Column Eva Hoeke

De keren dat ik er zelf rokend bij had gezeten – zalige, maar andere tijden

Op het verder lege terras van een café in een middelgrote provinciestad waar ik juist zat uit te hijgen van een interview met iemand die maar niet van ophouden wilde weten, kwam een al even vermoeide vijftiger in een grote leren jas aangelopen die uitgerekend op de stoel naast mij neerzeeg. Bij het zijgen kwam er een klap lucht vrij die mijn krant omhoog deed waaien, maar de man keek op noch om en begon in plaats daarvan op z’n dooie akkertje aan de punt van een bescheiden sigaar te draaien. Pas toen de kelner met een plichtmatige zwier een uitsmijter kaas voor me neerzette en ik aan mijn eerste hap wilde beginnen, vroeg hij: ‘Je heb toch geen last van de rook, hè?’

‘Nee hoor,’ antwoordde ik naar waarheid.

De man keek me aan en zei spinnend: ‘Anders maak ik ‘m voor je uit, hoor.’

Het terras hoorde bij een café dat nog niet was aangevroten door de moderne mens, met een ouderwets buffet en een nooit geschilderd plafond, en ik dacht aan al die keren dat ik er zelf rokend bij had gezeten. Zalige, maar andere tijden. Zelfs de Man, die jarenlang op een donkere bovenwoning voorovergebogen over een computer het ene na het andere shagje weg had zitten paffen, was er onder druk van zijn nieuwe gezinsleven mee uitgescheën. Anderhalf jaar later lukte het hem steeds vaker daar blij mee te zijn, zwoele zomeravonden daargelaten.

De man keek ondertussen een tikje meewarig naar mijn ei en sprak: ‘Ik vraag het altijd netjes, want je hebt er tussen, die klagen over alles. Kijk als je nou zegt: in restaurants mag je niet roken, dat kan ik nog begrijpen. Daar zit je met al dat eten. Maar die lui willen de terrassen óók rookvrij maken. En dan denk ik: nee, dat gaat te ver. Moet je luisteren, als het écht zo erg is dat roken, dan zou het niet bij Appie Heijn in de schappen liggen. Als daar ook maar iets ligt wat niet goed is staat meteen de Voedsel- en Warenwet bij ze op de stoep en halen ze het eruit, want voor je het weet komt De Telegraaf erbij en dat is dodelijk, dat wil je niet. Dus waarom doen ze dat dan niet met tabak?’

Hij gaf zelf het antwoord door met zijn duim, wijs- en middelvinger het universele geldteken te maken.

‘Omdat ze er kapitálen aan verdienen. Nou, dan ben je voor mij niet eerlijk bezig. Wist jij, dat vóórdat ze in de Tweede Kamer gaan praten over het rookverbod, ze zelf in de rookruimte zitten te paffen? Jaha, dat is zo hoor. En tien minuten later trekken ze hun smoel recht en roepen ze: roken moet weg! En weet je nog dat meisje in Amsterdam dat van de negende sprong, omdat ze paddo’s op had? Toen moesten de paddo’s weg. Ja, dát snap ik: dat is zo klein, dan kan je een daad stellen, als politicus. Maar er kunnen morgen tien mensen met een pakje nicotine in hun longen naar beneden springen, mooi dat tabak niet van de markt wordt gehaald.’

Hij joeg de brand weer in het sigaartje en nam weer een hijs, het beving hem tijdelijk.

‘Weet je wat Nederland een keertje moet doen?’ zei hij, zijn ogen dichtknijpend. ‘Heel Nederland moet één week lang niet roken, niet drinken én de auto laten staan. Als we dat doen hebben we een financieringstekort waar we de eerste jaren niet meer uit komen.’

Hij keek tevreden voor zich uit.

‘Dus in feite help ik de Nederlandse staat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden