ColumnSylvia Witteman

De Kanaalstraat maakt een goede kans als allergewoonste straat van Amsterdam

null Beeld

In een winderige stadswijk vol onvergeeflijke architectonische dwalingen trof ik een bakkerij met een rij mensen voor de deur. Dat is het leuke van corona: als je ergens een rij ziet staan weet je dat er wat goeds te halen valt, net als vroeger in de Sovjet-Unie. Ik sloot mij dus aan, achter twee jonge, uitbundig vormgegeven vrouwen van wie de een tegen de ander zei: ‘En daar kon je gewoon in je bikini op de stoep zitten zonder een fluim tegen je kop te krijgen. Nee, ik had nooit weg moeten gaan uit de Kanaalstraat’.

De Kanaalstraat! Als je door een computer zou laten uitrekenen wat de allergewoonste straat van Amsterdam was, zou de Kanaalstraat een goede kans maken als winnaar uit de bus te komen. De Kanaalstraat, ik zag hem voor me. Vooral de hoek met de Staringstraat blinkt uit in gewoonheid. En...

‘En de muggen zijn óók alweer terug’, antwoordde de andere vrouw. Ze krabde met puntige nagels aan haar pols, waar een pootafdrukje van een kat op getatoeëerd stond, en zei: ‘Mitch heeft vorige zomer zo’n ding gekocht. Dat moet in het stopcontact en dan gaan de muggen weg. Maar niet heus. Je kunt net zo goed je krultang inpluggen, dat stinkt gelijk ook een stuk minder.’

Het schoot lekker op zo, en algauw stond ik in de winkel, naast die twee vrouwen. Een lange man van een jaar of 40 met een benig gezicht bestelde juist een half ongesneden volkoren. Hij had steil, schouderlang haar dat hij telkens achter zijn oren duwde, met twee handen tegelijk, één hand per oor, en hij droeg een hoekig, puskleurig pak met een Mao-kraag, zo’n pak dat je mannen in modespecials wel ziet dragen, maar gelukkig zelden in het echt.

‘En ik wil dat brood dus níét in een zak’, zei de man tegen het meisje achter de toonbank. Hij had een harde, hoge stem. ‘Ik heb mijn eigen zak bij me. Ík wel.’ Hij legde een verkreukelde papieren zak op de toonbank en keek er triomfantelijk bij, niet alleen naar de verkoopster, maar ook naar de twee vrouwen en mij. ‘Er is al verspilling genoeg, nietwaar?’, kraaide hij. ‘Dat is helemaal nergens voor nodig.’

‘Geen probleem’, prevelde de verkoopster. Ze nam het vodje tussen duim en wijsvinger van de toonbank en greep een brood van de plank achter haar. ‘Iedereen dóét maar’, ging de Mao-kraag luidkeels voort. ‘Nog te beroerd om een boodschappentas mee te nemen. Lemmingen zijn het allemaal. Schapen in de mist.’

De vrouwen naast me keken elkaar aan. ‘Nee écht’, zei de een tegen de ander. ‘Ik had nóóit weg moeten gaan uit de Kanaalstraat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden