Interview Marlène Tjoe-Nij

De actiefste concertbezoeker van Nederland gaat naar álle voorstellingen van De Nationale Opera

Marlène Tjoe-Nij is een fervent opera- en balletliefhebber. Voor de foto droeg ze een van haar opera-outfits, een jurk die ze in 1988 al droeg en die haar nog steeds als gegoten zit. Beeld Rebecca Fertinel

Marlène Tjoe-Nij gaat per week naar zo’n vier concerten, opera- of balletvoorstellingen.

Als De Nationale Opera een première heeft, zit Marlène Tjoe-Nij (68) in het publiek. Bij de tweede opvoering is ze er ook – en bij de derde, de vierde. Vaak gaat ze naar álle voorstellingen. Ook als zaterdag het seizoen van de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw begint, is ze erbij. In een gemiddelde week is ze bij vier concerten, opera- of balletvoorstellingen. Tjoe-Nij – zeg maar Marlène, met een lekker lang gerekte è – is misschien wel de actiefste concertbezoeker van Nederland.

‘Ik let niet de ene keer op het decor en de andere keer op de muziek’, zegt ze. ‘Je ziet meer dwarsverbanden als je vaker gaat. Het verbaast me dat ik bij een vierde keer nog steeds nieuwe dingen ontdek. Opera’s die ik in het begin eigenlijk niet zo mooi vond, kunnen me dan toch raken. Dan zie ik in een komische opera ineens de tragiek, of is er een aria die me heel erg raakt.’

De nieuwste productie van DNO, de double bill van I pagliacci en Cavalleria rusticana, verwacht ze ‘slechts’ vier keer te zien. ‘Fantastisch én verwarrend! Er zitten zo veel momenten in waarbij ik niet weet of ik moet huilen of lachen, dan ben ik blij dat ik nog een keer kan.’

Waarom zou je naar zó veel concerten gaan? ‘Ik ben fanatiek in alles wat ik doe’, zegt ze. ‘Als ik sportte, kon ik het ook niet loslaten. Ik heb paardgereden, ballet gedaan, badminton, tennis, golf. Tot 2012 deed ik aan atletiek, vier trainingen in de week. Ik moest stoppen door een blessure. Maar daardoor kon ik wel naar nog meer concerten. Toen heb ik er meteen een extra abonnement bijgenomen.’

De opera kwam in 2001 in haar leven, per toeval. Ze groeide niet op met klassieke muziek, wel met salsa en merengue. Als tiener luisterde ze naar de blues van Eric Burdon and The Animals, naar de Rolling Stones en Santana. Later kwam Frank Zappa, een jazzperiode – Stan Getz, Count Basie. De eerste keer dat ze live klassieke muziek hoorde, moet op de middelbare school zijn geweest: het was een concertje van violisten Emmy Verhey en Christiaan Bor. 

‘Met mijn man – hij is nu gepensioneerd, maar was toen marineofficier – verhuisde ik van Curaçao terug naar Den Helder. Ik zocht iets leuks om te doen en bezocht de Uitmarkt in Amsterdam. Daar was een stand van De Nederlandse Opera. Met een vriendin kocht ik op goed geluk kaartjes voor de opera Siegfried van Richard Wagner. Ze kostten maar 25 gulden. We zaten hoog in de nok, niet zulke mooie plaatsen, maar er gebeurde zó véél! Die zang, het verhaal, de kostuums. Ik dacht: dit moet ik nog een keer zien, één keer is niet genoeg.’

‘Opera-terroristen’

Ze ging vaker en vaker. Inmiddels heeft ze gelijkgestemden gevonden die abo’s hebben voor meerdere dagen. ‘Sophie de Lint, de directeur van de opera, noemt ons ‘de opera-terroristen’, omdat we zoveel gaan.’ Het liefst gaat ze naar moderne muziek. ‘Bij Mozart heb ik het gevoel dat ik alles al eens heb gehoord. Er valt nog zoveel te ontdekken!’

Dan, een beetje besmuikt: ‘In de eerste jaren dat ik naar de opera ging, kocht ik altijd twee tickets, zodat ik een vriendin mee kon nemen. Maar als we aankwamen, boog degene die de kaartjes controleerde zich altijd in de richting van mijn gast, terwijl ík de kaartjes in mijn handen had. Begrijp je?’ Marlène is Surinaams – opgegroeid in Lelydorp, iets ten zuiden van Paramaribo. ‘Ik vond het vooral grappig. Nee, niet erg. Ze verwachtten het gewoon niet.’

En nu? ‘Nu kent iedereen me, iedereen groet me. Iedereen bij de opera is zo ontzettend lief en aardig, het is een feest en ik wentel me erin. Toen ik voor het eerst ging, moest je op een wachtlijst voor een abonnement, dat was voor de crisis hè? Nu word je omarmd. Dat elitaire is wel voorbij.’

Tasje op een stoel

Voor de recensenten van de Volkskrant is Marlène Tjoe-Nij geen onbekende. Als de dienstdoend muziekcriticus de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw in Amsterdam bezoekt en naar zijn stoel loopt, ligt er meestal al een handtas – van Marlène, die de tas daar neer heeft gelegd om de plaats aan het balkon te kunnen reserveren voor het geval de krant deze zaterdag niet van het abonnement gebruikmaakt. 

Soms krijgt ze de ‘impertinente vraag’: ‘Waar doe je het van?’ Een eersterangs-abonnement voor de premières van alle producties bij DNO, kost 1.490 euro. Ze was donateur van het Stockhausen-project van het Holland Festival (zeven van de negen dag- en avondvullende voorstelling bezocht). ‘Dan zeg ik: ik betaal het van de AOW en het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, red.).’ Ze werkte voornamelijk in de gezondheidszorg. ‘En ik ga alleen hè, dat scheelt. De enige aan wie ik verantwoording af moet leggen is mijn man. Van hem mag ik naar alle voorstellingen, als hij maar niet mee hoeft. Hij haat theater!’

Op haar telefoon laat ze een foto zien: ze staat op een ladder haar rijtjeshuis te schilderen. ‘Daar bespaar je ook geld mee.’ Het klusje kon overigens alleen midden in de zomer plaatsvinden; vanwege de culturele zomerstop had ze er tijd voor. ‘Alles wat in huis moet gebeuren, blijft liggen tot de zomer. Daarmee voorkom ik dat ik in een zwart gat val.’

Ze is opgelucht dat het seizoen weer begint. Dat ze weer uren in de trein van Den Helder naar Amsterdam kan zitten. ‘Vaak vind ik de laatste voorstelling heel zwaar, dan voelt het alsof ik een beetje sterf, dan ben ik er zo aan gehecht geraakt dat ik onder het afscheid lijd. Dan lijkt mijn eigen leven ook een beetje opera.’

Wat vonden we ervan?

De eerste productie van De Nationale Opera dit seizoen is ‘een hersenkraker’. Lees hier de recensie.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden