ColumnPeter Buwalda

‘De mango’, zou Hugo de Jonge zeggen, ‘is al een aantal weken aan een gevaarlijke opmars bezig’

null Beeld
Peter Buwalda

Lange tijd, een soort prehistorie, was de mango een winkel. De Mango. Nooit ging ik er binnen. Het was een wijvenwinkel.

Toen werden mango’s sap, meestal samen met een andere gepureerde vrucht, in pakken Dubbeldrank, ongelooflijk, maar dat zopen we toen. Deze periode hield jaren aan.

Echter, steeds vaker doken er mango’s op als gele blokjes, op pizza’s bijvoorbeeld. ‘Wat is dit eigenlijk?’, vroeg ik. ‘Peer’, zei iemand. Ik geloofde dit.

Een grote stap betekende de komst van de smartphone, waarmee iemand me een complete mango toestuurde, als smiley. ‘Dat is geen smiley’, zegt Jet.

‘En ook geen mango.’

‘En ook geen pijp.’

Magritte, hij weer, plotseling stikt het van de mango’s. Dagelijks koop ik er twee in de Albert Heijn, om ze ’s ochtends, gefileerd, terug te vinden in mijn ontbijt. Een half leven nul mango’s, en nu 730 per jaar. ‘De mango’, zou Hugo de Jonge zeggen, ‘is al een aantal weken aan een gevaarlijke opmars bezig.’

Toch ontbreekt er iets. De mangocirkel is nog niet helemaal rond. De eigenlijke slacht onttrekt zich aan mijn waarneming, ik douche dan.

Maar van de week was ik alleen thuis. Voorheen maakte ik dan een yoghurtje met een appel erdoor, wat krenten en een scheut aanmaaklimonade, eet smakelijk, maar zelfs ik vind dat tegenwoordig te makkelijk. Het is een parodie op wat ik normaal krijg voorgezet, een cynische afwaardering.

Daarom stapte ik als een volwassen vent op de fruitmand af. Er lag een mango in, uiteraard lag er een mango in, en tot mijn aangename verrassing was die mango zacht geworden. Weer een puzzelstukje.

Goed. Ik legde de mango op een snijplank. Een historisch moment, een intiem moment. We hadden een nieuw mes, van Japanse makelij, waar je niet per ongeluk tegenaan moet leunen. Ik pakte het. Ik heb zwarte band judo.

Eigenlijk lijkt een mango op een nier, of op een verkleinde maag. Er steekt niks aan uit, maar het is ook geen bol, zoals een sinaasappel, waar bovendien op de schil ‘grip’ is geëvolueerd, en niet voor niks. Enige tijd een grote, gladde mango vasthouden veroorzaakt kramp in je poot, reken daar maar op. Maar er even, zip-zip, eentje schillen is onmogelijk. ‘Deze mango is als een mammoettanker’, zou Hugo de Jonge zeggen, ‘het kost tijd om bij te sturen en af te remmen.’

Met trage, glooiende halen vilde ik de mango zijn bovenkant. Meteen begon hij van alle kanten te druipen, iets wat appels niet doen. Met een flats legde ik de mango op zijn open rug. De plank eronder zoog zich vol begeerlijke sappen, kon je horen, maar zonder dat de mango bleef liggen. Je kunt ook te smeuïg zijn. Ik kreeg de bovenkant er gewoonweg niet afgeschild, steeds gleed de mango weg, het sap zat inmiddels onder mijn oksels. Misschien eerst wat blokjes eraf snijden?

Die blokjes – waren die destijds wel van mango gemaakt? Ik kreeg er geen vierkant blokje van af. Er zat ook iets in de mango. Een pit? Of spijs, als in kerstbrood? Het voelde zowel zacht als hard aan, het Japanse mes reageerde verward, waardoor er een plak mangovlees afvloog, en plets, op mijn blote voet landde. Alles was nu nat en plakte. ‘Wij zijn klaar met de mango’, zou Hugo de Jonge brullen, ‘maar de mango is nog niet klaar met ons.’ Oké, een vork. Zonder vork ging me dit niet lukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden