Interview Ton van Haperen

De enige redding van het onderwijs is het tot de grond toe af te breken

Er is een revolutie nodig in het onderwijs, stelt leraar en columnist Ton van Haperen. Die komt neer op: weg met alles wat er nu is. En begin helemaal opnieuw.

Ton van Haperen heeft een boek geschreven over wat er mis is in het Nederlandse onderwijs. Gefotografeerd tijdens een les in het Rythovius Colege in Eersel bij Eindhoven Foto Waldthausen Marlena

‘Bombardeer het stelsel. Begin opnieuw. Bouw op, van onderaf, school voor school, geleid door bewezen goede leraren.’

Zo staat het op bladzijde 43 van het nieuwe boek van Ton van Haperen (1959), die werkt als leraar, lerarenopleider en columnist van het Onderwijsblad. Een andere oplossing ziet hij niet voor de problemen waarmee het onderwijs kampt.

Er is een revolutie nodig, vindt hij. Een Cruijffiaanse revolutie zelfs. Want was het niet Johan Cruijff die van Ajax, een beursgenoteerde naamloze vennootschap, weer een voetbalclub maakte, met oud-voetballers in de directie?

Nou dan.

Het plan is als volgt. Alle bestuurders, schoolleiders en leerkrachten worden ontslagen. De schoolbesturen worden ontbonden, financiële reserves vloeien terug naar de staat. Daarna begint de wederopbouw. In de verlaten schoolgebouwen ontstaan nieuwe scholen, waar de leraren het voor het zeggen hebben. De kosten voor het gebouw, het onderhoud en het personeel kunnen weer – net als vroeger – gedeclareerd worden bij het ministerie. De bestuurders met hun hoge salarissen keren niet terug.

Zo, en alleen zo, kan het Nederlandse onderwijs weer opkrabbelen.

Er is namelijk nogal wat mis, betoogt Van Haperen in Het bezwaar van de leraar, dat deze week verschijnt. In het boek verbindt de economieleraar van het Rythovius College in het Brabantse Eersel anekdotes uit zijn eigen carrière met de ontwikkelingen in het onderwijs. Hij veegt daarbij de vloer aan met allerhande hippe onderwijsvernieuwingen, hij moppert op het passend onderwijs en spreekt zijn bezorgdheid uit over de afgenomen status van de leraar.

Ton van Haperen heeft een boek geschreven over wat er mis is in het Nederlandse onderwijs. Gefotografeerd tijdens een les in het Rythovius Colege in Eersel bij Eindhoven Foto Waldthausen Marlena

Maar vooral gaat hij tekeer tegen de almaar toenemende macht van de schoolbesturen. De problemen begonnen rond de eeuwwisseling, stelt hij, toen een neoliberale wind door Nederland waaide en in het onderwijs de lumpsumfinanciering werd ingevoerd. Sindsdien krijgen schoolbesturen jaarlijks een zak met geld van de overheid die ze naar eigen inzicht mogen besteden. Zolang de onderwijskwaliteit op orde is, bemoeit niemand zich met de scholen.

Een ziek systeem, zegt u.

‘Door de invoering van de lumpsum is het schoolbestuur de spil van het stelsel geworden. Maar het is een onzichtbare partij, niemand kent die bestuurders. Het probleem is: ze hebben wel altijd plannen die ze willen realiseren. Daar is geld voor nodig. En omdat vastligt hoeveel inkomsten een school uit Den Haag krijgt, kunnen de bestuurders alleen ruimte scheppen door te bezuinigen op de uitgaven. En dus krijgen leraren een laag salaris en moeten ze voor steeds grotere groepen staan.’

Hoe werkt dat mechanisme?

‘Als er een nieuwe leidinggevende komt, wordt er altijd nieuw beleid bedacht. Een nieuw onderwijsconcept bijvoorbeeld, waarmee de school zich kan profileren. Meestal verandert ook de organisatiestructuur. Er komen baantjes vrij en  iedereen begint te rennen. Vanaf dat moment is Machiavelli in the house. Het gaat dan alleen nog maar over macht en niet meer over goed onderwijs.’

Waar gaat het volgens u mis?

‘Er is geen effectieve allocatie. De besturen zetten de overheid en de markt buitenspel. Ze zeggen: wij willen die regulering van de overheid niet, we regelen het zelf wel, want wij kunnen dat beter. Ondertussen willen ze ook geen marktwerking tussen scholen. Daarom fuseren scholen en worden de besturen steeds groter.

‘Op dat moment hebben bestuurders de macht. Zij bepalen – op basis van hun intuïtie – wat er gebeurt. Het is een middeleeuws bestuursmodel! Er staat een vorst met adel aan het hoofd. De bestuurders doen wat ze leuk vinden. En als de leraren daar kritiek op hebben, dan trekt het bestuur de machtskaart: hou jij je mond maar.’

Op de school waar uw vader rector was ging dat vroeger anders.

‘Mijn vader had soms slapeloze nachten omdat hij zich zorgen maakte of de conrectors en de leraren het wel eens waren met zijn plannen. Op scholen vond toen nog een plenaire lerarenvergadering plaats, waar het beleid besproken werd. Wilden de leraren dat een plan niet doorging, dan ging het niet door. Hij wist dat hij naar de leraren moest luisteren.’

Daar zitten ook haken en ogen aan, lijkt me.

‘Natuurlijk. Leraren vinden alles best als ze maar kleine klassen krijgen en alles verder blijft zoals het is. Maar ja, daar moet een leider mee om kunnen gaan. Die moet mensen overtuigen dat zijn plannen goed zijn.

‘Nu is de rol van de schoolleider veranderd. Hij is de filiaalleider van het bestuur geworden. Daardoor ontstaat op veel scholen een gezagscrisis. Leraren hebben alleen via de medezeggenschap nog iets te vertellen. Maar daar is plek voor twee of drie leraren. Daardoor voelen leraren zich niet gehoord, waardoor ze minder betrokken zijn bij de school of zelfs gaan saboteren.’

Vroeger lag de loyaliteit van de schoolleider bij de leraren en de leerlingen, schrijft u. Nu niet meer.

‘Nee. De schoolleider is nu loyaal aan het bestuur. Daar valt iets te verdienen, daar komt misschien een baantje vrij. Bij de leraren ontmoet je alleen chagrijn. Laat ze maar, denkt de schoolleider dan.’

Ton van Haperen heeft een boek geschreven over wat er mis is in het Nederlandse onderwijs. Gefotografeerd tijdens een les in het Rythovius Colege in Eersel bij Eindhoven Foto Waldthausen Marlena

Bent u niet te cynisch? Veel mensen in het onderwijs hebben het hart op de goede plaats. Ook de schoolleiders en de bestuurders.

‘Dat schrijf ik ook. Het zijn geen slechte mensen. Al die mensen werken met de beste bedoelingen. En toch gaat het mis. Daarom moet het systeem op de schop.’

Onlangs kwam de Onderwijsraad met een advies over de bekostiging van het onderwijs. De conclusie: de lumpsum is het beste systeem.

‘Dat was niet zo’n best advies. De raad heeft het nergens over de gevolgen van het systeem voor het beroep van de leraar. Door die lumpsum kan de school het salaris van de leraar niet meer in Den Haag declareren, maar is het een kostenpost voor de school geworden. Tel daar bij op dat de maximale klassengrootte ooit is afgeschaft en dat er zij-instromers voor de klas kwamen te staan die nog niet bevoegd waren. Gek hè, dat de status van het beroep dan achteruitgaat?’

Het gevolg is dat de goede leraren uit de scholen worden gejaagd, zegt u. Academisch geschoolde docenten zoals u vertrekken en komen nooit meer terug.

‘Ja. En dat is jammer. Voor kinderen is het interessant om mensen voor de klas te hebben die het vak dat ze onderwijzen aan de universiteit gestudeerd hebben. Als die vertrekken, wordt het een teringzooi. Dan blijven alleen de leraren over die geleerd hebben hoe ze met kinderen moeten omgaan. Ik heb te vaak gezien dat die niet snappen wat ze onderwijzen. Ze lepelen paragraaf na paragraaf op uit het boek, laten de leerlingen een opgave maken en zeggen daarna wat het goede antwoord is. Maar de essentie snappen ze niet. Ze kunnen niet improviseren.’

Hoe serieus is uw plan om iedereen te ontslaan en de scholen helemaal opnieuw op te bouwen?

‘Redelijk serieus. Als je wil vernieuwen, zijn er twee mogelijkheden. Allereerst kun je binnen het stelsel verbeteringen proberen aan te brengen. Dat hebben we de afgelopen twintig jaar gedaan en het is er niet beter van geworden. De innovatie binnen het stelsel is grandioos mislukt. Daarom moeten we nu een fundamentele vraag stellen: werkt dit stelsel wel?’

U pleit voor een revolutie.

‘In mijn boek haal ik Johan Cruijff aan. Ik vind hem geniaal. Hij vond dat de mensen uit de praktijk weer de baas moesten zijn bij Ajax. Maar hij wist dat zij soms tekortschieten. Er zijn dus ook specialisten nodig om de boel te organiseren. Ik ben ook niet tegen managers, maar ze moeten wel weten dat een school geen bedrijf is.’

U zult politici niet makkelijk meekrijgen. Na mislukte ingrepen als het studiehuis, waarbij middelbare scholieren zelfstandiger moesten gaan werken, staat niemand te springen om een grote stelselwijziging.

‘Dat is jammer. Wat kinderen leren en hoe we dat organiseren is namelijk de verantwoordelijkheid van ons allemaal. Daar moet de democratisch gekozen overheid dus over gaan, niet een particulier bestuur. Als dat wel zo is, dan heb je in feite geprivatiseerd onderwijs. Dat kan helemaal niet.

‘Nu al zie je dat er een spanning is tussen de autonome besturen en de overheid die af en toe ook iets wil. Dan wil de Tweede Kamer meer aandacht voor burgerschap. Of betere rekenvaardigheden. Maar dat krijgen ze niet voor elkaar. En dan verzinnen ze zo’n rekentoets die ze daarna weer afschaffen. Dat is toch zo impotent als het maar zijn kan?’

Hoe kijkt u aan tegen de oplossingen voor het lerarentekort, waarmee minister Arie Slob onlangs naar buiten trad? Hij wil meer zij-instromers het onderwijs in lokken en pabo-studenten al voor hun afstuderen voor de klas zetten.

‘Het is echt om van te kotsen. Het enige wat telt is een lichaam voor de klas. Kinderen krijgen steeds vaker les van mensen die niets van hun vak weten en niets van onderwijzen. En de besturen doen er niets aan. Die zeggen dadelijk dat de nood zo hoog is dat ze klassen naar huis moeten sturen. En vervolgens wijzen ze naar de overheid die meer geld moet geven. Dat is voortdurend het machtsspel. Het is net de maffia. Ze gaan pas iets doen als er protectiegeld is betaald.’

Het stelsel bombarderen dus. Hoe dan?

‘De eerste stap is dat we het onderwijs weer nationaliseren. Alle scholen worden van de overheid.’

Ook het bijzonder onderwijs: de katholieke, reformatorische en islamitische scholen? Daarmee schrapt u meteen de vrijheid van onderwijs.

‘Dat is een heikel punt. Maar ik denk dat het meevalt. We kunnen scholen in het nieuwe systeem best wat vrijheid van inrichting gunnen. Scholen hè, niet besturen. Dat is echt een wezenlijk ding.’

Ton van Haperen heeft een boek geschreven over wat er mis is in het Nederlandse onderwijs. Gefotografeerd tijdens een les in het Rythovius Colege in Eersel bij Eindhoven Foto Waldthausen Marlena

Is er niet een minder radicale revolutie mogelijk waarbij we alleen de besturen wegstrepen en de bestaande scholen zelfstandig verder laten gaan? Dan hoeven de leraren niet allemaal ontslagen te worden.

‘Dat lijkt me geen goed idee. We hebben een nationaal moment nodig waarop we afspreken: er gaat iets niet goed en het moet anders. Dan moet je ook zeggen: iedereen moet nu opnieuw solliciteren. Als je de leerkrachten laat zitten, dan verandert er niets.’

Vergroot zo’n bombardement het lerarentekort niet? De onbevoegden en de minder goede docenten komen niet meer aan de bak.

‘Nee joh. Voor elke tien leerlingen is er op scholen één personeelslid, zeg ik zo uit het hoofd. Veel te veel mensen staan niet voor de klas. Daarom heb ik klassen van 32. Ze doen de zorg, ze bestrijden het pesten of regelen de maatschappelijke stages, maar ze moeten weer gewoon gaan lesgeven. Getalsmatig is het geen enkel probleem.’

Wat gebeurt er met de leerlingen op dat ‘nationale moment’?

‘Die zoeken allemaal een andere school. Dat is niet erg. Daar krijg je helemaal niets van, hoor.’

Waar kunnen ze uit kiezen?

‘Mijn uitgangspunt is dat alle scholen in beginsel gelijk zijn. Alle scholen zijn goed en moeten ook laten zien dat ze altijd goed zijn. En als ze niet goed zijn, dan hebben ze een probleem en moeten ze dat oplossen. Nu zie je dat scholen bij teruglopende leerlingaantallen fancy vakken gaan bedenken en andere toestanden. Dat moeten we niet doen. Alle scholen moeten goed zijn in de dingen die alle kinderen moeten leren. Punt.’

Het is toch goed als er keuze is?

‘Nee joh. Kinderen en hun ouders laten zich negen van de tien keer foppen door een of ander nepconcept. Doe normaal. Leer ze gewoon fatsoenlijk rekenen, taal, geschiedenis, burgerschap. Overal.’

Is dat niet saai?

‘Helemaal niet! Leraren zullen zich gaan onderscheiden in ambachtelijkheid. Daar hoor je nu nooit iemand over. Je kunt je heel erg ontwikkelen in je beroep, en dat is wat er moet gaan gebeuren. Laat die leraren beter worden in wat ze doen.’

Het bezwaar van de leraar verschijnt bij Amsterdam University Press (€ 14,99).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.