Voorpublicatie ­Moeders lichaam

De man die zijn dode moeder bewaarde

Piet, die jarenlang bij zijn moeder Gerda in huis woonde, zou niemand vertellen dat ze was overleden. Dat was haar wens – waar moesten Piet en de katten anders wonen als zij er niet meer was? 

Het bed waarin Piets moeder overleed, is blijven staan. Beeld Stephan Vanfleteren

Moeder was heel duidelijk geweest, hij mocht het tegen niemand zeggen. Ze lag boven in het echtelijk bed, het was dinsdag 23 juli 2013. Piet was naast haar komen zitten, op de plek waar vader vroeger sliep. ‘Wat moet jij anders, jongen?’

Ze begon over de katten. Op dat moment waren het er negen, die zeer goed voedsel kregen, van exclusieve ­merken, dat ze kochten bij Das Futterhaus in Tüddern, vlak over de grens. Dan was er de huur, en al die andere kosten. Hoe zou hij dat in zijn eentje kunnen opbrengen? Piet sprak haar niet tegen, dat had hij nooit gedaan. Dus zei hij: ik zeg het tegen niemand, moeder.

Ze voelde zich niet goed, die dinsdag. Maar dat was vanaf de Kerst al zo. ‘Ze had steeds meer moeite met ademen’, zegt Piet. Hij zit op de skaileren bureaustoel van Wehkamp, in de groezelige huiskamer van de woning aan de Berkenstraat, waar alles is gebleven zoals het was. Om de stoel zit nog verpakkingsplastic, zodat de bekleding schoon blijft. Het is hier schemerig, voor de ramen hangen stoffige luxaflex en vergeelde vitrage, die nooit opengaan. Een van de honderden lp’s uit zijn rockcollectie staat op: Miracles Out of Nowhere van Kansas.

Ik zit op mijn vaste stek: de bank aan het raam. Voor ik plaatsneem, legt Piet er een beduimelde lap neer, zodat mijn broek minder vies wordt. Vinny, de grijze kat met het doffe oog, gaat vervolgens naast me liggen.

Er is nog een grijze kater: Dewy. Eigenlijk mag Piet helemaal geen katten houden, maar hij heeft beroep aangetekend tegen die bepaling. Dewy is schuw, na een uurtje komt hij meestal pas tevoorschijn. ‘Hé jongen, hallo, dag jongen!’, roept Piet dan. Als een van ons een onverwachte beweging maakt, vliegt het beest weer naar de gang.

Piet van der Molen (65) is een kinderloze vrijgezel die nooit heeft gewerkt en altijd thuis is blijven wonen, in het Zuid-Limburgse dorp Oirsbeek. Broers of zussen heeft hij niet. Na de dood van zijn vader verlangt zijn moeder Gerda dat Piet diens plaats inneemt. Als moeder in de snikhete zomer van 2013 overlijdt, besluit Piet haar in huis te houden. Hij blijft ­gesprekken met haar voeren, zijn verdriet is groot.

Tweeënhalf jaar later staan twee agenten bij hem op de stoep. Ze zijn gebeld door een anoniem iemand, die zich zorgen maakt over de zoon en de moeder. Piet wordt gearresteerd, de straat kijkt toe hoe mensen in witte pakken een gammele kist naar buiten takelen. Gegrepen door dit voorval, reist Joris van Casteren naar Oirsbeek af. Tussen Piet en hem ontstaat een wonderlijke vriendschap. Een voorpublicatie uit ­Moeders lichaam, een onthutsend verhaal over liefde, rouw, trouw en bedrog, dat deze week is verschenen.

Begin januari waren ze naar dokter Mulder in Merkelbeek gegaan. Geen prettige man, maar dat is geen enkele arts volgens Piet. ‘Ze zijn kil en afstandelijk, net als de medische wetenschap zelf.’

Bij hun vorige huisarts, dokter Klaassen, waren ze boos weggegaan. Omdat hij de cholesterolwaarden van vader, die in 1997 is overleden, niet vaak genoeg had willen ­controleren.

Dokter Mulder had moeder, een heel klein vrouwtje, ­beklopt en beluisterd. Volgens hem had ze kalk op de hartkleppen, een typische ouderenkwaal: moeder was die herfst 91 geworden. Dokter Mulder schreef haar meidoorncapsules voor, waar een hartversterkende werking van uit zou gaan. Ze hoefde zich volgens hem geen zorgen te maken. ‘U kunt hier prima oud mee worden, zei dokter Mulder nog.’

De meidoorncapsules haalden niets uit. Moeder had geen zin om weer naar dokter Mulder te gaan, die ze ‘witte keeskop’ noemde. Ze wilde naar Jack Helmes, een alternatief genezer in Brunssum, die haar eerder een middeltje tegen reuma had gegeven.

‘Ik kan dit wel oplossen’, zei Helmes, nadat hij een vorm van acupunctuur op moeder had toegepast. Met magnesiumtabletten en homeopathische druppels, die Piet meteen aanschafte bij de apotheek in Treebeek, zou ademen makkelijker gaan. Na een paar weken was haar situatie niet verbeterd maar verslechterd: moeder hoestte nu ook. Ze sliep steeds slechter, haar onderbenen werden dik.

In april reed Piet haar naar Schinveld, waar het weitje ligt dat ze vanaf 1987 pachtten, toen moeder Mona had gekocht, een merrie op leeftijd die anders naar het slachthuis was gegaan. Bijna elke dag ging ze ernaartoe met Piets vader, Herman van der Molen. Die was haast net zo klein als zijn vrouw, krap 1 meter 60. In het dorp werden ze Hans en Grietje ­genoemd.

Piet met kat Vinny in de achtertuin. Beeld Stephan Vanfleteren

Als het koud was zaten ze bij een petroleumkacheltje in het door vader getimmerde schuurtje, pal onder de steeds drukkere aanvliegroute van de Awacs, de Navo-verkenningsvliegtuigen die bij het landen en opstijgen van vliegbasis Geilenkirchen een helse herrie produceren. ‘Een grote schande dat dat zomaar mag’, zegt Piet, die erg gekant is tegen alles wat met oorlog en geweld heeft te maken.

Paard Mona was een paar maanden na vader van ouderdom bezweken. ‘Dat was opnieuw een hele zware klap voor haar’, zegt Piet, die de rol van vader op zich had genomen. Moeder, altijd zuiver katholiek, werd heel erg kwaad op God: ze zou nooit meer naar de kerk gaan. 

De wei hielden ze aan, omdat daar intussen ook een stuk of vijfentwintig katten zaten, waar moeder mee sprak zoals Franciscus van Assisi met vogels. Het was begonnen met één zwerfkat, al vlug kwamen er meer. ‘Alsof ze onderling vertelden dat ze bij ons gratis eten ­konden krijgen’, zegt Piet, die moeder elke dag naar de wei moest brengen. ‘Ze wilde dat ik net als vader de hele dag bij haar bleef.’ Een tijdlang deed hij dat. ‘Tot ik er genoeg van had, toen ben ik haar alleen nog maar gaan brengen en gaan halen.’

Het merendeel van de katten was na klachten van omwonenden door de Dierenbescherming in beslag genomen, tot moeders grote verdriet. De overgebleven exemplaren had Piet, toen hij vond dat moeder niet langer alleen in de wei kon zijn, meegenomen naar huis, waar reeds een aantal poezen woonden.

Omdat de meeste katten uit Schinveld erg wild waren, de huispoezen werden bij de kennismaking zowat vermoord, bouwde Piet een paar hokken in de achtertuin. Tot ergernis van de buren, die in het verleden al veelvuldig met de ­vergaande dierenliefhebberij van de familie Van der Molen waren geconfronteerd.

De schoen van moeder Gerda in de echtelijke slaapkamer. Beeld Stephan Vanfleteren

Kort na het bezoek aan de wei ging tante Ria uit Heerlerheide dood. Ze was 99 geworden, de laatste van moeders drie zussen. Tante Ria was de enige die nog wel eens langs­kwam in het huis aan de Berkenstraat, al was dat hooguit drie of vier keer per jaar, en vaak met tegenzin. ‘Ze vond het hier niet schoon genoeg’, zegt Piet. Het overlijden van haar zus greep moeder niet erg aan; omdat ze zich zwak voelde, was Piet alleen naar de begrafenis gegaan. Met de dood van poes Spinnetje, omstreeks diezelfde tijd, had ze veel meer moeite. 

Zoals vaker bij het overlijden van een kat, had Piet dagenlang op haar moeten inpraten voor ze het kadaver wilde afgeven. Als hij daar te vroeg over begon kon moeder hysterisch reageren.

Spinnetje ging naar de kelder, net als haar voorgangers. In een met hobbytape omwonden schoenendoos, waar moeder een crucifix en zelfgevlochten bloemenkransjes op legde. De kelder was in de loop der jaren veranderd in een kattenmausoleum. 

In juli was het plotseling erg heet. Moeder kwam nog eenmaal buiten, in de tweede week van die maand. Piet hielp haar in de oude BMW en reed naar het Windrakerbosje. Daar wandelde ze vroeger vaak met vader, toen ze pas waren getrouwd. 

De bruiloft had in het voorjaar van 1950 plaatsgevonden, in de parochiekerk van Maria Onbevlekte Ontvangenis in Terwinselen, waar moeder was opgegroeid. Bijna drie jaar later, op 17 februari 1953, was Petrus Antonius Lodevicus Gerardus (roepnaam Piet) geboren, hun enige kind.

Bij het Windrakerbosje kreeg Piet moeder met veel moeite uit de auto. ‘Erin ging nog wel, eruit was erg lastig’, verklaart hij. Toen ze eenmaal stond klampte ze zich aan hem vast. In een halve omhelzing schuifelden ze een eindje voort, gadegeslagen door enkele mannen van de groenvoorziening, die Piet beleefd had gegroet. Na tien minuten was moeder uitgeput en vond ze het wel mooi geweest.

Op de dinsdag dat Piet haar zijn woord gaf at moeder nog: aardappels met zachtgekookte groente. Vlees nam ze op aandringen van Piet, veganist, al jaren niet meer. Het eten bracht hij haar op bed, ze kon de trap niet meer af. Moeder had de aardappels en de groente meteen weer uitgespuugd, net als de dag ervoor.

Piets voordeur in de Berkenstraat in Oirsbeek. Beeld Stephan Vanfleteren

Drinken deed ze wel: lauwe thee die Piet serveerde in een kinderbeker met een tuitje, speciaal voor haar gekocht bij Kruidvat in Geleen. Ze nam kleine hapjes van een mariakaakje, uit het pak dat hij net als de kinderbeker gewoon op het nachtkastje heeft laten staan.

Piet schrok toen moeder ineens over de dood was begonnen, nooit eerder had ze daar iets over gezegd. ‘Moeder vond de dood verschrikkelijk, die accepteerde ze helemaal niet.’ Ze was er veel te voorbarig mee, meende hij. ‘Ik dacht dat ze er snel weer bovenop zou komen, moeder was altijd in goede gezondheid was geweest.’

Woensdag spuugde ze haar eten opnieuw uit. Ze kwam niet meer uit bed, haar behoefte deed ze in een po, die Piet haar aanreikte. Toen hij met de po naar de badkamer liep zag hij dat er bloed bij zat. Hij trok haar schoon ondergoed aan, iets wat ze tot voor kort altijd zelf had gedaan. Vanwege de hitte liet hij haar nachthemd uit. Donderdag bleef ze ook in bed, eenmaal spuwde ze bloed. Ze at niets, maar dronk nog wel wat thee. Vrijdagochtend gaf ze hevig over. ‘Het was een gitzwarte substantie.’ Ze probeerde iets te zeggen, Piet kon haar niet verstaan.

Hij piekerde er niet over om een arts te bellen. ‘Dat wilde ze helemaal niet.’ Moeder verachtte het hospitaal, waar ze haar dan naartoe zouden brengen. Tante Ria had er vaak genoeg gelegen, volgepropt met giftige medicijnen.

In de loop van vrijdagochtend wist moeder op een of andere manier de stoel aan het raam te bereiken, waar ze ’s nachts vaak zat als ze niet kon slapen, om naar het deinen van de metershoge conifeer in de verwilderde voortuin te kijken. Kachelmuus, een kater die zo heette omdat hij veel bij de verwarming zat, was op haar verschrompelde schoot gesprongen.

Crucifix en poster van The Eagles boven het bed waarin Gerda overleed in de zomer van 2013. Beeld Stephan Vanfleteren

Om twee uur zag Piet dat moeder in slaap was gevallen. Van de stoel tilde hij haar naar het bed en trok een dunne deken over haar heen. Hij haalde het kunstgebit uit haar mond en legde het op het nachtkastje, naast de mariakaakjes.

Elk half uur ging hij bij haar kijken. ‘Ze sliep vredig, minder onrustig dan ’s nachts.’ Om kwart over zeven was hij op zijn kamer met de bullworker in de weer: een buigbare staaf waar je de biceps mee traint. Om zijn tengere postuur in conditie te houden gebruikt hij dat hulpstuk elke dag een kwartier.

Rond half acht, Piet gutste van het zweet, hoorde hij moeder een vreemd geluid maken. Hij wierp de bullworker van zich af en rende naar de echtelijke slaapkamer, aan de voorzijde van de woning.

Moeder ademde niet meer, Piet zag het meteen. Hij zakte op zijn knieën en greep haar vast. ‘Het was het pijnlijkste moment van mijn leven’, zegt hij in de huiskamer op zeer droeve toon. ‘De dood van vader was erg, het sterven van moeder was alles.’ Bijna zestig jaar, rekent hij voor, was ze de enige vrouw in zijn leven geweest.

Na ongeveer een uur, al die tijd zat Piet bij moeder in bed, pakte hij een washandje uit de badkamer en waste haar. Daarna deed hij haar schoon ondergoed aan en borstelde zorgvuldig het dunne grijze haar. Vervolgens ging hij naar beneden. ‘Ik ben toen in haar stoel gaan zitten, dat weet ik nog goed.’

Moeders stoel staat er nog steeds: een gepolitoerd eikenhouten gevaarte met donkergroene, enigszins versleten kussens, naast een op kwart over drie stilgevallen klok met verbleekt wijzerblad waar ‘tempus fugit’ op staat. Links van die klok een identieke stoel, waar vader altijd in zat. Piet lag meestal op de bank aan het raam, die mijn vaste plaats is geworden.

Een hele poos zat hij in moeders stoel. ‘Er gingen allerlei gedachten door mij heen, welke gedachten weet ik niet meer precies.’ Daarna stond hij op, strompelde naar de skaileren stoel aan het bureau van fineer, met de twee logge, verouderde pc’s. Om op internet – dat ze nog maar een paar jaar hadden, nog altijd komt de verbinding zeer traag via de telefoonlijn tot stand – op te zoeken hoe je een overleden lichaam verzorgt.

Foto's van paard Mona en rechtsonder moeder Gerda met een van de zwerfkatten in het weitje bij Schinveld. Beeld Stephan Vanfleteren

Hij vloog naar boven toen hij op uitvaart.nl las dat een eventueel kunstgebit direct moet worden teruggeplaatst, in verband met intredende verstijving. ‘Gelukkig lukte het, moeder gaf op dat moment nog best goed mee.’

Weer beneden haalde hij een schrift tevoorschijn. ‘Vrijdag 26 juli 2013’, noteerde Piet met bevende hand. ‘Moeder wilde niet dat ik de dokter belde, dat zei ze dinsdag tegen mij. Moeder wilde zeker niet naar het ziekenhuis, dat had ze al eerder laten weten. Moeder had een laatste wens: zeg tegen niemand dat ik dood ben.’

Eronder schreef hij wat ze die dinsdag had gezegd: ‘Wat moet jij anders, jongen? Alle poesjes naar het asiel. Jij het huis uit. En je kunt alles niet meer betalen.’

Vervolgens ging het over de inkomsten. Maandelijks kwam er 2.500 euro binnen. Zijn bijstandsuitkering, die hij altijd heeft gehad omdat hij nooit heeft willen werken, plus moeders weduwenpensioen, haar aow en de zorgtoeslagen. ‘Daar konden wij net van rondkomen’, schreef hij in het schrift.

Die nacht bleef moeder in het bed liggen, onder de dunne deken, in haar ondergoed. Piet weet niet meer wat hij die avond verder nog heeft gedaan. ‘Zeker geen muziek gedraaid, dat kon ik echt niet meer.’ Bijtijds is hij gaan slapen. ‘Gewoon op mijn kamer, in mijn eigen bed.’

De volgende ochtend was het opnieuw erg warm, het zou die dag nog veel warmer worden. Toen hij ging kijken zag hij dat moeder groter was geworden. ‘Ze begon enorm op te zetten, het was een akelig gezicht.’ Moeder lekte, in het hoeslaken zat een donkere vlek. Haar benen kleurden zwart, het rook sterk in de kamer.

Het uitzicht op de Berkenstraat vanuit de echtelijke slaapkamer. Beeld Stephan Vanfleteren

Piet haalde een rol hobbytape van beneden en plakte de slaapkamerdeur dicht. ‘Zodat er geen vliegen zouden komen, en om te zorgen dat de katten er niet in konden.’ Kachelmuus en Grieske miauwden het meest, die sprongen ook voortdurend naar de klink.

Op de pc zocht hij iets op over lijkontbinding. ‘Ik had geen flauw idee hoe dat proces in zijn werk ging.’ Hij las ergens dat het bederf van binnenuit plaatsvindt. ‘Maar hoe dat dan precies verderging, bleef onduidelijk.’

Zaterdag zat hij opnieuw in moeders stoel, en huilde veel. In het schrift schreef hij: ‘Moeder wilde 100 worden. Daar hadden we het vaak over. Het heeft niet zo mogen zijn. Nu zit ik hier met negen katten die ik met een bijstandsuitkering natuurlijk niet kan betalen.’ En: ‘Ik kan geen afscheid nemen. Niet van moeder. Niet van de katten. En niet van dit huis waar ik sinds 1959 met mijn ouders woon.’

Omdat hij niet de hoofdhuurder was – dat was moeder – vreesde hij dat woningcorporatie ZOwonen hem het huis uit zou zetten. Hij zou aan de bedelstaf kunnen raken, schreef hij. Of in een flatje met onbekende buren terecht kunnen komen: ‘Een schrikbeeld dat ik weiger te aanvaarden.’

Het stilhouden van moeders dood was noodzaak, noteerde hij. ‘Alleen heb ik geen flauw idee hoelang ik de waarheid van het overlijden onopgemerkt kan houden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden