Vakantieliefde Anne en Steve

Daar zat de Australische vrijbuiter op een klein appartement in Brabant

Ze ontmoetten elkaar op vakantie. Het werd liefde. Wat volgde en hoe kijken ze daar nu op terug? Australische Steve kwam voorgoed naar Brabantse Anne.

Beeld Deborah van der Schaaf

 Anne, 53

‘Dat ik in 1996 op mijn 32ste verliefd kon worden op de Australische chauffeur in Afrika, had alles te maken met gebrek aan verwachtingen. Ik wilde gewoon Afrika zien en was niet geïnteresseerd in mannen en dat maakte me de meest onbevangen vrouw op aarde. In een jeep reden we over de stoffige wegen van Kenia en Tanzania, Steve achter het stuur en ik als een soort Karen Blixen uit Out of Africa achterin, zo vrij, zo gelukkig. Zijn jeep was vervoermiddel, keuken en slaapplek tegelijk en ’s avonds dronken we onder de canvas luifel Amarula, een soort Afrikaanse Baileys, uit de plastic kokertjes van de filmrolletjes. Ons reisgezelschap bestond uit zo’n vijftien Nederlanders en werd al snel een hechte groep. 

Steve begon me eigenlijk pas na een week op te vallen. Op een avond keken we elkaar aan, in zijn blik zat ongeveinsde belangstelling. En het klinkt gek, maar het viel me meteen op dat ik in zijn buurt geen houding hoefde aan te nemen om in de smaak te vallen. Ik had niks te verliezen. De vakantie was op een of andere manier een afgebakende periode die niets te maken had met mijn leven van alledag, niets stond me in de weg en in de dagen erop zocht ik steeds vaker zijn gezelschap. Op onze rug keken we naar de sterren. 

Het gemak waarmee ik hem deelgenoot maakte van wat er in mij omging, werd versterkt door het effect dat Afrika op mij had. Vanaf het moment dat ik daar aankwam had ik het gevoel dat ik er blind naar de bakker en de slager kon lopen. Ik voelde me niet alleen Karen, ik wás haar en het samenzijn met Steve bevestigde dat. Ik dacht niet, waar leidt dit toe, dit heeft geen kans. Thuis bekeek ik mannen kritisch van alle kanten, maar bij Steve vroeg ik me niet af of hij wel bij me paste. Hij paste bij me, want de vertrouwde toetsstenen waren er niet. De laatste nachten van mijn vakantie zaten we in een hotel in Nairobi en toen mijn kamergenote aanbood ergens anders te gaan slapen had ik tweeënzeventig uur met Steve alleen.

Ons samenzijn had iets vagebondachtigs, een romantiek die werd veroorzaakt door eenvoud en eenmaligheid. Steve met zijn groenblauwe ogen, het blonde zongebleekte haar, liep altijd op blote voeten door het Afrikaanse zand. Wij vreeën onder zwarte sterrennachten in zijn tentje, sliepen dicht tegen elkaar aan, maar ik heb altijd geweten: hij gaat weer weg. Na mij zouden er weer andere vrouwen in zijn jeep stappen. Nee, in Afrika was er geen verwarring. Die kwam later pas. Toen ik in het taxiënde vliegtuig naar huis zat en eruit wilde maar het natuurlijk niet deed en nog later toen hij mij definitief achterna reisde naar Nederland. Met het zicht op een gezamenlijke toekomst staken alsnog de verwachtingen hun neus om de hoek. In de winter na mijn reis kwam hij me opzoeken, eerst voor een paar maanden, en terug in Afrika liet hij een enorme bos rozen bezorgen. Toen werd het menens. Ik dacht: Is hij dan toch serieus met me? Zou hij misschien kunnen aarden in mijn Brabant? Na drie jaar schrijven en bellen en korte bezoekjes, brak hij in 1999 een nieuwe reis vervroegd af om voorgoed naar mij te komen. Ik was uitzinnig blij. Hij trok bij me in, maar kreeg pas na drie maanden een verblijfsvergunning en kon die eerste tijd niet werken.

Daar zat de Australische vrijbuiter op een klein appartement in Brabant. Zelf werkte ik de hele dag, en hij kende niemand. Hij kocht een paar rollerskates en maakte vrienden in een poolbar. Op een keer kwam hij om half drie ’s nachts  thuis. Ik werd boos, getergd en verwonderd antwoordde hij:  ‘Maar Anne, is dit hoe je altijd reageert als ik een leuke avond heb gehad?’ Ik schaamde me, maar kon het niet helpen, want angst was onze liefde binnengeslopen. Ik was bang hem kwijt te raken. Want ik zag natuurlijk maar al te goed dat Nederland te klein en te druk voor hem was. En hoe gelukkig ik ook met hem was, ik kon maar beter de onvermijdelijke breuk voor zijn door die zelf te forceren. Eindelijk voorgoed bij elkaar, begonnen we elkaar te mijden. Het contact werd vlakker, onze zorgen hielden we voor onszelf. Na een half jaar zei hij op een dag: ik ga terug naar Australië, en ook al wist ik dat dit zou gebeuren, ik kon niet anders dan hem verdrietig en verongelijkt onmiddellijk het huis uit zetten. ‘Ga maar ergens anders logeren tot je vertrekt.’ 

Veel later trouwde ik, ik kreeg kinderen en met Steve had ik sporadisch contact. Vorig jaar zocht hij me voor het eerst in lange tijd weer op. En toen gebeurde er iets vreemds. Tijdens een van onze lange wandelingen merkte ik hoe plotseling de ongedwongenheid uit het Afrika van 1996 terug was. Na 22 jaar was het opnieuw genoeg om gewoon samen te zijn. Zonder enig perspectief. Kennelijk is dat voor ons de enige weg naar gezamenlijk geluk: verbonden zijn in ongebondenheid.’

Steve, 51

‘In 1996 werkte ik als chauffeur in Afrika en anders dan de reisleiders had ik weinig contact met de reizigers. Toch viel me Anne al meteen de eerste dag op, ze had de gelukkigste lach die ik ooit had gezien. 

In prachtig gebrekkig Engels, sprak ze warm over haar vrienden en familie uit Brabant, al duurde het even voor ik de betekenis van het Nederlandse begrip ‘gezellig’ doorkreeg. Op een avond tijdens onze lange autorit door Kenia zaten we in zo’n typische Afrikaanse bar en spraken over wat ons aantrok in Afrika. De hele nacht in Loiyangalani luisterde ik naar haar stem. De manier waarop ze zocht naar de juiste woorden. Kleine gekke ingevingen had ze soms, we deelden geen grote emotionele ontboezemingen en dat maakte het gek genoeg alleen maar nog vertrouwelijker. Je kan met iedereen over grote onderwerpen praten, maar aangenaam over pietluttigheden communiceren is een heel ander verhaal. Er was die avond nog een Europees gezelschap in de bar, samen vormden we een grappige internationale mix. Binnen werd gelachen en gedronken en buiten scheen de volle maan op het water van Lake Turkana. 

Anne en ik stonden geleund tegen een hek en praatten en praatten en praatten. Op dat moment werd ik verliefd. Het had te maken met de vrijheid om precies te kunnen zeggen wat ik wilde. Ik voelde geen belemmeringen en prees mezelf daar gelukkig mee. De eerste kus volgde een week later in Maralal. Een kus die warm en liefdevol ontvangen werd en mijn eerste indruk bevestigde. Een kus ook die zei: het wordt echt tijd op te schieten want over een week is ze weg.

We begonnen te bellen en te schrijven en in de winter die volgde zocht ik haar op. 1996 was in Nederland de koudste winter in lange tijd. We schaatsten en ik genoot van de spanning van het ijs op de sloten, dat natuurlijk, zo stelde ik me voor, zomaar kon breken waarna je in het water zou belanden. Het was geweldig om hele dagen met Anne door te brengen, maar ik moest weer weg en vanuit Botswana stuurde ik haar rozen, en door een spraakverwarring met de bloemist kreeg ze een veelvoud van het aantal dat de bedoeling was. Zie het als een metafoor, ik kon haar maar niet uit mijn hoofd zetten. Waar in de wereld ik ook was, zag ik haar in gedachten lopen en lachen en hoorde ik haar praten. 

In het jaar erop reisde ik naar Zuid-Amerika zoals afgesproken met mijn werkgever, maar lang ben ik niet gebleven. Ik moest Anne zien en besloot via Australië terug te gaan naar Engeland, waar ons hoofdkantoor was, en van daaruit opnieuw naar Nederland. Mijn liefde voor haar was een grote mind-blow. Anne nam me in bezit, er was geen ruimte tussen wat ik voelde en mijzelf. Alle luchtigheid die onze kennismakingstijd had gekenmerkt veranderde in een rechtlijnige obsessieve wens permanent deel uit te maken van haar leven. Dat gevoel: kon ik maar voor altijd bij haar zijn, ook als dat betekent dat ik in Nederland moet gaan wonen, nam het over van alle redelijkheid. Het was inmiddels drie jaar later toen ze me ophaalde van Schiphol om nooit meer weg te gaan. Ze wachtte me op in de hal, het krullende haar even ongeordend als altijd, de lach net zo blij als toen in Afrika. Ze gaf me bloemen en een ballon. Na drie jaar van telkens afscheid nemen, zouden we voor altijd samen zijn. Het was of in een klap alle onrust die mij tot eeuwig reizen had aangezet, verdween. In de armen van deze Brabantse was ik op mijn plek.

In afwachting van mijn werkvergunning ging ik skaten met de Brabantse jeugd. Het maakte niet uit, zolang ik maar elke avond naast haar in slaap kon vallen, al viel Nederland me niet mee. Iedereen is er extreem op zichzelf gericht en bezig met zijn eigen belang, logisch als je met zo velen op elkaar woont, maar ik kreeg heimwee naar de soepele levensstijl van Afrika en Australië. Voor het eerst begon ik weer na te denken: ik had Anne ontmoet in de meest ongedurige periode van mijn leven, was ik wel klaar om me te settelen? Sloeg ik niet een fase over door in Brabant te gaan wonen, waarom niet eerst een bestaan opbouwen in eigen land? 

Zes maanden hebben we samengewoond, toen ben ik weggegaan. Nederland en Anne heb ik tegelijk verlaten. Ik had haar natuurlijk kunnen vragen of ze meeging, maar ik wist zeker dat ze al na een paar maanden spijt zou krijgen omdat ze haar familie en de gezelligheid zou gaan missen. Er kwam nog iets anders bij: als zoon uit een gebroken gezin was ik als de dood voor een scheiding. Wat als zij en ik een kind zouden krijgen, uit elkaar zouden gaan, zou ik mijn kind dan ooit nog terugzien? Anne reageerde verontwaardigd op mijn eenzijdige besluit, en terecht, want ik had niet met haar overlegd. We hebben weinig gesproken die laatste weken, wel veel gehuild. En toch bleef ik ook na mijn vertrek naar Australië halsstarrig naar haar verlangen. 

Tot ze na vijf jaar belde dat ze zwanger was. Ik was verpletterd. Anne een kind, dat niet van mij was? Nu moest het toch eindelijk eens afgelopen zijn met die verterende liefde, als ik niet wilde dat mijn leven uit alleen wachten zou bestaan, moest ik verder. Intussen is het veertien jaar later en heb ik een zoon van 8. Zijn moeder en ik zijn niet meer samen. Ik ben gelukkig, maar voel nog altijd spijt dat het met Anne niet is gelukt.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.