De liquidatie van de loges

Voor joodse oorlogsslachtoffers en zigeuners ligt compensatie in het verschiet. Jehova's getuigen zien ervan af. Maar er waren meer minderheidsgroepen die door Hitler bestempeld waren tot volksvijanden....

BELANGRIJK facet van de vrijmetselarij is altijd de geheimzinnigheid geweest waarmee zij zich omhulde. Mysterieuze rituelen spraken tot de verbeelding en wekten niet zelden het wantrouwen van de gevestigde orde. De rooms-katholieke kerk verketterde de praktijken van de loges omdat zij het kerkelijk gezag niet aanvaardden, het communisme vervolgde de leden als klassenvijanden en de nazi's schilderden de bouwbroeders op hun beurt af als volksvijanden.

Toch had het afschermen van de maçonnieke liturgie voor buitenstaanders niets te maken met een 'verborgen leer' of 'hogere magie', maar diende het vooral om de ernst van de inwijdingsceremonie te bewaren.

Vrijmetselaars interpreteerden hun beginselen niet overal hetzelfde. Volgens de opvattingen van de Britse Freemasons waren bijvoorbeeld politieke en religieuze twisten uit den boze. Sommigen menen dat de Franse Revolutie voortkwam uit een samenzwering van vrijmetselaars. Die hardnekkige complottheorie achtervolgt de broederschap nog steeds. Maar ondanks het wantrouwen oefende de maçonnieke levensbeschouwing op velen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Goethe, Mozart, Napoleon, Frederik de Grote, George Washington, Franklin D. Roosevelt, Mark Twain, Proudhon en Winston Churchill lieten zich allen inwijden in de wereld die de weg moest wijzen naar een betere samenleving.

In Nederland kondigden zich de eerste 'vrywillige metselaers' vanaf 1734 aan. In de meest recente studie over dit onderwerp, Vrijmetselarij in de Lage Landen (1995) van Anton van de Sande, wordt terecht gewezen op het verband tussen de opkomst van de maçonnieke leer in Nederland met de spectaculaire groei van de vele literaire sociëteiten en leesgezelschappen die hier vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw van de grond kwamen. Levensbeschouwelijke discussies hoorden bij het toenmalige rijke Nederlandse verenigingsleven. Aangezet door de Verlichtingsidealen, zocht men individueel naar 'de waarheid', wat goed spoorde met de vrijmetselarij.

Begin negentiende eeuw trok de orde de aandacht van de Nederlandse koninklijke familie. Prins Frederik, tweede zoon van koning Willem I, werd zelfs Grootmeester-Nationaal. Hij bleef liefst 65 jaar in functie. Na de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden kozen de broeders in België een radicale weg. Ze veranderden hun vrijmetselarij in een club voor antipaapse vrijdenkers. In Nederland bleven de loges bescheiden. Ze hielden zich op het maatschappelijke vlak meer bezig met charitatieve projecten als het oprichten van blindeninstituten.

In de twintigste eeuw vormden de liberale opvattingen van de vrijmetselarij het doelwit van totalitaire regimes. Hitler beschouwde de vrijmetselarij als een 'willig werktuig' voor joodse belangen. Na mei 1940 kwamen de maatregelen dan ook snel. Op last van Seyss-Inquart namen SD en Nederlandse politiemannen de loges al in juli in beslag. Begin september 1940 werden de vrijmetselaarsverenigingen officieel opgeheven, een lot dat zij deelden met onder meer de Rotary-club, de Odd fellows en het Nederlandse Rozenkruisers Genootschap.

De leiding over die operatie had Werner Schwier, hoofd Referat Internationalen Organisationen. Schwier was een voormalige gymnasium-rector. Sinds 1931 was hij partijlid. Hij was in bruine kring expert in de 'volksvijandelijke' vrijmetselarij, een onderwerp waarin hij ook les gaf aan Hitlers bestuurlijke elite. Later maakte Schwier carrière als gevreesd commandant van het Arbeitseinsatzlager Erika in Ommen, waar de gevangenen hem de naam 'Bruintje Beer' gaven.

Seyss-Inquart stelde vervolgens de Haagse advocaat Joan Muller aan om de bezittingen van de vrijmetselarij te liquideren. Muller, pro-Duits maar geen nazi, kon wel een extraatje gebruiken, want zijn advocatenpraktijk liep slecht. In zijn notitieboekje noteerde hij op 8 september: 'Gepolst voor benoeming tot liquidateur-generaal van het vermogen der vrijmetselarij enz., ben sindsdien in groote spanning of en zoo ja, wanneer, ik deze mooie baan zal krijgen.'

Veel slapeloze nachten hoefde Muller niet te hebben. Schwier bracht hem al snel op de hoogte van zijn nieuwe functie en voorzag hem van een lijst met daarop de namen van twaalf Nederlandse juristen die als provinciale liquidateurs zouden optreden. In Zuid-Holland waren er zelfs twee aangesteld, omdat het werk met de vestiging van de Grootloge in Den Haag te veel was. Alle nieuw benoemde liquidateurs, vrijwel zonder uitzondering NSB'ers, werden in 9 november 1940 bijeengeroepen in het Haagse logegebouw en kregen daar uitvoerige instructies van Schwier.

Schwier voorzag de liquidateurs van een ondubbelzinnige opdracht: alle door de SD in beslag genomen vermogens als effecten, contanten, banksaldi en dergelijke overmaken naar de depotrekening van Muller. Boeken, correspondentie en ander papier verdwenen in de papiermolen. Uitzondering op deze maatregel was de waardevolle lectuur zoals de rijke bibliotheek van de Grootloge in Den Haag, die naar Frankfurt werd verscheept. Verder bepaalde Schwier: 'Alle voorwerpen voor het ritueel van de vrijmetselarij en alle gebruiksgoederen, die van vrijmetselaarsinsignes voorzien zijn uit metaal, moeten zooveel mogelijk beschadigd voor het slopen bij elkander gepakt worden'. Houten voorwerpen werden eenvoudigweg kapotgeslagen en verbrand. Maar 'vrijmetselaarsorden, kleinodiën, knoppen van de opzichtersstok en dergelijken, die uit edelmetaal vervaardigd zijn' moesten onverwijld naar Schwier worden gezonden.

Een vette buit vormde het vermogen van de drie blindeninrichtingen die de vrijmetselarij beheerde. Tezamen beschikten die over het ongekend hoge bedrag van zes miljoen gulden. Schwier noemde dit 'reusachtig' en berichtte zijn baas Generalkommissar Schmidt op 7 april 1941: 'Daar de Stichting van de Blindeninrichting echter over een veel hoger kapitaal beschikt als nodig, stel ik voor f. 1.500.000,- van het kapitaal af te doen en deze som aan te wenden voor kosteloze uitzending van iedere gezonde Hollandse vrouw, die haar vierde kind verwacht. [...] door deze maatregel zou psychologisch en propagandistisch de practijk van het nationaal-socialisme op dit gebied alle Nederlanders onder ogen gebracht worden. Onder andere ook om het publiek een verklaring te geven over het gebruik van de liquidatiegelden.'

Volgens verklaring van Joan Muller leverde de gehele liquidatie van de loges uiteindelijk acht miljoen gulden op. Daarvan werd een deel voor propagandadoeleinden gebruikt. Schwier richtte met het geld in opdracht van de Rijkscommissaris de 'Volksche uitgeverij Westland' op, die tijdens de bezetting het leeuwendeel van de bruine boekenproductie in Nederland voor haar rekening nam. Voor deze onderneming werden tevens een tiental joodse boekenzaken opgekocht, die herdoopt werden tot 'Volksche' boekhandels.

De eerste uitgave van Westland was het boek Vrijmetselarij, een volksvijandige organisatie, geschreven door Werner Schwier zelf. Het boek, begin 1941 gedrukt door Elsevier, liet hij volledig met geld van de vrijmetselaars financieren. Liquidatie van deze 'internationale machten' die de 'volksche idee' tegenwerkten, was nodig ter bescherming van de orde in het Germaanse vaderland, verklaarde Schwier in zijn voorrede. Na slechts enkele maanden waren er vijfduizend exemplaren van verkocht.

Het noodlijdende, fel antisemitische weekblad De Misthoorn kreeg eveneens een krachtige financiële impuls. Daarnaast gebruikte Schwier verschillende geconfisqueerde stukken voor de tentoonstelling over de 'volksvijandige' vrijmetselarij die eind 1940 in Leeuwarden begon en daarna in diverse grote steden te zien was. Het transport regelde Puls, dezelfde firma die de order voor het transport van joodse goederen in de wacht sleepte. De kosten voor de expositie kwamen eveneens ten laste van het in beslag genomen vrijmetselaarsvermogen.

Lidmaatschap van de vrijmetselarij was voor de Duitsers geen reden tot vervolging. Wel werd Hermannus van Tongeren, grootmeester van de Nederlandse vrijmetselaarsorde, gearresteerd en naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht, waar hij binnen enkele weken omkwam. De reden dat Van Tongeren werd opgepakt is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk verdachten de Duitsers deze ex-KNIL-generaal van verzetsactiviteiten. Ze zaten er niet ver naast. Kort voor zijn arrestatie had hij nog kans gezien financiële steun van 600 duizend gulden over te dragen aan de redactie van het illegale Vrij Nederland. Zo zorgde vrijmetselaarsgeld niet alleen voor de uitgave van nationaal-socialistische lectuur via uitgeverij Westland, maar ook voor de verspreiding van het illegale woord.

Na de oorlog kreeg de Grootloge in Den Haag haar kostbare bibliotheek vrijwel volledig terug. De boeken waren opgespoord door Amerikaanse troepen. Alle andere voorwerpen bleven tot op heden spoorloos. Voor de financiële schade is getracht verhaal te halen op de naoorlogse Duitse autoriteiten. Maar de zes ton die de Bondsrepubliek na veel touwtrekken uitkeerde, stond niet in verhouding tot de werkelijke omvang van de schade.

Werner Schwier werd na de ontruiming van kamp Erika in april 1945 door de geallieerden naar Westerbork gebracht. De impopulaire kampcommandant wist te ontvluchten, maar eind 1945 werd hij in een krijgsgevangenkamp bij Brussel gesignaleerd. Jarenlang prijkte zijn naam op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers, tot een justitieambtenaar op 8 juli 1956 op zijn dossiermap noteerde: 'Sepot i.v.m. afwezigheid van verdachte. Verstekbehandeling uiterst bezwaarlijk'.

Het kwam Schwier goed uit. Tot hij overleed op 14 juli 1971 sleet 'Bruintje Beer' zijn bestaan tamelijk comfortabel in het Duitse Dorsten, zo'n drie uur rijden van zijn voormalige werkplek in Ommen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden