De hartstochten van Ulrike

Hoe kon de nette, alom gerespecteerde journaliste Ulrike Meinhof de metamorfose ondergaan tot staatsvijand van democratisch Duitsland? Biografe Jutta Ditfurth geeft geen overtuigend antwoord....

Met haar biografie van RAF-terroriste Ulrike Meinhof (1934-1976) streefde Jutta Ditfurth – medeoprichtster van de Duitse Groenen – mooie doelen na. Ze belooft de lezer, getuige de flaptekst van haar boek, de mythes rondom Meinhof ‘genadeloos’ door te prikken, al wordt niet helemaal duidelijk op welke mythes ze doelt en wie ze haar genade onthoudt. Verder stelt ze de lezer een ‘intiem portret’ in het vooruitzicht van de vrouw die, ‘geraakt door het onrecht in de wereld, bereid is tot het uiterste te gaan’.

Op dat streven is niets aan te merken. De naam van de vrouw die met een handjevol zielsverwanten de oorlog verklaarde aan de Bondsrepubliek – in hun ogen een voortzetting van het Derde Rijk met andere middelen – is genoegzaam bekend. Zij geldt als de ideologe van de beweging die met een reeks bomaanslagen en moorden het land ontregelde, en is de belichaming van de blinde haat tegen de gevestigde orde waarin maatschappelijk engagement in de onvolgroeide Duitse democratie kon verkeren. In de, bij vlagen overdonderende, speelfilm Der Baader Meinhof Komplex (2008), is het beeld van de gedreven activiste die aan haar verdwazing ten onder ging voor de eeuwigheid vastgelegd.

Het zou een waardevolle bijdrage zijn aan de historiografie van de Rote Armee Fraktion als het leven vóór de eerste terreurdaad kon worden bezichtigd. De in 2007 verschenen biografie van Andreas Baader (geschreven door Klaus Stern en Jörg Herrmann) was – hoe onderhoudend verder ook – in dat opzicht niet zo verrassend. Baader was mentaal voorbestemd voor de weg die hij zou gaan. Hij had problemen met elke vorm van gezag – behalve wanneer hij het zelf uitoefende – hij schiep er genoegen in vijanden en medestanders te manipuleren en te intimideren, en hij was behept met de doodsverachting van de desperado. Achter zijn machismo gingen geen grote talenten schuil.

Hoe anders was dat met de vrouw wier naam een twee-eenheid vormt met die van Baader. Mensen die Ulrike Meinhof als kind of puber hebben gekend noemen haar brede culturele belangstelling, haar vermogen om zich in anderen te verplaatsen en haar sociale strijdvaardigheid als onderscheidende kenmerken. Als columniste van het progressieve opinieblad konkret – waarvan zij ook even hoofdredacteur was – gold zij als ‘de beste journalist van Duitsland’. Onder ruimdenkende Duitsers althans.

De latere bondspresident Richard von Weizsäcker (1984-1994) prees ooit in de Volkskrant de gaven van Ulrike Meinhof als debater. Hij was het weliswaar nooit met haar eens, maar dacht met genoegen terug aan hun disputen in de jaren voor haar radicalisering. Meinhof was in hoge mate gerespecteerd, maakte deel uit van de culturele elite van Hamburg – destijds nog meer dan nu de Duitse mediahoofdstad – en beschikte als columnist/hoofdredacteur van konkret, een klein blad met een grote attentiewaarde, over een podium. Hoe kon iemand met zoveel gaven en mogelijkheden zich ontwikkelen tot een auteur van onleesbare politieke traktaten en – erger nog – tot staatsvijand van het democratische Duitsland?

Biografe Jutta Ditfurth geeft geen enkel overtuigend antwoord op die intrigerende vraag – welbeschouwd de enige vraag die een nieuwe biografie van Meinhof zou rechtvaardigen. Zeker, zij bekommert zich om Meinhof als mens van vlees en bloed. Zij beschrijft haar woede en verdriet. Hoewel daarbij alle stilistische registers worden opengetrokken, blijft ze een steriele persoon met een raadselachtige levensloop.

De voor de geestelijke ontwikkeling van Ulrike Meinhof zo belangrijke verhouding met haar stiefmoeder Renate Riemeck, de hartsvriendin van haar in 1949 overleden moeder Ingeborg, blijft uiterst schimmig. De lezer verneemt terloops dat Riemeck (1920-2003) tot de oprichters van de pacifistische Deutsche Friedensunion (DFU) behoorde, en krijgt onderweg iets mee over Riemecks taakopvatting als Ersatz-moeder. Maar naar haar invloed op Meinhofs Werdegang blijft het gissen.

Even ondoorzichtig zijn haar vriendschappen, ook die met de thans 81-jarige Klaus Rainer Röhl, de vader van haar twee dochters Regine en Bettina en uitgever van konkret. Vlak voor hun huwelijk, dat al na een paar jaar zou worden ontbonden, vertrouwde ze Röhl toe hem ‘als politiek persoon zeer (te hebben) gewaardeerd, zozeer dat mijn persoonlijke antipathie geen rol speelde en ik altijd blij was je te zien’.

Meer hartstocht – zij het een negatieve – legt Meinhof tegenover Röhl aan de dag als ze jaren later, als uitvloeisel van een arbeidsconflict, betrokken is bij de bezetting van diens huis in Hamburg. Bij deze gelegenheid wordt een deel van de inventaris vernield en plassen de actievoeders op het matras in zijn slaapkamer, een wapenfeit dat sterk bijdroeg aan het leedvermaak van behoudende Duitsers over de breuk van een links huwelijk.

Op meer anekdotes of kenmerkende levenspassages weet Ditfurth de lezer niet te vergasten. Op geen moment krijgen zij voeling met Meinhof of kunnen zij zich verplaatsen in haar keuzes. Ze blijft onaanraakbaar, ook als ze lijdt aan een goedaardige hersentumor (een aandoening die volgens haar dochter Bettina haar gedragsverandering zou hebben ingeluid) of als ze dreigt te bezwijken aan de gevolgen van de hongerstaking waarmee ze protesteert tegen de omstandigheden waaronder ze, na haar aanhouding in 1972, gevangen wordt gehouden.

In dat opzicht was de uit 2003 stammende Meinhof-biografie van Alois Prinz (Lieber wütend als traurig) veel instructiever. Prinz maakte de teleurstelling bij pacifistische Duitsers over de herbewapening in de jaren vijftig invoelbaar, en beschreef de verbittering van Ulrike Meinhof en haar medestanders over de machtspositie van oud-nazi’s in de Bondsrepubliek en over de ‘zelfverloochening’ van de Verenigde Staten in Vietnam.

Ditfurth maakt van dit proces een karikatuur. Zij brengt Ulrike Meinhof terug tot de holle frases die zij in haar radicale jaren produceerde. ‘Privéaangelegenheden zijn uitermate politiek’, orakelde Meinhof bijvoorbeeld vlak voor ze haar eerste gewapende verzetsdaad tegen de West-Duitse rechtsorde zou plegen. ‘Het opvoeden van kinderen is ontzettend politiek, omdat ze iets zeggen over het feit of mensen onderdrukt worden of vrij zijn.’ En Ditfurth noteert het allemaal met droge ogen of voorziet Meinhofs ideologische verdwazing van relativerende kanttekeningen. Over de geschokte reacties op het feit dat bij de sociale actie in het huis van Klaus Rainer Röhl diens bed werd beplast, merkt ze op: ‘Alsof dit de grootst mogelijke schending van de burgerlijke etiquette zou zijn.’

De biografe van Ulrike Meinhof spant zich er tot voorbij de grens van het aanvaardbare voor in de suggestie te ondersteunen dat de oorlog tegen de Bondsrepubliek legitiem was. In haar optiek belichamen Günter Grass en Willy Brandt de reactie, en wordt de rechterlijke macht tot diep in de jaren zeventig door onverbeterlijke nazi’s gedomineerd. Haar apologie van de desperado’s van de Rote Armee Fraktion ontspoort volledig als ze suggereert dat Meinhof tijdens haar detentie meer ontberingen leed dan Jewgenija Ginsburg in de gevangenissen van Stalin: ‘In tegenstelling tot Ulrike Meinhof kreeg ze nog wel akoestische prikkels.’ .

Tegen deze achtergrond wekt het geen verbazing dat Ditfurth serieus rekening houdt met de mogelijkheid dat Meinhof geen zelfmoord heeft gepleegd, maar is omgebracht door Justitie. Te vrezen valt dat ze meent hiermee een mythe door te prikken, zoals ze de lezer beloofde. Feitelijk prikt ze niets door, maar stoft ze een mythe af die ooit in extreemlinkse kring werd gecultiveerd. Op die bijdrage aan de RAF-historiografie zat niemand te wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden