Antonio Banderas als Salvador Mallo in Dolor y gloria

Interview Pedro Almodóvar

‘De melancholie die opsteekt in mijn latere werk, is ook de melancholie in mijn leven’

Antonio Banderas als Salvador Mallo in Dolor y gloria

Ouder worden valt de Spaanse regisseur Pedro Almodóvar zwaar. Niet geheel toevallig speelt dit thema een hoofdrol in zijn nieuwe film Dolor y gloria. Filmen als therapeutisch wondermiddel, werkt dat?

‘Ik weet niet hoe ze het doen’, zegt Pedro Almodóvar, over zijn collega’s Woody Allen, Clint Eastwood en Martin Scorsese. ‘Die maken prachtige films, nog net zo scherp als vroeger, al zijn ze inmiddels soms al voorbij de 80. Maar bij mij – bij mij wordt het helaas elke dag minder. Ik vind het knap hoor, van mijn collega’s. Hoe lukt ze dat? Oud worden is een slachting, schreef Philip Roth in Everyman (Alleman). Nou, ik ben het met hem eens. Ik doe mijn best, heus. Door deze film te maken, waardoor ik me dan weer – voor even – iets beter voel over het voortschrijden van de tijd. Maar als atheïst heb ik geen geestelijke steun bij de alledaagse, kleine verliezen. Ik moet er iedere dag voor vechten om niet langzaam te veranderen in een onvriendelijke oude man.’

Dan lacht de 69-jarige Spaanse cineast vriendelijk, met zachte weemoedige blik. Almodóvar – groen pak, bontgekleurde gympen, witgrijze haardos – zit tegenover een handjevol journalisten in een overvolle strandtent in Cannes, waar zijn nieuwe speelfilm Dolor y gloria afgelopen mei in wereldpremière ging. Het hoofdpersonage uit het drama is een met zijn bestaan worstelende homoseksuele Spaanse filmregisseur op leeftijd. Salvador Mallo heet de man, die wordt gespeeld door Antonio Banderas. Voor de rol leende de acteur de garderobe van Almodóvar zelf, die deze Mallo voor de film huisvestte in een exacte kopie van zijn eigen appartement. 

De Spaanse pers is eensgezind: Mallo = Almodóvar. De filmmaker, gevraagd naar het autobiografische gehalte: ‘Ik voelde enige aarzeling toen ik mijn hoofdpersonage koos. Wil ik mezelf echt zo dicht bij Mallo plaatsen? Toch was het schrijven van het script niet anders dan bij mijn eerdere films. En terwijl ik met Antonio aan het werk was, dacht ik nooit: je doet mij na. Veel mensen, ook vrienden van me en kennissen uit de filmwereld, zeggen me nu dat ze in Dolor y gloria gaandeweg niet meer Antonio zagen, maar mij. Dat verraste me zeer. Maar het is een groot compliment aan Antonio. Kennelijk belichaamt hij mij, zonder me te imiteren.’

Fysiek ongemak

Net als Almodóvar, die al jaren kampt met tinnitus en chronische rugpijn, gaat de teruggetrokken levende cineast Mallo gebukt onder fysiek ongemak. Filmen is alles wat zijn leven zin geeft, maar het lukt hem niet meer; de grote successen liggen achter hem en zijn kring van medewerkers, de ‘filmfamilie’, is uiteengevallen. Een heruitgave van een van zijn eerste bioscoophits brengt de cineast weer in contact met zijn oude hoofdrolspeler, dertig jaar nadat ze elkaar na een ruzie uit het oog zijn verloren. 

Ook experimenteert Mallo wat met heroïne, als zelfmedicatie. ‘Door constante pijn verander je’, zegt Almodóvar. ‘Je gewoonten, je hele manier van zijn: het is niet meer zoals het was. Pijn, zeker rugpijn en hoofdpijn, isoleert je. Omgevingsgeluid is ondraaglijk, er is geen stoel waarin je comfortabel kunt zitten... Mijn leven is niet zo afgezonderd als dat van het personage in de film, ik ga nog wél naar het theater, zelfs al doet het zitten pijn. Uitnodigingen voor diners en reünies van vrienden sla ik af. Ik zou erheen moeten gaan, maar het gaat niet. Er is wel iemand die dicht bij me staat, al sinds een jaar of dertig, al bedrijf ik de liefde met iemand anders.’ Met een lachje: ‘Vertel maar niet door, of in ieder geval niet in Spanje.’

Dolor y gloria gaat níét over het leven van een oudere junk, benadrukt Almodóvar. ‘De regisseur in de film is als drugsgebruiker meer een toerist. Hij weet dat hij met vuur speelt, door op z’n 60ste nog eens aan de heroïne te beginnen. Maar dat maakt hem niet meer uit, gezien zijn toestand. Het is ook niet de afhankelijkheid van de drugs die hem dwarszit. Wat voor dit personage geldt, en ook voor mij, is dat het leven zónder een nieuwe film in het vooruitzicht zijn betekenis verliest. Het klinkt wat zwaar, maar zo is het. Mijn grootste zorg, tijdens het schrijven van Dolor y gloria was: hoe kan ik deze man redden? Ik wilde hem zo graag redden, maar wel op een juiste manier; niet zomaar omwille van een happy end.’

Mallo keert, met wat hulp van de heroïne, terug bij zijn vroegste herinneringen: die aan zijn moeder, in het dorpje op het Spaanse platteland, en aan de jongeman die wat klusjes in huis verrichtte. ‘Het jongetje wordt overvallen door een enorm verlangen naar die man. Tegelijkertijd is hun contact volstrekt onschuldig. Ik was net zo oud, een jaar of 9, toen ik verliefd werd op een jongen op school. Ik wist toen niet wat het was, dat gevoel. Pas later begreep ik het. Ik ben trots op de scène in Dolor y gloria waarin dat intense verlangen zich openbaart. Al sluit ik niet uit dat de acteur die het jongetje speelt me over tien jaar opzoekt: hoe kón je me als gay jongetje filmen, zonder me dat te vertellen. Hoe durf je!’

Artistieke stem

Almodóvar, opgegroeid in een dorpje in de provincie Castilla-La Mancha, vond zijn artistieke stem in het van Franco’s regime bevrijde Madrid van de vroege jaren tachtig. Hij brak door met zijn reeks frivole en (seksueel) grensoverschrijdende komedies, en vulde later wereldwijd filmhuizen met bekroonde drama’s als Todo sobre mi madre (1999) en Hable con ella (2002). Antonio Banderas was de mannelijke ster in Almodóvars vroege films, voor de acteur overstapte naar Hollywood. Ook Penélope Cruz, die in Dolor y gloria Mallo’s moeder speelt, is al decennialang een van Almodóvars vaste actrices. 

‘Antonio en ik, wij horen bij de jaren tachtig. We hingen in die tijd bijna elke avond samen rond – het voelde als één eindeloze Madrileense nacht. Mi hermano menor, dat was hij, mijn jongere broertje. Met Penélope is het anders. Het eerste wat ze zei toen ik haar ontmoette, was dat ze door mijn film Tie Me Up! Tie Me Down! had besloten actrice te worden. Ze droomde van me. Door Penélope voelde ik me heteroseksueel. Toen ik Volver draaide, was ik compleet betoverd door haar, ik verlangde naar haar, als vrouw. Nu ben ik een oudere man en is de vriendschap weer anders. We kennen elkaar allemaal al zo lang.’

Voelt Almodóvar zich, als filmmaker, ook het hoofd van een soort familie? ‘Ja. Toen mijn vader in 1980 op sterven lag, riep hij mij bij zich. Voortaan ben jij de vader van dit gezin, zei hij. Ik moest die rol aannemen, voor mijn zussen en mijn broertje Agustín (Almodóvars vaste producent, red.). Het ging vanzelf. En zo ging het ook bij het stichten van mijn filmfamilie.’

Pedro Almodóvar op de set van Dolor y gloria

Over zijn ouders zei de filmmaker onlangs in een interview met een Britse krant dat die ‘in feite in de 19de eeuw leefden’, in een in tradities verankerd Spanje, en met Pedro een zoon kregen die ‘veel weg had van een kind uit de 21ste eeuw’. In Dolor y gloria koestert de moeder op hoge leeftijd wrok jegens haar zoon, de beroemde regisseur Mallo. ‘Die moeder is een overlever, een vechter. Dat geldt voor veel vrouwen van die generatie, uit het naoorlogse Spanje. Nu zijn ze in de 80 en hebben ze het gevoel dat het leven oneerlijk voor ze is geweest. Zulke moeders kunnen dan wat hard worden in de omgang met hun dochters of zoons. Ik had een goede relatie met mijn moeder. Maar moeders zijn ook mensen, net als wij allemaal. Zelf word ik ook minder tolerant, naarmate ik ouder word. Ik probeer vooral niet te hard te zijn voor mijzelf, die neiging heb ik namelijk wel.’

Filmen is geen therapie, benadrukt Almodóvar. ‘Daar ben je volstrekt niet mee bezig, als je iets maakt. Maar ik voel me wel beter nu ik deze film heb gemaakt. In die zin helpt het wel, filmen.’ Een terugkeer naar de komedie, ooit zijn favoriete vertelvorm, ziet hij niet voor zich. ‘Ik geloof niet dat ik het nog kan, een komedie schrijven. Ik film nog steeds met felle, heldere kleuren, dat wel: visueel ben ik niet anders ingesteld dan toen ik begon. Maar ik ben ouder geworden. De melancholie die opsteekt in mijn latere werk, is ook de melancholie in mijn leven. En als je het zo voelt, vind ik, moet je het niet verbergen.’

In 2011 sprak de Volkskrant regisseur Pedro Almodóvar en acteur Antonio Banderas over hun hereniging voor La piel que habito, nadat ze twintig jaar niet meer hadden samengewerkt.

Oscarinzending

Dolor y gloria is een kolossale hit in eigen land: het is de best bezochte Spaanse film van het jaar. Ook is het drama van Pedro Almodóvar komend jaar de Spaanse inzending voor de Oscars. De 69-jarige cineast won al eens een Oscar voor beste niet-Engelstalige film (Todo sobre mi madre, 2000) en een Oscar voor beste scenario (Hable con ella, 2003).

In Almodóvars meest autobiografische film tot nu toe overheerst de melancholie, maar tegelijk zit Dolor y gloria vol sardonische grapjes ★★★★☆

Ouder worden, het is niks voor Mallo. In zijn uitbundig ingerichte appartement in Madrid, dat uitpuilt van de schilderijen en andere mooie spullen, verliest hij zich in herinneringen aan vroeger. Het ontluiken van verlangen, de band met zijn moeder, een dramatische liefdesrelatie met een heroïneverslaafde. De flashbacks in Pedro Almodóvars nieuwe film Dolor y gloria (‘pijn en glorie’) zijn meer dan een kijkje in Mallo’s verleden: ze vormen samen een aantal prachtige, weemoedige korte verhalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden