ColumnAaf Brandt Corstius

Corona is inmiddels een geloof, en iedereen heeft zijn volstrekt eigen interpretatie en leefregels

Ik ben de enige van mijn gezin die het niet heerlijk vindt om opgehokt te zijn. In de dagen dat we het allermeest binnen moesten blijven, had niemand daar een probleem mee – de een las alle Harry Potters gewoon nog eens, de ander zette de plaat The Reminder van Feist voor de vierduizendste keer op – maar ik moest naar buiten. Moest.

Op die dag dat we het allermeest moesten binnenblijven, 22 maart, mocht ik van mezelf één rondje om de begraafplaats lopen, waar ik langs een bushalte kwam waar een man alarmerend hard zat te hoesten. Dat was mijn uitje.

Nu ben ik weer de dwingende akela geworden die ik altijd al was en trok ik drie onwillige gezinsleden mee naar buiten, naar de Amstel, waar je kunt zwemmen en je handdoek kunt uitspreiden op een strook gras voor de wolkenkrabber van Waternet – dit staat voor Amsterdammers gelijk aan een heilzame dag in de vrije natuur.

Op het grasveld waren met witte spuitbus cirkels gespoten, en in die cirkels mocht je liggen, op afstand van elkaar. ‘Dystopisch’, zei ik tegen mijn man, ‘maar praktisch.’

Dat zeg ik de laatste tijd vaak. Vroeger vond ik dingen ongezellig maar praktisch (tl-verlichting), of lelijk maar praktisch (hardloophorloges), of stom maar praktisch (dat je in de bioscoop niet je eigen stoel mag uitzoeken). Nu vind ik alles dystopisch maar praktisch. Ik heb ook het gevoel dat ik dat moet blijven benoemen, omdat ik het moeilijk vind dat mijn kinderen het al als normaal beschouwen dat ze op een grasveld in een cirkel moeten liggen, of bij het betreden van een terrasje een vragenlijst over hun gezondheid moeten invullen, of dat ze als we ergens aankomen geroutineerd aan me vragen: ‘Waar is de handenontsmetter?’

We legden onze handdoeken in een van de laatste cirkels, want het was bloedheet dus bijna alle cirkels waren al bezet. Af en toe vertrokken er mensen, en dan stond er meteen een volgend groepje bij hun cirkel. ‘Gaan jullie uit deze cirkel?’

Op een gegeven moment waren alle cirkels vol, en ik was benieuwd hoe het verder zou gaan. Het ging verder zoals je zou denken. Mensen gingen buiten de cirkels zitten. Ik vond dat niet erg, want iedereen heeft recht op zijn vierkante centimeter in het gras en een beetje zwemmen. Bovendien ben ik niet zo bang voor besmetting in de openlucht – corona is inmiddels een geloof, en iedereen heeft zijn volstrekt eigen interpretatie en leefregels.

Er verscheen een ijscoman, bezorgers met pizzadozen liepen af en aan, er kwam schetterende muziek uit allerlei boxjes, knappe jonge mensen paradeerden rond in kleine stukjes zwemkleding. Het was rommelig, vies, warm, plakkerig, een soort van verboden, onpraktisch en bijna utopisch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden