Zin van het leven Christa Anbeek

Christa Anbeek: ‘Het verleden was voor mij te gevaarlijk’

Christa Anbeek Beeld Jitske Schols

Wat kun je nog, als de zin van je leven stuk is? Die vraag hield Christa Anbeek lang in haar greep. Het verleden had haar geleerd dat suïcide de enige uitweg was, vertelt ze Fokke Obbema.

Lange tijd beet ze liever haar tong af dan dat ze openhartig over haar dramatische familieverleden praatte. Zelfs aan haar levenspartners verschafte theoloog Christa Anbeek maar mondjesmaat informatie. ‘Ik krijg nooit het hele beeld, ik moet alles uit je trekken’, merkte haar vriend Peter, een psychiater, eens op. Op een gezamenlijke wandelvakantie in de Spaanse bergen in 2006 werd een hartstilstand hem fataal. ‘Na negen jaar kwam daarmee een eind aan de meest harmonieuze en gelukkige periode in mijn leven. Ik was ­helemaal kapot van zijn dood’, blikt de 57-jarige Anbeek terug.

Om weer vat op haar bestaan te krijgen, schreef ze boeken waarin ze steeds openhartiger over haar verleden werd. In 2010 verscheen Overlevingskunst, waarin ze op zoek ging naar de diepere betekenis van de dood. In 2018 publiceerde ze Voor ­Joseph en zijn broer, eerder dit jaar verkozen tot ‘spiritueel boek van het jaar’. De titel verwijst naar haar beide kleinkinderen – Joseph dartelt over de bladzijden. Maar ook vertelt ze openhartig over wat haar leven vooral heeft getekend: de zelfmoorden in haar familie. Eerst haar vader op 54-jarige leeftijd, een jaar later haar ­oudere broer, 29 jaar oud. Die laatste had haar als 14-jarige al diep geschokt door een ‘serieuze poging’ te doen. Verder telde haar familie een oma die mislukte pogingen deed en een zus van haar vader die ook voor zelf­doding koos.

In reactie op die drama’s koos Anbeek ‘met alle motoren aan full speed voor het leven: ik kreeg mijn dochter, studeerde theologie en godsdienst­filosofie, en deed ook nog een predikantenopleiding. Ik dacht: weg van dit ravijn.’ In haar werk ging ze de confrontatie met sterfelijkheid niet uit de weg. Zo betoogde ze in haar proefschrift dat religie bar weinig te bieden heeft in antwoord op de dood.

Haar loopbaan mondde uit in een bijzonder hoogleraarschap remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In haar ‘aardse’ uitleg van dat vakgebied gaat het haar primair om ‘ontregelende ervaringen’ en de omgang ermee. Dat ligt nog altijd dicht bij haar eigen ­leven. In 2016 kreeg zij een burn-out, mede doordat de suïcides van schrijver Joost Zwagerman en dichter en tv-journalist Wim Brands, beide bekenden van haar, haar hadden aangegrepen. Ze voelde zich gedwongen opnieuw zich tot de dood te verhouden. En tot haar jeugd, waaraan ze na de zelfdodingen van haar vader en broer lange tijd nauwelijks herinnering meer had: ‘Mijn leven is lang opgedeeld geweest in ervoor en erna.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Je kleurt de zin van het leven in met hoe je je verhoudt tot het leven. Voor mij gaat het er vooral om het leven te kunnen omarmen, een overstijgende zin hoeft voor mij niet. Dan kies ik voor gepassioneerd leven, met sterke voorkeur en afkeer, met grote liefdes en diepe dalen. De zin van het leven zit voor mij dicht aan tegen de zin in het leven. Ik wil er helemaal in worden opgenomen. Liever zo’n onstuimig leven, waarbij ik ervaringen diep voel, dan een vlak leven, dat ik ook wel heb gekend. Natuurlijk is rust af en toe fijn, maar dat kan altijd nog. De dood duurt lang genoeg.’

Wat vindt u van de opvatting ‘het ­leven heeft geen enkele zin’?

‘Daar heb ik geen moeite mee, zolang het maar niet resulteert in onverschilligheid. Want het maakt wel degelijk uit hoe je leeft, ook als dat leven wellicht geen zin heeft. Opgaan in kleine dingen kan essentieel zijn. Dat geeft kleur aan het onbenullige van ons bestaan. Dat is zoals Maurice Maeterlinck ooit verwoordde: ‘Geboren worden, leven, sterven en opnieuw beginnen totdat alles verdwijnt, is dat niet genoeg?’’

Is het doorgeven van ons genenpakket de zin van ons leven?

‘Dat vind ik een zeer beperkt antwoord. Het is alsof je zegt: de zin van muziek is de notenbalk. Die is zeker essentieel, maar ook een enorme reductie van wat muziek is. Ik kan me niet voorstellen dat je met zo’n verklaring tevreden bent. Die houdt ook niet lang stand, wanneer er iets ernstigs in je leven gebeurt. En je angstig of somber wordt en denkt: ‘Het wordt nooit meer wat’.’

Die somberte bestreed u, na de suïcides in uw familie, door vol voor het leven te kiezen.

‘Ik wilde wegkomen van waar ik vandaan kwam – het verleden was voor mij te gevaarlijk. Ik was enorm bang in datzelfde gat te vallen. Statistisch was de kans dat ik als familielid door zelfdoding zou omkomen aanzienlijk vergroot. Dus ik heb jarenlang alleen in de richting van de toekomst geleefd. Ondertussen gaf ik in mijn werk aan dat religies geen uitkomst bieden, doekjes voor het bloeden zijn. Dat lukte heel aardig, alleen sta je uiteindelijk wel met lege handen.’

U schrijft over het boze en vernietigende in uzelf – waar doelt u op?

‘Een van de wortels van suïcide zit daar: alles kapot willen maken, inclusief jezelf. Vernietiging als enige uitweg, vanwege boosheid over de doden, maar ook over het leven. En ik was kwaad op mijzelf, omdat ik die zelfmoorden niet had weten te voorkomen. Mijn woedde uitte zich intellectueel. Tijdens mijn theologiestudie richtte ik hem op religies die deden alsof het uiteindelijk allemaal wel goed komt met de wereld. De vraag van mijn proefschrift was: wat kun je nog, als de zin van je leven stuk is? Ik kritiseer een Duitse theoloog die stelt: de zin van het leven kan niet stuk, want God garandeert de zin. Met zo’n paradigma ben je het leven aan het herframen om de pijn maar niet te hoeven voelen. Het zen-boeddhisme doet dat ook: onthecht je nu maar, dan doet het leven minder pijn.

‘Maar als ik de pijn niet voel, dan voel ik de liefde ook niet. Waar ik me ook boos over maak, is de ‘levenskunstfilosofie’. Die zegt: ‘Wat er gebeurt in je leven heb je niet in de hand, maar hoe je erop reageert wel.’ Onzin, je reactie wordt ingegeven door wie je bent en daar moet je het mee doen. Sommige gebeurtenissen maken dat je compleet aan flarden ligt, het kompas in jezelf weg is. Feelgoodtheorieën fileren doe ik graag. Ik vind het leuk vlijmscherp te zijn wanneer wordt geprobeerd te verhullen hoe het leven werkelijk in elkaar zit.’

Jarenlang deed u zelf aan zen-meditatie, maar dat hielp u niet.

‘Boeddhisme is kijken naar wat er is, maar ik wilde daar juist van weg. Gaandeweg werd het steeds lastiger. Intellectueel kun je veel emoties wegduwen, mediterend niet. Ik deed ­dagenlange retraites van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds. Eindeloos met je blik op een muur. Na twee dagen voel je je fysiek uitgeput, alsof je zwaar hebt gesport. Dat is de bedoeling, je normale afweer breekt en je kunt diep binnen je gaan voelen. Bij mij kwamen heftige emoties op – huilbuien en woede. Mijn geest werd op het spoor gezet van jeugdherinneringen, waar ik eigenlijk helemaal geen toegang toe had. Peter waarschuwde me dat mediteren bij mij weleens tot ‘hertraumatisering’ kon leiden.’

‘De onthechtheid ten opzichte van het leven die de zen-boeddhist voor ogen staat, bereikte ik niet. Ik ben te zeer aan het leven gehecht. Daarnaast was het overlijden van mijn zen-lerares een grote klap, ik was zeer aan haar gehecht. Het mediteren vond ik heftig, maar haar kon ik laten merken wanneer ik het zwaar had. Dan ­reageerde ze mild. Toen zij na een ziekte op 58-jarige leeftijd overleed, kwam al mijn oude woede over de dood weer terug en vond ik zen een flutfilosofie.’

Kan religie troost bieden bij ‘ontregelende ervaringen’ zoals ziekte en dood?

‘Troost klinkt als een handzaam pakketje dat je krijgt aangereikt. Zo werkt het niet. Waar het om gaat, is: hoe kun je blijven openstaan voor het leven? Daar kunnen niet-religieuze mensen even goed bij helpen als religieuze mensen. Zelf ben ik open blijven staan, dus daarom vallen die ontregelende ervaringen bij mij nog wel mee. Maar ik heb ­jarenlang in de psychiatrie als geestelijk verzorger gewerkt en daar heb ik personen definitief zien knakken.’

Leestip

Anne van het groene huis van Lucy Maud Montgomery. Het eerste boek dat ik kon lezen toen ik uit mijn burn-out kwam. Een broer en zus van middelbare leeftijd, die samen in het groene huis wonen, willen een weesjongen adopteren om te werken op hun boerderij. Maar ze krijgen het weesmeisje Anne Shirley. Die doet allerlei domme dingen. Dwars door alle menselijke onbeholpenheid heen groeit er diepe, wederzijdse genegenheid.’

Welke uitweg ziet u om dat te voorkomen?

‘Het antwoord op levensvragen moet je niet op het niveau van je denksysteem zoeken – het gaat om het geleefde leven. Het gaat er soms letterlijk om wat er op je pad komt. De kleurenpracht van bloemen op mijn vaste hardlooprondje, na het overlijden van Peter, was zo mooi dat ik ervan in de war raakte. Ik verkeerde in een draaikolk van verdriet en op dat moment kwam het bestaan naar me toe. Dat hielp me weer op te staan. De eerste vakantie na die fatale reis naar Spanje ging ik alleen naar Venetië – ik zag er de lentezon op de huizen en in het water. Ik werd daar door het leven verleid, meegenomen, weggevoerd van mijn pijn. Dat overkwam me.’

‘Waar het om draait, is: kun je erop vertrouwen dat er een nieuw begin mogelijk is? Als je aan mij zou vragen wat geloven betekent, dan zou ik zeggen: een diep vertrouwen. Dat haal ik niet zozeer uit mezelf, als wel uit anderen en uit hoe het leven loopt. Als je geluk hebt, vind je telkens weer een weg. Anderen kunnen je daarbij helpen. Met hen kun je plekken creëren waar je van een contrastervaring kunt herstellen.’

Die ervaringen doorkruisen ons gewone leven en creëren chaos. Is chaos de essentie van ons bestaan, terwijl we doen alsof het niet zo is?

‘In onze maatschappij zijn we erop gericht chaos te marginaliseren. We staan met onze rug naar de dood; de medische wetenschap wil beheersen, controleren, voorkomen. Chaos is taboe. We hebben een sterk geloof in de stuurbaarheid van het bestaan, ook al beseffen we ergens dat het een illusie is. Maatschappelijk is het gevaar dat we gaan doen alsof we weten hoe het leven moet. Dat kan tot zelfgenoegzaamheid leiden.

‘Het mooie van chaos kan een besef van ontzag zijn. En dat we het beste uit onszelf moeten halen, ook al zijn we maar klein. Ik zou ervoor willen pleiten de chaos te rehabiliteren. Hij is verbonden met de meest waardevolle momenten, wanneer je erachter komt wat je aan elkaar hebt. Wanneer blijkt dat de ander je niet in de steek laat of je onverwacht helpt. Helaas doen zich dan ook de grootste tegenvallers voor. Diep in mij zit nog altijd het wantrouwen: straks gebeurt er iets in mijn ­leven waardoor het nooit meer goed komt.’

De zin van het leven

Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. Ruim een jaar later gaat hij in een reeks ­interviews op zoek naar de zin van ons leven. Lees hier alle andere verhalen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden