InterviewJe kunt het maar één keer doen

‘De euthanasie was traumatisch. Zo snel, zo definitief’

Beeld Krista van der Niet

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren: hóé je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Eric van Koolwijk (56, sectiechef RET) overleed dit jaar op 7 januari aan de gevolgen van een hersentumor. Hij was 38 jaar samen met Elaine van Koolwijk (56, administratief medewerker), met wie hij twee zoons van 32 en 26 jaar heeft.

‘Vijf jaar geleden lag Eric opeens ’s nachts naast me te schokken in bed. Ik deed het licht aan; zijn pupillen waren heel groot en hij reageerde nergens op. Ik ben een paniekvogel, dus ik begon keihard te gillen. De man van 112 was boos op me: ‘Mevrouw, u moet nu stil zijn, en vertellen wat er aan de hand is.’ Eric kwam pas bij kennis in het ziekenhuis, hij bleek een zware epileptische aanval te hebben gehad.

Een paar dagen later kwam de uitslag van de MRI-scan. We zaten met de neuroloog in een kamertje toen hij ons de foto liet zien. Ik kijk veel ziekenhuisseries en zag meteen dat het niet goed was; er zat een grote vlek in zijn hoofd. Het was een tumor van viereneenhalve centimeter. Hoewel Eric geopereerd kon worden, werd ons meteen verteld dat we er niet op moesten rekenen dat hij beter zou worden. De aarde zakte onder mijn voeten vandaan en mijn hart bonsde uit mijn lijf. Eric bleef heel rustig, hij was van het handelen. Vanaf de eerste dag dat hij ziek was, zocht hij alles uit over euthanasie. Als ik Eric in een paar woorden moet omschrijven, zeg ik: pragmatisch, rationeel, integer en zorgzaam.

Toen we 15 waren, werkten we allebei bij Albert Heijn. Na mijn eerste werkdag kwam ik thuis en zei tegen mijn zus: ‘Ik heb nu een jongen gezien, daar ga ik mee trouwen.’ Op mijn 18de kregen we verkering. Mensen vroegen weleens hoe we het zo lang volhielden. Mijn antwoord luidde steevast: ‘Mijn huwelijk is geen marathon die je moet volhouden, wij zijn gewoon het allerliefste samen.’

In maart 2015 kreeg hij een wakkere hersenoperatie. Nadat hij onder narcose was gebracht en zijn schedel was gelicht, werd hij wakker gemaakt. De tumor moest worden weggesneden in het grensgebied van de motorische cortex waardoor een groot risico bestaat verlamd te raken. Tijdens het snijden deden ze steeds testjes. Eric bleef heel rustig en werkte goed mee. De operatie was geslaagd, maar ze zeiden meteen dat ze een klein stukje hadden moeten laten zitten omdat het te dicht op die grens zat.

Elaine en Eric.Beeld Privéalbum Elaine

In de maanden die daarop volgden werd hij behandeld met radiotherapie en chemo. Helaas kreeg hij ontzettend veel last van de bijwerkingen; vermoeidheid, hoofdpijn en duizeligheid. Omdat hij daardoor niet meer kon functioneren, werd hij afgekeurd. Hij ging zich steeds meer opsluiten omdat hij geen prikkels meer kon verdragen. Er konden geen mensen meer langskomen, we konden niet meer naar verjaardagen. We hadden een actief sociaal leven, maar veranderden in kluizenaars. Als we niet zoveel van elkaar hielden, had ik het nooit volgehouden.

Wij waren op intiem gebied altijd erg actief. Tot aan de laatste bestraling hebben we geprobeerd om het één keer per week vol te houden. Daardoor voelden we onszelf nog man en vrouw en niet alleen maar patiënt en verzorger. Op een gegeven moment ging het niet meer omdat hij zoveel pijn kreeg dat ik hem niet meer kon aanraken. Dat vond hij het allerergste, dat hij niet eens meer met mij kon vrijen. Dat hij mij dat niet meer kon geven.

Vorig jaar november belde Eric de huisarts dat hij niet meer verder wilde leven. De voorspelling was dat hij uiteindelijk in coma zou raken en dat wilde hij niet. Hij wilde het heft in eigen hand houden, een wens die door de kinderen en mij werd gerespecteerd.

Zijn moeder was twee jaar daarvoor overleden door middel van palliatieve sedatie. Nadat ze morfine had gekregen en al buiten bewustzijn was, begon ze heel erg te vechten. Het was een nare dood en Eric wilde dat absoluut niet.

De huisarts en de SCEN-arts gingen onmiddellijk akkoord met zijn euthanasieverzoek. Eric wilde het eigenlijk meteen doen, maar onze zoon trouwde op 3 december en hij wilde heel graag dat zijn vader er nog bij was. Eric wilde de feestdagen voor ons ook niet versjteren dus hij koos 7 januari als datum.

Op 6 januari gingen we naar bed in de wetenschap dat ik de volgende dag alleen zou slapen. We konden elkaar niet knuffelen want dat deed pijn, dus we hielden elkaars handen vast. Ik moest huilen maar ik durfde niet teveel geluid te maken, want dat vond ik zo zielig voor hem. Uiteindelijk ben ik wel in slaap gevallen. Hij ook. De volgende ochtend stond ik op en ruimde de vaatwasser uit terwijl ik me afvroeg waarom ik in godsnaam de vaatwasser uitruimde. Ik had een ziekenhuisbed geregeld in de huiskamer zodat het niet in de slaapkamer hoefde te gebeuren. Eric ging in dat bed zitten en we spraken ondertussen over koetjes en kalfjes. Het was heel raar maar het was alsof-ie ernaar uitkeek. Terwijl hij relaxed in dat bed zat, kwamen mijn zoons en schoondochters binnen met mijn kleindochtertje van 2. Om kwart voor 12 arriveerde de huisarts. Ik wist niet wat ik zag toen ze alles klaarlegde. Zulke grote injectienaalden. Het ziet eruit zoals in de film als gevangenen geëxecuteerd worden. Alleen gaat het in dit geval vrijwillig. Ik kreeg een naar gevoel en wilde er ook niet naar kijken. De dokter vroeg of hij het zeker wist. Eric antwoordde: ‘Word ik dan nog beter? Nee toch? Dan weet je het antwoord wel.’

Daarna vroeg de huisarts wie het eerst afscheid wilde nemen. Dat waren de kinderen, dat hadden we van tevoren besproken. Eric wilde dat het niet te lang zou duren, want dan werd het alleen maar moeilijker. Hij zei: ‘Zorg goed voor jullie moeder. En zorg dat je wat maakt van je leven.’ Toen ging ik bij hem liggen. ‘Het is goed’, zei ik, ‘je hebt je best gedaan. Je mag nu rusten, dan heb je geen pijn meer.’

De huisarts zei daarna: ‘Ik ga beginnen, ik dien nu het slaapmiddel toe.’ Opeens kwam Eric omhoog en riep: ‘Ik houd van jullie.’ We hoorden paniek in zijn stem op het moment dat hij dat zei. Ik denk dat het de nanoseconde was dat hij voelde dat hij doodging. Net voordat hij het hoofd weer op het kussen legde, draaiden zijn ogen weg. Ik wilde nog iets zeggen, dus ik raakte helemaal in paniek. Tegen de huisarts gilde ik: ‘Draai het terug! Hij moet wakker worden, ik ben er nog niet klaar voor!’ Maar zij ging door. We hadden ook duidelijk afgesproken dat wat er ook gebeurde, zij zou doorgaan. Ik heb wel een half uur aan hem lopen schudden dat-ie wakker moest worden, ik was volstrekt in paniek. Toen ik eindelijk bij zinnen kwam, zag ik dat zijn ogen dicht waren en dat er een glimlach op zijn gezicht stond. Hij had geen pijn meer. Maar voor mij en de kinderen was het gewoon te snel gegaan. Wij vonden het traumatisch. Het was zo snel, zo definitief. Ik verwijt de huisarts absoluut niks. Zij heeft het precies gedaan zoals wij gevraagd hadden. Zijn dood paste bij hem, maar niet bij mij.’

Van Barbara van Beukering verscheen onlangs het boek Je kunt het maar één keer doen. Dit was voorlopig de laatste aflevering; na het zomerschema wordt deze serie op 22 augustus hervat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden