Cheques, leugens en videobanden

SINDS George Washington met rum en cider stemmen kocht in de campagne voor de volksvertegenwoordiging van Virginia speelt geld een dominante rol in het politieke bedrijf in de VS....

Generaties presidenten, senatoren en afgevaardigden zijn door cycli van misbruik, corruptie, verkiezingsschandalen en hervormingen van de campagnewetgeving gegaan sinds Washington de burgerij van Virginia met alcohol dacht te paaien.

Opnieuw heeft de financiering van verkiezingscampagnes in de VS tot grote opwinding in Washington geleid. De Senaat en het Huis van Afgevaardigden hebben onderzoekscommissies gevormd, die met hoorzittingen zijn begonnen naar de verkiezingscampagnes voor de presidents- en Congres van 1996; campagnes, waarin alle financiële records werden gebroken en de regels losjes werden toegepast. Tevens onderzoekt het ministerie van Justitie of Clinton en vice-president Gore campagne-wetten hebben overtreden en of dat verder onderzocht moet worden door onafhankelijkse aanklagers.

Nog voordat de onderzoeken zijn afgerond, is duidelijk geworden dat het Congres ondanks alle opwinding het niet eens kan worden over fundamentele hervormingen. Het wetsontwerp van de senatoren McCain (Republikein) en Feingold (Democraat), waarin ingrijpende voorstellen werden gedaan om ongelimiteerde contributies aan partijen ('zacht geld') te verbieden, de openbaarheid van de giften te vergroten en gratis tv-zendtijd te regelen, is dinsdag vastgelopen in een procedureel moeras.

Iedere president, senator of afgevaardigde bewijst lippendienst aan het hervormen van een ontwricht stelsel, waarin zij veel tijd moeten spenderen aan het inzamelen van geld voor de volgende campagne. Maar in de praktijk staat iedere generatie huiverig tegenover voorstellen die leiden tot vermindering van de geldstromen.

Daarbij komt dat het huidige systeem in het voordeel werkt van de zittende politicus. Voor de lobbyisten is de zittende senator of afgevaardigde aanzienlijk interessanter dan een nieuwe kandidaat. Zij zijn immers in staat een wederdienst te leveren.

Er is ook verzet van principiële aard. Een groep Congresleden verzet zich op grondwettelijke gronden tegen hervormingen. Zij baseren zich op arrest van het Opperste Gerechtshof, dat in 1976 tot de conclusie kwam dat geld noodzakelijk is om het grondwettelijke recht van meningsuiting te kunnen uitoefenen. Iedere kandidaat moet vrijelijk geld kunnen spenderen om zijn of haar politieke opvattingen te kunnen propageren, aldus dit arrest dat een groot struikelblok vormt voor veranderingen.

Dit weerhoudt de onderzoekscommissies er niet van hun werk voort te zetten. Vooral de commissie van senator Fred Thompson (Republikein) lijkt politieke nevendoelen te hebben. Hervorming van het campagnesysteem is voor Thompson ondergeschikt aan het beschadigen van de president en zijn potentiële opvolger. Hoe anders kan de eenzijdige opzet van diens onderzoek worden verklaard. Alle aandacht gaat uit naar het volcontinue en inderdaad ongegeneerde fondsenwerven van Clinton en Gore.

Erg zorgvuldig in de keuze van hun gasten waren zij niet, als de cheque maar groot genoeg was. Dubieuze oliemagnaten, wapenhandelaren, een drugshandelaar en Chinese connecties waren kind aan huis bij Clinton en Gore. Mogelijk zijn verbodsbepalingen op het aannemen van geld uit het buitenland (China) en op het gebruik van federale bezittingen (het Witte Huis, Air Force One) overtreden. Maar dat staat nog lang niet vast.

Het punt is dat ook de Republikeinen zich tot het uiterste hebben ingespannen om de campagne van senator Dole op gang te houden. Toenmalig voorzitter van de Republikeinen Barbour heeft cheques uit Hongkong aangenomen en Dole werd rondgevlogen in een Boeing 727, die was betaald door de agrarische industrie. De onderzoekscommissies concentreren zich echter op de activiteiten van Clinton en vooral op die van Gore en trachten de activiteiten van de Republikeinen te negeren.

De verdediging van het Witte Huis is ronduit klungelig. De staf van Clinton is beter georganiseerd dan een paar jaar geleden, maar er doen zich nog steeds chaotische toestanden voor. Bewijsmateriaal wordt mondjemaat doorgegeven aan de onderzoekscommissies. Documenten blijken zoek, onderzoekers en journalisten worden met vaagheden afgescheept en de videobanden van Clintons ontmoetingen met geldschieters werden toevallig teruggevonden.

Sinds Watergate is het wijs alle informatie zo vroeg mogelijk openbaar te maken. Gebeurt dat niet dan ontstaat snel de verdenking van een 'cover up', of nog erger 'obstruction of justice'. De aandacht van de commissies, inclusief de Democratische leden en van de media verschuift langzaam, maar onmiskenbaar van de overtredingen van de campagnewetgeving naar vermeende 'doofpotpraktijken' van de president, zijn vice-president en minister Reno van Justitie. De vraag 'heeft de president iets te verbergen en zo ja wat heeft hij te verbergen' dreigt te worden gesteld. Als kenners van de moderne politieke geschiedenis van hun land weten Clinton en Gore, wiens kandidatuur in het geding is, dat zij dan pas echt in moeilijkheden verkeren.

Oscar Garschagen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden