Dagboek Goethe in Italië

Dagboekfragment: Goethe ziet dat de Napolitanen zich bezitters van het paradijs wanen

Johann Wolfgang von Goethe. Beeld VCG Wilson/Corbis

Napels, 25 februari 1787

Onze weg liep weer over en langs vulkaanheuvels. Eindelijk bereikten we de vlakte van Capua, spoedig daarna Capua zelf, waar we middagpauze hielden. ’s Middags doemde een mooi, vlak land voor ons oog op. De rijweg loopt breed tussen groene tarwevelden door, de tarwe lijkt wel een tapijt en staat zeker een voet hoog.

Op de velden staan in rijen ­populieren geplant, hoog opgesnoeid, waartegen men wingerdranken heeft opgeleid. Zo gaat het tot Napels toe. Frisse, prachtig rulle grond, goed bewerkt. De wijnstokken buitengewoon sterk en hoog, de ranken als netten zwevend van populier naar populier.

De geweldig rokende Vesuvius hielden we steeds aan onze linkerzijde. De hemel klaarde steeds meer op en ten slotte scheen de zon heel heet in onze krappe rijdende woning. Onder stralend heldere luchten bereikten we ­Napels. De gebouwen met hun platte daken duiden op een ander klimaat. Iedereen zit in de zon,­ ­zolang die wil schijnen.

De Napolitanen wanen zich de bezitters van het paradijs en hebben een zeer triest idee van de landen in het Noorden: sempre neve, case di legno, gran ignoranza, ma denari assai. Zo’n voorstelling hebben ze van de toestand waarin wij verkeren.

Tot stichting van alle Duitse volksstammen luidt deze karakterisering in vertaling: altijd sneeuw, houten huizen, grote onwetendheid, maar geld zat.

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). Ingekort fragment uit Italiaanse reis. Vertaling Wilfred Oranje. Boom, 1999.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden