Column Arthur van Amerongen

De dorpsmongool

Toen ik nog aan de heroïne verslaafd was, ging ik regelmatig wandelen om af te kicken. Dan heb ik het niet over een wissewasje als de Via Algarviana of over kuieren door Umbrië in de voetsporen van Franciscus van Assisi, maar over dodenmarsen.

Bij voorkeur beulde ik mijzelf af in de Pyreneeën en de Schotse Hooglanden, geteisterd door een gruwelijke cold turkey, herfststormen en lekkende wandelschoenen.

Het is een radicale manier om te ontgiften en als ik destijds een zelfhulpboek had uitgegeven, was ik nu een man in bonis en had ik nooit meer hoeven broodschrijven en inkthoereren.

Vandaag staat de etappe Vaqueiros-Cachopo op het schema. Omdat ik mij niet graag in een keurslijf laat proppen en voorspelbaarheid haat, loop ik de wandeling achterstevoren. Niet te verwarren met achteruitlopen, een vrijetijdsbesteding die nog lelijker oogt dan snelwandelen en biodanza.

Cachopo is een schattig bergdorpje op een uur rijden van mijn hut. Het heeft slechts één bestaansreden: Retiro Dos Caçadores. De pleisterplaats der jagers is een knusse uitspanning, tot de nok toe volgestouwd met pastorale huisvlijt en uitgebaat door vier identieke dikke dames. Soms reis ik in een opwelling naar Cachopo, enkel om hun goddelijke lamskarbonades te eten.

De wandeling is een niemendalletje. Ik heb zowaar last van een goed humeur. Helaas dus geen gemopper vandaag.

De geur van kurkeiken, steenpijnbomen en eucalyptus werkt weldadig op mijn geest. Ik zie mij weer over de Veluwe wandelen met papa. In een knickerbocker, met een paddestoelengids in de hand. De wereld was mijn oester. Soms droeg papa spontaan Goethe voor. Het betreffende gedicht moest ik even opzoeken. Zo erudiet ben ik nou ook weer niet.

‘Über allen Gipfeln

Ist Ruh,

In allen Wipfeln

Spürest du

Kaum einen Hauch;

Die Vögelein schweigen im Walde.

Warte nur, balde’

Ik ben blij met mijn rijke geest want er gebeurt uiteraard niets onderweg. De traditie wil dat wandelaars gratis in het leegstaande schooltje van Casas Baixas mogen overnachten. Er wonen anderhalve man en een paardenkop in het spookdorp, zo merk ik wanneer ik mijn flessen vul bij de bron.

Dan zul je net zien dat ik – mocht ik in die school slapen – wakker word gemaakt door de dorpsmongool die zich hinnikend op mij staat af te trekken.

Enfin, dat zal wel weer projectie zijn.

Fluitend en met twee vingers in de neus volbreng ik de etappe. Volgende week geen kattenpis maar een martelgang van 30 kilometer.

Een goed moment om weer eens ouderwets aan de doping te gaan.

Foto Gabriel Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.