'Dat de AIVD me afluistert vind ik veel erger'

Thomas Erdbrink ( 38 ) is correspondent in Iran. Voor de VPRO maakte hij de vierdelige serie Onze man in Teheran. Met persoonlijke verhalen legt hij daarin uit wat Iran precies voor een land is.

Beeld Frank Ruiter

Journalist of acteur?

'Ik ben een journalist in hart en nieren. Ik wil geen mening hebben. Ik wil aan de zijlijn kijken hoe mensen dingen doen. Op school wist ik totaal niet wat ik met mijn leven aan moest, maar één ding deed ik elke dag: de krant lezen. Toen ik een beroepskeuzetest ging doen, kreeg ik het advies om journalist te worden. Dat is het, dacht ik. Ik ging naar de School voor Journalistiek en vanaf dat moment is alles goed gegaan.

'Ik werkte in een kroeg en iemand zei een keer tegen me: 'Weet je wat een leuk land is om over te schrijven? Iran.' Dat was eind jaren negentig, toen het daar nog grimmiger was dan nu. Maar ik kende ook een Iraans meisje dat heel westers en cool was. Dus ik dacht: hoe zit het nou precies met dat land? Toen heb ik een visum aangevraagd en op m'n 22ste ben ik gegaan. Eerst schreef ik voor De Telegraaf, want verder durfde niemand met me te werken. Snel daarna werkte ik voor NRC Handelsblad en later de NOS en The Washington Post. Uiteindelijk werd ik benaderd door The New York Times. Daar wilde ik wel voor werken natuurlijk.

'Het acteeruitstapje dat ik een tijdje geleden maakte, was meer een geintje. De film The Wooden Bridge gaat over de grote protesten van 2009. En over een Nederlandse journalist, Michel, die daar wordt gearresteerd. Als er een film wordt gemaakt waarin een buitenlands personage speelt, wordt er gezocht naar iemand die zo'n rol kan spelen. In dit geval werd ik benaderd omdat ik een van de weinige westerlingen ben in Teheran. Het was maar een klein rolletje. De bekendste actrice van Iran speelt ook in de film. Ik wilde de Iraniërs laten zien dat ik niet alleen maar een passant ben, de journalist aan de zijlijn. Maar ik zou niet snel weer in een film spelen.'

CV Thomas Erdbrink

1976 Geboren in Leiderdorp

1996 School voor Journalistiek

1998 Verslaggever Leidsch Dagblad

2000 Ton Hoogenboom-prijs, een tweejaarlijkse prijs voor journalistiek werk in en over Leiden

2002 Iran-correspondent De Telegraaf

2004 blog Onze man in Teheran

2007 Welkom Amerika, in jullie graf, boek over Irakoorlog, met NRC-redacteur Carolien Roelants

2008 Correspondent The Washington Post

2010 Correspondent NOS

2011 NOS-prijs voor verslag uit brandend hoofdkwartier Kadhafi in Libië

2012 Bureau Chief Teheran voor The New York Times

2014 VPRO-serie Onze man in Teheran

Thomas Erdbrink is getrouwd met de Iraanse fotografe Newsha Tavakolian

Schrijven of tv-maken?

'Ik schrijf liever, omdat je dan je eigen baas bent en zelf je ritme kunt bepalen. Je hoeft niet samen te werken, zoals bij tv. Aan de andere kant: je kunt wel duizend keer schrijven hoe het leven is in Iran, maar als je het laat zien wordt het meteen concreet. Dat is het voordeel van televisie: het raakt de meeste mensen meer. Met de VPRO-serie Onze man in Teheran, die vanaf zondag op tv is, kan ik door middel van persoonlijke verhalen veel beter uitleggen wat voor land Iran is. Ik vertel over mijn Iraanse vrouw, over mijn schoonfamilie en over mijn assistente: allemaal mensen uit de Iraanse middenklasse. Ik ga voorbij aan de bekende clichés van boze baarden en vrouwen in het zwart en geef een blik in het moderne Iran, waar vrouwen binnenshuis geen hoofddoek dragen en vaak de broek aan hebben in een relatie. Ik weet precies wat voor programma's er allemaal in Iran worden gemaakt en zoiets als dit is uniek. Ik ben een buitenlander die de taal spreekt en het land heel goed kent. Ik zei vanaf het begin tegen de VPRO: ik wil geen reisserie maken en ik wil niet alle paradijsvogels langs. Ik wil gewoon laten zien hoe het onder normale mensen eraan toegaat in Iran; dat is al verrassend genoeg voor Nederlanders.'

Het werk of de liefde?

Denkt lang na en zucht diep. 'Ik kies voor de liefde, omdat ik nooit zo lang in Iran was gebleven als ik niet verliefd was geworden op Newsha (Tavakolian, red.). Ze werkt als fotograaf en kunstenaar en is een bekendheid in Iran. Haar werk is wereldwijd aangekocht en ze heeft gepubliceerd in Time Magazine, Newsweek, Der Spiegel, Le Figaro en National Geographic.

'Ik heb haar ontmoet bij een zonsverduistering in 1999. Het is in Iran verstandig om als journalist veel verschillende kanten van het land te belichten. Zo hou je het regime een beetje te vriend, anders kun je niet werken. Ik had net uitgebreid bericht over de studentenprotesten die hardhandig waren neergeslagen. Daarna stelde het Ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding voor dat het leuk zou zijn als ik naar een zonsverduistering zou gaan. Waarom niet, dacht ik. Opeens vroeg iemand of ik Michael Jackson was, waarschijnlijk omdat ik de enige westerling was daar. Voor de grap zei ik ja en deed ik zijn Moonwalk. Toen kwam Newsha tevoorschijn. Ze had zo'n leuk en schalks gezichtje. 'Jij bent Michael Jackson helemaal niet', zei ze. We raakten aan de praat en nu zijn we al elf jaar getrouwd.'

NSA of de Iraanse geheime dienst?

'Ik denk dat ze me allebei even goed volgen. De Iraniërs kunnen heel makkelijk mijn dagelijkse bezigheden bijhouden, want ik moet als journalist toestemming vragen om buiten Teheran te reizen. In Iran wordt iedereen en alles afgeluisterd en gelezen: telefoongesprekken, e-mails, berichtjes. Ik hoorde weleens klikken op de lijn en zelfs mensen ademen of praten. Mensen in Nederland die ik net had gebeld, werden daarna gebeld door Iraniërs om te vragen hoe ze me kenden.

'Mijn oplossing is om open te zijn. Ik zeg precies wat ik doe, want het heeft geen zin om iets te verbergen. Ze weten alles van me. Ik ben wel eens op straat in Iran aangesproken door een man. 'Ruzie hè, gisteravond?', zei hij. Hij had gelijk: die avond had ik ruzie gemaakt met mijn vrouw aan de telefoon. Dat zeggen ze zodat je weet dat je goed in de gaten wordt gehouden. Maar de controle belemmert mij verder niet in mijn werk.

'Zelfs de Nederlandse AIVD luistert me af. Ik had in 2011 een akkefietje met toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal, omdat ik op het NOS Journaal gezegd had dat hij meer had kunnen doen om de ophanging van een Nederlands-Iraanse vrouw tegen te gaan. Daarna liet een bevriende beleidsmedewerker me weten dat er op me gelet werd door de AIVD. Zelfs in Nederland, het land van de persvrijheid, kan een journalist dus afgeluisterd worden. Dat vind ik veel erger dan Iraanse afluisterpraktijken.'

Objectief of subjectief?

'Ik laat graag zien dat Iran niet alleen een land is met een bijna totalitair regime, maar ook een ontwikkeld land met een grote middenklasse.

'Er wordt me weleens verweten dat ik een gekleurd beeld laat zien omdat ik minder geneigd ben om de wreedheden van het regime te belichten. Toch ben ik best objectief als journalist, omdat die middenklasse echt de allesbepalende factor is. Alle statistieken onderschrijven mijn stelling dat Iran een middenklasseland is: 70 procent van de Iraniërs woont in een stad, twee van de drie huwelijken eindigden in scheiding, 60 procent van de studenten is vrouw.

'Waarom denk je dat mensen niet in opstand komen tegen het regime? Omdat het in Iran relatief rustig is. In Bagdad en Beiroet worden regelmatig bomaanslagen gepleegd, maar in Teheran bijna nooit. De staat in Iran is misschien extremistisch, maar de mensen zijn dat niet.

'Door te mee te gaan in de gedachte dat er alleen maar haatbaarden wonen in Iran, houd je het beeld in stand dat het Iraanse regime naar buiten wil brengen.'

MH17: te veel of te weinig rouw?

'Toen de MH17 werd neergeschoten, was ik in Nederland. Ik heb me nog nooit zo'n buitenstaander gevoeld, omdat ik me als enige erover verbaasde dat de politiek nauwelijks van zich liet horen. Ik heb destijds een stuk geschreven voor The New York Times over hoe Nederland omgaat met rouw. Overal waar ik was - op het strand in Katwijk, in de bus in Rotterdam, op straat in Amsterdam - spraken mensen over wat er was gebeurd: bijna tweehonderd landgenoten waren overleden. En wat deed de Nederlandse regering? Niks. Op een vaag verhaal van koning Willem-Alexander na werd het land de eerste dagen niet toegesproken. Rutte was aan het bellen met Poetin. Niemand droeg zwart. Er hingen geen vlaggen halfstok. Er was geen moment van stilte. Het Crazy Sexy Cool Festival in Rotterdam ging gewoon door. Er was geen dag van nationale rouw. Ik vond dat vreemd en schreef dat op.

'Er waren veel mensen boos over dat stuk. Wat ik wilde zeggen was: Nederlandse leiders nemen het volk niet bij de hand op het moment dat het moet. Ik publiceerde dat stuk drie dagen na de ramp. Later was er natuurlijk wel een dag van nationale rouw. Maar het ging om die periode ervoor. Toen besefte ik dat ik een buitenstaander ben. Ik zag het scherper, omdat ik afstand had.'



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden