'De dood bestaat niet als ik klim'

Wim Hof (38, vader van vier kinderen) beklimt rotsen zonder de zekerheid van een touw. Een val leidt onherroepelijk tot zijn dood....

'MIJN VROUW kwam twee jaar geleden om het leven. Een doodordinair auto-ongeluk. Dat maak je maar mee. Zeggen mijn vier kinderen: we zijn onze moeder al kwijt, straks val jij ook nog van een rots. Dat neem ik van ze. Ik begrijp het, ik weeg het af, en toch klim ik. Mijn liefde voor de kinderen is groot, bijna dierlijk. Ik ben een echte vader, we maken samen veel door. Maar als ik aan die rots hang, dat moment, dan ben ik zo sterk, zo vrij van ballast. Er zal me niets overkomen. Ik weet dat, maar mijn kinderen weten het niet. Daarom willen ze dat ik stop. En daarom ga ik door.

De dood druk ik weg. Die bestaat niet als ik klim. Tien meter vallen is genoeg, maar op dat moment ben ik vreselijk sterk, is mijn hoofd leeg en de dood overwonnen. Alpinisten begrijpen me niet. Ze zeggen: of je nu met of zonder touw klimt, het gevoel is hetzelfde. Onzin. Vergelijk het met een marionet, die hangt ook aan touwtjes. Ik heb me losgemaakt. Dit is mijn manier om mezelf te worden. Je kunt schilderen met een sjabloon. Ik maak liever mijn eigen schilderij.

Twaalf jaar geleden zag ik hem voor het eerst, de rots. Eenzaam en imposant staat hij in het Spaanse landschap. Het lijkt wel zo'n beeld op Paaseiland, maar dan veel groter. Dus ik stoppen, hop, erheen, kijken - voelen hoe machtig de natuur is. Een monoliet van keihard kalksteen, achtendertig meter hoog. De dorpelingen noemen hem de Naald. Aan klimmen durfde ik niet eens te denken. Niemand had nog gedurfd de Naald te beklimmen.

De eerste keer was moeilijk. Zelfs met de touwen die ik meenam; het is toch een heel eind. In de brandende zon stond ik erbovenop. Toen werden we vrienden, de rots en ik.

Een paar jaar later was ik weer in het dorp. Ik keek naar de rots en besloot hem zonder touw te beklimmen. Een maffe ingeving, maar ik moest er gehoor aan geven. In het dorp dachten ze dat ik gek was geworden. Mijn klimschoenen had ik niet eens bij me, wel mocassins met rubberen zolen. Dus ik op mocassins omhoog. Greep voor greep, heel rustig, heel alleen. In twintig minuten was ik boven; onderweg dacht ik nergens aan. Mijn hoofd was leeg, vrij van gedachten. Nadenken was niet nodig; ik wist exact waar mijn handen en voeten steun konden vinden. Merkwaardig. Later bedacht ik me: hier gingen jaren van voorbereiding aan vooraf.

Ik heb hem nu vier keer zonder touw beklommen, en weet hoe het werkt. Pas als alles in orde is, begin ik. Dat voel je, als je onderaan staat en omhoog kijkt. Het gebeurde een keer dat ik van de klim afzag en een stap terug deed, weg van de wand. Valt er zo, plof, een stuk steen voor mijn voeten. Dat is intuïtie, die dingen zie je aankomen.

Vervolgens gaat alles vanzelf. Mijn handen klemmen zich in spleten, mijn lichaam beweegt mee met de rots. Ik klim rustig, zonder ballast. Kijk om me heen, rust even uit op een richel; benauwde ogenblikken zijn er niet. Ik hoef me nergens zorgen over te maken.

Alles staat op scherp. Ik zie, hoor, ruik, ik voel; de blauwe lucht, de scherpe randen, mijn huid die langs de wand schuurt. Het stoort niet. Mijn handen lijken wel van steen, mijn onderarmen ook; pas bij de schouders word ik weer mens. Ik ben rots geworden. Alsof ik deel uitmaak van die duizenden jaren oude natuur - mooi gevoel is dat. Niets kan me storen. Het is een zuivere toon. Wat is er nu mooier dan een zuivere toon?

Zekerheid, veiligheid - allemaal nutteloze woorden. De drukte van het leven, van de stad, van mijn huis, alles verdwijnt. Als ik door Amsterdam loop, zie ik de mensen rennen, zie ik mezelf rennen, maar waar naartoe is de vraag. Dus blijf je maar rennen en vliegen en hollen. Als ik klim, is mijn geest leeg. En de waan van de dag verdreven.

Ken je die wet uit de natuurkunde? Volle actie is rust. Kijk maar naar een wiel dat heel snel ronddraait.

Je zou het meditatie kunnen noemen. Mijn manier van mediteren. Maar het is helemaal niet zweverig, of new age. De symboliek ken ik wel; ze hebben het over satori en samari, mandalas, zen en tantra. Maar er zijn geen moeilijke woorden voor nodig. Het is niet in India, of in Japan. Het is gewoon hier, en het is een rots.

Eind jaren zeventig gaf ik mijn studie op en ben ik gaan reizen. Jaren heb ik op zee gezeten, ik kwam overal. Japan, India, Zuid-Amerika. Beetje zoeken. Ben Japans gaan studeren, yoga gaan doen - ik kan nog steeds op één hand staan. Maar vrijheid vinden is moeilijk. Dat doet iedereen op zijn eigen manier. Ik ben een klimmer - dus is klimmen mijn gereedschap.

Deze zomer zag ik een nieuwe rots, in het centrale gedeelte van de Pyreneeën. Het is eigenlijk geen rots, maar een gat in een berg. Sommigen noemen hem de Dolfijn, want daar lijkt hij op. Hij heeft ook een andere naam. Het Venster van de Duivel.

Ik was meteen verkocht. Er komt zulk mooi licht doorheen. Het Venster van de Duivel en de Dolfijn - de namen alleen al. Beklimmen is moeilijk, heel moeilijk. Ik moet er op mijn kop klimmen. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat hij iets uitstraalt.

Die rots laat me geen dag met rust. Dit is de foto, hier, die neem ik overal mee naartoe. Thuis staat-ie op de schoorsteen, in de keuken, op mijn slaapkamer; de rots moet overal zijn. Ik ken elk hoekje, elke greep, alle richels. Vaak schrik ik 's nachts wakker, zwetend, mijn spieren gespannen. Mijn handen gekromd, alsof ze zich vastklemmen om een stuk steen. Dat is geen droom meer. Dan ben ik daadwerkelijk aan het klimmen. Blokkades omzeilen, zodat ik er later geen last meer van heb. Zo maak ik mijn geest leeg. Dat kost weken, maanden. Laatst liep ik door de stad. Gaat mijn hart ineens als een bezetene kloppen; ik moest naar adem happen. Dat is angst. Die moet eruit. Zoiets mag nooit onderweg gebeuren, tijdens de klim.

Ga je met angst in je hoofd, dan val je dood.

Met mijn ouders ging ik vroeger de bergen in. Ik wilde altijd als een gek naar boven. Mijn vader liep meestal mee, maar kreeg op een bepaalde hoogte altijd een bloedneus, en dan haakte hij af. Ik ging verder. Door de sneeuw, hop, snel, over rotsen. Afdalen langs beekjes, dwars door de struiken. Mijn hart sloeg ervan op hol.

Ik ben een trotse vader. Mijn kinderen gaan goed, erg goed. De jongste is elf, de oudste bijna vijftien. Twee zitten op het atheneum. Soms is het druk in het huis - anderhalve etage in Amsterdam is niet veel, maar we redden ons. Ik ben de huismanager. Daar moet je sterk voor zijn, hoor. Ze vuren voortdurend van alles op je af.

Drie maanden per jaar wonen ze bij familie, dan ben ik in Spanje. Ik neem groepen mee de bergen in, om te klimmen, te wandelen, van alles. Mijn oudste zoon was laatst mee. Hij klimt goed. Doet gekke dingen. Maar als hij het zou willen, ongezekerd die rots beklimmen, dan is het nee. Nee, nee, nee. Flauwekul, zou ik zeggen, trek je eerst maar eens tien keer op aan één vinger. En als je dat kunt, leer jezelf dan eerst maar eens helemaal kennen.

Hij heeft lef, die zoon van mij, maar lef is niet de juiste drijfveer. Lef is in de bergen een verkeerde houding. Je moet de dood rustig, zonder angst tegemoet kunnen treden. Het komt op de geest aan. De gedachte dat je kunt falen mag niet bestaan. Je moet blindvaren op de krachten van de natuur.

Een sportman wil winnen, records breken. Maar dit is geen sport, dit is anders. Als ik boven ben, hou ik me stil. Een sportman zou het uitschreeuwen - ik niet. Ik hoef niet te winnen van de rots. Het is onmogelijk te winnen van tienduizend jaar natuur. Adrenaline en competitiegevoel kan ik niet gebruiken. Het gaat me niet om het klimmen, het gaat me om mijn vrijheid.

De meeste bergbeklimmers willen koste wat het kost de top bereiken - daarom gaan er zoveel dood. Ze willen niet luisteren naar de natuur, en naar hun eigen natuur. Ze zijn niet vrij om nee te zeggen. Voor hen telt alleen de prestatie. Maffe drijfveer. Ze worden gedwongen door hun omgeving. Met macho-gedrag kom je een heel eind, maar uiteindelijk val je naar beneden.'

Toine Heijmans

Dit is de derde aflevering van een serie die elke woensdag verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden