Crimineel of onnozele hals

Midden in het boek is een intieme close-up-foto van Stille Willem afgedrukt, ‘in diepe slaap op het strand van Mauritius’....

Stille Willem ontstijgt het gemiddelde niveau van de stroom aan publicaties over de onderwereld, die na de moord op Willem Endstra op gang kwam. Het boek is goed geschreven en het ontbeert het quasi-bewonderende of cynische toontje dat veel boeken over de onderwereld kenmerkt. Lensink houdt van sweeping statements als: ‘Het libido van Endstra hield gelijke tred met zijn vastgoedportefeuille’, en hij houdt de grote lijnen redelijk in het oog. Terecht constateert hij: ‘Wie zich te veel verdiept in het achterliggende verhaal, zakt weg in een moeras van onduidelijke dwarsverbanden, sluwe spelletjes en puppetmasters die de dans ontspringen.’

Aan het moeras van dwarsverbanden ontkom je toch niet helemaal, maar dat ligt niet zozeer aan Lensink, als wel aan Willem Endstra zelf. Langzaam wordt duidelijk wat er bedoeld wordt met de vaak gebruikte uitdrukking ‘de verwevenheid tussen boven- en onderwereld’, als zich een web ontvouwt van stromannen, dubieuze rechtspersonen en bestemmingsplannen die ‘geregeld worden’.

De centrale vraag in Stille Willem is hoe een ogenschijnlijk goedaardig en getalenteerd zakenman als Endstra in zee kon gaan met lieden van het laagste allooi. Het resultaat van zijn escapades was dat hij in de zakenwereld een persona non grata werd, met wie geen enkele bank nog geassocieerd wilde worden. Vervolgens werd hij ook nog afgeperst, met als droevig einde de liquidatie voor zijn kantoor in Amsterdam op 17 mei 2004.

Over het precieze hoe en waarom blijf je in het ongewisse, al geeft Lensink heel wat schoten voor de boeg. Dat de vriendschap met Heineken-ontvoerder Willem Holleeder, alias De Neus, tot niet veel positiefs heeft geleid wordt al snel duidelijk.

Opmerkelijk is dat een aantal vrienden en kennissen Endstra schetst als een onnozele goedhals die in de val is gelopen. Maar hoe naïef moet je zijn om vriendschap te sluiten met een veroordeelde ontvoerder omdat je, zo verklaarde Endstra tegenover de recherche, dacht dat het ‘gewoon een hele fijne, goeie vent was’? Deze verklaring brengt direct de geciteerde opmerking van opa Endstra in herinnering: ‘Ach, der Wim, er macht immer dummes Zeug.’

Door dommigheid of eigen schuld – Endstra kan het niet meer zeggen – zakt de vastgoedhandelaar steeds verder weg in de modder. Investeringen met zwart geld leiden ertoe dat hij de hete adem van het Openbaar Ministerie in zijn nek gaat voelen, en dat criminelen al dan niet bestaande leningen komen opeisen.

Uiteindelijk ziet Endstra geen andere uitweg dan op de achterbank van een rijdende auto vanaf 2003 een aantal geheime achterbankgesprekken te voeren met rechercheurs (integraal in boekvorm gebundeld door de Parool-journalisten Bart Middelburg en Paul Vugts, en onder de titel De Endstra-tapes uitgegeven door Nieuw Amsterdam).

Endstra hoopt dat zijn confessies zullen leiden tot langdurige opsluiting van De Neus. De rechercheurs vinden echter dat ze nog te weinig bewijs hebben om Holleeder op dat moment voor moord te arresteren en proberen Endstra te verleiden om aangifte van afpersing te doen. Maar aangifte ziet Endstra niet zitten, want dan moet hij zelf met de billen bloot, en dan is zijn belager binnen korte tijd weer op vrije voeten.

De achterbankgesprekken leiden dus niet tot resultaat, althans niet op tijd voor Endstra, want het motto van de recherche blijft: ‘Voor afpersing hebben we aangifte nodig, voor moord hebben we bewijzen nodig.’

Lensink biedt weinig hoop op betere tijden. Zelfs als De Neus alsnog de bak in draait, staat er een nieuwe ‘naïeve’ dan wel kwaadwillende generatie klaar die zich bezighoudt met onfrisse praktijken. ‘De namen veranderen, maar het mechanisme blijft hetzelfde. Zo was het, zo is het, zo zal het altijd zijn’, verzucht Lensink.

Wie van misdaad geen genoeg kan krijgen maar het is gaan duizelen door al die (schuil)namen, kan terecht bij het overzichtsboekje Op leven en dood – Wie is wie in de Nederlands onderwereld, geschreven door misdaadjournalist Gerlof Leistra van het weekblad Elsevier.

Aan een reeks biografietjes heeft Leistra een praktisch woordenboekje toegevoegd. Daarin kun je opzoeken wat bijvoorbeelkd de ‘Letse methode’ (‘Het steken van een mes in het oog van het slachtoffer om zo hersenletsel te veroorzaken’) of een ‘lulijzer’ (een portofoon) ook alweer is. Jilles Heringa

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.