Dankzij Van Maaren werden schrijvers gered van de vergetelheid

Nelleke van Maaren was een briljante vertaalster en een gepassioneerd pleitbezorgster voor de beroepsgroep.

Vertalers moeten niet in de eerste plaats perfect Engels, Frans of Duits beheersen, maar goed Nederlands kunnen schrijven. Dat vond Nelleke Fuchs-Van Maaren, een van de beste Nederlandse vertalers, oprichtster van het Vertaalhuis, voormalig literair criticus en bestuurder van veel verenigingen die de belangen van vertalers behartigden.

Van Maaren, echtgenote van voormalig museumdirecteur Rudi Fuchs, overleed op 11 september. In oktober vorig jaar werd bij haar longkanker vastgesteld die bleek te zijn uitgezaaid.

Ze werd geboren in Beverwijk, waar haar vader bij de toenmalige vatenfabriek Van Leer werkte. Tijdens de bezetting verhuisde het gezin naar Oss, waar hij bij vleesverwerker Zwanenburg een andere baan vond. Eind jaren veertig keerde de familie terug naar Noord-Holland en vestigde zich in Haarlem. Na de middelbare school ging Van Maaren Frans studeren met het idee tolk te worden. Maar uiteindelijk vond ze dit beroep psychisch te belastend. Ze maakte de studie niet af en werd lerares Frans aan lycea, eerst in Haarlem en later in Den Haag. Ze had als student een grote liefde opgevat voor beeldende kunst, wat ertoe leidde dat ze kunstenaarsmonografieën ging vertalen. De eerste was een kunstboek van de primitieve Vlaamse schilder Hugo van der Goes. In 1967 trouwde ze met Fuchs. Samen kregen ze een dochter en twee zoons. In 1977 besloot ze fulltime vertaalster te worden. Voor het Nationale Toneel van Hans Croiset vertaalde ze stukken van de Duitse schrijver Botho Strauss. Behalve literair proza vertaalde ze ook non-fictie (Ian Buruma, Enid Starkie) en museumcatalogi (Louise Bourgeois, Willem de Kooning).

Duitstalige literatuur

Dankzij Van Maaren werden schrijvers gered van de vergetelheid, zoals Heimito von Doderer, wiens roman De Strudlhoftrappen door haar in 2009 werd vertaald. NRC sprak van een 'excellente vertaling van een van de grootste Duitse romans' en Trouw noemde het 'een zegen dat Nederland beschikt over zo'n briljante vertaalster als Nelleke van Maaren'. Hoewel ze Frans had gestudeerd, had ze een grote voorkeur voor Duitstalige literatuur. Thomas Mann noemde ze haar favoriete schrijver. Dat had volgens collega Barber van de Pol wellicht te maken met het feit dat ze enige tijd in Duitsland woonde in verband met Fuchs project Documenta 7. 'Feit was dat ze heel graag in Wenen of Berlijn verbleef', aldus Van de Pol.

Van Maaren was een groot pleitbezorgster voor de beroepsgroep. Ze was jarenlang bestuurslid van de Vereniging van Letterkundigen, het voormalige Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPVF), de Stichting LIRA en de VertalersVakschool en bracht regelmatig adviezen uit aan het voormalige Fonds voor de Letteren. Toen ze in 1989 uit het bestuur van de Vereniging voor Letterkundigen trad, vroeg ze als afscheidscadeau steun voor de oprichting van een Nederlands vertalershuis. In 1991 kon het eerste Vertalershuis worden geopend aan de Anthonie van Dijckstraat in Amsterdam.

Ook had ze een column in het tijdschrift Filter, waarin de diverse aspecten van het vertalersvak aan de orde kwamen. In 2009 ontving ze de Vertaalprijs van het Fonds der Letteren en een jaar later de Oostenrijkse Staatsprijs voor Vertalingen. Een andere passie van haar was tuinieren. Ze verbleef veel in het familiehuis in het Engelse graafschap Norfolk waar ze een ideale tuin inrichtte. Het zal geen toeval zijn dat haar laatste werk het vertalen was van de dagboeken van George Orwell, die, net als zij, een grote liefde had voor tuinieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden