenwerkte, niet graag vertrekken. Zeven jaar eerder kwam Wijers van een concurrent, na een lange reeks sollicitatiegesprekken. Zelfs de sigaren die Wijers rookte, dikke bolknakken uit een blikje, bleven niet onbesproken. Nikolic vond het onbegrijpelijk dat Wijers nu een van de belangrijkste beslissingen in zijn leven binnen 24 uur moest nemen.

Het heeft veel van Wijers' vrienden verrast dat hij de overstap naar het kabinet heeft gemaakt. Wijers is geen Bill Clinton, van wie de meester op de lagere school al wist dat hij het tot president zou schoppen. Hij had weliswaar zijn sporen verdiend bij D66, maar zó lang geleden, dat zijn naam niet meer met politiek werd geassocieerd.

'De mannen achter Jan Terlouw', kopte Vrij Nederland op 20 september 1980. Eronder stond een foto met het neusje van de zalm van de Werkgroep Sociale- en Economische Zaken, gegroepeerd rond partijleider Terlouw. Tweede van links, breed lachend: Hans Wijers, 29 jaar oud en net drie jaar lid van D66. In de begeleidende tekst staat: 'Hij blijft vaag over zijn politieke ambities: ''Ik ben een beetje ambivalent daarover''.'

Wijers' politieke coming out gaat niet onopgemerkt voorbij aan zijn collega's bij de Erasmus Universiteit, waar hij sinds 1977 economie doceert aan sociologie-studenten. Het commentaar is niet van de lucht. 'Wat sta je er mooi op', zeggen ze.

Hij vindt het allemaal wel 'leuk'. Van hem zul je nooit horen dat een klus een 'uitdaging' is of 'interessant'. Afgaande op zijn uitspraken is het enige criterium of 'een job leuk is'. Maar dat verhult dat hij ambitieus is.

Wijers speelt niet op zeker. Maar hij waagt alleen om te winnen. Dat deed hij in die jaren bij het biljarten - met zijn collega Bram Peper. En bij het voetballen - bij Pepers voetbalclub VOC, al speelde hij enige elftallen lager dan de huidige burgemeester van Rotterdam. Want Wijers voetbalt wel ijverig maar is niet begaafd.

Wijers heeft zijn loopbaan niet gepland, hij is geen receptietijger of netwerker, maar pakt aan wat hem voor de voeten komt. Alleen wil hij wél schitteren. De dingen die hij doet, wil hij goed doen. Hij gelooft dat vertrouwen in eigen kunnen en hard werken de basis zijn voor succes. Maar als iets onder zijn handen mislukt, heeft hij zwaar de pest in.

Kans om zijn geluk in de politiek te beproeven krijgt Wijers eigenlijk niet. In 1981 doet hij een gooi naar een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst voor D66. Maar ondanks de foto in Vrij Nederland is hij een grote onbekende voor de D66-leden. Hij eindigt ergens onderaan.

Hij schrijft nog mee aan Van Mierlo's comeback speech in 1986, Een reden van bestaan. Maar de uitnodiging om zich opnieuw te kandideren voor de Tweede Kamer legt hij naast zich neer. Geruisloos verdwijnt hij van het politieke toneel, en wel zo grondig dat hij zelfs niet meer verschijnt op de brainstorm-sessies die Van Mierlo jaarlijks belegt op de zondagmiddag voor prinsjesdag.

Zijn carrière loopt intussen op rolletjes. 'Hans heeft weer een nieuwe auto', zeggen zijn vrienden veelbetekenend, als Wijers weer een sport van de maatschappelijke ladder is gestegen.

Een neveneffect is dat hij de reputatie vestigt van een liefhebber van snelle auto's. Maar de Lancia waarin hij wordt gesignaleerd, is een 'bedrijfs-Lancia' die hij nooit wast. En de Buick Park Avenue waarin hij het eerste jaar van zijn ministerschap rondrijdt, heeft hij geërfd van zijn voorganger Andriessen. Persoonlijk houdt hij het bij een aftandse Volvo stationwagon.

Het ministerie van Sociale Zaken is voor Wijers een soort tussenstation tussen de wetenschap en het bedrijfsleven. In 1982, als zijn proefschrift over industriepolitiek is voltooid, werkt hij er samen met de huidige minister van Onderwijs, Jo Ritzen, aan werkgelegenheidsplannen voor minister Joop den Uyl.

De man die nu bekend staat als de 'profeet van de vrije markt', zoals HP/De Tijd een jaar na zijn aantreden kopte, was toen 'zeker niet blind marktgeoriënteerd', zegt Ritzen. Het steekt D66'ers dat Wijers het stigma draagt van 'het prototype van een neoliberaal'. Ze werpen tegen dat hij een sociaal-liberaal is, oog heeft voor de koopkracht van de minima en voor armoede. Dat hij alleen overtuigd aanhanger is van de leer dat meer werk het beste sociale beleid oplevert.

Het kamp van de erfvijand van de vrije markt, de vakbeweging, prijst in elk geval Wijers' toegankelijkheid. De minister mag dan een adept zijn van marktwerking, hij is niet van het type dat daaraan meteen verbindt dat hij niet met vakbondslui praat.

Beoogd FNV-voorzitter Lodewijk de Waal is in december op uitnodiging van de minister gastspreker geweest tijdens de vaste vergadering op maandagochtend van de bewindslieden en de acht hoogste ambtenaren van het departement. En het is niet bij de vakbeweging gebleven. Ook Ad van den Biggelaar van Natuur en Milieu is al een keer langs geweest.

Of zijn bereidheid te luisteren ook ergens toe leidt, wordt in kringen van criticasters wel weer betwijfeld. Bij elk gesprek met de vakbeweging laat hij wéér dat schemaatje zien, dat moet aantonen dat het minimumloon slecht is voor de werkgelegenheid. Wijers kan zich als een terriër vastbijten in redeneringen - over de zegeningen van de zondagsopening van winkels, over vermeende kartelvorming bij kruideniers. Het lijken idées fixes.

Consistentie kan Wijers in elk geval niet ontzegd worden. 'Meer werk bij de overheid: dat is werkverschaffing nieuwe stijl', zei hij in 1980 in Vrij Nederland. De nieuwe banen moesten vooral ontstaan door innovatie. Maar Wijers was ook in 1980 al voor een sterke rol van de overheid, als investeerder en als uitvoerder van een actieve industriepolitiek.

Het was de centrale boodschap van het verkiezingsprogramma van D66 in de jaren tachtig. Het was de missie van Jan Terlouw als minister van Economische Zaken in het ongelukskabinet-Van Agt/Den Uyl. De economische inzichten van D66 wekten destijds de lachlust op. Terlouw werd verguisd.

Maar precies dezelfde ideeën zijn nu de grondstof voor het succesvolle ministerschap van Wijers. 'Waar we toen voor gingen, wat Jan toen zei, kwam te vroeg. Maar het is nu mijn beleid.' Dat constateerde Wijers op een speciale partijbijeenkomst ter gelegenheid van het afscheid van Terlouw als commissaris van de koningin in Gelderland, op 16 december vorig jaar.

De volslagen onbekende die op 19 augustus 1994 zijn opwachting maakte bij premier Kok, is bijna ongemerkt uitgegroeid tot de opvolger van D66-leider Van Mierlo. Vergeten zijn de strubbelingen die hij aanvankelijk had met de Tweede Kamer. Wie dachten de parlementariërs wel dat ze waren, dat ze honderd miljoen mochten verschuiven op de begroting 1995? En vreemd genoeg kleeft de teloorgang van Fokker niet aan Wijers' handen.

Als vanzelf is hij vice-premier Van Mierlo gaan vervangen, als die verstek moet laten gaan bij de ministerraad of bij het wekelijkse Torentjesoverleg met de drie fractievoorzitters. Anders dan Van Mierlo, die er geen been in ziet zulke bijeenkomsten geheel blanco bij te wonen, hangt hij dan al 's ochtends vroeg aan de telefoon om uit te vinden wat er zoal speelt.

Er is maar één probleem. Hans Wijers wíl gewoon geen lijsttrekker worden. En zo langzamerhand gelooft ook bijna niemand meer dat hij daartoe, als de nood aan de man komt, alsnog te bewegen is. Wijers de minister is bijna verworden tot anti-politicus, wordt er zelfs gezegd.

Zijn twee kleine kinderen gaan voor. Zijn partner Edith Sijmons, met wie hij niet getrouwd is om niet in één klap 'de mooiste dag van zijn leven' te verspelen, heeft haar eigen loopbaan als vrouwenarts. Hij wil niet avond aan avond verplichtingen hebben. Liever klust hij in huis, brengt hij een deel van de zaterdag achter een winkelwagentje in de supermarkt door of wijdt hij zich, met schort voor en pollepel in de hand, aan Italiaanse specialiteiten.

Maar belangrijker nog: hij heeft de pést aan politiek. Het eindeloze zoeken naar compromissen. Het geneuzel in het parlement. De politieke spelletjes. Het 'lekken' naar de pers, daar zou hij het liefst de ME op zetten. Het journaille in het algemeen, dat altijd zijn mening vraagt, hem vervolgens niet begrijpt en tot slot verkeerd citeert. En waar hij het meest van al van gruwt: het Bekende Nederlander zijn.

Dat is allemaal nét een avontuur te veel voor Hans Wijers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden