ColumnPeter Buwalda

Dan moet je wel heel snel typen, wil je een naam verkeerd vertalen! Of was het expres?

null Beeld

Vele afspraken ben ik vergeten, maar zelden een eetafspraak, in een restaurant, bedoel ik. Twee keer maar. Prima score, het zijn geen echtscheidingen, laat staan wereldoorlogen – ware het niet dat het twee keer dezelfde persoon betrof, en wel mijn vertaler naar het E*****, geen onbelangrijke wereldtaal, zou je zeggen.

Cees, stel ik me zo voor, had een treintje eerder genomen, die had ervoor gezorgd zijn vertaler uit de verte toe te zwaaien wanneer die het restaurant binnen zou treden.

Helaas. Vooral de eerste keer, de kennismaking, was traumatisch, ik las de berichten uitbuikend voor de televisie, ‘Ben je in de buurt?’ (neen, luidde het eerlijke antwoord, ik bevond me op ruim 100 kilometer van de uitspanning) en ‘Is er iets misgegaan’ (zeker, er zat een bord afhaalthai in mijn buikje), waarna we de zaak onder spijtbetuigingen van mijn kant hebben afgeblazen.

De tweede keer, toen we het zo gezegd gingen ‘overdoen’, kwam ik wederom niet opdagen, toen viel het eigenlijk wel mee, het hoorde er inmiddels een beetje bij, denk ik. Aard van het beestje, besluit zo’n man de tweede keer, net als bij de reeds bedoelde Duitsers, in feite, het moet hem duidelijk zijn geweest met een volstrekte barbaar van doen te hebben, hij zou ervan hebben opgekeken als ik zomaar was komen binnenvallen. (Ik weet het, dat deden de Duitsers juist wel, zomaar binnenvallen, toch zie ik overeenkomsten. Misschien omdat ik in Stuttgart ben, nu?)

Ik ben die tweede keer nog wel op de fiets gesprongen, de non-Cees is on his way, en geloof het of niet, halverwege reed ik lek. Aan het telefoontje dat ik pleegde, koester ik slechte herinneringen.

‘J*******! Met Peter. Ik besta ja, haha. Zeker fijn, ja. Is je toetje lekker? Nee, grapje. Ik ben er bijna, halverwege. Nee, bel ik niet voor, nee, ik bel omdat ik een lekke band heb. Serieus, ja. Hoor maar, auto’s. Hoor je? Ja, bizar – zeker. Ik? Ja, ik ook bizar, ja. Eens. Gebeurt echt ja, dit. Kan niet in een roman, nee. Heel ongeloofwaardig! Oké, doei dan. Dag. Nee, tot zo. Ik kom nog. Niet? Oké, rennen, ga ik doen. Tot zo. Gezellig!’

Een jaar later was de vertaling af, en hij was heel slecht, vonden bepaalde E***** kranten. Een recensent die toevallig ook Nederlands sprak, stuurde me een lijst met 1.500 vertaalfouten. Eentje ervan had ik zelf ontdekt: de beroemde wiskundige G.H. Hardy, heette in de E***** editie G.H. Harvey. Dan moet je wel heel snel typen, wil je een naam verkeerd vertalen! Of was het expres? Kwam het door die twee vergeten afspraken?

Heb ik weleens gedacht, ja. Al werkt slijmen en pluimstrijken ook niet. Hemingway, hoorde ik gisteren in een hotelbar, ontmoette ooit zijn Duitse vertaalster, en dat vond hij wel een lekker ding, zo bleek onder meer uit het bierviltje waarop hij, waarschijnlijk dronken, verordonneerde dat alleen deze dame zijn boeken mocht vertalen. Voor altijd geldig. Proost.

Deed ze. En dat niet alleen, ze haalde ook alle seks eruit. En ook alle grove taal. Zodat de Duitsers decennia hele brave, slome Hemingways te lezen kregen. Maar wel geautoriseerd! Iedere keer als iemand het over wilde doen, kwam dat bierviltje tevoorschijn. Tot ver na beider dood, steeds dat bierviltje. (Het was Hemingways huidige uitgever, die het me vertelde. Hij had de erven van het bierviltje overtuigd met een lijst met, ik denk, 1.500 vertaalfouten.) (Ergo, het maakt niet uit, wel of niet opdagen bij vertalers. Trek die les.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden