CORONADAGBOEKNadia Ezzeroili

Coronadagboek: We hebben een nieuw woord geleerd, ‘social distancing’, en dat brengen we in de praktijk

Vrijdagmiddag begint de coronanervositeit thuis lichtelijk toe te nemen. Niet vanwege de run op wc-papier, maar omdat ik via mijn zussengroepsapp een geluidsfragment krijg doorgestuurd. We horen de stem van een vrouw die op samenzweerderige toon uit de doeken doet dat ze een telefoontje heeft gekregen van de vriendin van haar zus wier neef bij een crisisteam van de overheid werkt. Volgens die neef ‘zijn ze momenteel bezig’ met het leger, dat een straatverbod gaat handhaven.

Van wie heb je dit?, vraagt mijn zusje. ‘Marokkaanse vrouwen uit Nieuw-West. Ook bekend als ’s werelds best ingevoerde inlichtingendiensten’, antwoordt mijn oudere zus. Het klopt dat deze groep vrouwen doorgaans het best ingevoerd zijn op het gebied van koopjes, actuele voedselprijzen en familieschandalen. Het zijn bovendien inlichtingen die grote potentie hebben om viraal te gaan. En dat blijkt ook die avond. Het ministerie van Defensie twittert dan dat er een audiobericht rondgaat waaruit zou blijken dat Defensie ‘stand-by’ staat om een straatverbod te handhaven. ‘Dit is fakenews’, verklaart het account van Defensie. Een Marokkaans-Nederlandse vriend appt me de tweet door. En voegt er geïrriteerd aan toe: ‘Mokros doen er echt alles aan om ervoor te zorgen dat we gedeporteerd worden.’

Zaterdagochtend neemt de roep om de scholen en opvang te sluiten toe. Dat wordt een uitdaging in mijn situatie: ik heb een dreumes van 17 maanden en een bonuskind van 8 jaar dat de helft van de week bij ons woont. Mijn partner is een strafrechtadvocaat die van 9 tot 6 uur telefoneert, bezoekjes brengt aan gedetineerden, zittingen heeft, dossiers leest en naar verhoren moet. Een paar avonden in de week doorwerken, is eerder regel dan uitzondering. Hoe gaan we dit bolwerken?

We maken een plan B, iets met dat we in dat geval in shifts gaan werken tot laat in de avond. Maar heel concreet is het niet, omdat mijn nuchtere en immer optimistische partner de berichtgeving wil afwachten. Door mijn achterstandswijkachtergrond denk ik juist graag in doemscenario’s, dus zijn houding ergert me – maar we moeten nu eerst een zaterdagprogramma voor de kinderen verzinnen. We beginnen maar met een ochtendwandeling. We stoppen bij de supermarkt: het wc-papier is thuis oprecht bijna op en we hebben luiers nodig. Maar mijn bonuskind gaat gebukt onder wc-papierschaamte. ‘Ik lijk op een hamster’, fluistert ze als ze met een pak wc-papier aan komt sloffen. 

Verder kunnen we weinig met de kinderen. Alles is gesloten. In de namiddag maken we weer een wandeling. De terrasjes in de zijstraatjes puilen uit van de rokende jongvolwassenen. Wij kiezen een leeg terras, waar we afgeven op de onverschillige jongeren die we zonet opeengepakt zagen zitten. Eenmaal thuis lezen we dat ook gezonde 50-minners nu worden opgenomen in het ziekenhuis. Misschien hadden we niet zo achteloos de wijk in moeten lopen. 

Mijn bonuskind, dat een armbandje draagt dat per humeur van kleur verandert, heeft wat verontrustende berichten opgevangen. Haar armbandje is zwart. Wat die kleur betekent, wil ik weten. ‘Dat ik verdrietig ben’, zegt ze. Om haar wat op te vrolijken, kijken we op YouTube naar filmpjes van onhandige peuters die lelijk, maar hilarisch onderuit gaan tijdens het spelen. Het lijkt te werken.

We hebben zaterdag een nieuw woord geleerd, ‘social distancing’, en dat brengen we zondag meteen in de praktijk. We gaan niet naar buiten, maar proberen thuis de kinderen te vermaken en maken tussendoor eindelijk een plan B. Dat ziet er ongeveer zo uit: ik zorg ’s ochtends voor de kinderen, mijn partner ’s middags. De ander kan dan werken. In de avond werken we allebei. De rommelzolder boven wordt ingericht als werkkamer. ‘Maar laten we eerst afwachten wat het kabinet besluit’, zegt mijn partner nog eens.

Die bevestiging komt in de namiddag. De scholen gaan dicht. En mijn partner en ik kijken elkaar aan als konijnen die in koplampen staren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden