Grote verwachtingenWilfried de Jong

‘Dat is het verhaal van mijn leven: dobberend op de golven, zonder een idee van waar het naartoe gaat’

Beeld Privé-archief

Wat dachten we, wie waren we, en hoe is het allemaal zo gekomen? Een gesprek aan de hand van veelzeggende jeugdfoto’s van een bekendere Nederlander. Deze week: journalist, schrijver en theatermaker Wilfried de Jong. 

Naam Wilfried de Jong

Leeftijd 62 jaar (geboren 1957)

Is Programmamaker, journalist, schrijver en theatermaker

Maakte o.a. Zes voorstellingen met Waardenberg en de Jong, presenteerde Holland SportZomergasten en 24 Uur Met, en schreef de verhalenbundels Zweefduik en De Man en zijn Wielerverhalen

Jochie in een net pak

‘Hier sta ik in de achtertuin van ons huis in de Rotterdamse wijk Schiebroek. Mijn vader had een diepvriesgroothandel aan de Coolhaven, en toen de zaak begon te lopen verhuisden we van een flatje driehoog naar een écht huis, met een tuin. Ik weet nog hoe groot ik het vond. Pas toen we het huis tien jaar geleden verkochten na het overlijden van onze ouders viel me op dat het eigenlijk piepklein was.

‘Leeftijden vind ik altijd moeilijk, maar ik ging hier ter communie, dus ik zal een jaar of 11 zijn geweest. Ik ging naar een katholieke school en we baden elke dag, maar ik heb het geloof nooit als dwingend ervaren. Toen ik op mijn 15de niet meer naar de kerk wilde was dat ook geen enkel probleem, mijn ouders lieten mij daar volstrekt vrij in.

‘Als ik deze foto zie, dan voel ik gewoon nog de stof van het pak. Heel zacht, echte wol. En de stropdas had een elastiekje, kon je ’m zo omschuiven. Mijn moeder zal het pak wel bij Kreymborg hebben gekocht, een licht-tuttige zaak, alhoewel dit pak best hip staat. Ik vond het ook echt leuk om aan te hebben. Vanaf mijn 20ste ben ik alleen nog maar pakken gaan dragen. Dat kwam door mijn eerste vriendinnetje, die erg van kleding hield. Door haar zag ik hoe goed het werkt als je jezelf echt kléédt. Ik kocht van die glanzende, tweedehands fiftiespakken, dat was toen uniek, om daar als jonge man mee te lopen. Later kon ik me wel wat chiquers veroorloven, maar het pak an sich is gebleven. Zij niet, nee.’

Dobberend in de Dode Zee

Beeld Privé-archief

‘Na de middelbare school had ik geen idee wat ik wilde worden. In die tijd kon je dan twee dingen doen: druiven plukken in Frankrijk of naar een kibboets in Israël. Dus toen ben ik naar kibboets Amiad gegaan, in de buurt van het meer van Tiberias. Het was hard werken hoor, je verdiende niks en ik sliep in een soort barak met een Franse jongen die de hele tijd hoestte en sigaretten rookte. Maar in je eentje door Israël reizen, bij de kamelen en bedoeïenen slapen en mensen ontmoeten in een gammele bus waar Hotel California piepend en krakend door de speakers kwam, dat was natuurlijk een geweldige ervaring, zowel de zwaarte van alles in je eentje uit moeten zoeken als de enorme euforie wanneer dat ook daadwerkelijk lukte.

‘Wat je op deze foto ziet, is het verhaal van mijn leven: dobberend op de golven, zonder een idee te hebben van waar het naartoe gaat. En tegelijkertijd het vertrouwen dat je met twee slagen naar rechts en daarna weer twee slagen naar links ook wel vooruitkomt. Zo is mijn carrière ook verlopen, zonder plan, maar door te dobberen. Aan de andere kant lig ik hier wel J.M.A. Biesheuvel te lezen, dus dat zegt wel iets over mijn liefde voor schrijven, voor taal, voor absurdisme, toen al. Hij schreef ooit over een man die ervan overtuigd is dat hij met een brommer over zee kan rijden en ik lig daar ook te drijven – een mooie toevalligheid.’

Met Martin van Waardenberg

Beeld Privé-archief

‘Tussen de zwemfoto en deze met Martin van Waardenberg zitten jaren van zoeken: ik ben in de journalistiek geraakt, heb regionale radio en televisie gemaakt, en ik heb zelfs nog een paar jaar in de jeugdzorg gewerkt, met weggelopen jongens en meiden en onder toezichtstellingen enzo, best heftig. Tijdens een zomerkamp met die kinderen in Drenthe kwam ik ineens Martin van Waardenberg tegen, die daar voor het entertainment was. Ik speelde contrabas, en omdat wij toen zo’n onbedaarlijke lol hadden zei hij na een week: ‘Moeten wij niet samen het theater in?’ Nou, zo geschiedde.

‘Je had de cabaretiers, je had de mensen die keurig op een rij liedjes zongen, dat vonden we helemáál niks, en dan had je Waardenberg en de Jong. Heel visueel, zonder al te veel tekst, en heel fysiek, met slaan en schelden. Het was echt rock-’n-roll, theater dat over de rand gaat. Die foyers na afloop vonden we ook altijd dodelijk saai. We zeiden liever tegen een clubje mensen: oké jongens, wat is een goeie plek hier in Oss? En dan gingen we stappen. Drank was in die tijd ook anders dan nu, hè? Na het stappen reden we gewoon terug, van Maastricht naar Rotterdam en dan in vijf kwartier, weet je wel. De ANWB heeft ons ook een keer van een vluchtheuvel af getild, waar we in de winter op waren gegleden en als een soort wip-wap op stonden. Dat we er hier nog zo fit uitzien is een raadsel. Die man met dat dasje is trouwens Gerard, de kroegbaas van jazzcafé Dizzy in Rotterdam, die soms deed alsof hij onze manager was. Belde hij een paar uur van tevoren naar zo’n theaterdirecteur om te zeggen dat we ziek waren, dat soort onzin. Of we toen op ons hoogtepunt waren? Nee. Elke maker vindt zijn laatste werk het beste, en dat geldt ook voor mij. Maar die absolute onbezorgdheid, dat is maar één keer in je leven.’

Met dochter Gina (toen 4)

Beeld Privé-archief

‘Ik werd laat vader, op mijn 40ste. Eerst van Sonny, mijn zoon, en vier jaar later van Gina. Anneloek en ik kozen een Amerikaanse en een Italiaanse naam omdat we in die tijd veel naar die landen gingen. Hier loop ik met Gina ook ergens in Italië, ik weet niet precies waar, ik denk Umbrië, zo te zien. Ik weet alleen dat het heel warm was. En verder, het is een cliché, maar iedereen weet wel hoe die vingertjes voelen, in je hand. Wat dat precies is, ik weet het niet. Het is vaderschap.

‘Heel lang zag ik het niet zo gebeuren dat ik vader zou worden. Die verantwoordelijkheid, het idee dat ze op een dag van me weg zouden fietsen, dat ik hun leven niet langer in de hand zou hebben, dat kon ik helemaal niet aan. Zo makkelijk en zo onverantwoord ik soms in het leven kan staan, zo zwaar nam ik de taak van het vaderschap. In mijn hoofd, althans. Want in de praktijk geef ik mijn kinderen net zo vrij baan in hun leven, als mijn ouders mij destijds hebben gegeven. Ik wil niets voor ze invullen, ze moeten het zelf uitzoeken. Zoals ik dat ook heb gedaan.’

Meer in deze serie

Albert Verlinde – ‘Ik wilde bewijzen dat ik méér was dan mijn geaardheid’

Hanneke Groenteman – ‘Na een leven ploeteren, proberen, mislukken en opstaan weet ik dat familie het dierbaarste in mijn leven is’

Sinan Can – ‘Ik ben er na al die jaren wel achter dat sommige mensen gewoon slecht zíjn’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden