'Darwin verklaarde Gods wetten'

In zijn biografie van Charles Darwin, die hij samen met Adrian Desmond schreef, verkondigt James Moore opmerkelijke stellingen. ‘Hij was geen genie.’ Door Marcus Werner..

James Moore wijst naar een gebouw: ‘Links, boven wat toen nog een drukkerijtje was, had de ‘kapelaan van de duivel’ zijn basis.’ Te midden van het winkelende zaterdagmiddagpubliek in het Engelse universiteitsstadje Cambridge is Moore een opvallende verschijning: groot, breed gezicht, verrassend jong ogend voor zijn 61 jaar. Hij is van Iers-Amerikaanse afkomst, en zijn uiterlijk is ernaar. Een man die wel een fysiek lastig klusje kan hebben. Zijn dunne oorringetje strookt ook al niet met het stereotype van de professor en boekenwurm die hij is.

Maar verstrooid is hij wel, zoals blijkt tijdens een wandeling van het station van Cambridge naar het centrum: zijn neiging om plotseling over te steken, zonder al te veel oog voor het autoverkeer, heeft de verslaggever al aardig de stuipen op het lijf gejaagd. Even verderop wijst Moore weer naar een gebouw langs de drukke winkelstraat. Brede grijns: ‘Daar, schuin boven de drogist, de kamer die Darwin betrok toen hij aankwam in Cambridge.’

De kapelaan van de duivel, aan wie Moore refereert, is de zo genoemde Robert Taylor, die rond 1830 de geloofsgemeenschap van Cambridge faliekant tegen zich in het harnas jaagde. Taylor afficheerde zich als ‘radicaal’ en hield voordrachten met als boodschap: de mens heeft niets aan de leer van The Church of England, Jezus heeft nooit bestaan, en zo meer. Kerk en overheid namen Taylors activiteiten hoog op, en hij werd tweemaal veroordeeld voor blasfemie.

Charles Darwin, de latere bedenker van de evolutietheorie, kwam in 1828 in Cambridge aan om te beginnen met een studie theologie, na zijn voortijdig afgebroken studie medicijnen in het Schotse Edinburgh. Darwin, wat zijn vader betreft een succesvolle en invloedrijke huisarts in het midden-Engelse Shrewsbury, was bestemd om een plattelandsparochie over te nemen. Het zou anders lopen.

Darwins fervente belangstelling voor natuurstudie bezorgde hem een plaats aan boord van het Britse admiraliteitsschip Beagle. De waarnemingen die hij verrichtte tijdens de reis met de Beagle om de wereld tussen 1831 en 1836, en de daarbij verzamelde dieren en planten leverden hem het ruwe materiaal voor de evolutietheorie, in volle glorie gepubliceerd in 1859 in Het Ontstaan van Soorten.

Moore’s dertig jaar lange preoccupatie is de geschiedenis van Darwin en zijn gedachtengoed. Moore: ‘Taylors vervolging om zijn ketterij maakte op de jonge Darwin behoorlijk indruk. Daarom ook sleutelde hij zo lang aan de evolutietheorie – Het Ontstaan verscheen dik twee decennia na Darwins eerste aantekeningen met aanzetten tot zijn theorie. Hij wilde zijn kerkelijke tegenstanders zo weinig mogelijk aanknopingspunten bieden voor aanvallen. Want hij wist: die zouden even sluw als genadeloos zijn.’

De Darwin-biografie die u samen met Adrian Desmond schreef, is door de Amerikaanse paleontoloog en evolutiepopularisator Stephen Jay Gould de beste ooit genoemd. Met ruim 800 pagina’s is het ook de dikste. Waarom zo’n turf schrijven als er al zoveel Darwin-biografieën bestaan, naast een autobiografie?

‘Darwin schreef zijn autobiografie vlak voor zijn dood. Zijn geheugen was niet alles meer, na jaren van ziekelijkheid die tegen zijn dood sterk verergerde. En hij boekstaafde zijn leven voor zijn kinderen en kleinkinderen – niet voor publicatie. Het lijkt erop dat hij hier en daar wat naar hen toeschreef. De autobiografie is dus niet altijd even betrouwbaar. Andere biografieën vonden wij Darwin niet voldoende in zijn sociale en culturele context plaatsen. Vergeet niet dat er na het Darwin-eeuwfeest in 1959 enorm veel nieuw materiaal is ontsloten; zijn complete correspondentie bijvoorbeeld. Het overgrote deel daarvan ligt in Cambridge. Ik hoefde maar zo’n twintig minuten van huis te lopen om de originele stukken te raadplegen.’

De sociale omgeving waaruit u voortkomt, toont gelijkenis met het Cambridge van Darwins tijd. Ook in uw carrière zijn er parallellen met Darwin.

‘Mijn beide grootvaders waren christen-fundamentalistische prekers. Ik kreeg een streng christelijke opvoeding en vertrok als creationist naar het evangelisch seminarie in Illinois. Maar net als veel van mijn generatiegenoten besefte ik dat de Vietnam-oorlog en Nixon, producten van die fundamentalistisch-christelijke traditie, gewoon heel fout waren. Waar anderen hun haar lieten staan en naar Californië trokken, rebelleerde ik door de rijke wetenschapsgeschiedenis van Darwin en de evolutietheorie te onderzoeken, en die niet dood te zwijgen zoals mijn omgeving in Illinois dat deed. Ik wilde intellectueel worden.

‘De universiteit van Cambridge in Darwins tijd was op de eerste plaats een opleidingsinstituut voor geestelijken. En vergis je niet, de sfeer daar was gewoon totalitair in haar afkeer van ‘radicale’ wetenschap. Darwin verzette zich daar op zijn manier tegen met zijn voor de kerk schokkende theorieën.’

Het beeld dat u in de biografie van Darwin schetst, wijkt nogal af van van andere Darwin- en evolutiekenners.

‘Dat Darwin belangstelling had voor de natuur, was niets nieuws, veel gelovige tijdgenoten deden aan natuurstudie. Evolutie hing ook al in de lucht. Darwin deed denk ik wat van hem verwacht werd. Hij was ambitieus en wist dat hij zich moest bewijzen tegenover zijn dominante vader, wilde hij zich later met zijn geld comfortabel kunnen vestigen als plattelandspastoor en landheer. Je ziet er ook een rode draad in dat Darwin erg zijn best deed om oudere geleerde mentoren, met name Henslow de botanicus met wie hij in Cambridge veel optrok, en de geoloog Sedgwick, te behagen. Wanneer Darwin in Zuid-Amerika aan het geologiseren slaat, schrijft hij: ‘de stenen galmen van mijn geologenhamer’. Zo blij was hij met zijn rol van succesvol protegé van oudere mannen.

‘Vrijwel direct na de Beagle-reis begint Darwin aan zijn zoektocht naar het mechanisme van soortvorming. Veelzeggend is dat hij de noodzaak van de oplossing van dit ‘mysterie der mysteriën’ van de astronoom Herschel had, die hij in Zuid-Afrika had ontmoet op de terugreis van de Beagle.’

En als Darwin niet was meegereisd met de Beagle, hadden we dan ook een evolutietheorie gehad?

‘Absoluut. Stel dat Darwin rond 1850 onder een bus was gekomen. Dan had Richard Owen, de conservator van het Londense Natural History Museum, er net zo goed mee kunnen komen. De theorie was dan wel een stuk theïstischer geweest, met meer God erin – Owen was streng gelovig. De Amerikaanse bioloog en wetenschapsfilosoof Michael Ghiselin zegt dat Darwin zo ongeveer een genie was, en op een moderne, gestructureerde manier wetenschap bedreef. Dat klopt dus niet; de aanpak van Ghiselin is volstrekt onhistorisch. Darwin was een briljant observator, maar geen genie. Je moet Darwin in zijn tijd plaatsen, die werkelijkheid is zoveel rijker.’

U beweert dat Darwin zelfs theïstische motieven had voor de ontwikkeling van zijn evolutietheorie.

‘Het is een algemene misvatting om te denken dat religie en wetenschap in Darwins tijd tegenover elkaar stonden. In die tijd wás er gewoon niets anders dan een religieus wereldbeeld – ‘de wetenschap’ bestond nog niet. Darwin was geen wetenschapper, punt.

‘Zijn Ontstaan noemt hij ‘een lang betoog’. Maar het is een betoog dat Gods natuurwetten wil verklaren. Darwin was het erom te doen miraculeuze scheppingsverhalen in de ban te doen, niet God van zijn troon te stoten. Darwin noemde zichzelf tegen het einde van zijn leven agnost. Géén atheïst. Mijn theorie zal wel tegen het zere been zijn van fanatieke neo-Darwinisten als Richard Dawkins. Maar Stephen Jay Gould waarschuwde er al voor: het kamp van de harde evolutiebiologen toont zelf al langer fundamentalistische trekjes.’

Zeer radicaal is uw stelling dat Darwins evolutietheorie voortkomt uit zijn afkeer van de slavernij.

‘Het gangbare idee is dat Darwin op het spoor werd gezet van soortvorming en evolutie door de beroemde Darwin-vinken van de Galapagos-eilanden, en zich gaandeweg realiseerde dat de mens ook in zijn evolutietheorie moest passen. Ik draai de zaak om. Darwin werd als eerste uit zijn milieu in Zuid-Amerika tijdens de Beagle-reis geconfronteerd met de uitwassen van de slavernij. Dat schokte hem diep. En leverde de idealistische Darwin een moreel superieure missie op. Het ten tijde van Darwin gangbare idee was dat Afrikanen, blanke Europeanen, Chinezen, enzovoort, zo’n vijftien soorten vertegenwoordigden, en dan ook gerust anders behandeld mochten worden. Zijn evolutietheorie, zorgvuldig uitgewerkt aan de hand van dieren en planten, vormde een lange aanloop om uit te komen bij de conclusie dat alle mensenrassen door evolutie zijn voortgekomen uit een en dezelfde voorouder – ergo, elkaars gelijken zijn.

‘Over die ‘heilige’ missie van Darwin gaat mijn volgende boek, dat in het Darwinjaar 2009 verschijnt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden