De grijze wolk: als je niet blij bent met het geslacht van je baby

Gender disappointment, zoals de kwaal heet, is nog altijd een groot taboe

Teleurstelling over het geslacht van je baby is een groot taboe. Intussen leidt gender disappointment, zoals de kwaal heet, tot schuldgevoel en schaamte bij de moeder.

Beeld Silvia Celiberti

Gespannen tuur ik naar het zwart-witte scherm boven me. Dan denk ik het te zien. 'Het is een meisje, toch?', vraag ik hoopvol. 'Eens even kijken', antwoordt de echoscopist. 'Ik zie hier overduidelijk een piemeltje. Leuk toch? Jullie hebben al een meisje.' Ik ben even stil. Leuk? Omdat we al een meisje hebben? 'Ja eh, even wennen hoor', krijg ik er nog net uitgeperst. Ik ga hier echt niet zitten huilen om het geslacht van onze schijnbaar gezonde, ongeboren baby. Huilen doe ik thuis wel. Een zoon krijgen voelt als een afgang, een domper op ons zo gelukkige gezinnetje.

Natuurlijk wist ik dat we bij het maken van een nieuwe baby ongeveer 50 procent kans hadden op een jongen. Desondanks wilde ik dat risico nemen. Het blijft immers ook altijd een verrassing of je kind gezond ter wereld komt. Toch is het een schok als het anders uitpakt dan gehoopt. Overigens is een jongen niet geheel onwelkom. Ik weet alleen: als het een zoon is, zal ik aan de slag moeten met mijn aversie tegen opgroeiende jongens. Op internet lees ik dat mijn gevoel een naam heeft: gender disappointment, ouders die bovenmatig teleurgesteld zijn over het geslacht van hun kind.

Van niet-westerse landen zoals China en India is al langer bekend dat er cultureel bepaalde geslachtsvoorkeuren heersen. Een van de redenen is het gebrek aan een overheidsvangnet en het feit dat meisjes minder aantrekkelijk zijn als oudedagsvoorziening. Dit schrijft psycholoog Fiona Groenewald in haar proefschrift Slugs and Snails and Puppy Dogs' Tails (Universiteit van Roehampton, 2015) over geslachtsvoorkeur. In het Westen, beschrijft Groenewald, is de teleurstelling minder ingegeven door maatschappelijke omstandigheden en meer door persoonlijke ervaringen.

Merith Cohen de Lara is gezondheidszorgpsycholoog en directeur van Psyche en Zwangerschap, een onlineportaal voor psychische zorg rond zwangerschap. In haar praktijk behandelt ze zwangere en pas bevallen vrouwen met psychische klachten. Cohen de Lara: 'Gender disappointment is geen stoornis, maar een fenomeen. Vrouwen komen binnen met depressie- of angstklachten. Vervolgens kijken we naar de oorzaak daarvan en soms blijkt teleurstelling over het geslacht dan mee te spelen.' Cohen de Lara onderscheidt verschillende aanleidingen voor gender disappointment: 'Sommige vrouwen voelen druk vanuit de familie om een stamhouder voort te brengen. Anderen hebben voorkeur voor een zoon omdat ze zelf seksueel misbruikt zijn en bang zijn dat een dochter dat ook zal meemaken. Ook hebben veel mensen vooropgezette ideeën over de eigenschappen van een bepaald geslacht, zoals het idee dat jongens druk en lastig zijn.'

Ook mannen kunnen gevoelens van teleurstelling hebben. Cohen de Lara: 'Via vrouwen hoor ik dat de voorkeur van hun man meespeelt bij hun eigen tevredenheid over het geslacht. Zelf zie ik weinig mannen in mijn praktijk. De drempel is kennelijk te hoog.' Gender disappointment komt in verschillende gradaties voor. Bij een lichte vorm ben je even teleurgesteld, maar denk je korte tijd na de echo of geboorte: 'Ach, dit is toch ook leuk?' Die vorm heb ik niet.

Mijn angst voor een gezin met opgroeiende jongens zit diep en stamt uit mijn eigen jeugd. Na de scheiding van onze ouders wist mijn broer ons gezin constant te ontregelen. In een typerende droom daarover komt mijn broer met een mitrailleur aanlopen en begint hij in het wilde weg op ons te schieten. In mijn hoofd is in die tijd de hardnekkige gedachte ontstaan: 'Zo zijn jongens nou eenmaal: destructief en onberekenbaar.' Dat er nu midden in ons ontspannen gezinnetje zo'n exemplaar terechtkomt, voelt gevaarlijk. Alsof ik een bom in huis haal die elk moment kan ontploffen. En een jongensnaam bedenken waarvan je hart spontaan openspringt, vind ik ook al moeilijk.

Praktijkondersteuner voor geestelijke gezondheidszorg bij huisartsen en initiator van de website genderdisappointment.nl Bianca Rozendaal (34, Noord-Brabant) weet alles van het verdriet bij het verzinnen van een jongensnaam. Ze heeft al twee jongens als ze bij haar derde zwangerschap opnieuw te horen krijgt dat ze een zoon verwacht, terwijl ze graag een meisje wil. Rozendaal: 'Ik wilde het geslacht graag weten. Maar het was zo'n teleurstelling, dat het voelde alsof ik mijn cadeau al voor Kerst had uitgepakt.' Na de echo gaat het niet goed met Rozendaal: 'Na mijn tweede kind heb ik een miskraam gehad. Mijn man en ik hadden afgesproken maximaal drie kinderen te krijgen. Toen ook de derde een jongetje bleek, schoten er gedachten door me heen als: misschien wordt het wel weer een miskraam, dan hebben we tenminste nog een kans op een meisje.' Hoewel ik wist dat ik ook van dit kind zou houden, rouwde ik tegelijkertijd, omdat ik nooit zou weten hoe het zou zijn om een dochter te hebben.'

Ook zwangerschapscoach Adisti van Os (37, Amsterdam) wilde graag een meisje. Zelf is ze geadopteerd uit Indonesië. Toen haar adoptiemoeder aan de drank raakte, kreeg ze het gevoel door twee moeders in de steek gelaten te zijn. Voor een eigen dochter wilde ze de voorbeeldmoeder zijn die ze zelf nooit had. Van Os: 'Toen ik zwanger was, kwam het niet in me op dat ik ook een jongen zou kunnen krijgen. Ik kon me niet identificeren met jongens.' Bovenop van Os' adoptieverleden was er nog een reden in het spel om naar een meisje te verlangen. Van Os: 'De vader van mijn baby had al een zoontje bij een andere vrouw. Met een meisje kon ik me onderscheiden van dat wat hij al had.' Bij de 20-wekenecho bleek het een gezonde jongen te zijn. Van Os: 'Direct na de echo ben ik op de gang heel hard gaan huilen. Ik wilde geen jongen. Ik was zo teleurgesteld, mijn hele plan viel in duigen.'

Meteen na de teleurstelling voelen veel vrouwen schaamte. Ze durven hun gevoelens niet te uiten omdat ze bang zijn ondankbaar over te komen. Rozendaal besluit niet te zwijgen en neemt haar verloskundige in vertrouwen. Die reageert begripvol, maar als Rozendaal op internet informatie zoekt, schrikt ze van de heftige reacties. Rozendaal: 'Ik worstelde met mijn gevoelens. Ik schaamde me naar vriendinnen die geen kinderen konden krijgen. Daarnaast zag ik hoe aanstaande ouders die hun gevoelens hierover op internet deelden compleet afgebrand werden.' In reactie hierop begint Bianca de website genderdisappointment.nl. Op deze site biedt ze informatie aan ouders die het overkomt, maar ook aan hulpverleners en andere direct betrokkenen. Bianca: 'Ik wil het onderwerp uit de taboesfeer halen. Zodat mensen weten dat er een woord voor is en dat ze niet de enige zijn.' Cohen de Lara erkent het taboe op gender disappointment: 'Vrouwen die onze praktijk binnenkomen, geven het maatschappelijk verantwoorde antwoord, dat ze blij zijn dat het kind gezond is. Pas na doorvragen vertellen ze wat ze er echt van vinden. Sommigen geven aan dat het voelt alsof ze stikken, omdat ze niet teleurgesteld mogen zijn van zichzelf of hun omgeving. Ze lijden echt, voelen zich depressief en in paniek.'

Beeld Silvia Celiberti

Geslachtsvoorkeur is geen nieuw fenomeen. Wel zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die onze gevoelens erover beïnvloeden. Volgens het onderzoek van Groenewald naar geslachtsvoorkeur speelt schaamte een rol, omdat vrouwen vaak gebukt gaan onder het ideaalbeeld van de alles opofferende vrouw die in het moederschap naar perfectie streeft. Wanneer er minder rooskleurige gevoelens ontstaan tegenover het kind, beleven ze dat als een persoonlijk falen. De Cohen de Lara: 'Mensen ervaren hun leven in toenemende mate als maakbaar. Het geslacht van je kind is een van de weinige dingen die je nauwelijks kunt beïnvloeden. Wanneer je kind niet het gewenste geslacht heeft, kost het moeite te accepteren dat je niet zult krijgen wat je wilt. Je voldoet niet aan je eigen ideaalbeeld en dat veroorzaakt spanning.'

Naast schaamte steekt ook schuldgevoel de kop op. Rozendaal: 'Ik was bang dat mijn gevoelens een negatief effect hadden op de baby. Ik voelde me daar erg schuldig over. Het bleek na de geboorte ook geen makkelijk kind. Ik heb me daardoor afgevraagd of ik zijn hechtingsproces heb beschadigd door mijn aanvankelijke teleurstelling. Inmiddels is hij 2,5 en ben ik ervan overtuigd dat hij er geen last van heeft. Hij heeft gewoon een pittig karakter.'

Ondanks de sterke motivatie om een meisje te willen wegens haar eigen adoptie, gaat de knop bij Van Os snel om. Toch heeft ook zij weleens het idee dat het effect heeft gehad op haar zoon, nu 6 jaar oud. Van Os: 'Na een dag of vier heb ik me verzoend met het feit dat het een jongen was. Juist door mijn eigen adoptie voelde ik hoe bijzonder het was dat ik zwanger was en moeder zou worden. Het geslacht raakte daardoor op de achtergrond. Toch ben ik bang dat mijn gevoelens hem beïnvloed hebben. Soms heeft hij een driftbui als hem onrecht wordt aangedaan. Ik denk weleens dat dat komt omdat hij het in mijn buik als onrechtvaardig heeft ervaren dat ik zo'n enorme teleurstelling heb gevoeld bij de 20-wekenecho.'

Angst voor het negatieve effect van mijn gevoelens speelt ook bij mij een rol. Voelt hij zich nu al onwelkom en ongeliefd? Zal dit zijn gedrag beïnvloeden in negatieve zin, waardoor het een selffulfilling prophecy wordt? Cohen de Lara wil zo ver niet gaan: 'Er is geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van gender disappointment op het hechtingsproces. Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met uitspraken hierover. Zwangere vrouwen zijn heel gevoelig voor dit soort gevolgtrekkingen.' Ik ben vastbesloten aan mijn gevoelens te werken zodat de baby met een schone lei geboren kan worden. Eerst sluit ik in gedachten vrede met het verleden en met de rol die mijn broer daarin heeft gespeeld. Dit lukt aardig, het verdriet blijkt verder verwerkt dan gedacht. In de stad speur ik kinderwagens af naar lieve jongenskopjes. In de Hema kijk ik naar piepkleine, schattige jongenskleertjes. Het helpt, een beetje.

Grijze wolk

Het heersende beeld is dat vrouwen rondom de geboorte op een roze wolk zitten. Zelfs voorzichtige schattingen geven echter aan dat een aanzienlijk deel in deze periode last heeft van psychische klachten: dit bij 1 op de 20 vrouwen het geval is. Klachten variëren van voor de bevalling en het moederschap tot relatieproblemen en postnatale depressie. Zorgprofessionals raden aan hulp te zoeken bij zowel lichte als zwaardere klachten. Veel klachten zijn tijdig te verhelpen met de juiste behandeling.

Volgens Cohen de Lara is openheid over de situatie het beste wanneer je gender disappointment ervaart. 'Het is belangrijk dat het taboe doorbroken wordt. Anders voelen vrouwen het in het geheim. Tijdens mijn behandeling kijk ik naar de onderliggende oorzaak van de teleurstelling.' Rozendaal: 'Gaandeweg kwam voorop te staan dat het kind er niets aan kon doen. Ik had met mezelf iets uit te knokken. Het verwarrende is dat het aan de ene kant niets met dit kind als individu te maken heeft, aan de andere kant roept het kind dat je krijgt deze gevoelens wel op.' Ook ik kom er, net als Rozendaal, langzaam achter dat mijn angstgevoelens niet over dit jongetje in mijn buik gaan. Ik ben alleen bang voor een herhaling van vroeger, bang dat ik bij elk moeilijk moment denk 'is de hel nu losgebroken?' Maar dit kind is een totaal nieuw wezen, niets wijst erop dat hij zich net zo zal gedragen als mijn broer.

Cohen de Lara maakt mee dat gender disappointment leidt tot abortus of in een blijvend gevoel van ongemak bij de ouders of bij het kind. Toch komt het in de meerderheid van de gevallen goed met de hechting. Dat is ook wat Van Os en Rozendaal ervaren. Van Os: 'Ik ben nu dolblij dat het een jongen is, ik vind hem fantastisch. Mijn eerdere gevoelens hadden deels te maken met het beeld dat ik van jongens had. Maar er zijn zoveel verschillende jongens. Mijn zoon is heel zacht, hij kan goed luisteren en hij is heel begripvol.' Rozendaal: 'Ik hield meteen van dit kindje na de geboorte, het was onmiddellijk goed. Toch denk ik soms nog steeds: wat jammer dat ik geen dochter heb. Dat heeft alleen niets te maken met mijn zoon.'

Voor mij komt het omslagpunt op een regenachtige avond. Onze 14 maanden oude dochter is slap, muisstil en kijkt raar uit haar ogen. We zijn niet snel bezorgd, maar bellen nu toch met de huisartsenpost. 'Wat als ze een hersenvliesontsteking heeft en in haar slaap overlijdt?', schiet door me heen. Gelukkig is het loos alarm. Maar door het voorval denk ik aan de baby in mijn buik, nu 26 weken. Als hij in godsnaam maar gezond is. Een paar dagen later komt mijn vriend met een suggestie voor een naam. Verklaren kan ik het niet, maar ineens licht er iets op. Dit kind, met deze naam, onze genen, gezinssituatie en deze lieve grote zus, is heel erg welkom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.