Interview Clarice Gargard

Clarice Gargard schreef een boek over haar vader, die bevriend was met een oorlogsmisdadiger

‘Ik moet van mezelf altijd doorgaan, kan nooit écht achterover zitten.’ Beeld Eva Roefs

Journalist Clarice Gargard schreef het boek Drakendochter over haar vader, die bevriend was met de Liberiaanse dictator ­Charles Taylor. Op zoek naar de waarheid over hem, ­ontdekte ze dat de werkelijkheid ­verschillende versies kent. ‘Ik zag een mythische man die grootse dingen deed.’

De ondertitel van je boek Drakendochter luidt: ‘Op zoek naar mijn vader, rechterhand van de Liberiaanse dictator Charles Taylor.’ Heb jij die ondertitel zelf bedacht, of de uitgeverij?

‘Hoezo?’

Ik vermoed dat jij je vader uit eigen beweging niet zo zou omschrijven, als de rechterhand van een oorlogsmisdadiger.

‘Ik ben er niet toe gedwongen. Maar helemaal accuraat is het niet, ‘rechterhand’ impliceert dat mijn vader naast Taylor stond bij alles wat hij deed, terwijl Taylor veroverde, terwijl hij de mensenrechten schond. Mijn vader was geen vicepresident of hoge militair, hij was het hoofd van het staatsbedrijf Liberia Telecom. Maar hij had wel toegang tot Taylor. Ze waren close.’

Daar kwam Clarice Gargard op 9-jarige leeftijd achter, toen ze haar vader in 1997 in Liberia bezocht en hij haar meenam naar het huis van zijn werkgever. Gargard: ‘Ik kreeg koekjes en werd meegenomen een kamer in. Daar lag een man op een chaise longue en dat was Charles Taylor, de president van Liberia. Charles Taylor vroeg me om iets in het Nederlands te zeggen. ‘Hallo’, zei ik. Die ontmoeting is lang door mijn hoofd blijven spoken. Het was duidelijk dat mijn vader en Taylor elkaar goed kenden.’

En dat dat niet iets is om trots op te zijn, dat begon Gargard (31) in de loop der jaren te dagen. Toen Taylor en zijn rebellen eind jaren tachtig de macht wilden grijpen in het Afrikaanse land, leidde dat tot een burgeroorlog waarbij 150 duizend doden vielen, onder wie vele kindsoldaten die voor Taylor vochten. Hij werd in 2012 veroordeeld tot 50 jaar gevangenisstraf wegens medeverantwoordelijkheid voor het plegen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid – moord, verkrachting, slavernij, terrorisme, massale verminkingen. In haar boek Drakendochter, een mix van memoires, journalistiek en maatschappijkritiek, probeert Gargard te begrijpen hoe het kon dat haar vader, een man die ze immens bewondert, zulke nauwe banden kon hebben onderhouden met een oorlogsmisdadiger.

Haar vader (ze noemt hem ‘Daddy’ in het boek) kende ze vooral op afstand. Gargard is de jongste van tien kinderen en in 1988 geboren in de Verenigde Staten. Haar moeder verbleef daar tijdelijk bij familie. Clarice kreeg, zoals iedereen die op Amerikaans grondgebied wordt geboren, een Amerikaans paspoort. Toen ze een peuter was, scheidden haar ouders. Haar vader verkreeg de voogdij over alle kinderen, en haar moeder emigreerde naar de Verenigde Staten, waar ze hertrouwde, en voor Clarice grotendeels uit beeld verdween.

Toen in 1992 de Tweede Liberiaanse burgeroorlog uitbrak, bezocht haar vader een conferentie in de Franse badplaats Nice, Clarice en haar oudste zus waren mee. Hij besloot de twee zussen naar Amsterdam te brengen, waar hij een paar mensen kende, en zelf terug naar Liberia te gaan, naar zijn werk en de andere kinderen.

Waarom Nederland? Gargard had, en heeft, geen idee. Droogjes: ‘Het leek hem een goed land om op te groeien en te studeren.’ Feit is dat ze als 4-jarige ‘als een plant uit de grond was gerukt’, en terechtkwam in Purmerend, met niemand anders dan haar zus van 24. Zoals ze schrijft: ‘Ik knipperde met mijn ogen in mijn achtertuin in Monrovia en stond ineens in een koude kerk in Purmerend, zonder de mensen die ik altijd om me heen had gehad. Waar waren ze, waar was ik, en wíé was ik überhaupt?’

Gargard groeide, officieel als ‘alleenstaande minderjarige vreemdeling’, op in Purmerend en Middelie. Haar zus werd haar sistermom, haar zwager (haar zus trouwde met de eerste de beste Liberiaan die ze in Nederland tegenkwam, schrijft ze in het boek) een vaderfiguur, haar neefjes een soort broertjes.

Van die eerste tijd in Nederland herinnert ze zich niet veel, vertelt Gargard in een café in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer – thuis afspreken doet ze liever niet. Dat ze een persoonlijk boek heeft geschreven, betekent niet dat er geen dingen zijn die ze liever voor zichzelf houdt. ‘Ik herinner me wel het gevoel van vervreemding. Ik had niet alleen mijn ouders achter me gelaten, maar mijn hele leven.’

Je aanbad je vader, terwijl hij in je jeugd grotendeels afwezig was.

‘Het is niet zo dat ik hem niet heb gekend, ik heb de eerste vier jaar van mijn leven bij hem doorgebracht en daarna zag ik hem een of twee keer per jaar. Maar ik zag hem door de bril van een kind, ik idealiseerde mijn vader. En die bril heb ik eigenlijk nooit afgezet.’

Wat zag je door die bril?

‘Iemand die toegewijd was, aan mij, aan de mensen om hem heen, aan de samenleving. Een idealist. Een mythische man, bij wie ik niet dichtbij kon komen, maar die grootse dingen deed.’

Je schrijft: ‘Als hij als vader imperfect was geweest, zo had ik altijd aangenomen, dan moest hij wel een patriot, een held zijn.’ Wanneer begon je vraagtekens te zetten bij dat beeld?

‘Dat ging geleidelijk. Ik kon het feit dat hij voor Taylor had gewerkt steeds moeilijker rijmen met wie ik dacht dat hij was. Maar de vragen die ik had gingen niet alleen over mijn vader en zijn rol in de burgeroorlog, ze waren breder: wie is hij, hoe zit mijn familiegeschiedenis in elkaar?’

Je broer Geebio zei over jouw onderzoek: ‘Ik begreep het niet. Waarom graven in het verleden, dingen oprakelen? In onze ogen was zij de lucky one, omdat ze in Nederland kon opgroeien. Wat deed ze nou moeilijk?’ Hoe was het om door je broers en zussen als geluksvogel te worden gezien?

‘Irritant! Haha. Ik ben en blijf in hun ogen altijd het verwende Europese meisje. Terwijl ik best wat meegemaakt heb. Maar, dat blijkt maar weer, het is maar net vanuit welk perspectief je kijkt.’

Hij zei ook: ‘Pas later begreep ik dat ze zich eenzaam heeft gevoeld, buitengesloten.’

‘Ja, dat zegt hij goed. Een deel van mijn broers en zussen heeft de burgeroorlog meegemaakt. Ik ben altijd beschermd geweest. Ik ben me bewust van mijn positie en privileges, maar het is ook moeilijk om alleen maar dankbaar te zijn. Zij hadden elkaar tenminste nog.’

Als jij in Liberia bent, word je soms als witte vrouw aangesproken.

‘Aan de ene kant is het ‘welcome home’, maar aan de andere kant krijg ik op straat ‘white lady’ te horen, word ik nagestaard. Dat is niet leuk – kom je in je thuisland, hoor je er daar ook niet echt bij. Het is mijn manier van lopen, mijn kleding, het feit dat ik mannen rechtstreeks durf aan te spreken. Ik snap dat ik voor hen anders ben. Als wit persoon heb je privileges, als Europeaan heb ik privileges, dat erken ik. Maar tóch is het vervelend als dat in Liberia zo wordt benadrukt als ik gewoon op straat loop. Het is unnecessary.’

Heb je ooit wel eens gedacht dat je liever in Liberia wilde wonen?

‘Vroeger wel. Ik voelde me in Nederland niet echt thuis als kind – ik was ineens anders, daarvoor had ik er nooit bij stilgestaan dat ik zwart was. Tegelijkertijd hoorde ik niet bij de Surinaams-Nederlandse kinderen. Ik heb zelfs een tijdje gelogen dat ik uit het Caraïbisch gebied kwam, om ergens bij te horen, om niet uitgescholden te worden voor bokoe (een scheldwoord in het Sranantongo dat verwijst naar de vissoort bokking, omdat Afrikanen zouden stinken, red.). Als iemand tegen me zei dat Liberia een kutland was, dan kon ik daar niks tegenin brengen, omdat ik er niks van wist. Dat is wat ontworteling doet – je hebt geen wortels, dus ben je makkelijk omver te duwen. Er was niemand aan wie ik me kon spiegelen, ik kende geen verhalen over mijn land. Toen ik voor het eerst op een boek stuitte van de Liberiaans-Nederlandse schrijver Vamba Sherif, was het alsof ik werd bevestigd in mijn bestaan. Zo werd mijn kern langzaam verstevigd. Inmiddels kan ik zeggen: ik kom uit Liberia en ben daar trots op.’

‘Hier kan ik me soms zó gehaat voelen.’ Beeld Eva Roefs

Soms had ik het idee dat je het leven daar ook romantiseerde, zelfs de geur van vuilnisbelt opsnuift en wil ‘opslaan in je poriën’, zodat je altijd een deel van het thuisland meedraagt.

‘Natuurlijk romantiseerde ik het, en soms nog steeds. Als je in Nederland opgroeit zonder houvast, er constant wordt benadrukt dat je hier niet hoort, dan wil je in je thuisland alles in je opnemen, vasthouden in je vezels. Je romantiseert het omdat je niks anders hebt. Maar ik weet ook dat ik het in Liberia niet zou redden. Ik zou in Liberia niet als een rijke witte vrouw in een huis met hoge muren eromheen willen wonen, en tegelijkertijd zou dat de enige manier zijn waarop ik mijn leven daar zou kunnen leven. Omdat er geen privacy is, bijvoorbeeld. Het is altijd open house, iedereen loopt bij elkaar binnen. Ik wil alleen kunnen zijn, daar ben ik Nederlands in. En dan heb ik het nog niet over de basisfaciliteiten; soms is er geen stromend water. Als ik in Liberia wél comfortabel zou kunnen leven, zou ik me weer schuldig voelen ten opzichte van de gewone bevolking. Maar ik moet je eerlijk zeggen: het spookt soms door mijn hoofd. Ik denk er steeds vaker aan om weg te gaan.’

Ja?

‘Ja, parttime. Omdat ik het gewoon niet altijd trek hier. Half in Nederland, half in Liberia. Of misschien niet Liberia, maar Ghana, of Nigeria. Sowieso zou het een land in Afrika zijn. Omdat ik me daar niet gehaat voel. Hier kan ik me soms zó gehaat voelen. Daar zien ze me als anders, maar ik voel me nooit ongewenst.’

Wanneer voel je je gehaat in Nederland?

‘Ik doel op de verharding van het klimaat, op hoe er over mensen zoals ik gesproken wordt, hoe er niet voor ons wordt opgekomen. Op Rutte die niet met mensen van Kick Out Zwarte Piet om de tafel gaat als hun bijeenkomst wordt belaagd. Ik doel op de haatreacties die ik krijg, op mijn columns in NRC Handelsblad, waarin ik me uitspreek tegen racisme. Als ik mijn vak uitoefen, roept dat weerstand op, niet om wat ik schrijf, maar om wie ik ben, heb ik het idee. Het voelt alsof puur het feit dat ik besta door sommigen als een bedreiging wordt ervaren. In Afrika is bijna alles moeilijker, maar het voelt daar zoveel warmer, rustiger, dan hier.’

Denk je wel eens: ik was, als ik had mogen kiezen, liever in Liberia opgegroeid, bij mijn vader, broers en zussen?

‘Hoe kan ik kiezen tussen het ene trauma en het andere? Als ik zou zeggen dat ik liever in Liberia zou zijn opgegroeid, impliceer ik dat ik ontevreden ben met mijn leven hier, en dat ben ik niet. Ik ben hier opgegroeid met alle kansen, in een stabiel gezin, met mijn zus, die voor de buitenwereld mijn moeder was, zwager en neefjes. Maar het voelt wel onvolledig.’

Je noemt het een stabiel gezin. Maar je zwager komt er in het boek niet goed vanaf. Hij sloeg jullie als jullie iets verkeerd deden, soms laat hij de kinderen elkaar slaan. Uiteindelijk verlaat hij je zus en laat haar achter met de kinderen.

‘Klopt. Ik noem het een stabiel gezinsleven omdat het stabiel was in vergelijking met mijn broers en zussen, die zo vaak moesten verhuizen tijdens de burgeroorlog. Het fysieke straffen is niet iets wat ik goedkeur, maar het is iets cultureels. Ik snap dat jij het, vanuit jouw perspectief, anders ziet. Het is maar wat je gewend bent, en wat je kent.’

Toen ze op de school voor journalistiek in Zwolle met een docent over haar familieachtergrond sprak, zag de docent er ‘een verhaal’ in. Het trok Gargard over de streep. Een film, in eerste instantie, een project dat pas een jaar of vijf geleden echt van de grond kwam, toen Gargard omroep BNNVara benaderde. Er werd een regisseur in de arm genomen, Shamira Raphaëla, die met De waarheid over mijn vader in oktober een Gouden Kalf won voor beste korte documentaire. Gargard staat op de aftiteling als co-regisseur.

De film heet ‘De waarheid over mijn vader’. Was dat ook echt je doel, wilde je de waarheid over hem vinden?

‘Zo begon het. Ik had veel vragen en wilde weten hoe het in elkaar stak.’

De mensen om je heen zeggen dat je niet op de zoek was naar ‘de waarheid’, maar naar het bewijs dat je vader een goede man was.

‘Ik wilde geen bewijs vinden. Dat was ook niet nodig. Mijn vader werd door niemand aangeklaagd. Ik zie het niet zwart-wit, in goed versus slecht.’

Hij is nogal ontwijkend in gesprekken. In de eerste scène van de film zitten jullie samen in de auto, je vraagt hem of hij blij is dat je weer in Liberia bent. Hij geeft geen antwoord en begint over de prijs van zonnepanelen in Nederland.

‘Typisch een African dad. Afrikaanse vaders lopen niet met hun emoties te koop. Als mijn vader met mij praat, kan hij zakelijk en afstandelijk zijn. En alles gaat met een omweg. Ik ben op z’n Nederlands geconditioneerd, dus ik wilde het liefst tegenover hem gaan zitten en vragen stellen over de oorlog. Maar dat werkt totaal niet. Vaak bleef hij zwijgen, soms kreeg ik een ontwijkend antwoord. Ik moest leren meebewegen met wat ik voorgeschoteld kreeg, hoe frustrerend dat ook was. We komen uit andere werelden, en die verschillen kun je niet overbruggen met een paar gesprekken. De voldoening zit voor mij niet in de antwoorden die hij gaf, want op de meeste vragen heb ik geen antwoord gekregen. Voor mij geeft het voldoening dat ik iets ben aangegaan wat ik beangstigend vond.’

Tijdens het filmen van de documentaire waren er ook gesprekken die door de regisseur werden geregeld, waar jij niets van wist, onder meer met een Liberiaanse journalist die je meer kon vertellen over je vaders rol. Wat vertelde zij?

‘Mijn vader was in 1992 aangeklaagd voor hoogverraad omdat men dacht dat hij geheime informatie doorspeelde naar – toen nog – rebellenleider Charles Taylor. Hij zou Taylors vijanden in de toenmalige regering hebben afgeluisterd en die informatie hebben doorgespeeld. Er was geen bewijs, dus hij werd vrijgesproken. Deze journalist vertelde dat hij er al eens eerder van werd verdacht een dictator te hebben geholpen. In 1985 wilde Thomas Quiwonkpa de toenmalige dictator Samuel Doe omverwerpen. Toen Quiwonkpa bijna bij de presidentswoning was en met zijn troepen probeerde te communiceren, werd alle communicatie uitgeschakeld – mijn vader zou dat gedaan hebben, zei de journaliste. Daarop kon Quiwonkpa worden opgepakt, gemarteld en gedood. Zij zei: ‘Hij deed het voor zijn vriend Doe, dus waarschijnlijk ook voor zijn vriend Taylor.’’

Je klapt compleet dicht, zien we in de film. Je zegt ‘zo kun je er ook naar kijken’, en daarna ben je stil.

‘Ik was overweldigd.’

Als kijker dacht ik: als je zoekt naar informatie over je vader die dichtbij Charles Taylor stond, kun je dan niet verwachten dat je dit soort dingen te horen krijgt? Hoe kan het dat je daar niet op voorbereid was?

‘Ik denk niet dat je hierop voorbereid kunt zijn. Vooral niet als je zo’n positief beeld van je vader hebt als ik. Dit is niet wat je wilt horen, als je van iemand houdt. Mijn lichaam reageerde zoals het reageerde, daar had ik geen controle over.’

De recensent van De Groene schreef: ‘Tragisch genoeg wordt zwijgen in de film ook meer en meer kenmerk van zijn evenzeer intelligente, assertieve en verbaal begaafde dochter, die, geconfronteerd met ernstige feiten, er niet toe kan komen om onvermijdelijk lijkende conclusies hardop uit te spreken.’

Gargard lacht. Daarna is het even stil. ‘Interessant is ook waar die gedachte vandaan komt, van deze recensent. Waarom zou ik conclusies hardop moeten uitspreken? En welke conclusies dan? Is het niet geoorloofd om nog niet te weten wat je conclusies zijn, omdat je alles wat je gehoord hebt eerst moet verwerken? De waarheid is dat ik niet wist wat ik moest concluderen. Ik wilde me niet onder druk laten zetten om meteen een oordeel te vellen.’

In Drakendochter schrijft Gargard over het dichtklappen. ‘Ik vermoedde dat het de bedoeling was (van regisseur Raphaëla, red.) om mij te overweldigen met een schokkend relaas, om dan mijn emotionele reactie op beeld te vangen. Eerder had ik haar gewaarschuwd dat ik geen ‘emotioneel wezen’ was, dus huilen kon ze in ieder geval vergeten. Dat bleek ze helaas als een uitdaging te hebben opgevat.’

Hoe ging de draaiperiode verder, na dat gesprek met die journalist?

‘Het was ongemakkelijk. Onplezierig.’

Je dacht: laat die hele film maar zitten, ik wil naar huis?

‘Eigenlijk wel. Maar dat kon niet. Het was niet alleen dat moment, het gebeurde constant, in die draaiperiode van veertien dagen. Ik had het gevoel dat het door mijn vingers glipte, dat er een lawine van informatie over mijn vader over me heen kwam.’

En dat er voortdurend een camera op je gericht stond om te kijken hoe je zou reageren.

‘Precies.’

Waar jij je vader door middel van deze film wilde begrijpen, wilde Raphaëla jouw eigen worsteling tot onderwerp van de film maken. Zij zei dat ze het knap vond dat je akkoord was gegaan met deze film.

‘Shamira heeft de beste film gemaakt die zij met het materiaal kon maken. Voor mij was dat soms lastig. Ik heb verschillende versies gezien, steeds feedback geleverd – als ik er niet achter zou staan, was de film niet uitgebracht, ik had inspraak. Ik ben langzaam gaan wennen aan wat de film liet zien. Ik wilde aanvankelijk niet dat het over mij zou gaan, maar dit is nu eenmaal hoe het ging, en wat je ziet is echt. Mijn reactie op de informatie die ik kreeg over mijn vader is menselijk, denk ik, maar het was ook eng om te laten zien. Het voelt allemaal heel precair.’

In je boek ga je dieper in op goed en fout, op je eigen oordeelsvorming. Over Charles Taylor schrijf je: ‘Hoe meer ik over hem te weten kwam, hoe moeilijker ik hem in een moreel hokje kon plaatsen.’ Ik dacht: als je Charles Taylor al niet in een moreel hokje kunt plaatsen, wie dan wel?

‘Dit is natuurlijk tricky. Ik wil niet alles relativeren, ik zeg niet dat de waarheid niet bestaat. Dat is absoluut niet wat ik wil zeggen. Maar binnen de context van een oorlog zijn er veel grijstinten, zeker in zo’n complex land als Liberia. Taylor was een dictator, een oorlogsmisdadiger, maar hoe meer ik over hem las, hoe meer ik hem ook als mens begon te zien. Tegelijkertijd schrijf ik dat ik daarmee niets wil vergoeilijken.’

Zijn morele hokjes soms niet heel bruikbaar, zelfs nodig?

‘Het is beter om gedrag te veroordelen dan om mensen te veroordelen, vind ik. Bij Taylor zou ik er niet veel op tegen hebben om hem als een slecht mens te kwalificeren. Feit is dat hij mensenrechten heeft geschonden. Maar als je vervolgens wil begrijpen waarom zoveel Liberianen, terwijl ze dat wisten, toch op hem gestemd hebben, moet je verder kijken.’

Is het benadrukken van de complexiteit van de situatie ook een manier om geen oordeel over je vader te hoeven vellen? Wil je je vader vrijpleiten?

‘Ik denk dat Shamira dat wel dacht, maar dat is niet zo. Ik wilde zijn daden binnen een context plaatsen. Bovendien, als je iemand wil vrijpleiten, dan moet diegene eerst schuldig bevonden worden. En mijn vader is in mijn ogen niet schuldig.’

Wat als je op onomstotelijk bewijs was gestuit waaruit bleek dat je vader medepleger is van misdaden?

‘Je bedoelt echt hard? Niet circumstantial?’

Ja. Had je de film dan ook uitgebracht?

Denkt na. ‘Ik vind het moeilijk om daar antwoord op te geven. Maar nee, misschien niet. Het zou sowieso een stuk lastiger zijn. Misschien niet.’

Op 4-jarige leeftijd werd Clarice ‘uit de grond gerukt’ en belandde ze in Purmerend. Beeld Eva Roefs

Drakendochter gaat niet alleen over je vader als rechterhand van Charles Taylor, maar ook over wie hij was als vader, als echtgenoot, over zijn jeugd. Ook hij werd als 4-jarige ontworteld, hij werd weggerukt van zijn geboortegrond.

‘Ja, hij is zijn geboortedorp, Gargard Town, in het binnenland van Liberia ontvlucht. Hij was de zoon van Gbozuah Gargard, de laatste krijger-koning van Grand Bassa County. Toen Gbozuah overleed, werd mijn vader als bedreiging gezien, en dreigde hij te worden opgeofferd aan de goden. Zijn moeder heeft hem stiekem meegenomen naar Monrovia, waar hij door zijn tante is opgevoed.’

Aan wat voor soort koninkrijk moet ik denken?

‘Geen idee, maar het gaat om tientallen dorpen. Er zijn vele verhalen over mijn opa de krijger-koning. Hij zou magische krachten hebben gehad, vloog op een gevleugeld dier en stak rivaliserende dorpen in brand. De verhalen over mijn voorouders draaien om overleven – wat je doet om te overleven, om je bestaan te verzekeren, en welke schaduwkanten dat heeft. Dat geldt voor mijn vader, en zijn werk voor dictators, maar ook voor mijn opa, die volgens de verhalen wijs, maar ook wreed en meedogenloos kon zijn.’

Je opa vloog op een draak – dat verhaal deed je wel wat, meende ik te lezen.

‘Jaaaaa, ik vond het ontzettend cool. Game of Thrones, toch? Ik heet op Twitter niet voor niks Clareesi (een verwijzing naar Khaleesi, de drakenmoeder uit televisieserie Game of Thrones, red.). Weet je, als je zo weinig hebt om je aan vast te houden, en je krijgt dan zo’n verhaal over je grootvader in je schoot geworpen, dan is dat een cadeautje.’

Hoe werd het werk van je vader ingegeven door overlevingsdrang?

‘Hij wilde bestaanszekerheid voor zichzelf en zijn gezin. Hij had tien kinderen om voor te zorgen. Maar een hoge functie binnen de regering bracht ook een bepaalde levensstandaard en status met zich mee. Wij hadden vroeger chauffeurs, we waren relatief rijk. Mijn vader vindt die status belangrijk. Zeker als je in een land vol oorlog woont, is dat een houvast. Als ik vraagtekens zet bij zijn beslissingen, doe ik dat vanuit mijn positie, vanuit mijn privileges. Ik kan me niet werkelijk voorstellen hoe het voor hem was.’

Zit die overlevingsdrang van je voorouders ook in jou?

‘Ik denk het wel. Ik denk dat dat wordt doorgegeven. Bij mij zie je het vooral in mijn werk. Ik moet van mezelf altijd doorgaan, kan nooit écht achterover zitten. Ik voel me nooit helemaal veilig. Ik ben constant bezig om een gevoel van zekerheid te bereiken, maar het is nooit genoeg. Dat is intens vermoeiend. Ik gun mezelf niet de luxe van rust, omdat ik denk dat ik me dat niet kan permitteren. Er komt veel werk op me af, en ik zeg niet vaak nee, ook al zou dat eigenlijk wel beter voor me zijn.’

Voor dit boek heb je ook min of meer gereconstrueerd wat voor vader en echtgenoot je vader was. En?

‘Hij komt er niet helemaal goed van af. Hij ging vreemd. En hij kon meedogenloos zijn, net als zijn vader, heb ik van mijn broers en zussen begrepen. Autoritair, hardvochtig. Als ik hem zag, die twee keer per jaar, was hij vol aandacht en liefde voor mij. Ik kreeg het pretpakket. Het was moeilijk te verteren dat dat beeld onvolledig was. Hij heeft goede en slechte kanten, en ik hou van hem, maar het voetstuk is wel wat lager geworden. Iets lager.’

‘Ik vind het makkelijker om te praten en schrijven over ideeën, dan over mezelf, zeker als het echt persoonlijk wordt.’ Beeld Eva Roefs

Je vader ‘waant zich soms nog in zijn gloriedagen’, schrijf je ‘waardoor hij geld als water spendeert en uitdeelt’. Waar komt dat geld vandaan?

Ze zucht. ‘I have no idea. Hij heeft wat vastgoed. En mijn zussen, broers en ik sturen geld, dat doe je nu eenmaal als Afrikaans kind dat in het buitenland woont. Een paar keer per jaar gaat er een container vanuit Europa die kant op. Daar zitten soms zelfs auto’s in.’

Lijkt me frustrerend, als jullie geld sturen dat je vader vervolgens gebruikt om de schijn op te houden dat hij in Liberia nog steeds een rijk man is.

‘Dat is absoluut irritant. Natuurlijk. Maar wat moet ik doen? Stoppen met geld sturen is geen optie. Dat is absoluut niet geaccepteerd. Een deel wordt wel degelijk besteed aan zorg, maar een deel is ook zakgeld, waar hij mee kan doen wat hij wil. En wat hij wil, is het uitdelen, de big man uithangen.’

Als je nu aan hem denkt, welk gevoel overheerst er dan?

‘Vertedering.’

Voor je moeder ben je veel strenger. Haar maak je een heleboel verwijten.

‘Omdat zij een vrouw is, denk ik, helaas, al gaat dat tegen mijn feministische gedachtegoed in. Maar het feit dat zij na de scheiding naar de Verenigde Staten verhuisde en mij achterliet, heb ik haar nooit kunnen vergeven. Een moeder doet dat niet, dat idee zit bij mij ingebakken. Maar het ligt genuanceerder. Zij wilde scheiden van mijn vader omdat ze niet meer met zijn overspel kon leven. Mijn vader had macht en middelen en slaagde erin om de volledige voogdij te krijgen over de kinderen. Mijn moeder is toen zonder geld of netwerk naar de Verenigde Staten verhuisd. Zij had het zelf liever ook anders gezien. Ik wist lang niet hoe het in elkaar zat, want niemand in onze familie praat over moeilijke dingen. De dingen zijn zoals ze zijn, je gaat door met je leven.’

Je moeder vond het fijn toen jij voor je onderzoek bij haar kwam.

‘Dat heeft erg geholpen, ik denk dat we nu meer ontspannen met elkaar omgaan. Van mijn vader zag ik alleen de positieve kanten, hij was een baken van licht en goedheid, en mijn moeder was slecht, zij had me in de steek gelaten. Dat was in beide gevallen oneerlijk. Het is nu meer in balans.’

Je schrijft: ‘Ik ben opgegroeid met het idee dat liefde een limiet heeft en je dus de liefde van een ander kunt verliezen.’ Wat voor invloed heeft dat op de relaties in je leven?

‘Dat heeft invloed. Alles is altijd voorwaardelijk. Ik bind me niet makkelijk aan mensen.’

In de liefde, bedoel je?

‘Ik praat niet over mijn relaties. Dat is te privé. Maar relaties zijn, in het algemeen, wel moeilijk. Ik ben sowieso niet het type dat snel in het diepe springt, ik ben voorzichtig. Ik vertrouw liever op mezelf.’

Is het iets wat je nastreeft, om langdurig met iemand samen te zijn?

‘Nee.’

Waarom niet?

‘Waarom wel?’

Omdat het gezelliger is.

‘Haha. Tuurlijk, gezellig, dat is waar, maar ik vind het niet belángrijk. Ik heb een hechte vriendengroep en dat kan soms ook romantisch zijn. Ik wil geen kattenvrouwtje worden, maar ik wil me ook niet afhankelijk maken van het hebben van een relatie. Actrice Emma Watson zei laatst dat ze ‘self-partnered’ is, dat vond ik een mooie uitspraak. Ik heb veel geleerd door naar mezelf te kijken. Dat heeft me weerbaar gemaakt. Maar het leven kan soms ook eenzaam zijn.’

Je goede vriendin Sunny Bergman zei: ‘Clarice benadert de dingen het liefst vanuit een intellectueel standpunt. Als het over persoonlijk kwetsbare dingen gaan, kan dat theoretiseren misschien ook een verdedigingsmechanisme zijn, om emoties niet te voelen.’

‘Dat klopt wel. Ik vind het makkelijker om te praten en schrijven over ideeën, dan over mezelf, zeker als het echt persoonlijk wordt. Maar ik vind het ook wel mooi om niet alles zo uitgesproken te maken. Ik wil niet alles van mezelf weggeven, dat past niet bij me. Er moet iets te raden overblijven.’

CV Clarice Massa Dequin Gargard

3 maart 1988 Geboren in Philadelphia

1992 Komt met oudste zus naar Nederland, groeit op in Purmerend en Middelie

2010-2014 School voor Journalistiek in Zwolle

2008-2012 Organiseert debatten in samenwerking met onder meer Pakhuis de Zwijger en De Nieuwe Kerk in Amsterdam, maakt radioprogramma’s voor MOSA

2008-2016 Werkt als maker en redacteur van radio- en televisieprogramma’s voor SALTO, MTNL, AT5, NTR en BNNVARA

2015-heden Publicaties NRC Handelsblad, Joop.nl, Vice, Vogue

2017 Bestuur Prins Claus Fonds

2017-heden Columnist NRC Handelsblad

2019-heden Correspondent Verzet bij De Correspondent

2019 Raad van Toezicht Holland Festival

2019 Mede-oprichter Lilith Magazine, online feministisch mediaplatform

2019 VN Vrouwenvertegenwoordiger namens Nederland, spreekt Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe

2019 De waarheid over mijn vader (BNNVARA), regisseur Shamira Raphaëla wint met haar film Het Gouden Kalf voor Beste Korte Documentaire

2019 Black Achievement Award, categorie Mens en Maatschappij

2019 Publicatie boek Drakendochter (Arbeiderspers)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden