column Nico Dijkshoorn

De groei van Gerard Joling als alleskenner ontroert me

Alles durf ik hem te vragen.

Wanneer ik het allemaal even niet meer weet, bel ik Gerard Joling. Die legt mij dan uit hoe de situatie in het Midden-Oosten zich ontwikkelt en waarom sommige mannen vlak na een penetratie moeten niezen. Het prettige is dat Gerard alles vréééselijk vindt of juist hééélemaal top.

Gerard zegt de dingen zoals ze zijn. Je kunt natuurlijk weken gaan zitten tobben over asielzoekers, maar het is ook weleens lekker als er iemand zegt: ‘Wat maak je je druk, ouwe trekpop van me? Heerlijk toch, tafeltennissen in een bos. Ik hou ook wel van een groen blaadje. Wáááh!’

Eerst belde ik altijd Lee Towers, maar daar was de rek wel uit. Wanneer je met iemand wilt praten over de nationalistische oranjegekte in dit land, dan zit je even helemaal niet te wachten op de volgende reactie: ‘Er komt een haring bij de dokter. Vraagt die dokter: ‘Met uitjes of zonder?’ Waarop die haring zegt: ‘Ik kom net binnen.’’

Dan vind ik Gerard toch wijzer. Hij is alleen geen goede gesprekspartner als het om Nederlandse sporthysterie gaat. Gerard zijn sportverleden is eenvoudig samen te vatten: Er werd tijdens een gymnastiekles drie keer tegen de zijkant van zijn hoofd gegooid met een leren bal en hij is met zijn oor in het basketbalnetje blijven hangen tijdens het in je eentje synchroon trampolinespringen.

Ik kan met Gerard over alles praten, maar ik blijf weg bij de oranjegekte. Dan voel je toch dat je geen objectiviteit kunt verlangen van iemand die in een oranje string met een roze poedel op zijn schouder hossend door de grachten wil varen. Maar Gerardje over de waterwerken, over het buitenlands beleid van Donald Trump, de landing op de maan, de nieuwe wilde architectuurbeweging in Brazilië en de beste kibbeling in Noord-Holland, dat is een feest om naar te luisteren.

Het goede van Joling is dat hij zich heeft ontwikkeld. Eerst zag ik hem vooral als iemand die heel hoog een kaars uit kon zingen, maar voor hem is dat nooit genoeg geweest. Opeens belde hij me midden in de nacht met hele verhalen over het schuiven van de continenten. ‘Boem, tegen elkaar, hoppa, bergen omhoog gefrommeld. Dat is toch magnifiek, ouwe baard van me?’

Dat ontroerde mij. Die ongeremde leergierigheid om overal over te kunnen meepraten als ze hem bellen. Je kunt je leven lang negen keer per avond in een veehal zingen dat iemand je gek moet maken met zijn mond, maar Gerard vond dat niet genoeg. Waarom zou je als volkszanger niet kunnen meepraten over de eikenprocessierups? Waarom zou je geen mening mogen hebben over lineaire obstructie-deformatie in een hoogconjunctuur?

Je kunt daarover lacherig doen, maar ik vind het prachtig dat iemand de kledingkeuze van songfestivaldeelnemers duidt en een maand later net zo makkelijk aan het volk uitlegt hoe een Amsterdamse burgemeester moet functioneren.

Je zou denken: dat accepteren televisiekijkers niet, maar het omgekeerde is waar. Maandagavond hingen de gasten van Jinek aan zijn lippen. Nog maar een paar jaar geleden zou iemand hebben gezegd: ‘Moet jij geen glimmende letters op een t-shirt plakken?’ Maar die tijd is voorbij.

Dat is een strijd waarin Gerard voorop heeft gelopen. Ja, het is wel belangrijk om te luisteren als Dries Roelvink uitlegt waarom ze in Soedan mais moeten gaan verbouwen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden