DAGBOEKArthur H. Bremer (1950)

Dagboekfragment: Moordaanslag op president Nixon loopt mis

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Ottawa, 23 april 1972

Ik liep rechtstreeks van Sparks Street naar de hoofdstraat, met aan de ene kant de Amerikaanse ambassade en het parlements­gebouw er tegenover. Politieagenten, ongeveer vijftig man, vormden een barricade tussen de ambassade en het trottoir.

SCHOK! SCHOK! Ik zag de auto van de president pal voor de ambassade staan! Zat hij er in? Niet volgens het schema, dus HOEZO?

Ik ging meteen terug, grotendeels rennend. Om ongeveer kwart voor 2 was ik in het hotel. Ik vind het beschamend om te bekennen dat ik eerst mijn tanden poetste, twee aspirines slikte en mijn wollen peper-en-zoutkostuum verruilde voor een zakelijk zwart tenue. Tegen half drie was ik terug bij de ambassade.

Auto weg.

Ik had hem willen pakken als hij in zijn auto stapte. Had zes witte SS’ers in regenjassen (dacht dat je die alleen in films had) bij de auto gezien. Nu minder. Of de plaats voor de ambassade alleen gebruikt werd als parkeerplaats, of dat de HOGE OME zelf binnen was, weet ik niet.

Ik had getreuzeld in mijn hotelkamer omdat hij zo lang op zich had laten wachten in Riverside Road. Ik wilde geen aandacht trekken terwijl ik al die tijd bij de barricade op Nixon stond te wachten. En ik maakte me zorgen over mijn houding en mijn uiterlijk.

Ik wilde de SS’ers de stuipen op het lijf jagen met mijn kalmte. Een kleinigheid die ze zich zouden heugen.

Arthur H. Bremer (1950), plande een aanslag op president Nixon, schoot in mei 1972 gouverneur George Wallace neer. Uit An Assassin’s Diary. Harper & Row, 1973.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden