De koeien doen het werk

Naar Utrecht dan, eindelijk, vanaf De Blauwe Kamer, een van de eerste gebieden langs de rivieren waar de zomerdijk werd doorstoken, het water van de Nederrijn kan de uiterwaarden in stromen bij hoog water. Een stukje door de meidoorns, langs grazende Galloways, grote zilverreigers lichten op. Dan onder de Grebbeberg door en bij Rhenen de stuwwal op, de Utrechtse heuvelrug. Bossen in herfstkleuren en nog meer bossen in herfstkleuren. Doorlopen, nadenken over conclusies, de bossen lenen zich er voor.

Beeld Pauline Niks

Op mijn laatste stop in Gaasterland, Friesland, vorig jaar zomer, liep ik het erf op van de graasboerderij van Sierd Deinum en Joke Ensing. Oprijlaan met bomensingel, ruige weilanden met koeien met hoorns, Sierd en Joke zaten er ontspannen bij. Het is dan ook helemaal niet zo moeilijk, zei Sierd. ‘De koeien doen het werk. Ze eten buiten het gras op, laten de mest achter en brengen de melk naar binnen. Dat is de essentie.’ Hun biologisch-dynamische bedrijf is op die logica gestoeld. Koeien eten van nature gras, het liefst kruidenrijk gras, dat vinden ze het lekkerst, en dat is gezond. Tachtig koeien hebben ze, voor zo veel koeien is er gras, wat je noemt een sluitende kringloop. De koeien lopen negen maanden per jaar buiten.

De problemen beginnen, zo zei Sierd, als je de opbrengsten kunstmatig gaat verhogen. Met meer koeien, met één snelgroeiende, eiwitrijke grassoort, met kunstmest, met krachtvoer, met granen, soja, mais – allemaal elementen die je van buiten inbrengt. Dat veroorzaakt onder meer het mestprobleem, waar de fosfaat- en ammoniakproblemen uit voortkomen. En wat vaak wordt vergeten, zei hij: ‘Het kost de boer extra werk en geld. Het voer, de antibiotica, de medicijnen, de machines, de stress. Veel boeren klagen over de medicijnenboekhouding. Die hebben wij niet, want we gebruiken geen medicijnen.’

Nee, hij wilde niet prediken, maar als iedereen zou boeren zoals zij dan was er helemaal geen probleem. Dan had je minder maar meer dan voldoende melk, gezonde koeien, gezonde boeren, een gezonde bodem, volop weidevogels en een prachtig landschap.

Ik keek om me heen en ik kon het alleen maar beamen.

Beeld Pauline Niks

Andere uiterste

Tien kilometer verderop kwam ik in het andere uiterste terecht. In de Echtenerveenpolder, een polder zoals er vele zijn in Nederland. Wiebren van Stralen woonde er, hij groeide op in de buurt, hij wist hoe de polder er twintig jaar geleden uitzag. Als kind vond hij in de regio meer kievitseieren dan nu in de hele provincie. Van Stralen wist ook hoe de polder er over tien jaar uit zou zien, als alles zo doorgaat. Grofweg: nu waren er nog vijftig boeren actief, over tien jaar zijn dat er vijf of tien. De overlevers nemen de grond over, trekken het strak, sloten eruit, raaigras erin, groene biljartlakens, mais. En die paar ‘snelwegboeren’ houden het nog een tijdje vol.

Van Stralen geloofde er niet meer in. Hij had in de veevoerhandel gewerkt, hij had daar gezien hoe het boerenbedrijf in feite wordt gestuurd door de internationale valutamarkt, hij werkte daarna bij landbouworganisatie LTO, waar hij met berekeningen probeerde het ongerijmde te rijmen: meer koeien en meer melkproductie met minder fosfaat- en ammoniakuitstoot. De theorie bleek in de praktijk niet te kloppen. Natuurlijk niet, wist hij nu. Ergens in dat proces viel bij hem het kwartje: ‘De kernvraag wordt nooit gesteld: welke melkveehouderij willen wij zelf hebben, los van de dynamiek van de wereldmarkt?’

Van Stralen liet me de polder zien, tien bij tien kilometer. Over weggetjes die op dijkjes leken, want de veengrond eromheen is ingeklonken door de door de intensieve landbouw gewenste lage waterstand. Door die inklinking komt koolstof vrij, als bij een kolencentrale. Dan de weggetjes zelf. ‘Ze zakken weg, of er komen kuilen in. Om de paar jaar gaat de asfaltmachine er weer overheen, dat doet de gemeente.’ Het waterschap hield de waterstand onnatuurlijk laag. Het water moest ook gezuiverd, vanwege meststoffen en bestrijdingsmiddelen. De vaarten lagen inmiddels twee meter hoger dan het boerenland. En omdat de boeren op hun land moesten, kwamen er dammen in de vaarten. De commentaren van Van Stralen onderweg: ‘Deze boer is gestopt.’ ‘Deze boerderij staat leeg.’ ‘Deze boer twijfelt nog.’

In de dorpen stonden veel huizen te koop, geen bedrijvigheid. ‘Hier is alle leven weg,’ zei Van Stralen. Of: ‘Daar probeert iemand nog wat.’ Misschien is dat nog het ergste, dacht ik, het doodbloeden van het dorpsleven. Hier werd geproduceerd voor de wereldmarkt, te veel en voor een te lage prijs. En dat kan niet anders dan ten koste gaan van het landschap, van natuur, van het gemeenschapsleven.

Beeld Caspar Janssen
Beeld Caspar Janssen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden