Interviews

Cowboys in de Lage Landen: ‘Van poeliers krijg ik verse huiden’

Beeld Clemens Rikken

Ook in de Lage Landen barst het van de serieuze wildwestliefhebbers, zo blijkt. ‘Iedere augustus spelen we met andere cowboys in Horst het Wilde Westen na.’

Alphons Schoots (53), eigenaar restaurant Kerken, Duitsland

Draagt de kleding ­ tijdens re-enactments en schietwedstrijden.

‘Van jongs af aan wilde ik ­cowboy worden. Dat kwam door Bonanza, een tv-serie over het Wilde Westen. Het sprak me aan: in de buitenlucht met dieren werken, de kleding, de hoeden – wie zie je nou nog met een hoed op?

‘Op mijn 20ste ging ik bij een schietclub, met oude zooi schieten. Een automatisch geweer doet prrr, maar al dat gehannes en gekloot is mooier. Waarom? Tja, met een ­Harley Davidson heb je altijd problemen, met een Japanner nooit. Toch wil iedereen een Harley.

‘Iedere augustus spelen we met andere cowboys in Horst het Wilde Westen na. Vier dagen schijten in het bos, eten van het vuur. Tot je ondergoed moet je kleding in orde zijn: nylon is verboden.

‘Met mijn vrouw woon ik net over de grens, in Duitsland. Zij runt een westernrestaurant waar ze Amerikaans eten serveert. Ik regel de decoratie. Mijn pronkstuk is een schilderij op canvas van twee soldaten op paarden, 100 bij 80 centimeter groot.

‘En ik organiseer kinderpartijtjes. De meeste kinderen gaan tegenwoordig naar de film of McDonald’s, maar bij mij kan veel meer: armbandjes maken, broodbakken op open vuur, lassowerpen. Ik heb ooit in Idaho een echte koe gevangen, maar de kids doen het met een namaakexemplaar.’

Henriëtte Tolsma (59) Linedance-instructeur in Epe

Draagt de kleding op dans- en feestavonden. Eén keer per maand.

Beeld Clemens Rikken

‘Ik hou van de fraaie jurken en van het ruige en onbezorgde leven uit westernseries als Dr. Quinn.’ Lachend: ‘Ik zeg weleens dat ik in een vorig leven cowboy of indiaan ben geweest.’

‘Mijn dansschool is volledig in westernstijl ingericht. Op de lamellen is een indiaan op een paard geprint en het staat er overvol met beelden. We hebben de mooiste dansschool van Nederland, dat durf ik rustig te zeggen.

‘Tijdens het dansen draag ik klassieke kleren: een hoed, wijde rok en korset. Wake me up, het nummer van Avicii, komt heel soms voorbij, dat is gewoon een lekker nummer. Maar 99 procent is country, de band The Mavericks is nu favoriet.

‘Mijn man heb ik geprobeerd het linedancen bij te brengen, maar hij kan het gewoon niet. Naar een festival als Western Experience gaat hij wel mee, dat doet hij voor mij. Ik heb mijn dansoutfit aan, hij draagt een gilet met gestreepte broek. Als buurtgenoten ons over straat zien lopen, vragen ze soms of we gaan optreden.

‘‘Wil je niet naar Nashville, Tennessee?’, vraagt mijn man weleens. Maar daar heb ik geen zin in. Door de westerns zie ik nu stadjes uit 1900 vol cowboys voor me. Dat beeld verdwijnt als ik er naartoe ga.’

Eddy Arckens (58) Paardrijleraar in Peer, ­ Limburg (België)

Draagt de kleding wanneer hij met gelijkgestemde ­vrienden afspreekt. Circa ­dertig keer per jaar.

Beeld Clemens Rikken

‘Nadat ik een aantal westerns had gezien, ben ik op mijn 18de naar Florida, Georgia en Wyoming gegaan, heb ik die streken verkend. Het virus heeft me nimmer losgelaten.

‘Mijn Amerikaanse droom heb ik twee kilometer van mijn huis in de bossen gebouwd. Tien jaar ben ik er mee bezig geweest: een cowboyhut ­– bijna alles is natuurlijk van hout – van twintig bij twintig meter, op een ranch van 3,5 hectare. Veel te groot, maar ik wilde de ruimte hebben. Als het van binnen is ingericht ga ik daar van mijn oude dag genieten.

‘Je kunt alles veranderen, maar Eddy niet. Weinig vrouwen begrijpen dat. In het begin is alles goed en fijn, maar als je ze vraagt een beetje mee te gaan in mijn levensstijl, is het afgelopen. In Amerika is dat ook een probleem voor de cowboys. Er zijn wel cowgirls, maar dat clubje is klein.

‘Zo veel mensen hebben een cowboyhobby, maar bij weinigen zit het in de ziel. Het kaf wordt snel van het koren gescheiden. Je ziet het al bij de aankoop van een hoed: het kaf koopt er een van 40 euro. Bullen noemen wij dat, rommel. Echte cowboys geven geld uit, kopen een vilten hoed die ­generaties meegaat.’

Maik van den Hoogen (50) en Natalie Monteur en begeleider in de zorg, Siebengewald

Dragen de kleding zo veel mogelijk, ook thuis. Zeker tweehonderd keer per jaar.

Beeld Clemens Rikken

Nathalie: ‘Maik en ik hebben elkaar leren kennen tijdens het westernweekend van schietvereniging Davy Crockett (een Texaanse militair, 1786-1836, red.), bij Horst in Limburg. Meer dan om het schieten, gaat het ons om de sfeer: het onthaaste buitenleven. Ik kijk ook liever naar rustige series als Het kleine huis op de prairie dan naar schietwesterns als The Long Ranger.

Maik: ‘Inmiddels zijn we gestopt bij Davy Crockett. De re-enactments kostten te veel tijd: het bouwen van de hut, het naaien van de kleding. De patronen daarvan moeten historisch correct zijn.’

Nathalie: ‘In Vroomshoop spelen we ieder jaar in een weiland het midden van de Amerikaanse negentiende eeuw na.’

 Maik: ‘Tijdens die dagen zorgen we dat ons houtvuurtje aanblijft, we hakken hout, we discussiëren.’ Nathalie: ‘Bijvoorbeeld over de vraag of er in die tijd al naaimachines bestonden, en of stiksels op kleding dus zijn toegestaan.’

Maik: ‘Ook in ons huis hebben we alles in westernstijl gebouwd: de keuken, de schouw, de kasten. In ­vitrinekasten staan spullen uit die tijd die we hebben verzameld, zoals munten, messen en Jack Daniels-snuisterijen. Op onze veranda, die we van boomstammen hebben gemaakt, staat een replica van een kanon, een mountain howitzer, die in de Burgeroorlog werd gebruikt. Dat zou je ons pronkstuk kunnen noemen.’

Peter Peeters (49) Bouwt houten huizen, Tienray

Draagt de kleding tijdens westernweekenden en bij westernbeurzen. Ongeveer twintig keer per jaar.

Beeld Clemens Rikken

‘Op de foto zie je op mijn hoofd eigenlijk een hele vos. De slierten naast mijn gezicht zijn zijn klauwen – bij harde wind knoop ik die vast. Het hoofd van de vos zit ­boven op mijn hoofd, en aan de achterkant hangen zijn lijf en staart.

‘Ken je The Revenant? Daarin speelt Leonardo DiCaprio een pelsjager, ­iemand die dieren schiet om hun vacht. Dat doe ik ook ongeveer. In Canada heb ik aan de voet van de Rocky’s gejaagd op groot wild: toen heb ik twee elanden geschoten.

‘Het liefst zou ik naar Canada emigreren, maar ze hebben een vrij streng immigratiebeleid, waardoor de gewone werkmens het wel kan schudden.

‘In Nederland is de wetgeving op jaaggebied vervelend, maar van poeliers krijg ik verse huiden. Met hersenen en ingewanden wrijf ik die in, waardoor haren loskomen. Dan haal ik de vleesrestanten weg en was ik het leer: dan is het ongelooid, heel hard. Om het rekbaarder te maken, moet je de huid met veel geweld tegen een heipaal schuren. Voor één huid ben je een à twee dagen aan het schuren.

‘Mijn broek op de foto is mijn beste broek ooit: ik doe die al vijftien jaar aan als ik naar westernweekenden ga. Hij is honderd procent waterdicht en heel rekbaar. Tegenwoordig zouden ze zoiets een stretchbroek noemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.