Reportage

De eerste opruimcelebrity van de wereld is opgestaan

Aaf Brandt Corstius ruimt op met Marie Kondo

Precies op tijd voor de voorjaars-schoonmaak ontdekte Aaf Brandt Corstius de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo, en belandde ze 'in de tunnel waarin je alleen nog maar opruimt'.

Foto Aaf Brandt Corstius

Net als ieder normaal mens heb ik in mijn huis een probleem met rommel. Ik ben niet heel netjes en ook nog lui, maar onhandig genoeg kan ik ook niet goed tegen overhellende stapels kranten en wasgoed.

Ik word er onrustig van. En aangezien ik twee kleine kinderen heb, twee puberstiefkinderen en een man die platen, cd's en boeken verzamelt, is er een hoop troep in mijn huis. Zelfs op dagen dat het relatief netjes is.

En ik heb ze geraadpleegd, de opruimgoeroes en -theorieën. De Nederlandse Zamarra Kok bijvoorbeeld, van wie mij vooral het dringende advies bijbleef dat je, als je iets nieuws je hol binnensleepte, ook meteen iets ouds moest weggooien: zo bleef de spullenberg in balans.

Toen raakte ik in de ban van de Amerikaanse Flylady, een opruimadvies-orgaan op internet, waarvan ik leerde om in tijden van écht wanhopig-makende troep eerst eens het gootsteenputje met bleekmiddel te reinigen. Er waren tijden in mijn leven dat het gootsteenputje héél schoon was, omdat de rest van het huis aanhoudend zo'n zwijnenstal was.

Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius

Timer

De Flylady leerde mij ook de timer te zetten als ik ging opruimen. Het is een wonder hoeveel je blijkt te kunnen opruimen als je de eierwekker op tien minuten zet, en het is een fijn idee dat je maar zo kort bezig bent geweest.

Dan waren er nog de Franse-slag-achtige, geruststellende opruimtheorieën die ik tot me nam, die vrij vertaald luidden: rommel is niet erg. In het tijdschrift Flow las ik een paar jaar geleden dat rommel juist uitnodigt tot creativiteit, vooral als je overal naaimachines, breinaalden en leuke vouwpapiertjes liet rondslingeren. Toch voel ik weinig rust als ik 's avonds Netflix probeer te kijken terwijl er tien open potten vingerverf in het zicht liggen.

En toen kwam, ongeveer een maand geleden, Marie Kondo in mijn leven. Kondo is een kleine Japanse vrouw die zich al sinds haar 5de levensjaar bovenmatig interesseert voor opruimen. Ik weet zeker dat Kondo een oprechte neurose heeft en ik vermoed dat zij een beetje gek is. Maar gek zijn is eigenlijk een voorwaarde als je een echte goeroe wilt worden. Welke zelfhulpgoeroe (Oprah, Dr. Phil, Emile Ratelband) is er niet gek? Anders waren ze saai. En saaie goeroes, die willen we niet.

Als kind al organiseerde de Japanse de bezemkast op school en de slaapkamers van haar broer en zus, als puber raakte ze bevangen door het Japanse standaardwerk De kunst van het weggooien van Nagisa Tatsumi. Als volwassene ging ze professioneel bij mensen thuis opruimen - Japanners hebben over het algemeen veel spullen en weinig ruimte - en hield ze uitverkochte lezingen over haar opruimtheorie, die ze Konmari heeft genoemd.

Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius

Kondo'en

Inmiddels heeft Kondo vier bestsellers over opruimen op haar naam staan en is ze in Japan zo beroemd dat ze niet meer rustig over straat kan. Het werd tijd voor het opruimen van de rest van de wereld. Haar laatste boek is in het Engels vertaald, en nu een hit in Amerika. Instagrammers plaatsen onder de hashtags #mariekondo en #konmari trots voor-en-na-foto's van hun opgeruimde sokkenlades. Haar naam is in het Engels al een werkwoord geworden ('I kondoed the fridge'). De eerste opruimcelebrity van de wereld is opgestaan.

In Nederland is diezelfde bestseller nu ook net uit, met de wat mij betreft iets te opgeruimde titel Opgeruimd! In het Engels kreeg hij de adequatere, want licht-krankzinnige, titel The Life-Changing Magic of Tidying-Up.

Life-Changing, daar ben ik reuze gevoelig voor.

Magic ook, trouwens.

En zo las ik het boek in één avond uit. Voor een huishoudgoeroe heeft Kondo een prettige schrijfstijl en het feit dat ze gek is, en bijvoorbeeld haar kamerplant aait en de shampooflessen afdroogt na het douchen en in de kast terugzet, biedt vermaak. Ze is ook lichtelijk spiritueel; volgens haar hebben spullen een ziel (daarom bedankt ze ze ook zo vaak) en heeft elk huis van nature precies genoeg bergruimte voor het aantal spullen dat je nodig hebt.

Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius

Konmari-tunnel

Met dat soort theorieën kun je bij mij aankomen. Vooral dat van die bergruimte. Want ik denk altijd dat ik te weinig ruimte heb.

En nu bevind ik mij in wat Kondo-volgelingen de Konmari-tunnel noemen.

De tunnel waarin je alleen nog maar opruimt. Of eigenlijk: weggooit.

En dat een half jaar lang. Want vóór het opruimen, komt het weggooien. In die fase zit ik.

'We zijn in een tijdperk beland waarin we heel veel spullen hebben', zei Kondo over Skype tegen me, toen ik haar een tijdje geleden sprak (zij op perstour in New York, haar tolk in Tokio, ik in Amsterdam). 'Het doel van mensen wordt niet om nog meer spullen te vergaren, maar om alleen de spullen te behouden die we écht willen hebben.'

Het belangrijkste aan de doctrine van Kondo is dat je niet kamer voor kamer moet opruimen, of plank voor plank, of tien minuutjes met een eierwekker; dat zijn tijdelijke oplossingen. Je mag van haar eerst alleen maar spullen weggooien en zo ruimte maken in je huis. Na het massale weggooien, moet je de overgebleven spullen een vaste plek geven. Dit proces, schat zij in, duurt ongeveer een half jaar. Ze stelde me gerust dat het niet uitmaakt hoe vaak je werkt aan je weggooitaak. 'als je een hele week de tijd hebt, doe je het een hele week achter elkaar. Als je een middag tussendoor de tijd hebt, doe je het op die middag, en ga je later weer verder.'

Foto Aaf Brandt Corstius

Dilemma's

Het doornemen van al die spullen doet Kondo ook op een vaste volgorde. Ze begint met de spullen die het makkelijkst weg te gooien zijn, kleren, en eindigt bij de zaken die duivelse opruimdilemma's met zich meebrengen, dus foto's, oude liefdesbrieven, kindertekeningen.

Ik ben nu zelf klaar met de categorie 'boeken', en dat heeft me ongeveer een maand gekost. Hierbij hield ik me aan de leer van Konmari, en dus ging ik niet in elk boek zitten lezen om zo het proces te vertragen. Ik ben nu begonnen met de kleren. Eigenlijk moet het andersom van Kondo; beginnen met kleren. Maar omdat onze woonkamer leger moest worden om plaats te maken voor een houtkachel, kwamen de boeken eerst aan de beurt.

En er is niet alleen een volgorde, er is ook een criterium. Eén criterium om spullen te laten blijven of ze weg te smijten, terwijl je ze door je handen laat gaan. Bij elk object dat je aanraakt en bekijkt bij het opruimen, moet je jezelf afvragen: 'Word ik hier gelukkig van?'

En dat is volgens mij de essentie van Konmari. In het Engels heet het, en dit is inmiddels ook al een gevleugelde uitdrukking onder haar vuilniszakken volstouwende volgelingen op sociale media, 'to spark joy'. Voel je bij het oppakken van een oud shirtje een vonk van vreugde, dan mag je het houden. Maar als het shirtje geen joy meer sparkt, moet het weg.

En dat is een inzicht, echt waar.

Foto Aaf Brandt Corstius

Velletjes papier met letters erop

Ik ben zelf niet slecht in weggooien, maar mijn criteria waren een stuk breder dan 'Voel ik hier een vonk vreugde bij?' Ik bewaarde snoeren die ik niet kon thuisbrengen met als reden 'Misschien blijk ik dit snoer toch ineens heel hard nodig te hebben voor een bepaald apparaat'. Ik bewaarde stapels beddengoed voor als er een groep logé's zou komen, servies voor een heel groot diner. Ik bewaarde oude rommel omdat die oude rommel van inmiddels dode mensen was geweest. Ik bewaarde boeken met de reden 'die ga ik nog lezen'.

Al die dingen sparkten geen joy bij mij.

Dit mag niet van Marie Kondo. Over boeken, mijn eerste weggooiproject, heeft zij ook een interessante bespiegeling, die voor de hand liggend, grappig, en vooral erg waar is. 'Boeken bestaan hoofdzakelijk uit papier, velletjes papier met letters erop die bij elkaar zijn gebonden. Het doel is dat ze gelezen worden, dat ze informatie overdragen aan de lezer. (...) Dat ze op de boekenplanken staan, heeft geen nut.' Deze bijna autistische benadering van het opruimen is typisch Kondo.

En al die boeken die je ooit echt nog gaat lezen en die daarom in de kast moeten blijven staan? 'Ooit komt nooit', zegt Kondo. Want ze kan ook erg kortaf zijn.

Een andere reden waarom het opruimen (lees: weggooien) bij mij nooit opschoot: ik hield mezelf voor het lapje door jarenlang handige dozen bij IKEA en HEMA te kopen. Als rommel maar in een perspex doos zat, was hij opgeruimd, vond ik.

Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius

Verslavend

Mag ook niet van Kondo. 'Dingen wegstoppen creëert de illusie dat het probleem is opgelost, maar vroeg of laat zitten alle opbergdozen vol'. Iemand moet het een keer tegen je zeggen.

Met een eerlijkheid en een strengheid die mij Japans aandeed, sprak Kondo tot mij in haar boek en met diezelfde strengheid begon ik door mijn huis te lopen en vroeg me af wat er nog joy bij mij sparkte. Dat mag je niet luchthartig opvatten van Kondo, dus het is geen kwestie van een beetje met je vinger langs de rijen boeken in je boekenkast, en dan Het aanzien van 1989 eruit halen en weggooien. Nee, ál die boeken moeten uit de kast, op de vloer, en je moet ze allemaal even aanraken. Pas dan voel je de spark. Of niet.

Wat bleek: het weggooien van spullen is lichtelijk verslavend. Een journalist genaamd James Altucher, las ik in zijn blog op de site Benzinga, las Kondo's boek omdat hij haar moest interviewen. Vervolgens begonnen zijn vriendin en hij als experiment dingen weg te gooien. 'Toen we eenmaal dingen begonnen weg te gooien, konden we niet meer ophouden. We hebben alles weggegooid.' Hij had dertig vuilniszakken en twintig dozen vol.

Zover zal het bij mij niet komen, maar ik begrijp het volledig, en ik zit inmiddels op ruim tien vuilniszakken. Tijdens een Konmarisessie, een zondagavond een paar weken geleden, nam ik met mijn vriend de halve boekenkast door. Na het weggooien van mijn ooit-geliefde fotoboek Cheap Hotels en mijn nostalgie-oproepende examenbundel van Tacitus ging het steeds makkelijker en sneller. Mijn vriend hield me op een gegeven moment tegen. 'Je moet niet ál je boeken weggooien. Boeken zijn ook gezellig. En ze zijn toch een deel van wie je bent?'

Ja, maar ik hoef er niet per se tegenaan te kijken. En het klopt wat Kondo zegt: het is veel prettiger een kast te hebben vol lievelingsboeken dan een kast vol boeken die nog moeten worden gelezen. Dat voelt toch als een kast vol huiswerk.

Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius

Winkelen

Nu de boeken klaar waren en ik de kleren begon door te nemen, en ik me elke dag een paar keer afvroeg of een trui of broek nog joy in mij sparkte, begon die vraag zich onwillekeurig ook aan me op te dringen als ik met heel andere dingen bezig was dan opruimen. Een oude kennis die vroeg of ik weer eens wilde afspreken - had ik daar wel echt zin in of deed ik het uit gewoonte? Met andere woorden: riep mijn oude kennis wel vreugde bij mij op? Een cursus die steeds zwaarder en tijdrovender werd, zag ik daar de joy nog van of was het gewoon een moetje geworden?

Ook winkelen, mijn voormalige hobby, ging door al dat ge-opruim steeds meer voelen als het vergaren van ballast die ik over een paar jaar weer zou moeten lozen. Ook keek ik, bij Zara en H&M, langer en kritischer naar kledingstukken die ik vroeger zonder nadenken had afgerekend. Werd ik hier gelukkig van? Of was het alleen maar goedkoop?

Foto Aaf Brandt Corstius

Sokkenmishandeling

Ineens begreep ik dat sommige klanten van Marie Kondo, zoals ze in het begin van haar boek trots beschrijft, na hun grootscheepse opruiming gaan scheiden of rigoureus van baan wisselen of een heleboel kilo afvallen. Hun man of hun werk sparkten blijkbaar óók geen joy meer. Dat zijn ze gaan inzien doordat ze zichzelf, bij het doornemen van al die duizenden objecten in hun huis, alsmaar opnieuw dezelfde vraag moesten stellen: maakt dit mij gelukkig? Die vraag doemde op alle andere gebieden waarschijnlijk ook ineens op.

Ik ben geen gelovige geworden. Sommige dingen uit de Konmari-leer zal ik nooit doen. Ik zal nooit, want daar ben ik echt te lui en te normaal voor, mijn handtas elke avond legen als ik thuiskom, zodat hij kan uitrusten. Ik zal nooit mijn sokken rechtopstaand gevouwen in een la doen. Ik blijf ze gewoon in strakke bolletjes samenproppen, al vindt Kondo dat sokkenmishandeling. 'De sokken in je la zijn eigenlijk met vakantie.'

Maar ik vrees, of eigenlijk: ik hoop dat de vraag 'Does it spark joy?' voor de rest van mijn leven in mijn hoofd blijft hangen. Het is een van de handigste vragen die ik mezelf ooit heb gesteld.

Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Foto Aaf Brandt Corstius
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.