De mens als kroon der Schepping CHRISTELIJKE RELIGIE STERK BEINVLOED DOOR GRIEKS GEDACHTEGOED

MODERNE christenen gaan er graag prat op dat zij staan in de 'joods-christelijke traditie'. Het is een term waarin zij, wellicht uit een verkapt schaamtegevoel, tot uitdrukking willen brengen dat zij jodendom en christendom niet langer als tegenpolen, maar als nauw verwant en in elkaars verlengde zien....

Er schuilt hier echter een geschiedvervalsend addertje onder het gras. Wie teruggaat tot de bronnen van het christendom, zal eerder reden zien te spreken van een Grieks-christelijke dan van een joods-christelijke traditie. Niet het joodse, maar het Griekse gedachtegoed is doorslaggevend geweest bij de ontwikkeling van de geloofsovertuiging die de cultuur van West-Europa ten diepste bepaalde.

Een essentieel onderdeel daarvan is de typisch christelijke kijk op het universum en de plaats van de mens daarin. Kenmerkend daarvoor is lange tijd de opvatting geweest dat de mens de 'kroon der Schepping' zou zijn, door God hoogstpersoonlijk aangesteld om, goedschiks dan wel kwaadschiks, al wat hij op aarde vindt aan zich te onderwerpen.

Opmerkelijk is dat ook de latere correctie op die gedachte typisch christelijk wordt genoemd. Het inzicht dat menselijk heersen zonder restricties desastreuze gevolgen kan hebben, heeft in de christelijke politiek geleid tot het ideaal dat de mens zich jegens de Schepping, met name natuur en milieu, als een zorgzaam 'rentmeester' dient te gedragen.

Het is in alle programma's van de christelijke politieke partijen terug te vinden. Maar ondanks het beroep dat christen-politici daarbij doen op de Bijbel, is noch voor de mens als kroon der Schepping, noch voor dit rentmeesterschap in thora of Oude Testament ook maar enig aanknopingspunt te vinden.

De gedachte dat de mens privileges kan ontlenen aan het feit dat hij, anders dan de dieren, over een logos (een rationele geest) beschikt en vrijelijk kan heersen over al wat derhalve aan hem ondergeschikt is, valt vooral terug te voeren op het antropocentrisch mensbeeld van oude Griekse filosofen, zoals Plato en diens volgelingen. De verbinding van hun gedachtegoed met het christendom is verklaarbaar, doordat het evangelie aanvankelijk eerst werd verspreid in een wereld die geestelijk door de Grieken werd gedomineerd.

De hellenisering van het christelijk geloof betekende een breuk met het authentieke joodse gedachtegoed. Dit proces begon in feite bij de apostel Paulus, die wat praktische uitwerking en zendingsdrang betreft, meer nog dan de naamgever van het christendom, als geestelijk vader van de christelijke religie mag gelden. Na hem werd dit proces door kerkvaders als Philo van Alexandrië, Origenes en Clemens voortgezet en, na Middeleeuwen en Renaissance, onder invloed van een ontluikende wetenschap vervolmaakt.

Het antropocentrisme - de manier van denken waarbij de mens het absolute middelpunt van de Schepping vormt - heeft sinds Paulus het christendom, en in het verlengde daarvan de westerse beschaving, gekleurd, maar is niettemin van exclusief Griekse origine. Vermomd als christelijk gedachtegoed heeft het geleid tot de opvatting dat de waarde van de natuur wordt afgemeten aan haar nut voor de mens; een visie die, naar we nu pas inzien, catastrofale gevolgen heeft gehad.

Dit is de belangrijkste stelling uit het proefschrift Thora en Stoa over mens en natuur van Jan Boersema, waarop deze begin oktober aan de Rijksuniversiteit in Groningen promoveerde. Boersema is een bioloog met een theologische tic. Hij is bovendien deskundig op het gebied van de milieukunde; samen met Lucas Reijnders stond hij ooit aan de wieg van dit vak en hij oefent het nog steeds uit bij het ministerie van VROM en de Rijksuniversiteit Leiden. Maar in zijn dissertatie herleidt hij de milieuproblematiek tot een vooral culturele kwestie.

De 'kosmologie' (dat is voor Boersema ieder afgerond geheel van opvattingen over de verhouding tussen mens en Schepping) die gangbaar is in de westerse cultuur, heeft een bijbelse en een antiek-filosofische oorsprong, maar leunt desondanks zo sterk op het Griekse denken dat de invloeden van de oud-Israëlitische kosmologie daaruit nagenoeg zijn verdwenen. En dat is een ernstig gemis, concludeert Boersema.

Wat die traditioneel joodse ideeën precies inhielden, achterhaalt hij door close reading van de scheppingverhalen in Genesis en de zogeheten spijswetten uit Leviticus en Deuteronomium. Kort samengevat komen die erop neer dat God uit chaos een zorgvuldig geordend geheel schiep. Die orde is korte tijd daarop door ongehoorzaamheid van de mens verstoord. De spijswetten die God Zijn uitverkoren volk later oplegde en waarin was vastgelegd wat rein was en wat niet, dienden de saamhorigheid, maar waren vooral ook een verwijzing naar die verloren gegane, ideale scheppingsorde.

Niet de mens was het middelpunt der Schepping, benadrukt Boersema, maar God zelf. Kroon op de scheppingsarbeid was dan ook niet de mens, maar de sabbat: de dag waarop God rustte om het werk Zijner handen te overzien. De mens mocht eten van vruchten en gewas; voor de dieren was er het groene kruid.

De gewelddadige dood van jacht en slacht deed pas zijn intrede na de zondeval, waarbij de vredige verhouding tussen mens en natuur in een vijandige veranderde. Na de verdrijving van Adam en Eva uit de hof van Eden toonde de natuur zich van haar weerbarstige zijde: voortaan zou het baren met pijn en moeite gepaard gaan en moest er gezwoegd worden in het zweet des aanschijns.

Terwijl de strenge joodse wetten verwezen naar die paradijselijke situatie van weleer en zo een zeker respect van de mens voor de natuur in stand hielden, plaatsten de Grieken de mens in het midden. De wereld was naar hun mening een keurig geordend geheel - nog steeds dus - en als zodanig volledig kenbaar. De mens had tot taak die werkelijkheid met zijn rationele bewustzijn te ontrafelen. Van de Grieken stamt dan ook de cultuuropdracht om in potentie 'nuttige' natuur te temmen of te domesticeren en de schadelijke en of onnutte natuur te vernietigen; een opdracht waarvan de westerse mens zich sindsdien enthousiast heeft gekweten.

CDA, GPV, RPF en SGP beroepen zich ten onrechte op de Bijbel als zij in hun verkiezingsprogramma's het begrip 'rentmeesterschap' als model nemen voor een zorgzaam omgaan met natuur en milieu, luidt de conclusie. Want niemand, laat staan God, heeft de mens ooit aangesteld als rentmeester over de wereld. Dat is goed om te weten. Maar een simpele blik in Abraham Trommius' aloude Concordantie op den Bijbel, had ze ook uit die droom kunnen helpen. Boersema wil echter meer dan de christelijke partijen deze vrome illusie ontnemen.

Zoals uit de ondertitel van zijn boek blijkt analyseert hij niet alleen de culturele achtergronden van het milieuprobleem, maar wil hij ook bijdragen aan het debat erover, waarin naarstig naar alternatieve 'kosmologieën' wordt gezocht. Anders dan degenen die menen dat de erfgenamen van de westerse beschaving wel de allerlaatsten zijn die over zo'n alternatief zouden mogen meepraten, of die - nog radicaler - vinden dat de mens zichzelf omwille van de 'intrinsieke waarde' van de natuur zelfs geheel zou moeten wegcijferen, kiest Boersema voor de nuance.

Hij bepleit een grondige herbezinning op de oeroude tradities die als gevolg van de hellenisering van het christendom uit de gratie raakten. Deze vergeten beschavingsbronnen bieden voldoende aanknopingspunten om onze relatie met de natuur ten goede te doen keren, meent hij. Men is geneigd het Boersema van harte te helpen hopen. Maar als zijn studie iets laat zien, is dat toch vooral het feit dat de westerse manier van denken in termen van nut en bruikbaarheid zo diep is ingesleten dat deze, ongeacht de bronnen, niet met een simpele pennenstreek weer ongedaan te maken is.

Gert J. Peelen

Jan J. Boersema: Thora en Stoa over mens en natuur - Een bijdrage aan het milieudebat over duurzaamheid en kwaliteit.

Callenbach; 319 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 266 0901 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden