Interview Neil Harbisson

De man met een (geïmplanteerde) antenne voor kleur

Neil Harbisson. Foto Manon van der Zwaal

Dankzij zijn geïmplanteerde antenne ervaart de zelfbenoemde ‘cyborg’ Neil Harbisson kleuren. Maar daarbij blijft het niet. Een ingebouwd kompas en een zonnekroon zijn volgende projecten.

‘Ik wilde geen technologie gebruiken, ik wilde geen technologie dragen. Ik wilde technologie worden.’ Een gesprek met ’s werelds bekendste cyborgactivist en -artiest, Neil Harbisson. Die met een ingebouwde antenne op z’n hoofd kleuren kan horen.

In een bloedhete hal op een stoffige vlakte in Amsterdam-Noord vuurt Neil Harbisson in razendsnel tempo zijn surrealistische gedachtespinsels op het publiek af. Tijdens zijn performance op de Dutch Digital Day laat de cyborg (een combinatie van mens en technologie) het publiek beurtelings in milde verbijstering en lachend achter. Maar bovenal ziet het een man met een voelspriet boven op zijn hoofd. Wat is dit in vredesnaam?

De spriet is sinds 2004 rechtstreeks verbonden met z’n hersenen en vertaalt kleuren naar sensaties die zijn brein prikkelen, als een soort extra zintuig. Na afloop, tijdens het interview, komt een van de aanwezigen op hem af. ‘Man, dit is het inspirerendste wat ik ooit in mijn leven heb gehoord. Je hebt mijn ogen geopend.’ Harbisson hoort het glimlachend aan. ‘Ik roep extreme reacties op. Het tegengestelde gebeurt ook, tot aan doodsbedreigingen toe. Mensen die vinden dat ik niet aan het leven mag sleutelen. Het is tegen de menselijkheid, tegen God zelfs.’

De cyborgs zijn onder ons

Het grote publiek kent cyborgs vooral uit de populaire cultuur, zoals de tv-serie De Man van Zes Miljoen of de gemeenschap van cyborgs (‘de Borg’) uit Star Trek. Voor échte cyborgs is het een bloedserieuze levensfilosofie. Cyborgs, biohackers en grinders knutselen aan hun eigen lichaam en verbeteren deze door technologie toe te voegen.

Ook Nederlanders zoals Patrick Paumen. Hij heeft chips en magneten laten implanteren, waarmee hij bijvoorbeeld zijn voordeur kan ontgrendelen. Harbisson richtte een eigen stichting op, de Cyborg Foundation. Deze telt zo’n vierhonderd leden. Wereldwijd zijn er vermoedelijk enkele duizenden cyborgs.

De 33-jarige Harbisson − geboren in Noord-Ierland, opgegroeid in Spanje − komt ter wereld met een zeldzame oogafwijking, waardoor hij alleen grijstinten ziet. ‘Als kind probeerde ik het bestaan van kleuren te negeren, maar dat was onmogelijk. Als anderen tegen me praatten, kwamen altijd kleuren voorbij. Ik had geen idee waar ze het over hadden.’ Het zorgt ervoor dat Harbisson ook kleuren wil ervaren. Inmiddels gaat hij verder waar anderen ophouden.

Wie Harbisson ziet, pretogen onder een bloempotkapsel, en hem hoort praten, wordt constant op het verkeerde been gezet omdat zintuiglijke ervaringen bij hem door elkaar lopen. Het is een synesthetisch wonderland waar een kleurrijke salade of felgekleurde jurk als een goed liedje kunnen klinken. Waar hij het beroemde schilderij de Schreeuw van Edvard Munch ook echt kan horen en waar de zonnebril van Bono een wel erg irritant geluid maakt. En waar toespraken van Hitler en Martin Luther King totaal andere kleuren hebben. Harbisson maakt daar trouwens ook schilderijen van. Ook als taalkunstenaar laat hij zich niet onbetuigd. Zo verhaalt hij over ‘transdentale’ communicatie: communicatie van tand tot tand. Als hij met zijn tanden klakt, voelt collega-cyborg en avantgarde-kunstenaar Moon Ribas een vibratie in haar mond. De jeugdvrienden hebben zich morse aangeleerd en hun tanden maken via bluetooth connectie met internet. Een echte bluetooth-tooth dus.

Het begint allemaal met die antenne die nu parmantig uit zijn schedel steekt. Vanaf dat moment kan de Brit kleuren zien. Nee, dat is niet het goede woord. Hij kan vanaf dat moment kleuren ervaren. Zonder de voordelen van het zien in grijstinten te verliezen. Want die zijn er. Harbisson kan naar eigen zeggen veel beter in het donker zien dan andere mensen. De Brit wilde naar eigen zeggen zijn zicht niet veranderen, maar zijn gevoel voor kleur.

De antenne pikt van iedere kleur de specifieke frequentie op en vertaalt dat via de chip die in zijn schedel is ingebracht naar een trilling die alleen Harbisson waarneemt, buiten zijn oor om, in zijn bot. Iedere kleur heeft zijn eigen geluid en hoe verzadigder de kleur, hoe luider het volume. Een wandeling door een supermarkt is een overweldigende auditieve ervaring, alsof hij in een lawaaiige nachtclub loopt. Maar Harbisson klaagt niet. Integendeel; hij hoort ook kleuren die buiten het waarneembare spectrum vallen, zoals infrarood en ultraviolet.

Zo kan hij zelfs waarnemen of er ergens een infrarode bewegingssensor van een alarmsysteem aanstaat. Ook ervaart hij het rijke palet aan kleuren waarmee de ruimte is gevuld, kleuren die mensen niet kunnen zien. Hij verkent naar eigen zeggen de ruimte via zijn zintuigen. Om dit voor elkaar te krijgen, maakt hij iedere dag even verbinding met de camera’s van het International Space Station van de Nasa.

Raar? Het kan nog extremer: zijn antenne onderhoudt ook een internetverbinding en Harbisson heeft vijf mensen toegang gegeven om vanuit verschillende uithoeken van de wereld beelden naar hem te sturen. Ook als hij slaapt. Komt er ineens een fel-oranje zonsondergang uit Australië binnen. ‘Soms word ik er wakker van, andere keren kleurt het mijn dromen.’ Eén keer is hij gehackt, toen iemand anders zomaar beelden begon te sturen. Harbisson maakt zich er niet druk over, ook al is technologie een wezenlijk onderdeel van zijn identiteit. ‘Het gevaar van chemische hacks is veel groter. Dat stuk chocola dat voor ons op tafel ligt, kan wel zijn vergiftigd.’

Zijn inmiddels wereldberoemdeantenne komt er niet zonder slag of stoot. Het kost hem veel tijd en moeite een arts zover te krijgen de ingrijpende operatie uit te voeren. Artsen vinden het niet ethisch. Uiteindelijk vindt hij iemand, op voorwaarde van anonimiteit. Daarna begint het pas: ‘Het kostte maanden voordat mijn hersenen er een klein beetje aan gewend waren.’ Dan gebeurt het wonder: zijn hersenen tonen zich van hun meest flexibele kant en beginnen zich aan de nieuwe input aan te passen. Ze maken chocola van die kakofonie aan geluiden, beginnen te filteren. Ze geven betekenis aan de wereld die zich via zijn zintuigen aandient.

Waar hij echter niet op voorbereid is, zijn de reacties van zijn omgeving. ‘Iedere dag word ik aangesproken door mensen. In de eerste jaren dachten ze dat het een leeslampje was. In 2008 dachten ze aan een handsfree telefoon, daarna aan een Go Pro-camera. In 2012 dacht men dat ik voor Google Streetview werkte. In 2015 begonnen kinderen me te vragen of dit een selfiestick was.’ Maar het plan slaagt: ‘Ik wilde geen technologie gebruiken, ik wilde geen technologie dragen, ik wilde technologie worden.’ Inmiddels voelt de antenne als een lichaamsonderdeel, net als een been of arm.

Precies deze transformatie brengt Harbisson in conflict met de Britse autoriteiten als hij een nieuw paspoort aanvraagt. Of hij zijn antenne even wil afdoen voor de foto. Harbisson weigert. ‘Ik draag geen antenne, ik héb een antenne. Net zoals ik geen neus draag, maar een neus héb.’ Ook hier zet Harbisson door en boekt succes: hij staat in zijn paspoort inclusief antenne.

Voor Harbisson is het een manier van leven, levenskunst. En wat hij ook een grondrecht voor cyborgs vindt: het recht om jezelf te ontwerpen. Strikt genomen is iemand met een pacemaker ook een cyborg, maar Harbisson is niet geïnteresseerd in simpelweg het vervangen van een niet functionerend lichaamsonderdeel door technologie. ‘We hebben eindelijk de mogelijkheden om onszelf te ontwerpen en daarmee kunnen we de planeet beter maken. Als we bijvoorbeeld allemaal nachtzicht zouden hebben, hoeven steden ook niet meer verlicht te zijn. Amsterdam zou pikkedonker zijn. Dat scheelt een boel energie. Als we onze temperatuur zouden kunnen regelen, hebben we geen airco of verwarming nodig.’

Halleluja voor de techniek dus. Maar hedendaagse denkers laten niet na ook op de nadelen te wijzen die aan het cyborgbestaan kleven. Zo is de Britse filosoof Andy Clark − die in zijn boek Natural-Born Cyborgs uit 2003 betoogt dat de mens al tot het bot verweven is met technologie − niet blind voor de gevaren van slimme algoritmes die software aansturen.

Dat je het aan Spotify overlaat om je muzieklijsten samen te stellen, is tot daaraan toe, maar hoe ziet je wereld eruit als je zintuigen worden aangestuurd door een technologiebedrijf? Harbisson knikt instemmend. ‘Dit is de reden dat ik alles zelf ontwerp, ik wil bij elke stap betrokken zijn.’ Harbisson vindt overigens wel dat er wetgeving zou moeten komen op dit vlak: wie heeft er straks toegang tot de elektronica in zijn lichaam?

Neil Harbisson. Foto Manon van der Zwaal

Cyborgs verheugen zich de afgelopen jaren in een toenemende belangstelling. Via filosofen als Clark bijvoorbeeld, maar ook door ondernemers als Tesla-baas Elon Musk. Harbisson voelt zich echter in het geheel niet verbonden met een denker als Ray Kurzweil (die voorspelt dat alle mensen in 2050 cyborgs zijn) of Musk.

Dat is het kamp van de zogenoemde transhumanisten, die betogen dat mensen zich met technologie moeten verbinden om zo kunstmatige intelligentie het hoofd te kunnen blijven bieden. Bijvoorbeeld door het geheugen te verbeteren. Of ons brein te uploaden. ‘Ik snap dat mensen me in die hoek proberen te stoppen, maar ik ben daar niet mee bezig. Ik vind de ene soort niet beter dan de andere. Ik respecteer de mens, maar evengoed een mier of kunstmatige intelligentie. Niets is superieur.’ 

Harbisson voelt zich niet 100 procent mens, ‘en dat is iets positiefs.’ Sowieso is hij niet geïnteresseerd in het verbeteren van zijn brein. Het gaat hem om het ervaren van de werkelijkheid via extra zintuigen. Geen artificial intelligence, maar artificial sense, kunstmatige zintuigen ‘De intelligentie wordt door het menselijk brein gevormd, die hebben we al. Dat brein vertaalt alle nieuwe indrukken naar iets zinnigs.’

Een van de voorbeelden daarvan is de recente implantatie van onderdelen van een kompas in zijn knie. Hij is benieuwd of dit zijn gevoel voor magnetische velden kan doen ontwaken. Want ooit hebben we dat gevoel gehad, denkt hij. ‘Vermoedelijk zijn we het kwijtgeraakt vanaf het moment dat we lange broeken zijn gaan dragen. We hadden waarschijnlijk receptoren aan de achterkant van onze knie.’ Harbissons ogen lachen. Meent hij dit? Ja, bezweert hij. Het zal maanden duren voordat duidelijk wordt of dit experiment slaagt.

En daarmee is de koek nog niet op. Harbisson krijgt binnenkort een ‘solar crown’, een zonnekroon, een band om zijn hoofd waarmee hij tijd kan voelen, via hittepuntjes. Hij wijst een punt boven zijn neus aan: ‘Mijn neus is Londen. Hier is IJsland, hier is New York. Waar ik hitte voel, daar is het twaalf uur zonnetijd. Ik voel de 24 uurscyclus van de zon om mijn hoofd. Mijn hoofd is als het ware de wereld. Het is de meest natuurlijke manier om tijd te ervaren.’

Maar wacht Neil, we hebben toch al tijdsgevoel? ‘Klopt, maar we hebben er geen orgaan voor.’ Dat is de zonnekroon, die − als hij werkt − over een paar maanden onder de huid zal worden ingebracht. Harbisson verwacht dat het wel twee jaar kan duren voordat zijn brein gewend is aan deze ingebouwde 24 uursklok.

Harbisson zou Harbisson niet zijn als het daarbij blijft. Vanaf dat moment wil hij de perceptie van tijd gaan manipuleren. ‘Net zoals we optische illusies kunnen creëren, moeten we tijdsillusies kunnen maken.’ Door tijd op te rekken of juist te versnellen. ‘Als we tweehonderd jaar willen leven, dan kunnen we proberen ons lichaam zodanig te verbeteren dat dat lukt. Maar waarschijnlijk is het veel eenvoudiger om de tijd zelf te manipuleren, zodat ik het gevoel heb dat ik tweehonderd jaar leef. Mijn lichaam is dan slechts 70 jaar oud. Dus ik voel me extreem jong als ik naar mezelf in de spiegel kijk.’

Verder nog wensen? Harbisson lacht. ‘Een van mijn onmogelijke dromen is een zintuig voor humor. Stel je voor dat je altijd gelukkig bent, dat alles grappig is en je overal om moet lachen. Zelfs als je naar een muur kijkt. Dat lijkt me een mooie manier om te sterven.’

 Meer lezen over cyborgs, biohackers, superintelligentie en transhumanisten:

De Amerikaanse uitvinder en futurist Ray Kurzweil belooft het eeuwige leven wanneer mens en machine met elkaar versmelten. Maar hoe ver zijn we eigenlijk, met die cybertechniek?

‘Dat de mens wordt overvleugeld door machines vind ik een poëtisch idee.’ Interview met natuurkundige Max Tegmark. 

Filosoof Luciano Floridi: ‘Het is totaal onzinnig en stuitend arrogant om het te hebben over machines die bewustzijn hebben.’

Hackerspaces zijn een soort ambassades van de hackerscultuur. Een interview met ‘elektromonnik’ Mitch Altman. 

De Twentse hoogleraar Peter Paul Verbeek schrijft in zijn boek De Grens van de Mens over de versmelting van  mens en techniek. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.