interview

De 100-jarige Henk Blok: ‘Een dag niet bewegen is een verspilde dag. Ik ga nog dagelijks een blokje om’

De 100-jarige Henk Blok in zijn huis te Den Haag. Beeld Aurélie Geurts
De 100-jarige Henk Blok in zijn huis te Den Haag.Beeld Aurélie Geurts

Henk Blok is evenals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt de voormalige sportdocent en trainer van het Olympisch herenvolleybalteam terug op de jaren die achter hem liggen. En wat vindt hij van het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn

Vlak achter de duinen van Kijkduin woont in een straatje met kleine geschakelde bungalows Henk Blok met zijn 86-jarige vrouw. De voormalige sprinter en gymleraar gaat de sportgeschiedenisboeken in als de coach van het eerste Olympische herenvolleybalteam van Nederland. Het strand, waar hij zo vaak en zo graag ging hardlopen, is onbereikbaar voor hem geworden. Maar hoe klein zijn actieradius als 100-jarige ook is geworden, hij moet en zal elke dag een blokje om. Want een dag zonder beweging, is een verspilde dag, vindt hij.

Hoe heeft u uw 100ste verjaardag gevierd?

‘We zouden uit eten gaan met familie en vrienden, maar door de lockdown hebben we dat moeten afzeggen. Ik dacht dus dat het een rustige dag zou worden, maar in de ochtend van 4 januari stonden alle buren uit onze straat voor het raam, ze hadden de straat met vlaggetjes versierd en gingen voor mij zingen. Er zijn die dag zestig mensen langsgeweest, familie en bekenden. Ze kwamen een voor een en kregen in de garage een taartje. Daar had mijn vrouw Annet voor gezorgd, die bleek in het complot te zitten, ik wist nergens van. Een oud-collega van de sportacademie in Den Haag waar ik les heb gegeven, had een draaiorgel geregeld. Ik kreeg 260 ansichtkaarten van oud-studenten en oud-collega’s, vol anekdotes.’

Wat schreven uw leerlingen zoal over u?

‘Dat ze bij nader inzien in hun loopbaan veel hebben gehad aan de discipline die ik hen had bijgebracht.’

Was u een strenge docent?

‘Sommigen vonden mij streng, anderen niet. Er werd gezegd dat ik goed kon optreden en mijn zegje kon doen. Regels en discipline vond ik inderdaad belangrijk. Als een leerling te laat in de les kwam, zei ik: ‘Je bent niet welkom meer, daar is het gat van de deur.’ Als je iets doet, moet je het goed en serieus doen, vind ik. Dat zal zich later vanzelf uitbetalen.’

Heeft u een strenge opvoeding gehad?

‘Ja, ik kom uit een streng, zeer gereformeerd gezin. Je neemt veel dingen over die voor je ouders belangrijk waren. Discipline was er een van. Ik zat in het schuitje en vaarde mee, daar voelde ik mij wel bij. Ik denk met liefde terug aan mijn ouders. Mijn vader was wel vrij streng. Als we zondags gingen wandelen en langs een tennisveld liepen waar ik wilde stoppen om de wedstrijd te bekijken, zei hij: doorlopen! Op zondag sporten en ernaar kijken was een doodzonde. Op zijn sterfbed bood hij daar zijn excuses voor aan: ‘Henk, neem het mij niet kwalijk, ik dacht dat het zo moest.’ Ik antwoordde iets als: ‘Dat is best vader, geef u maar over, u kunt rustig sterven.’

Toch werd u sportdocent en amateursporter.

‘Ik mocht van mijn ouders wel naar een christelijke gymnastiekvereniging. Ik merkte dat sporten erg belangrijk voor mij was en ging daarom na de hbs naar de Halo, de Haagse academie voor lichamelijke opvoeding, om te worden opgeleid tot sportleraar. Na het behalen van mijn diploma, mocht ik blijven om er docent te worden. Ik heb er tot 1986 gewerkt, naast banen als sportleraar op middelbare scholen en Nyenrode. In mijn vrije tijd deed ik aan atletiek. Ik was goed in de 100 meter sprint en verspringen. Mijn snelste tijd was 11.04 en ik kon ruim zes meter ver springen. Ik deed mee aan landelijke wedstrijden.’

Ik zit dus tegenover een voormalige topsporter?

‘Dat kunnen we gerust zo stellen, daarvan is geen woord overdreven.’

Hoe kwam u vlak na de oorlog op het idee een van de eerste damesvolleybalteams van Nederland op te richten?

‘Volleybal werd in Nederland tot 1945 niet beoefend. Amerikaanse soldaten hadden netten en ballen achtergelaten, dus ik dacht: laten we het eens proberen. Ik ben regels gaan opstellen. Op de Haagse atletiekvereniging Celebes, waar ik sportte en lesgaf, richtte ik een volleybalteam voor dames op. We werden een paar keer landelijk kampioen en toen werd ik in 1949 gevraagd coach en trainer te worden van het nationale team, waarmee we naar het Europees Kampioenschap in Praag gingen, dat was toen nog in het Oostblok. Door deze successen mocht ik ook het nationale herenteam gaan trainen. Na een spannende wedstrijd tegen Italië werden we kampioen van West-Europa en mochten we in 1964 naar de Olympische Spelen in Tokio. Volleybal was daar voor het eerst een Olympische sport.’

Welke herinneringen heeft u aan de Spelen in Tokio?

‘Ik herinner mij vooral dat Japan een openbaring was. Het was een geheimzinnig land waar je weinig van wist. Ik kende alleen de verhalen over hoe gemeen de Japanners waren geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Maar de Japanners die ik in 1964 in Tokio ontmoette, waren heel anders: voorkomend en behulpzaam. Als je hulp nodig had staken ze je graag een hand toe. We kregen allemaal een eigen geisha in een kimono. Ze zei je goedemorgen als je wakker werd en maakte je bed op. Met het volleybalteam werden we achtste op de Spelen.’

Wat vindt u van de diplomatieke boycot van sommige landen van de Olympische Winterspelen binnenkort in China?

‘De wijze waarop China met de Oeigoeren omgaat, is niet goed. Maar politiek heeft niet veel te maken met sport, die twee moeten gescheiden blijven. De Olympische Spelen zijn ooit bedacht om volkeren bij elkaar te brengen. Het zou mooi zijn als dat zou kunnen, hoewel de wereldvrede nu ver weg lijkt.’

Hoe is het voor een oud-topsporter op leeftijd om niet meer fanatiek te kunnen sporten?

‘Je wordt langzaam afhankelijk van anderen. Ik wil mensen niet tot last zijn, ook al gebruik ik dat woord liever niet. Ik heb moeite mijn evenwicht te bewaren, dus als ik loop, moet ik het zwaartepunt naar voren brengen, anders val ik achterover. Daarom ga ik achterstevoren trappen af.

Henk Blok met zijn vrouw Annet tijdens een feestje bij vrienden in de jaren vijftig. Beeld Aurélie Geurts
Henk Blok met zijn vrouw Annet tijdens een feestje bij vrienden in de jaren vijftig.Beeld Aurélie Geurts

‘Ik heb lang veel sporten beoefend, naast atletiek ook volleybal, windsurfen en skiën. Ik ging vaak hardlopen hier op het strand. Tot ruim een jaar geleden speelde ik nog wekelijks golf. Ik ben ermee gestopt toen we mondkapjes moesten dragen, toen verloor ik de animo. Maar ik kom nog elke dag in beweging. Want een dag niet bewegen is een verloren dag. Dagelijks ga ik een blokje om hier in de buurt, tenzij het regent, dan pak ik de looptrainer. Maar buiten wandelen, liefst in de natuur, heeft mijn voorkeur. Daar word ik blij van; ik kijk naar de vogels en alles wat groeit en dan voel ik mij een met de natuur. Van alle sporten is wandelen de belangrijkste, dat is onze natuurlijke beweging.’

Hoe ziet uw gemiddelde dag er uit?

‘Het begint er natuurlijk mee dat je wakker wordt en op een gegeven ogenblik beslist: nu ga ik mijn bed uit. Daarna loop ik hier rond om een en ander te regelen, zoals de gordijnen openen en medicijnen innemen. Dan loopt zo’n dag verder. In de ochtend ga ik dus een blokje om en in de middag lees ik vaak, ik ben net begonnen in het boek Made in Europe van Pieter Steinz. Ik zit het liefst bij het raam, dan kan ik naar de vogels in de tuin kijken. In de ochtend trekken de meeuwen van zee het land in en ’s avonds zie ik ze weer terugvliegen. Je ziet dat ze plezier hebben. Vaak zit ik ook voor mij uit te kijken. Dan vraagt mijn vrouw: ben je in slaap gevallen? Nee, zeg ik dan, ik zit weg te dromen.’

Wat ziet u in uw dagdromen?

‘Ik zie mijn ouders. En mijn kinderen en kleinkinderen. Ik volg ze in wat ze doen. Dat zijn alleen maar prettige beelden, want ze doen het heel goed allemaal. Ik denk tijdens mijn dagdromen ook nog vaak terug aan mijn grootmoeder, een bijzondere en lieve vrouw, zoals dat heet: een echte moeder voor haar kinderen en kleinkinderen. Zij was een Zeeuwse en is in 1953 verdronken bij de Watersnoodramp, 85 jaar oud. Toen het water haar huis in Kruiningen binnenstroomde, wilde ze in de gang de trap oplopen om zichzelf boven in veiligheid te brengen. Maar door de druk van het water kreeg ze de deur naar de trap niet open. En zo is ze in de gang verdronken. Wat moet ze geleden hebben. Mijn tante, die boven woonde, heeft het wel overleefd.

‘Mijn vader belde mij de volgende dag op en zei dat we naar Kruiningen moesten omdat hem was gevraagd zijn moeder te identificeren. We zijn er samen in de auto naar toe gereden. Daar aangekomen zei mijn vader: ga maar niet mee naar binnen want dit is niet leuk. Hij wilde mij een moeilijk moment besparen, maar ik heb er nog altijd spijt van dat ik niet mee naar binnen ben gegaan. Dan had ik afscheid van mijn grootmoeder kunnen nemen en haar dood denk ik beter kunnen verwerken. Haar verdrinkingsdood grijpt mij nog steeds aan, ik heb er nog vaak verdriet om, zo’n lieve vrouw.’

Na een korte stilte:

‘Als ze mij vragen of ik langer wil leven dan 100 jaar, dan zeg ik: het hangt ervan af wat het leven mij biedt. Voor mijn kinderen en kleinkinderen wil ik graag nog een poos door. Zolang mijn vrouw is zoals zij is, zo flink en vitaal als nu, ben ik happy. Mijn familie is de kurk waarop ik drijf.’

Henk Blok

Geboren: 4 januari 1922 in Den Haag

Woont: zelfstandig, in Den Haag

Familie: zijn vrouw (86 jaar), drie kinderen, acht kleinkinderen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden