Kinderen de BaasEten

De kinderen bepalen wat de pot schaft: ‘Snoeoeoep!’

Vanaf links: Jasper, Karin, Tomas en Meike.Beeld Jaap Scheeren

Wat gebeurt er als de kinderen het voor het zeggen krijgen? Dat onderzoekt de Volkskrant in het project Kinderen de Baas. Deze week deel vier: Meike en Tomas bepalen wat er wordt gegeten. Komt er nog groente op tafel?

Bij wie zijn we op bezoek?

Bij Karin (40) en Jasper Koek (41), Meike (9) en Tomas (7) in Amersfoort. ‘Je kunt hier heel goed tikkertje en verstoppertje spelen’, zegt Tomas.

Meike: ‘We hebben veel vrienden in de buurt.’

Tomas: ‘Je mag in de tuin van andere mensen komen.’

Meike: ‘Je kunt gewoon doorlopen.’

Meike en Tomas lijken in bepaald opzicht op elkaar, zegt moeder Karin. ‘Gevoelig, zachtaardig, ze houden rekening met anderen.’

Jasper: ‘Als een kind op school onaardig heeft gedaan, kunnen ze daar echt last van hebben. Dat gevoelige hebben wij zelf ook. Wij zijn ook bezig met wat mensen van ons vinden.’

Maar de kinderen verschillen ook. ‘Meike is nieuwsgierig naar nieuwe dingen, zoekt prikkels op en speelt met anderen’, zegt Karin. ‘Tomas kan heel huiselijk zijn, lekker met z’n lego.’ Op zijn bed heeft Tomas tweeënzestig knuffels. In plaats van een dekbed. Twintig daarvan heeft hij een vaste plek gegeven. Karin zet ze netjes waar ze horen.

Dat verschil bestaat ook tussen de ouders. ‘Ik houd van nieuwe dingen’, zegt Karin. ‘Terwijl ík als kind ook wel graag op m’n kamer zat te spelen’, zegt Jasper. ‘Maar nu vind ik nieuwe dingen wel leuk.’

Jasper is pr-manager voor luxe automerken. Bij een van de afspraken voor dit experiment komt hij aanrijden in een Porsche die hij mag lenen om naar een beurs voor rijke mensen te gaan. Karin helpt met haar onderneming ouders om uit hun berg kinderfoto’s mooie albums te maken.

‘Ze zijn best aardig’, zegt Tomas over zijn ouders. ‘Niet streng. Soms een beetje boos.’

Meike: ‘Doordat we bijvoorbeeld ruzie maken. Maar dat doen we niet heel vaak.’

Meike: ‘Daarna is het altijd weer goed. Dan zeggen we sorry tegen elkaar. We krijgen bijna nooit straf.’

Tomas: ‘Papa en mama leggen mijn kleren klaar en pakken mijn sokken.’

Meike: ‘En ze doen vaak spelletjes met ons.’

Karin en Jasper willen hun kinderen in sommige opzichten een andere opvoeding geven dan zij zelf hebben gehad. ‘Mijn moeder had regels om de regels’, zegt Karin. ‘Als ik terugkwam van buiten spelen moest ik omlopen naar de achterdeur. Soms als ik haar bij de voordeur zag staan, belde ik toch aan. Dan gebaarde ze door het raam: om-lo-pen. Terwijl ze daar gewoon stond! Ik dacht: ik ga later met mijn kinderen in gesprek en zal nooit roepen: omdat ik het zeg. Misschien ben ik daarin doorgeslagen.’

Jasper: ‘Ik vind het alleen maar goed, meer discussie. Ik heb ook een ouderwetse opvoeding gehad en hoor die soms doorklinken: nu gewoon even doen wat ik zeg, omdat ik je vader ben. Dat heeft Karin niet zo snel.’

‘Soms hebben we een huisvergadering. We kwamen bijvoorbeeld ’s ochtends niet op tijd de deur uit. Het hielp als ze pas een filmpje mochten kijken ná het ontbijt in plaats van tijdens. Niet dat we het allemaal naleven.’

Karin: ‘Het is allemaal niet in beton gegoten. Als ze bijvoorbeeld zeggen: ik ben moe van een drukke dag, ik wil langer op m’n schermpje, en ze zijn ook al buiten geweest, dan vind ik dat echt prima. Ik heb liever dat ze weten waaróm iets is en dat ze merken: hé, als ik iets vraag, als ik erover praat, kan ik iets krijgen.’

Jasper: ‘Je kind opvoeden is geen hond africhten. Zolang ze maar weten wat ze aan je hebben.’

Hoe gaat het normaal in dit gezin?

Meike: ‘We mogen niet te veel snoep. Twee dingetjes als we thuiskomen van school meestal. En later op de middag popcorn of chips.’

‘Volgens mij weten de kinderen uit de buurt dat’, zegt vader Jasper, ‘want die komen dan ook vaak binnen.’

Meike: ‘Maar we krijgen ook wel eens een broodje of fruit.’

Tomas: ‘Als een appel net gewassen is en je eet hem gelijk op, dat vind ik lekker. Als-ie nog een beetje nat is. Voor het avondeten vind ik kip lekker. En pasta.’

Meike: ‘Met tomatensaus.’

Tomas: ‘Oóóóf...’

De kinderen in koor: ‘Kaas!’

Karin: ‘De kinderen vragen altijd wat we eten. Als ze dat lekker vinden zijn ze blij...’

Jasper: ‘En anders is het gewoon: gadver.’

Meike: ‘Vrijdag eten we pannekoeken of poffertjes. Zondag patatjes. En we eten gewoon groente met aardappels.’

Tomas: ‘Of groentepizza.’

Karin: ‘Meike proeft veel meer. Tomas vindt weinig lekker en vooral groente niet. Hij kan heel makkelijk niets eten als het hem niet zint.’

Jasper: ‘Ik denk weleens: krijgt Tomas genoeg vitaminen binnen?’

Karin: ‘We hebben alles geprobeerd, ook er bovenop zitten. Maar hij kan tot kokhalzen toe weigeren. Een jaar lang moest hij minstens twee happen proeven. Nu laten we het vrij. En dan zitten wij soms echt lekker te eten, maar wil hij nog steeds niets proeven.’

Tomas: ‘Als we boontjes eten moeten we zoveel boontjes eten als we jaren oud zijn.’

Meike: ‘Ik eet er meer, maar Tomas houdt er niet van.’

‘De laatste keer heb ik twee bonen gegeten. Komkommer, wortel en bloemkool vind ik wel lekker. Broccoli vind ik het viest.’

Jasper: ‘We stimuleren. Als Tomas zijn boontjes wel eet als hij ze in de appelmoes mag dopen, prima, dan zijn dat toch weer een paar boontjes.’

Karin: ‘Als we bloemkool eten omdat dat een van de weinige groenten is die hij wel lust en hij heeft er dan geen zin in, dán ben ik weleens van: kom op.’

Karin kookt meestal. Lachend: ‘Ik kan niet goed koken. Nou ja, ik kan één recept maken. Ik vind het ook niet leuk.’

Jasper: ‘Als het niet zo duur zou zijn, zouden we zo’n dienst gebruiken dat je al je eten kant en klaar krijgt voor de hele week.’

Karin: ‘Ik heb het op een droombord staan: nooit meer koken.’

Soms helpen de kinderen met de tafel dekken, een boterham smeren of drinken inschenken. Meike helpt wel eens met koken en bakken. Maar meestal doen de ouders alles.

De kinderen moeten eigenlijk met bestek eten maar doen dat niet. Karin: ‘En als Tomas met zijn handen twee bloemkoolroosjes pakt, hoor je mij niet klagen.’

Ze hoeven niet hun bord leeg te eten, maar moeten wel blijven zitten totdat iedereen klaar is.

Meike: ‘En na het eten mogen we altijd een ijsje.’

Tomas: ‘Door de week een waterijsje en in het weekend een weekendijsje.’

Meike: ‘Een mini-magnum of een mini-cornetto.’

Tomas mag zijn ijsje ook als hij niet heeft gegeten. ‘Ik wil er geen beloning van maken’, zegt Karin.

Door de week ontbijten de kinderen met Jasper aan tafel, terwijl Karin de hond uitlaat.

Tomas: ‘Als zij in het weekend uitslapen, moeten we zelf ons ontbijt maken.’

Meike: ‘Maar soms staat dat wel klaar in de koelkast.’

Tomas: ‘Dan mogen we in de zitzak eten in plaats van aan tafel.’

Naar school krijgen de kinderen boterhammen en fruit mee. Meike met water en Tomas met limonade. Met enige jaloezie kijken ze naar kinderen die koekjes meekrijgen.

Meike en Tomas.Beeld Jaap Scheeren

De kinderen worden de baas. Wat verwachten de ouders daarvan?

Karin: ‘Ik denk dat Tomas zijn kans schoon ziet om alleen maar lekkere dingen te eten. En dat Meike veel meer nadenkt over of er ook gezonde dingen tussen zitten. Ik denk dat ze wel rekening houden met ons.’

Jasper: ‘Ik denk niet dat Tomas losgaat en elke avond friet wil eten. Maar hij zal helemaal geen groente eten. Ik hoop trouwens dat ik dat mis heb.’

Karin: ‘In elk geval pizza.’

Jasper: ‘Ik denk niet dat ze veel meer gaan snoepen. Omdat ze nu al niet het gevoel hebben dat ze tekortkomen.’

Karin: ‘En naar een restaurantje.’

Wat bepalen de kinderen?

Als Tomas voor het eerst van het experiment hoort, steekt hij zijn armen in de lucht en roept hij: ‘Snoeoeoep!’ Maar daar komt hij van terug. Hij sluit zich aan bij een voorstel van Meike: ‘Om en om lekkere en gezonde dingen eten’. Dat gaat gelden voor het pauzehapje, voor de middagsnack en voor het avondeten. Lekker is pannekoeken of patat. Gezond is bijvoorbeeld kip met broccoli (Meike) of bloemkool (Tomas). Misschien willen ze een keer naar een restaurant.

Over één ding is Tomas glashelder: ‘Geen bonen.’

Even vragen ze zich af hoe mama en papa weten wat zij moeten eten als ze op hun werk zijn en dat niet aan de kinderen kunnen vragen. Als oplossing maken ze een schema voor hun ouders waar dat op staat: koffie, thee, fruit, een broodje ‘en voor mama een notenreepje want daar houdt ze heel veel van’.

Meike: ‘In de avond wil papa weleens een biertje, maar dan kunnen we wel zeggen dat dat mag, want dan zijn we erbij.’

Tomas: ‘Ja, hij mag wel een biertje.’

Je kunt deze aflevering ook als video bekijken (of verder lezen natuurlijk):    

Hoe verloopt het experiment?

Al snel wordt duidelijk hoe Meike haar nieuwe rol opvat. Haar ouders moeten het vragen, elke keer dat zij iets willen eten of drinken. Vervolgens zegt Meike nooit nee. Maar dat vragen moet. Als Karin het een keer vergeet, wordt ze daar direct op aangesproken. Voor als ze op hun werk zijn hebben de ouders het schema om zich aan vast te houden. En als Jasper langer van huis moet om een vriendin te helpen klussen, krijgt hij van zijn kinderen vooraf toestemming dat hij gedurende die tijd mag eten en drinken wat hij wil.

Het dieet verandert intussen. Na pannekoeken op vrijdagavond bestaat de lunch op zaterdag daar wéér uit. Zaterdagavond volgt patat. Tomas grijpt rijkelijk in zakken met lekkers – ‘Ik heb veertien snoepjes gegeten’ – en drinkt appelsap zonder het water waar zijn ouders dat gewoonlijk mee aanlengen. Eén keer pakken de kinderen overdag een extra ijsje. Ze giechelen er veel bij. Meikes buurmeisje is veel over de vloer om van het vrije regime te profiteren.

Tomas eet gedurende het experiment inderdaad geen hap groente. De bloemkool die op tafel komt vindt hij ‘te zacht’.

Voor Karin en Jasper is het wel een overdosis pannekoeken en snacks, maar op twee dagen vol suiker en vet, volgen zoals voorgenomen twee dagen die iets minder ongezond zijn. ‘Ze snoepen veel, maar doseren ook een beetje’, merkt Karin. En: ‘Ze houden echt rekening met ons: jij vindt dat lekker, jij wil dat graag.’ In plaats van naar hun favoriete pannekoekenhuis, willen de kinderen naar een restaurant waar iedereen iets kan kiezen wat hij lekker vindt.

Meike valt op: ‘We zijn nu veel meer zelf aan het pakken.’ Dat ziet ook Jasper: ‘Grappig, als ze de leiding krijgen, nemen ze de leiding ook. Normaal laten ze zich heel erg verzorgen.’

Hoe willen de ouders verder?

‘De gezonde dingen werden snel geskipt’, zegt Jasper, ‘maar ik vond het ook weer niet heel anders dan normaal. Misschien vinden ze het wel oké zoals het normaal gesproken gaat en zijn wij ook wel vrij daarin.’

‘Zoals ze ons gingen verzorgen, dat is ook hoe wij het doen. We schenken vaak drinken voor ze in en maken eten voor ze. We zorgen dat ze hun eten niet vergeten voor school of sport. Er zijn ook ouders die zeggen: als je je brooddoos vergeet, is het jammer. Misschien is het een beetje overparenting van ons. Wel heel grappig dat zij de verantwoordelijkheid echt nemen als ze die krijgen. Ze gingen veel meer zelf doen. Dat zou ik er wel meer in willen houden. Ook al zullen ze dan niet altijd precies pakken wat wij willen. Ik vind het niet zo erg als ze dan af en toe koek meenemen in plaats van fruit. Ze kunnen prima meer zelf.’

Karin: ‘Het is gewoonte. Soms heb ik het niet eens door. Dan zeg ik ’s ochtends: hebben jullie nog geen sokken? En dan loop ik al naar boven om sokken voor ze te halen. Terwijl: die kunnen ze zelf meenemen als ze naar beneden komen. En als ze die zijn vergeten, moeten ze extra lopen. Vergeten ze het de volgende keer niet meer. Maar dat zit er niet in bij mij.’

Jasper: ‘We doen voor elkaar ook heel veel, niet alleen voor de kinderen.’

Over Tomas die de hele week geen groente heeft gegeten klinken ze berustend. Karin: ‘Ik had een beetje hoop omdat hij zelf die bloemkool had gekozen.’

Jasper: ‘Nou had ik die ook tot snot gestoomd. Ik vond het zelf ook niet lekker.’

Hoe willen de kinderen verder?

Meike en Tomas vinden het jammer dat het experiment voorbij is, maar ze zouden niet de baas willen blijven. ‘Dan eten we te veel snoep’, zegt Meike. Ze willen wel graag nog eens over iets anders een poosje de baas zijn, zoals taakjes, schermtijd of huiswerk.   

De deskundigen

Een vast panel van deskundigen duidt bij elke aflevering van Kinderen de Baas de uitkomsten van het experiment.

Mariëlle Beckers (44), orthopedagoog en gezinscoach.

Geertjan Overbeek (44), hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Steven Pont (57), ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut.

Wat zeggen de deskundigen?

‘Aandoenlijk hoe de kinderen de wensen van de ouders meenemen’, zegt Marielle Beckers.

Steven Pont: ‘Meike heeft de baas zijn vertaald als verantwoordelijkheid. Daarom moeten de ouders alles vragen.’

Geertjan Overbeek: De kinderen staan ook stil bij: wat is normaal? Ze zijn niet stuurloos of onverantwoordelijk.’

Beckers: ‘De ouders zijn normaal gesproken niet zo streng, daardoor gaan de kinderen nu ook minder los. En de regels die er wel zijn, zijn van jongs af aan geïnternaliseerd. Het is goed dat ze, ondanks dat Tomas zo’n moeilijke eter is, van het eten geen strijd hebben gemaakt. De maaltijd moet gezellig blijven. Niet: je moet je bord leegeten. Dat duwen maakt het juist ingewikkeld.’

Pont: ‘Natuurlijk hoort daarbij wel de regel dat je niet een kwartier na de maaltijd een tosti mag. En ook niet een uur voor de maaltijd nog chips. Als een kind dan zegt: ‘Ik heb honger’, heel goed. Dat ligt nog binnen de tijdspanne dat je waarschijnlijk niet zult overlijden. Dan ga je met honger aan de maaltijd beginnen. Wat ook een beetje het idee is.’

Beckers: ‘En het is belangrijk om heel lang dezelfde aanpak vol te houden. Je ziet dat ouders vaak te snel weer iets nieuws proberen. En het is wel een balans: afhankelijk van de leeftijd en wat verkeerd aangeleerd gedrag is, moet je wel een beetje oefenen. Bijvoorbeeld elke keer een boontje erbij.’

Pont: ‘Kinderen mogen een of twee dingen niet lusten. Dat hebben volwassenen ook. Maar angst voor het nieuwe zit er bij kinderen zo in, je moet ze iets wel acht tot vijftien keer laten proeven.’

Beckers: ‘En niet te veel aanpassen, want dan voed je juist de angst. Ik ken ouders die alles blijven pureren. Bied ook geen alternatieven. Jij wilt niet eten? Dat kan, maar dan krijg je niets anders. Je vindt de pastasaus niet lekker? Dan eet je droge pasta.’

‘Het kan helpen om jonge kinderen erbij te betrekken: meenemen naar de markt, aan een paprika laten ruiken, een receptje laten kiezen en als je aan het koken bent proeven of de smaak een beetje goed is.’

Pont: ‘Het is eigenlijk heel raar dat ouders bepalen hoevéél een kind moet eten. Ik denk dat het nog een reflex is van de Tweede Wereldoorlog. Wij hebben honger gehad en dus moet jij meer eten.’

Beckers: ‘Als je ouders vraagt eens bij te houden wat kinderen eten op een dag, is dat vaak meer dan ze denken. Bijvoorbeeld op de opvang, een uur voor het eten, nog twee rijstwafels met pindakaas. Fruitsap vult ook erg en wordt vaak niet meegerekend.’

Beckers zou het logischer vinden als Tomas geen ijsje kreeg na de avondmaaltijd. Niet als straf, maar omdat dat calorieën zijn en je het hongergevoel oplost dat hij eigenlijk moet hebben als hij niet heeft gegeten. ‘Vervelend als hij in bed ligt met honger, maar daar leert hij wel van.’

Overbeek valt op hoeveel meer Meike en Tomas zelf kunnen als ze daartoe worden uitgedaagd: ‘Kinderen ontwikkelen zich vaak sneller dan ouders door hebben. Je hebt even niet opgelet en dan zijn ze eigenlijk alweer een paar stapjes verder, maar het zit zo in je systeem om hen iets uit handen te nemen.’

Pont: ‘Je doet het uit liefde, maar je smoort de zelfstandigheid. Het is juist liefdevol om een kind experimenteerruimte te geven. Het moet fout gaan voor het goed moet gaan.’   

Met medewerking van Rinkie Bartels en Lisette Spiegeler

Kinderen de Baas

Voor het project Kinderen de Baas van de Volkskrant geven ouders in een gezin de touwtjes uit handen aan de kinderen, voor vier dagen tot een week. Het gaat om één onderwerp, zoals schermtijd, huiswerk, taakjes, eten of naar bed gaan. Op elk gewenst moment kan een gezinslid een bel luiden voor een familieberaad. Of op een toeter drukken om per direct het hele experiment te beëindigen, als een soort nooduitgang. Van tevoren en na afloop worden kinderen en ouders afzonderlijk van elkaar geïnterviewd. Tijdens het experiment vloggen zij en skypen zij met een verslaggever van de krant.

Alle afleveringen van Kinderen de Baas, video’s en geschreven verhalen, staan op www.volkskrant.nl/kinderendebaas

De video bij dit verhaal:  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden