Eenzame uitvaartMevrouw S.

De kortstondige wederopstanding van mevrouw S.

Eenzame uitvaart : Mevrouw S. Beeld Merel  Corduwener
Eenzame uitvaart : Mevrouw S.Beeld Merel Corduwener

Onthutst las de voormalige minnaar van de Russische mevrouw S. het verhaal in de krant over haar trieste dood. Nadat hij haar had verteld dat ze hem niet meer moest opzoeken, had hij verwacht dat zij zou terugkeren naar Sotsji. Maar haar lichaam werd gevonden op tweehoog in Amsterdam.

Joris van Casteren

Het gebeurt niet vaak dat de overledene na een eenzame uitvaart nogmaals tot mij komt te spreken. De Russische mevrouw S. kreeg het voor elkaar, mijn verhaal over haar door tegenslag geplaagde leven, vorige maand gepubliceerd in deze krant, werd gelezen door een minnaar die een grote rol in haar leven heeft gespeeld.

Hoewel ze slechts met een initiaal was aangeduid wist hij direct dat zij het was: in 1962 geboren in Novosibirsk, opgeleid als stukadoor, studie aan een kunstnijverheidsschool in Moskou met klassiek borduren als specialisatie, de komst naar Nederland, het ongelukkige huwelijk met een Amsterdammer, de vruchteloze pogingen tot het vinden van een baan, dwarsliggende instanties.

Onthutst over haar trieste einde – het lichaam van mevrouw S. werd gevonden toen ongedierte uit het plafond van haar onderbuurvrouw viel – nam de minnaar, een man uit Hardenberg, contact met mij op. Omdat de broer en de zus van mevrouw S. vermoedelijk nog in leven zijn – de Russische autoriteiten namen de moeite niet hen op te sporen – wil hij zijn herinneringen kwijt, haar nagedachtenis levend houden, hopende dat de onwetende nabestaanden alsnog zullen worden gevonden.

Van der Valk

Zijn naam hoeft wat hem betreft niet in de krant, wel mag ik vermelden dat hij in in 1966 is geboren en bij een energiebedrijf werkt. Hij is op latere leeftijd getrouwd en sinds vier jaar vader van een zoon.

We spreken op zijn verzoek af in een Van der Valk-hotel bij Zwolle, dinsdag 9 november. Als ik er arriveer, staat hij voor de ingang te wachten: grijze krullen, oranje jas, spijkerbroek, bergschoenen. In de hand een plastic tasje met daarin enkele foto’s van hem en mevrouw S. Het lijkt alsof heel Zwolle in het Van der Valk-hotel heeft afgesproken, met moeite vinden we een tafeltje. Het is rumoerig, de zachtjes pratende minnaar is niet altijd even goed te verstaan.

Boven een glaasje jus d’orange vertelt hij dat hij eind december 1990 in een impulsieve bui samen met een jeugdvriend in Deventer op de Ost-West-Express naar Warschau stapte. Ze waren nieuwsgierig naar het Oostblok, dat na de val van de Muur toegankelijk was geworden.

De jeugdvriend had vuurwerk meegenomen, probleemloos ging het over de grens. In Warschau boekten ze een kamer in hotel Forum, een betonnen gedrocht in de buurt van het Paleis voor Cultuur en Wetenschap.

Op oudejaarsavond rond de klok van twaalf liepen ze de straat op en staken tot verwondering van de Polen vuurpijlen af. Hij zag een vrouw die hen gadesloeg vanuit de hotelbar, ze was in het gezelschap van een wat oudere man met een ringbaard.

Toen ze wat later in de hotelbar champagne bestelden vroeg de man met ringbaard, die hen Nederlands hoorde spreken, of ze bij hem kwamen zitten. De vrouw met het kastanjebruine haar bleek uit Rusland afkomstig te zijn, ze sprak gebrekkig Engels.

Gentleman

De man stelde zich voor als Gerard B., hij woonde in Amsterdam. ‘Het leek me wel een gentleman’, aldus de minnaar. B. (in 2018 overleden) zei dat hij de Russische in Warschau had ontmoet. Hij vertelde er niet bij dat een relatiebemiddelingsbureau met advertenties in De Telegraaf (‘Droomvrouwen uit Rusland! Ook uitgekeken op geëmancipeerde Nederlandse dames?’) hem na betaling met haar in contact had gebracht.

De minnaar sprak over het energiebedrijf waar hij ook toen al werkte. Het viel hem op dat de Russische hem aanstaarde, ze leek geobsedeerd door zijn toen nog blonde krullen. In combinatie met zijn blauwe ogen was hij de volmaakte representatie van een typische Hollander.

Hij had niet de indruk dat zij en Gerard B. erg verliefd waren op elkaar. B. zei dat hij bij sigarettenfabrikant Philip Morris werkte, hij rookte zelf ook als een ketter. ‘Maar toen ik meer over zijn werkzaamheden vroeg, kwamen er geen duidelijke antwoorden.’

Gerard B. was vaker in het voormalige Oostblok geweest. Tegen de minnaar en zijn jeugdvriend zei hij dat ze moesten oppassen als ze naar Rusland zouden gaan, in Moskou had een vrouw in een bar een slaapmiddel door zijn wodka geroerd. ‘Hij was in zijn onderbroek wakker geworden, beroofd van alles.’

Rond een uur of drie vertrokken Gerard B. en de Russische, ze verbleven in een naastgelegen hotel. De minnaar en de jeugdvriend gingen met twee Australiërs naar een casino, pas laat in de ochtend lagen ze in bed.

Om vijf uur in de middag werd er aangeklopt: Gerard B., hij vroeg of ze een drankje in hun hotel kwamen drinken. Aan de bar aldaar maakte de jeugdvriend een foto, op 16 september jongstleden aangetroffen door de medewerkers van Team Rampendienst, Uitvaarten en Pension (TRUP) van de gemeente Amsterdam, met wie ik de woning van wijlen mevrouw S. aan de Retiefstraat bezocht. B. zit in het midden, hij heeft zijn arm om mevrouw S. heengeslagen, trekt haar naar zich toe. Rechts van hem zit de minnaar, mevrouw S. en hij gluren schielijk naar elkaar; een verbleekte foto van het verleden die plotseling betekenis heeft gekregen.

Op haar aandringen spraken ze de volgende dag af in de oude stad van Warschau. Gevieren bekeken ze de oude Joodse wijk en het getto-monument. Ze aten in restaurant Krokodyl, waar de jeugdvriend wederom een foto maakte.

Omdat ze de de dag erna vertrokken gaven de vrienden hun Poolse złoty’s aan mevrouw S. Ze meenden dat zij het geld in het berooide en corrupte Rusland goed zou kunnen gebruiken. Hartelijk namen ze afscheid, zonder dat B. het in de gaten had, drukte mevrouw S. de minnaar een papiertje met haar adres in Sotsji in de hand.

Een verliefde brief

Terug in Ommen, waar hij destijds woonde, schreef hij haar een verliefde brief. Mevrouw S. stuurde snel iets terug. ‘Het kwam erop neer dat ze een toekomst met mij wilde, ze schreef dat ze mijn ouders graag wilde ontmoeten.’

Hij fantaseerde over een relatie, de afstand Ommen-Sotsji was groot. Op 14 december 1991 werd hij gebeld door Gerard B. Op triomfantelijke toon deelde hij mee dat mevrouw S. in Nederland was aangekomen, ze was ingetrokken bij hem aan de Ceintuurbaan.

Haar spreken was niet mogelijk, zei B. Mevrouw S. was moe, misschien zouden ze een keer langskomen in Ommen. ‘Hij beschouwde mij toen vermoedelijk als een rivaal.’ De oorzaak: mevrouw S. bleef maar over hem praten.

Het duurde niet lang voordat ze heimelijk contact opnam met hem, in het adresboekje van G. had ze zijn telefoonnummer opgezocht. Hij nam de trein naar Amsterdam, ze omhelsden elkaar in de hal van het Centraal Station, liepen gearmd door de stad, zoenden waar het kon.

B. en zij waren net getrouwd, ze volgde een taalcursus en sprak al heel behoorlijk Nederlands. Aan het einde van de dag stapte hij weer op de trein naar Ommen, bij het afscheid gaf ze hem een vilten zeehondje, dat ze na een bezoek met de taalcursisten aan Artis had gekregen. ‘Ik vond het eerlijk gezegd een raar cadeau.’

Verschillende keren kwam mevrouw S. naar Ommen, verzon smoezen om bij hem te kunnen blijven slapen. Tussendoor stuurde ze hem opmerkelijke geschenken. ‘Een knipsel over een film, allerlei brochures, een babypop.’

Ze kwam obsessief op hem over, stelde dat ze eigenlijk voor hem naar Nederland was gekomen, hij wilde die verantwoordelijkheid niet dragen en werd een beetje bang voor haar. Stiekem belde ze hem op, in het huis van Gerard B. leek van alles aan de hand te zijn. Tijdens een van de gesprekken viel er politie binnen, de verbinding werd verbroken.

Haar leven in Nederland verliep moeizaam: Russische diploma’s werden niet erkend, noodgedwongen nam ze slecht betaalde baantjes aan. Steeds dwingender stuurde ze op een relatie aan, ze wilde weg bij B. De minnaar hield de boot af, haar problemen overweldigden hem. Ze was geschokt toen hij de clandestiene relatie verbrak.

Gescheiden

Na de eeuwwisseling hoorde de minnaar opnieuw van haar, intussen woonde hij in Hardenberg, nog altijd alleen. Zij was gescheiden van B., een kortstondige verhouding met een marechaussee, zekere Wim, had tot niets geleid, ze was altijd aan hem blijven denken. Ze woonde op zichzelf in de Varikstraat in Amsterdam-Zuidoost, hij besloot bij haar langs te gaan.

Het huis zag er fatsoenlijk uit, met haar ging het minder goed. Ze kwam gefrustreerd op hem over: haar leven in Nederland was mislukt, ze ging het liefst terug naar Rusland, sprak in heroïsche bewoordingen over voormalig Sovjet-leider Breznjev, maar het stukje land bij Sotsji, via een oom in haar bezit gekomen, werd door anderen betwist, om het veilig te stellen moest ze op afstand van alles zien te regelen.

Ergens in Amsterdam-Zuidoost kochten ze een fles goedkope champagne, daarna kookte ze voor hem. Het gerecht, iets met kip, was koud. Volgens haar hoorde het zo, de minnaar lustte het niet. Ze pakte de pan en smeet die in de tuin.

Na die ontmoeting volgden vreemde telefoontjes, meestal ’s nachts. Er werd direct opgehangen of er klonk muziek. Hij schakelde nummerherkenning in en zag dat zij het was. Woedend liet hij weten dat het uit moest zijn.

Op een avond stond ze onaangekondigd voor zijn deur, hoe ze aan zijn adres was gekomen was hem een raadsel. Ze had een vreemde blik in haar ogen, de minnaar liet haar niet binnen, trok zijn jas aan en reed haar in de auto naar het station. Hij kocht een enkeltje Amsterdam, gaf haar vijftig euro en zorgde ervoor dat ze in de trein stapte. Het kwam bedreigend op hem over dat ze zomaar was verschenen. ‘Ik heb mijn broer gebeld en gezegd: als er de komende tijd iets met me gebeurt, weet je waar het vandaan komt.’

Jaren bleef het stil, toen belde ze opnieuw. Ze vertelde dat ze was verhuisd naar de Retiefstraat, haar laatste adres. ‘Ik kreeg de bekende klaagzang te horen’, zegt de minnaar, ‘er was haar weer van alles overkomen, de wereld deugde niet’.

Pijnlijke stilte

Vijf jaar geleden ontmoette hij zijn vrouw, een Ghanese. Het jaar erop werd hun zoon geboren. Toen mevrouw S. belde en hij haar op de hoogte stelde, viel er een pijnlijke stilte. Ze zei dat ze blij voor hem was maar de warmte verdween uit haar stem.

Als ze destijds inderdaad voor hem naar Nederland was gekomen weerhield niets haar nog van een terugkeer naar Rusland, waar ze altijd hoog van was blijven opgeven. Hij had verwacht dat ze zou terugkeren naar Sotsji, een huis op haar stukje land zou betrekken. In plaats daarvan lag ze weken dood op tweehoog aan de Retiefstraat, een verschrikkelijk gegeven. In zijn hoofd praat ze nog regelmatig tegen hem. ‘Waarom heb je niet voor mij gekozen?’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden