InterviewDennis Storm

‘De groene revolutie is niet moeilijk, maar leuk en spannend’

Beeld Aisha Zeijpveld

Voormalig televisiemaker Dennis Storm (35) maakt zich zorgen over het klimaat en schreef een pleidooi voor een groene revolutie. ‘Dit boek is geschreven vanuit hoop, niet vanuit frustratie.’

Hij heeft weinig fiducie in de media, laat zijn uitgeverij van tevoren weten. Interviews vindt hij lastig, fotoshoots ronduit vervelend en hij heeft al helemaal geen zin in het circus van de talkshowtafel, waaraan je je zorgvuldig afgewogen verhaal er in vijf minuten doorheen mag jassen. Storm: ‘Ik ben daar gewoon niet sterk in, dus dan moet je dat ook niet doen.’

Heeft dat ook met de complexiteit van dit onderwerp te maken?

‘Zeker. Als ik vroeger 3 op reis moest promoten, begon ik met de liefde voor reizen, daarna vertelde ik wat ik had gedaan, dan een leuke anekdote en hup, door naar het volgende onderwerp. Daar doe ik dit verhaal geen recht mee. Journalisten willen duidelijkheid, pakkende oneliners, zwart-wit, maar dit verhaal is grijs.’

Tegelijkertijd wil je jouw boodschap natuurlijk wel zoveel mogelijk voor het voetlicht brengen.

‘Maar wel op mijn manier. En ik denk echt dat als het boek goed is, het vanzelf doorrolt. Ik kan nu wel overal gaan zitten en roepen: koop dit boek, en dan verkoopt het de eerste week waarschijnlijk ook heel goed, maar als het een kutboek is, houdt het daarna ook meteen weer op. Ik heb liever dat het langzamer gaat, en het verhaal in leven blijft.’

Beetje flauw misschien, maar moeten we het boek überhaupt kopen? Lenen is duurzamer.

‘De bibliotheek is inderdaad de beste optie. Via Instagram hoorde ik van een meisje dat mijn vorige boek Weg ermee had gekocht, en iedereen aan wie ze het uitleende de opdracht gaf er iets in te schrijven, waardoor er uiteindelijk veertig berichten achterin stonden. Heel sympathiek.’

Zeker sympathiek, maar niet erg lucratief.

‘Nee, mijn uitgever is daar minder blij mee.’

En jij verdient zo ook niet veel.

‘Nee, maar dat doen schrijvers sowieso niet. Ik ben geen Herman Koch. Weg ermee is nu drie jaar uit, er zijn iets van tienduizend exemplaren van verkocht en als schrijver krijg ik 10 procent per boek. En daar gaat je voorschot dan nog vanaf.’

Waar leef jij van?

‘Van alles. Ik kan niet één ding noemen. Het komt neer op projecten, bouwen, scheppen, creëren, dingen maken. Programma’s maken was een tijdje mijn corebusiness, nu maak ik alweer een tijdje boeken. Af en toe schrijf ik een column, of een artikel. Of ik geef een lezing.’

Mag ik vragen wat je daarmee verdient, op jaarbasis?

‘Twintigduizend euro? Zoiets? Maar hiervoor heb ik natuurlijk lang televisie gemaakt, en dat geld heb ik niet allemaal over de balk gesmeten. Ik zie het als een overgangsfase, ik werk toe naar iets waar ik modaal mee kan verdienen.’

Waar denk je dan aan?

‘Dat zeg ik niet. Niet omdat het geheim is, het is meer een soort bijgeloof dat je pas met iets moet pronken als het is gelukt. Maar het heeft te maken met het gedachtegoed waar ik ook over schrijf, zoals alternatieven voor plastic verpakkingen of het herstellen van vergane landbouwgrond. Ik vind boslandbouw bijvoorbeeld heel vet.’

Beeld Aisha Zeijpveld

Ook dit gesprek vindt plaats in een bos, om precies te zijn op een houten bankje op landgoed Ockenburgh in Den Haag, randje Kijkduin, randje zee. Dit is de plek waar Storm, staalblauwe ogen, inmiddels grijs haar en een tikje mager gezicht, zijn jeugd doorbracht, en waar zijn ‘liefde voor groen en blauw’ is ontstaan. Storm: ‘Ik was altijd buiten, altijd aan het rondstruinen met vriendjes. Er zijn spechtennesten in dit bos die er al zaten toen ik 5 jaar oud was.’ Zijn ouders runden een groentewinkel, weliswaar voor het plastic-tijdperk, maar discussies over duurzaamheid werden thuis niet gevoerd aan de keukentafel. ‘Er is een hele generatie die geen idee had. Dat kun je niemand kwalijk nemen.’

Ook zijn eigen transitie naar een groener bestaan ging niet over één nacht ijs. De eerste zaadjes werden geplant toen hij ‘de wijde wereld’ introk als programmamaker voor 3 op reis. ‘Dan zei iemand bijvoorbeeld: ‘Kijk, vroeger was de zee daar, en nu is-ie hier.’ Dat zette me aan het denken. De vaste kijker heeft me toen ook wel kunnen betrappen op kleine sneertjes naar mensen die zeggen dat windmolens hun uitzicht verpesten. Maar meer deed ik niet. Dat kón ook niet: ik zat vast in een blauwdruk van een programma, met meerdere presentatoren. Bovendien was er weinig ruimte voor nieuwe ideeën. ‘Het werkt toch goed zo?’, zeiden ze dan. Ook bij de NPO ging het om maximalisatie: steeds meer afleveringen, door-door-door. Dat is geen steek naar het programma, zo was het gewoon.’

Tijdens zijn reizen ontdekt Storm ook het minimalisme. ‘Ik was niet ongelukkig thuis, maar ik merkte dat ik me in hotelkamers pas echt senang voelde. Vríj. Omdat er niets was dat een beroep op me kon doen. Geen afwas, geen stapel kranten die ik nog moest lezen, niks. Het enige wat ik daar kon doen was van niet-materialistische aard: door de stad wandelen, even naar de gym, met mensen kletsen. Dat bleek dus minimalisme te heten, en toen ben ik dat thuis ook gaan toepassen.’

Hoe?

‘Laat ik het meteen goed uitleggen: minimalisme werkt als een soort drietrapsraket. Eerst ga je ontspullen. Al die afleiding in je huis: weg ermee. Misschien zelfs wel het huis zelf. Dan komt het stoppen van je koopziekte. Al die dingen die je niet nodig hebt, gadgets, kleding, niet meer in huis halen. En als dat op orde is, begint het im-materialistische, wat vooral neerkomt op je agenda anders invullen. Om een voorbeeld te geven: voor sommige mensen is sporten heel belangrijk. Dan zeg je voortaan: ik zet éérst sporten in mijn agenda, daarna doe ik de rest. Of als je twee keer in de week eten met vrienden belangrijk vindt, dan zeg je eerst ja tegen je vrienden, en dan heb je als vanzelf een goede reden om nee tegen overwerk te zeggen. Het gaat erom dat je dé vraag aan jezelf verandert, de vraag: wat vind ik belangrijk? Dan kom je er al snel achter dat dat niet die nieuwe trui is, maar het samenzijn met de mensen van wie je houdt. Tenminste, zo ging het bij mij.’

Het laatste kwartje valt in 2015, wanneer hij de documentaire Terra ziet, een film over klimaatverandering. Storm: ‘Als je ’m gaat kijken moet je die met de voice-over van Vanessa Paradis zien, in het Frans. De regisseurs hebben zonder de cijfers te verbuigen een verhaal gemaakt dat meteen je gevoel pakt, in plaats van je verstand. Na het zien daarvan dacht ik: oké, er moet verandering komen in wat ik doe.’

Op 19 oktober 2016 schrijft hij op zijn Instagrampagina: ‘De afgelopen tien jaar heb ik ruim 150 reisreportages mogen maken. (…) Ik hou nog steeds zielsveel van dwalen op grote vliegvelden en samen met collega’s landen als Albanië, Oman en Chili ontdekken, maar ik haal simpelweg geen plezier meer uit presenteren. Daarom heb ik besloten te stoppen met 3 op reis. Het zou makkelijk zijn om er vanwege de liefde voor het reizen of het salarisstrookje nog een paar jaar aan vast te plakken, maar gelukkiger word ik van tijd vrijmaken voor andere interesses.’

Storm: ‘Er zijn nu nog steeds mensen die tegen me zeggen: ‘Je bent gewoon ontslagen toch? Zeg het nou maar eerlijk.’ Ik snap dat wel: ons doel was jarenlang om de kijker ervan te overtuigen dat het tof was om op reis te zijn. Dan is het misschien niet meteen te begrijpen waarom je daarmee zou stoppen.’

Begreep jouw eigen omgeving je nieuwe manier van leven?

‘Neuh, niet alles. En nog steeds niet. Cadeaus voor de kinderen blijven bijvoorbeeld altijd een ding. Mijn vriendin en ik staan op het standpunt: op verjaardagen krijgen onze dochters één cadeau namens iedereen, en daarnaast mogen ze van ons een uitje kiezen. Daar blijft het bij. Dan zegt het andere kamp: ‘Jezus, wat maakt zo’n cadeautje nou uit?’ En dat klopt: dat ene cadeautje gaat er niet voor zorgen dat we van 2 naar 3 graden opwarming gaan. Maar het is wel onderdeel van de cultuur van overconsumptie.’

Was je zelf ooit zo’n hyperconsument?

‘Nee, dat niet. Het was meer dat ik de middelen die ik als programmamaker had, niet ten volste benutte om te vertellen wat ik belangrijk vind om te vertellen.’

En dat is: mensen ervan overtuigen dat de manier waarop wij met de aarde omgaan niet langer houdbaar is. Zijn boek Als gezond verstand koning was is een pleidooi voor een groene revolutie, en het is zo geschreven dat iedereen het kan volgen. Want daar zit het grootste probleem volgens Storm. ‘Ik heb geprobeerd om al die belachelijk groteske cijfers waar ik zelf ook heel lang niks mee kon, om te toveren tot een simpel verhaal. Zo stel ik de wereld voor als een appelboom, kapitalisme als een vraatzuchtige koning, en grote bedrijven als een meneer die gif staat te strooien in je tuin. Als je het zo verkleint, zonder het te kinderlijk te maken, wordt het ineens een heel simpele discussie.’

Hoe?

‘Nou, ik heb bijvoorbeeld heel lang moeite gehad met het begrijpen van het aantal kilo’s plastic in de oceaan. Want: 150 miljoen kilo plastic, hoeveel ís dat? Dat zegt de meeste mensen niks. Terwijl, als je op het Journaal zegt dat het een oppervlakte is van ruim twee keer Frankrijk, ja, dat komt binnen. Dán zegt je gezond verstand wel meteen: dat is niet goed, daar moeten we wat aan doen. En als ik daar mijn steentje aan kan bijdragen door er een boek over te schrijven, dan zal ik dat niet laten. Het boek is geschreven vanuit hoop, niet vanuit frustratie.’

Terwijl er toch genoeg is om gefrustreerd van te raken. Je schrijft: ‘97 procent van de deskundigen brult al jaren dat we nú moeten handelen als we onze planeet leefbaar willen houden. Maar wij staan erbij en kijken ernaar.’ Waarom doen mensen volgens jou zo weinig?

‘Dat komt dus omdat we niet zoveel met cijfers kunnen. De getallen zijn té groot. We hebben behoefte aan simpele verhalen. Terwijl dit hét vraagstuk is van de komende jaren, het Journaal zou hier iedere fucking dag mee moeten openen. Elke dag opnieuw. Laat het maar zien. Maar dat gebeurt niet, en dus blijft iedereen lekker in zijn eigen bubbel zitten. Daarnaast denk ik dat mensen een beetje moe worden van het gevecht tussen twee kampen: aan de ene kant de verspillers, ik zeg het weer even simpel, en aan de andere kant de groene extremisten. Die twee kampen brullen naar elkaar, en alles wat ertussen zit denkt: gaan we weer. Terwijl we het van dat redelijke en vooral grote midden moeten hebben. Die uitersten maken het debat alleen maar vermoeiend.’

Beeld Aisha Zeijpveld

Waar plaats jij Greta Thunberg in dat krachtenveld?

‘Ik ben bang dat zij voor meer extremisten in beide kampen zorgt.’

Je hebt die koevoeten ook nodig. Revoluties beginnen meestal niet met netjes vragen.

‘Je kunt beter de koevoet voor het midden zijn. Kijk, op zich zegt Greta helemaal geen rare dingen, maar omdat er een 70-jarige Republikein tegenover staat die haar een snotneus noemt en uit rancune een olieraffinaderij opent, denkt het midden: daar gaan we weer. Bovendien: die man die zijn hele leven heeft gewerkt en nu eindelijk zijn Porsche 911 kan kopen, die moeten we lekker zijn gang laten gaan. Zo’n man aanpakken is niet de oplossing. Zo zullen er ook mensen zijn die vlees willen blijven eten. Prima, maar laat het een luxeproduct zijn dat je ééns per week eet, in plaats van vier keer. Daar zal Greta niet blij mee zijn, maar dat is wel een manier waarop we met z’n állen vooruit kunnen. Het rietje, nog zoiets. Dat staat nu ineens symbool voor al het afval in de oceaan, maar afval van de industriële visserij en wat er allemaal in die netten blijft hangen, dát is een veel groter probleem.’

Hoe krijg je mensen zover dat ze dat inzien?

‘Door ze een goed alternatief te bieden. Door ze te laten inzien dat groene revolutie niet moeilijk is, maar leuk, en spannend, en dat je dan nog steeds lekker kunt leven.’

In je boek ben je nogal ferm tegen mensen die cola drinken waar dertien klontjes suiker in zitten, tegen kinderen die zakken chips leegeten, tegen verpakkingen en tegen de hoge gezondheidskosten.

‘Ik ben niet ferm tegen die mensen, ik ben ferm tegen de overconsumptie die mogelijk wordt gemaakt. Ik vind het echt belachelijk dat elke supermarkt zevenentwintig verschillende soorten chips heeft. Er is nooit aan iemand met verstand van vervuiling of gezondheid gevraagd: wat doet dit met een samenleving? Wie helpen we hiermee? En waaróm vragen we dat niet? Omdat alleen de markt, het verkopen an sich, op nummer één staat. We moeten terug naar de vraag: is dit goed voor ons? En dan is het antwoord nee.’

Lastige discussie: een ijskoud biertje in de zomer is ook niet gezond, en toch drink jij die ook graag, schrijf je.

‘Ik zeg toch ook niet dat het verboden moet worden? Maar wanneer is een biertje lekker: na je werk, op een terras, of in je achtertuin. Waar het om gaat, is dat alles altijd en overal verkrijgbaar is. In glas, plastic of blik, wat u maar wilt. Consumeren staat op één, en dat moet veranderen. Waarom kan een auto überhaupt 220 kilometer per uur als je op de meeste plekken maar 120 mag rijden? Waarom hébben we prijsvechters in een klein dorpscentrum? Omdat we vrije markt hebben, zeg jij. Ja, en omdát we die vrije markt hebben, hebben we nu een groot probleem. Nogmaals, ik wil niks verbieden, ik wil mensen laten inzien dat het beter voor ons is dingen weer luxegoederen te laten worden. Het uitgangspunt moet welzijn zijn, en gezondheid, en het creëren van banen. En dat krijg je allemaal niet met de zoveelste prijsvechter om de hoek.’

Sommige mensen zijn financieel aangewezen op discounters. Bovendien worden discounters bevoorraad door economieën die eindelijk mee kunnen draaien in het kapitalistisch systeem waarvan het Westen al jaren profiteert. En dan zeggen wij ineens: ho stop, zo kan het niet langer, de wereld gaat stuk.

‘Tja. Niet iedereen kan blij zijn, er zullen ontslagen vallen, maar we zullen er uiteindelijk méér banen voor terugkrijgen. Bovendien: perfectie is de vijand van goed. We kunnen ook zeggen: oké, we kunnen Bangladesh niet teleurstellen dus we gaan er lekker mee door, bestel nog vijf T-shirts uit fabrieken waarvan alle teringzooi in de rivier terechtkomt en waardoor mensen drie dorpen verder met kromme handjes naar huis gaan, maar dan staat Bangladesh over veertig jaar onder water. Dan zeg ik: gooi liever de knapste koppen bij elkaar en zorg dat er een oplossing komt. Het belangrijkste: er ís geen alternatief, de wereld gáát stuk aan Koning Vraatzucht. In mijn boek noem ik de drie speren die wij, het volk, tot onze beschikking hebben.’

Houdt een vinger in de lucht: ‘Eén: fossiele industrie hervormen, twee: stoppen met ontbossing en drie: terug naar het oude boerenleven, in plaats van de bio-industrie. Als we die drie dingen rap kunnen oppakken, komen we er hopelijk goed vanaf. En dan zeggen mensen: waar halen we het geld vandaan om dat te realiseren? Wat maakt dat uit, waar we dat geld vandaan halen?! Er wordt nu toch ook met mil-jar-den gegooid naar de huidige industrieën, vragen we ons ook af waar dat geld vandaan komt? Daar hadden we ook de groene transitie van kunnen bekostigen. Je ziet het met de coronacrisis: daarvan zeggen we ook, het kost veel geld, maar het moet. Dat bewustzijn moet er ook komen met de klimaatcrisis. Er ís geen alternatief.’

Beeld Aisha Zeijpveld

Jij hebt vast ook de beelden voorbij zien komen van de glasheldere luchten boven de Himalaya, waarvan de bergtoppen voor het eerst sinds dertig jaar weer te zien waren dankzij de afwezigheid van smog. Werd je daar vrolijk van?

‘Een beetje dubbel, want aan de andere kant wordt de crisis ook meteen weer aangegrepen om allerlei groene maatregelen in de prullenbak te flikkeren, onder het mom van: we moeten de economie redden. Terwijl dit nog steeds belangrijker is. Want ja: corona is een ontzettend groot probleem, maar ondertussen gaan er 4,2 miljoen mensen per jaar dood door luchtvervuiling. En daar hoor je nooit iemand over.’

Word je daar weleens moedeloos van?

‘Nee, gek genoeg niet. Ik geloof namelijk oprecht in die goede afloop. En als je dat gelooft, is dit een fantastische tijd om in te leven. De Deltawerken kwamen ook voort uit de Watersnoodramp. Al vroeg mijn vriendin tijdens de research voor dit boek op een gegeven moment wel: gaat het? Kennelijk zat ik er heel treurig bij. Ik las toen geloof ik net iets over James Lovelock, een briljante wetenschapper die Shell in de jaren zestig al waarschuwde. Een journalist vroeg hem in 2008: ‘Ik ben vijftig jaar jonger dan u, wat raadt u mij aan?’ En toen zei hij: ‘Ga maar gewoon leuke dingen doen, want over twintig jaar is het toch allemaal voorbij.’ Op zulke momenten word ik wel even treurig. Die man is zeventien keer slimmer dan een gemiddeld mens, ál zijn voorspellingen zijn uitgekomen, en nóóit is er naar hem geluisterd. Dan ben ik wel even van mijn stuk.’

Moet je dan huilen?

‘Nee, maar dan moet ik wel wat wegslikken.’

Hoe doe je dat?

‘Gewoon, door uit eten te gaan, mijn kinderen te knuffelen. En de volgende dag weer door te gaan.’

En je vriendin, maakt zij zich net zoveel zorgen?

Denkt even na: ‘Hmm, ja. Maar zij zegt: ‘Ik weet het nu wel, ik wil het allemaal niet lezen.’ En zo zijn er natuurlijk heel veel. Misschien wel te veel.’

Wat vertel je jouw dochters van 5 en 6 over de staat van de wereld?

‘Nou, zij zien met eigen ogen hoe het ermee staat. Op de stranden van Bali komt het plastic je op sommige dagen tot aan de knieën, echt bizar, als je de zee induikt en je komt omhoog ligt het maandverband soms op je hoofd. Echt beyond goor. Dat ruimen we dan op, en dan wachten we weer tot de volgende lading aanspoelt. Letterlijk.’

Sinds een jaar woon je met je vriendin en dochters op Bali. Waarom?

‘Mijn vriendin heeft daar werk, als juf op een internationale school. Toen ik stopte met tv-maken hadden wij de droom om daar voor langere tijd naartoe te gaan, en dat hebben we gedaan, twee winters. Daarna dachten we: we kunnen het niet verkroppen om niet meer te gaan, dus toen zijn we definitief verhuisd.’

Wat bevalt je aan het Balinese leven?

‘Het omgaan met tijd, met elkaar. We eten veel met vrienden, hebben meer rust. Alles is gewoon veel makkelijker. Het is nogal een verschil of je ’s ochtends opstaat en een pannekoekje bakt in de buitenkeuken en daarna in je zwembroek naar school wandelt, of dat je hier in Nederland in november in alle haast en met het drukke verkeer en mutsen en sjaals en snotneuzen op tijd probeert te komen, wat nooit lukt. Dat levert heel veel stress op. Die stress heb je hier niet. En als je het nou over banen hebt: iedereen eet op Bali buiten de deur. Dat is niet alleen sociaal heel goed, iedereen heeft daardoor werk.’

Nu is Bali dan ook zo’n beetje het rijkste deel van Indonesië. Sterren als Lil’ Kleine gaan er op vakantie.

‘Ja, eerlijk is eerlijk, ik heb dit jaar wel veel rappers voorbij zien komen, het begint een soort Ibiza te worden. Maar dat is maar een klein gedeelte van het eiland, het zuiden.’

Naast jullie huis op Bali hebben jullie een huis in Den Haag. Waarom is dat?

‘Dat is gewoon voor als we hier zijn om familie te bezoeken.’

Nadat je dat eerder vertelde in een interview met RTL Nieuws barstte de kritiek los op sociale media. Begrijp je dat, gezien je eigen kritiek op overconsumentisme?

Klein lachje: ‘Ik weet niet: we wonen daar bij een vriend op de bovenverdieping en hier wonen we in een soort tuinhuis bij familie in de achtertuin. En al hád ik twee huizen: niemand is perfect. Dat schrijf ik ook in mijn boek: windmolens zijn ook niet van gras gebouwd. Per persoon zullen we altijd wel iets doen wat niet goed is voor de aarde.’

Irriteert die kritiek je?

‘Nou, die instelling zit de revolutie wel in de weg, ja.’

In je boek zeg je niks over je tijd bij 3 op reis. Waarom niet?

‘Wat moet ik erover zeggen?’

Hoe kijk je daar zelf op terug?

‘Met spijt natuurlijk. Absoluut. Met de kennis die ik nu heb, zou ik nooit meer zoveel vliegen. Misschien dat ik het daarom nu zo allejezushard probeer goed te maken. En ja, omdat we op Bali wonen moet ik één keer per jaar heen en weer. Maar ook daar baal ik ontzettend van. Aan het verleden kan ik niks meer doen. Wat in ieder geval níét zou helpen, is zeggen: oké, ooit ben ik de hele wereld rondgevlogen, dus nu interesseert het me allemaal geen reet meer.’

Ik snap dat mensen die goed doen aan absurd hoge standaarden moeten voldoen om maar niet hypocriet genoemd te kunnen worden, maar feit blijft dat je nogal geprivilegieerd bent: niet iedereen heeft de hele wereld kunnen zien, niet iedereen kan overwinteren op Bali. Het zou geen kwaad kunnen daar iets meer rekenschap van te geven.

‘In het boek staat dat ik zelf ook bewust en onbewust aan de ellende heb bijgedragen. Maar verder kan ik daar toch niks aan doen, aan die privileges? Het enige wat ik ermee kan doen, is ze ten goede inzetten, zowel het podium als het geld, en dat doe ik nu. En hoezo kun jij eigenlijk niet hetzelfde doen als ik? Ik denk dat ik minder uitgeef dan een gemiddeld mens.’

Omdat je een en ander achter de hand hebt. Dat maakt het een stuk makkelijker om het leven te kiezen dat bij jou past, zelfs als dat sober is. Die luxe hebben veel mensen niet.

‘Jawel, dat hebben ze wel, alleen moet iedereen dat op zijn eigen manier doen. Staat ook in mijn boek: ieder doet het op haar of zijn manier. Maar kijk: dit doet het debat dus geen goed, hè? Hier gáát het dus niet om. De wereld is nu zoals die nu is. Dáár moeten we naar handelen. In de minuut dat wij hierover praten zijn er zevenentwintig voetbalvelden aan bos verloren gegaan. En als we steeds met dat vingertje blijven wijzen en blijven twisten in de weekendbijlage, dan schieten we geen meter op. In niets. Wat ik belangrijk vind, is dat we ons niet focussen op de fouten die mensen hebben gemaakt, maar op waar we met z’n allen naartoe gaan. Ik wil de revolutie omarmen. Dat kan niet als je blijft hangen in die pessimistische houding van: Dennis Storm moet zijn bek houden want die heeft veel gevlogen. Dan zijn we verloren. 

‘Bill Gates heeft zich ingezet voor een nieuwe vorm van nucleaire energie om de wereld van nieuwe energie te voorzien, de zogeheten traveling wave reactor, en die man wordt nu afgemaakt door mensen die zeggen dat hij chips in onze hoofden stopt! Dat is toch absurd? Maar goed, alle verandering levert in eerste instantie weerstand op. Toen ze roken aan banden gingen leggen vond iedereen dat ook belachelijk, inmiddels is het de normaalste zaak van de wereld dat je in restaurants niet mag roken. Met dit boek hoop ik duidelijk te maken dat die weerstand niet nodig is. Steek die energie liever in schetsen hoe prachtig de wereld eruit kan komen te zien. Hoe gezond we kunnen worden. Hoe gelúkkig. Als we die groene revolutie maar aanpakken. Met beide handen, met z’n allen, let’s go. En ik snap dat ik niet ieders zegen zal krijgen, maar ik ga zeker een poging wagen om mijn steentje bij te dragen.’

Is de politiek niet iets voor je?

‘Nee. Dan moet ik naar talkshows.’

CV Dennis Storm

24 juni 1985 Geboren in Den Haag

2004 Stagiair bij BNN

2004 Programmamaker MTV

2004 Programma’s Summerbase en Game Shop Pro voor TMF

2005-2008 Medewerker bij o.m. BNN University, Try Before You Die, Spuiten & Slikken op reis en Crazy 88

2006 Met Nicolette Kluijver: Weg met BNN

2006-2009 Spuiten en Slikken (BNN)

2008 Crazy 88

2008 Panellid bij Ranking the stars

2009 Deelnemer Wie is de mol?

2009 Programma’s met presentator Valerio Zeno, zoals Dennis vs Valerio, Loverboys en Proefkonijnen

2009 Presentator van 3 op reis

2009 Columnist voor FHM, Cosmopolitan, ­Lonely Planet en Salt

2016 Stopt met televisiemaken

2016-2020 Verbonden aan uitgeverij Spectrum (2018: Weg ermee, 2019: DIT. Do it ­together.)

Als gezond verstand koning was – over de schoonheid van een groene revolutie is onlangs verschenen

Dennis Storm heeft een vriendin en twee dochters en woont afwisselend op Bali en in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden