InterviewClaudia de Breij

Claudia de Breij: ‘Leuk hè, dat het demonstreren weer terug is?’

Wat zijn dit voor vragen? In aanloop naar haar tweede oudejaarsconference heeft de Volkskrant acht dilemma’s voor cabaretier Claudia de Breij (44).

Beeld Frank Ruiter

2016 of 2019? 

‘2019. In 2016 maakte ik voor het eerst de oudejaarsconference. Ergens halverwege 2017 voelde ik dat het een gloriejaar was geweest.

‘Ik was er zó bloedzenuwachtig voor, ik had er zo veel aan opgehangen. Dat was ook niet onterecht, denk ik: als het niet goed was gegaan, had het me veel tijd gekost om het publiek dat ik had terug te winnen. Het duurde lang voor ik ontspande. En je geniet pas van succes als je ontspannen kan.

‘Ik heb de neiging om alles kapot te redeneren, ook uit een soort zelfbescherming, maar het doet er wél toe wat ik op die avond zeg. Wat ik zeg over Ruttes vergeetachtigheid, dat wordt in de kranten geciteerd, dat maakt uit. Een jaar lang had ik heel veel doel. En op 1 januari voel je dan: ja, en nu niet meer.

‘In de maanden na die eerste oudejaars voelde ik me goed leeg. Leeg en somber. Dat had ook te maken met mijn zorgen over de ontwikkeling van de ontdemocratisering van de wereld, die begin 2017 met Trump nog een stap harder ging. Ik was van plan om niet meteen een nieuwe voorstelling te maken, maar na een paar maanden thuiszitten leek het me voor iedereen het best als ik weer ging touren.

‘Mijn eerste manager was Frans Rühl, vroeger de rechterhand van ‘meneer Kan’, zoals hij hem nog steeds noemt. ‘Je eerste oudejaars is altijd je beste’, zei hij. Waardoor ik per se degene wil zijn van wie de tweede oudejaars beter is. En zo verzin ik altijd wel iets om het wéér zo belangrijk voor mezelf te maken.’

Een biertje met Kees van der Staaij, Wybren van Haga of Klaas Dijkhoff?

‘Ik zou met alle drie zo een biertje drinken hoor, maar ik kies Klaas Dijkhoff. Van hem heb ik de meeste hoop dat hij nog bij zinnen te trappen is. En dat hij eigenlijk slimmer is dan hij zich voordoet, met het gemakkelijke imago dat hij zichzelf heeft aangemeten, die quasi-ironische wenkbrauwen en dat licht aangezette accent als hij zichzelf uit de brand probeert te helpen. 

‘Ik kan daar zo kwaad van worden, nu ook weer met zijn wachtgeld. Er zijn dus mensen die in dat toontje trappen.’ Doet Dijkhoff na: ‘Ja, ik heb er gewoon recht op, ik zie het als uitgesteld loon.’ O ja, Klaas, en al die mensen die recht hebben op een uitkering die jij verdacht maakt, dat is geen... loon?’

Demonstreren of confereren?

‘Leuk hè, dat het demonstreren weer terug is? Ik zie mijn oudejaars ook als een vorm van demonstreren. Ik probeer de mensen met politieke macht te laten zien: dit is wat ‘wij’, de Nederlanders, ervan denken. Ik heb niet de illusie dat ik voor iedereen kan spreken, maar ik weet wel dat ik soms iets kan verwoorden wat bij veel mensen leeft. Ik hoop dat het deel van het publiek dat nu nog denkt dat ik niet voor hen spreek straks zegt: o, tóch. 

‘Dit is de felste voorstelling die ik ooit heb gemaakt. Het is helemaal geen jolig of sexy verhaal, dat het land de afgelopen dertig jaar is geleid als een bedrijf en dat dat nu echt mis aan het gaan is. De kinderopvangtoeslagaffaire vind ik daar een spectaculair voorbeeld van. En ook: het gegeven dat er meer miljardairs dan ooit zijn in Nederland, maar dat tegelijkertijd het aantal daklozen in tien jaar tijd is verdubbeld. Als de kloof tussen rijk en arm groter wordt, kun je wachten op ellende; dan ben je verkeerd aan het regeren. Dat is geen opvatting van mij, maar door de eeuwen heen bewezen. 

‘Hier krijg ik geen lach op, er zit ook geen ontroering in, maar ik vind wel dat het gezegd moet worden. Als je een fanatieke krantenlezer bent of een volger van Herman Tjeenk Willink zie je het wel, maar het is een besef dat volgens mij bij veel mensen nog moet indalen: o, dat neoliberalisme, dat heeft een negatief effect. Marktwerking in de zorg is daarvan misschien wel het beste voorbeeld. Iedereen die weleens voor iemand heeft gezorgd weet dat zorgen inherent niet om winst gaat. Er komt een heel ander type mens op winst maken af dan op zorgen.’ 

Een eensgezind of verdeeld publiek?

‘Een verdeeld publiek. Ik beschouw de oudejaars als gelukt als niemand het met alles eens is en als iedereen over een ander stukje denkt: dát ging over mij. En als wie het niet heeft gezien te horen krijgt dat-ie echt nog even moet kijken. De vorige is in de dagen erna nog 1,5 miljoen keer teruggekeken. Dat vind ik misschien nog eervoller dan hoge kijkcijfers op de avond zelf.’

Fit, fitter of fitst?

Lacht hard. ‘Fitter. Ik was op mijn fitst, alleen zo richting oudjaar begin ik te merken dat ik moe word. 

‘Begin dit jaar heb ik een koolhydraatarm dieet gevolgd, samen met mijn moeder, die een auto-immuunziekte heeft. Ik moet gezond leven om mijn stem goed te houden. Ik sport en eet veel eiwitten, fruit en groenten. En ik drink niet, dat scheelt veel.

‘Als ik dan fit ben, zie je het ook snel aan mij. Dat wist ik ook niet, maar het heeft me aangenaam verrast. Ik ben lang genoeg te zwaar geweest om de complimenten die ik nu krijg prettig te vinden. Maar het voornaamste is toch het verschil in energie. 

‘Er staan drie taarten in de koelkast: als we in Utrecht spelen, of in Carré, bakt mijn moeder voor elke avond een appeltaart. Zo blijf je altijd 8, ook al ben je 44: ze vindt het extra bijzonder als we hier staan. Die taart sla ik nu dus over. Het is makkelijker om gewoon te besluiten dat je helemaal niets neemt dan toch een klein stukje te pakken.’

1 januari: zwart gat of opluchting?

‘Ik verwacht een zwart gat, maar eerst opluchting. Ik heb veel zin in de afterparty, met een bevriende dj in de Schouwburg. Ik kan idioot hard gaan door muziek, daar kan bijna geen drugs tegenop.

‘In het hotel ga ik appjes lezen en kijkcijfers checken. En dan ga ik een paar dagen plat. Want 7 januari gaan we alweer verder met de reprise van mijn voorstelling #Nu.

‘Half januari staan we in Carré, heb ik met mijn grote mond gezegd. Nu denk ik wel: o ja, kut. Maar dat thuiszitten beviel zó slecht, vorige keer. Ik wil gewoon spelen.’

‘What a time to be alive’ of ‘als de oorlog komt’?

‘Ik moet denken aan een zinnetje uit mijn favoriete musical Hamilton (begint te zingen): ‘Look around, look around, how lucky we are to be alive right now’. Dat gaat over de Amerikaanse revolutie. De helft van het land is doodsbang, de andere helft denkt: how lucky we are to be alive right now. 

‘Het is een rationele beslissing om te kiezen voor ‘how lucky we are to be alive right now’. Als ik me neerleg bij de angst dat mensenrechten pas weer serieus worden genomen als we ze allemaal met voeten hebben getreden, dan zijn we al verloren.

‘Ik denk dat er geen Jood is die de angst voor een nieuwe oorlog niet voelt. Dit schrijf ik ook in mijn boek Lang leve ons, over de tijd waarin we nu leven: als een bevolkingsgroep denkt dat-ie beter is dan een andere, eindigt dat altijd in bloed en tranen. Nooit níét. Dus gaan we echt denken dat een politicus die nu zegt dat we voor ons volk moeten opkomen wél deugt? Het deugt nooit.’

Voorop lopen of achter de meute aan?

‘Voorop lopen, maar ik vind veel mensen op dat vlak moediger dan mezelf, mensen zoals Anousha Nzume en Clarice Gargard. Voor bepaalde mensen lijk ik misschien iemand die voorop loopt, maar dat is omdat ik een voorhoedegroep beluister en daarna kan zeggen: jongens, kijk eens, volgens mij zit het eigenlijk zo.

‘Toen ik Hete vrede maakte, tien jaar geleden, was ik in therapie. Mijn therapeut kwam kijken. Alle liedjes in die voorstelling waren liefdesliedjes. Ik twijfel over alles, maar wat ik zeker weet, dat zing ik, was het idee. Hij wees me erop dat ik die andere dingen óók zeker wist. ‘Ga er eens voor staan!’, zei hij. Dat durfde ik toen nog niet.

‘Nu heb ik er geen moeite meer mee om te zeggen hoe de wereld volgens mij in elkaar steekt. En als ik ernaast zit, benoem ik dat: ik zat ernaast, wat genant, dit zou ik nu nooit meer zo zeggen.’

2016 of 2019? (2)

‘Ik ben minder bang voor mislukking. Het is één keer gelukt, dus het kan nog een keer lukken. En als het niet lukt, dan is het in ieder geval één keer gelukt.

‘Ik vind het ook minder spannend om die plek te ownen. Dat heeft niet alleen maar te maken met wat er in die tussenliggende jaren met mij is gebeurd, maar ook met de wereld. #MeToo en Time’s Up hebben echt iets veranderd voor vrouwen.

‘Ik vond het altijd vanzelfsprekend dat ik als vrouw dit podium zou krijgen, maar dat is de misvatting. Als het zo vanzelfsprekend was, waarom was ik in 2016 dan de eerste vrouw die de oudejaarsconference deed? En waarom zou ik niet hardop mogen zeggen dat dat raar is?

‘In 2016 zat ik nog in de houding die ik mezelf als 3FM-presentator had aangeleerd: ‘Ik ben toch ook one of the guys, mij lukt het toch ook, dus waar zeiken wijven over?’ Wat feminist en schrijver Ariel Levy female chauvinist pigs noemt, dat was ik eigenlijk. Inmiddels denk ik: nee, het is wél lastig. En ik vind dat ik er eigenlijk wel een keer trots op mag zijn, dat ik hier ben terechtgekomen.’

De oudejaarsconference van Claudia de Breij wordt 31/12 live uitgezonden vanuit de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, vanaf 22.20 uur op NPO 1. 

Claudia de Breij

1975 geboren in Utrecht
1997-2014 presentator van verschillende radioprogramma’s
2002 debuteert als cabaretier met De wilde frisheid
2010 cabaretprijs Poelifinario voor Hete vrede
2011 hit Mag ik dan bij jou, uit de voorstelling Hete Vrede
2015 boek Neem een geit
2016 eerste oudejaarsconference
2017-heden negende voorstelling #Nu
2019 boek Lang leve ons, oudejaarsconference

Claudia de Breij woont in Utrecht met haar vrouw, journalist Jessica van Geel, en hun zoons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden